AA | Grafisch
Nederlands | Frysk | English

Tot slot

Proberen wij deze serie beschouwingen over de ontwikkeling van Leeuwarden in de jaren 1945 - 1965 met een samenvatting en een conclusie af te sluiten, dan valt op, hoe willekeurig het slot van deze episode in de stadsgeschiedenis is geplaatst. Het begin is duidelijk gemarkeerd door het einde van de oorlog, maar welke mijlpaal staat bij 1965? Er is geen afsluiting en zelfs geen rustpunt.

Nu zou het ook wel hoogst toevallig zijn, wanneer precies in deze twintig jaren een stuk stadsontwikkeling integraal was afgerond. De geschiedenis heeft niet de gewoonte ten gerieve van gedenkboeken met ronde getallen te werken.

Zouden we dan, indien het afscheid van burgemeester Van der Meulen niet een goed motief voor deze uitgave was geweest, hebben moeten wachten tot een betere gelegenheid? Wij geloven, dat dit wachten eindeloos zou zijn, even eindeloos als de ontwikkeling van de stad zich voor ons aftekent, zonder dat men van afgeronde, op zichzelf staande, episoden kan spreken. Elk voltooid werk wordt begeleid door tal van werken in uitvoering en door nog meer projecten, die alleen nog op papier bestaan. Ze liggen naast elkaar of in elkaars verlengde, maar moeten, als de stukken van een legpuzzel, ten slotte één geheel vormen. Dat geheel is het hedendaagse toekomstbeeld. Terwijl we er naar toe gaan, verplaatst het zich, gelijk de horizon voor een zeevaarder.

Bij deze conclusie en samenvatting is de vraag gewettigd in hoever Leeuwarden anno 1965 beantwoordt aan het na de oorlog geschetste toekomstbeeld. Zeer in het algemeen mag daarbij worden gesteld, dat veel van wat nu realiteit is, toen niet voorzien kon worden. Niemand heeft in de geschonden wereld van vlak na de oorlog een prognose kunnen maken van de welvaartsperiode daarna. Een voortdurende aanpassing aan de gevolgen van deze economische ontwikkeling is nodig geweest. Maar wel zijn in de eerste naoorlogse jaren de hoofdlijnen getrokken voor uitbreidingen en voorzieningen, die gebaseerd waren op de gedachte, dat Leeuwarden uit de sfeer van een rustige provinciestad moest worden opgetild naar het hogere niveau van een dynamische woon- en werkgemeenschap.

Dat is gebeurd. De stad is uitgebouwd naar een conceptie, waarvan de grote lijnen naar ons gevoel mogen worden aanvaard en gewaardeerd. De nieuwe woonwijken, de ringweg, de industrieterreinen, de nieuwe veemarkt beïnvloeden door hun aard en rangschikking de stadsstructuur essentieel. Wij zouden, indien overdoen mogelijk ware, eerder tornen aan de onderdelen, dan aan het onderlinge verband. Onze indruk is, dat de meeste Leeuwarders deze opvatting met ons delen. Bij dit laatste past het voorbehoud, dat het moeilijk is de publieke opinie te peilen, nog afgezien van de vraag, of er een gemeenschappelijke opinie bestaat. Al blijft nog veel te wensen over, voor ons staat vast, dat men op dit ogenblik eerder bereid is te erkennen dat er in Leeuwarden veel is gebeurd, dan dat men in de afgelopen jaren wilde zien dat er in Leeuwarden veel gebeurde. Daarvoor is wel een verklaring te geven. De meeste onzer grote werken zijn tot stand gekomen aan de periferie van de stad, en dus buiten veler gezichtsveld. Het nieuwe Leeuwarden is eerst in de laatste jaren gemeengoed geworden.

Nu ons toekomstbeeld anno 1966. Hoe ver kijken wij? Het is niet exact te zeggen; veel van wat de toekomst zal brengen blijft in ieder geval naar de tijdsorde verborgen. Vast staat evenwel, dat de groeiende stad en de groeiende omvang der gemeentelijke projecten een denken in steeds grote tijdseenheden nodig maken. Twintig jaar is nu al geen hanteerbare periode meer. Kijken naar het welhaast magische jaar 2000 levert nog slecht een respijt van 35 jaar op. Bij dit alles komt, dat elke voorziening niet alleen aan een bestaande behoefte voldoet, maar ook tot de noodzakelijkheid van nieuwe voorzieningen aanleiding geeft. Dit bestuurlijke sneeuwbaleffect maakt het extra moeilijk het toekomstbeeld te bepalen.

Een grotere stad met een uitgebreider patroon van voorzieningen voorbereiden is de taak van de bestuurder van nu en straks. Een fascinerende taak, die, naast het weten en kunnen, vooral visie op de toekomst verlangt. En ook de moed om naar deze visie te werk te gaan. We kunnen niet precies zeggen waarheen we gaan, we kunnen het evenmin afwachten en door ons eigen aarzeling de optimale kansen op een goede toekomst door de vingers laten glippen. Burgemeester Van der Meulen heeft bij zijn installatie in 1946 getuigd van zijn verlangen te bouwen aan een groter geheel. Er is een groter geheel tot stand gekomen tijdens de afgelopen twintig jaren.

In het toekomstige Leeuwarden, hoe ver men ook vooruit wil denken en hoe groot men de stad dan ook wil zien, zal in deze twintig jaren tot stand gebrachte een belangrijk stuk van de onderbouw blijven. Dat dit ook in een verre toekomst een goede onderbouw zal blijken te zijn, mogen we nu, wellicht met enig recht, veronderstellen. Eerst latere generaties zullen het echter weten. En door dit toekomstig weten zal ook de plaats van mr. A.A.M. van der Meulen in de geschiedenis van onze stad worden bepaald.

Wij evenwel kunnen beter dan komende generaties oordelen over de persoon van de scheidende burgemeester. Zijn streven naar beknopte formuleringen volgend willen wij hem aldus karakteriseren:

Mr. A.A.M. van der Meulen was een burgemeester, die zijn erkende bekwaamheden gedurende een lange periode met een nauwgezette plichtsbetrachting dienstbaar heeft gemaakt aan de belangen van de gemeente Leeuwarden, welke hem boven alles gingen.


J. TIEKSTRA, wethouder

(handtekening)

Mr. J. van der SCHAAF, wethouder

(handtekening)

H. POLS, wethouder

(handtekening)

J. ten BRUG, wethouder

(handtekening)

P.P. de JONG, secretaris

(handtekening)


Directeuren, adjunct-directeuren en hoofden van diensten en bedrijven der gemeente naar de toestand op 1 januari 1966


Gemeentesecretarie

P.P. de Jong, secretaris


Energiebedrijven

Ir. C.B. van Ardenne, directeur; ir. J.G. van der Zee, adjunct-directeur


Openbare Werken

Ir. T.F. Bos, directeur; ir. J.J. Muller, adjunct-directeur; H. Achterhof, adjunct-directeur


Brandweer

Ir. J. van Rooyen, commandant


Woningbedrijf

J. van der Veen, directeur


Slachthuis en Veemarkt

J. de Vries, directeur


Geneeskundige en Gezondheidsdienst

G.B. van Driel, directeur; H.H. Faber, adjunct-directeur


Gemeentelijke Sociale Dienst

Mr. W.A. Aarts, directeur


Dienst voor Sociale Werkvoorziening

J. Gooyenga, directeur


Politie

A. Houwing, commissaris


Markt- en Havendienst

C. Groendijk, directeur


Bouw- en Woningtoezicht

L. Atema, directeur


Museum Princessehof

J.P. Romijn, directeur


Grondbedrijf

T.J. Zeilinga, directeur


Gemeenteontvanger

H. Schraffordt Koops


Dienst voor Sport en Recreatie

A. Th. Bijkerk, directeur


Inspecteur Lichamelijke opvoeding

H. Kamphuis


Gemeentearchivaris

Jhr. M.J. van Lennep


MEDEWERKERS

Aan deze publicatie hebben hun medewerking verleend:

H. Achterhof, adjunct-directeur Openbare Werken; ir. C.B. van Ardenne, directeur Energiebedrijven; A. Baart Jr., architect en gemeentelijk adviseur voor de binnenstad; H. Bakker, oud-directeur Gemeentelijke Sociale Dienst; T. de Boer, hoofd afdeling huisvesting der secretarie; ir. T.F. Bos, directeur Openbare Werken; G.B. van Driel, directeur Geneeskundige en Gezondheidsdienst; G. Engelkes, hoofd afdeling bevolkingsregister, burgerlijke stand, militaire zaken en verkiezingen der secretarie; jongeheer P.E. Greven, ambtenaar voor culturele zaken der secretarie; C. Groendijk, directeur Markt- en Havendienst; A. Houwing, commissaris van politie; C. IJsbrandij, hoofd afdeling financiën en belastingen der secretarie; P.P. de Jong, gemeentesecretaris; H. Kamphuis, inspecteur lichamelijke opvoeding, mr. T.J. Kingma, waarnemend gemeentesecretaris; N. Kolenbrander, hoofd afdeling personeelszaken der secretarie; W.H. Kuipers, voorlichtingsambtenaar der secretarie; J.J. Oljans, hoofd afdeling onderwijs en culturele zaken der secretarie; ir. J. van Rooyen, directeur Reinings- en Ontsmettingsdienst / commandant brandweer; jongeheer E.C. Storm van ’s Gravesande, directeur Intercommunale Waterleiding, gebied Leeuwarden; J. de Vries, directeur Slachthuis en Veemarkt; J. van der Wal, hoofd afdeling volkshuisvesting en openbare werken der secretarie.

Terug

 



RECHTSTREEKS NAAR: