AA | Grafisch
Nederlands | Frysk | English

Gemeentepersoneel

De uitbreidingen op velerlei terrein die onze gemeente sinds 1945 heeft ondergaan, hebben uiteraard ook hun invloed doen gelden op het gemeentelijk personeelsbestand. Het hierna volgende overzicht geeft aan het aantal personeelsleden (exclusief het onderwijzend personeel) in 1945 en in 1965.


Personeelsbezetting

1 januari 1946

1 oktober 1965

Secretarie

65

122

Gemeente-ontvanger

4

8

Gemeente-archief

2

3

Politie

125

143

Geneesk. en Gezondh.dienst

9

17

Stadsziekenhuis

69

106

Markt- en Havendienst

6

9

Dienst Sociale Zaken

24

Gemeentelijke Sociale Dienst

59

Gemeentewerken

212

Openbare Werken

336

Woningbedrijf

4

41

Gasfabriek

107

Energiebedrijven

231

Electriciteitsbedrijf

34

Gemeente-reiniging

180

Reinigings- en ontsmettingsdienst

124

Princessehof

1

3

Stadsverzorgingshuis

19

Gem. Tehuis voor Bejaarden

36

Openbaar Slachthuis

12

Dienst Slachthuis en Veemarkt

25

Distributiedienst

138

-

Bouw- en Woningtoezicht

8

Beroepsbrandweer

28

Grondbedrijf

4

Dienst voor Sport en Recreatie

17

Dienst voor Soc. Werkvoorziening

26

Totaal

1.011

1.346



Als men de totaalcijfers vergelijkt, valt de personeelsuitbreiding wel mee. Daarbij speelt een belangrijke rol het wegvallen van de distributiedienst. Daarnaast hebben de mechanisatie en automatisering ook bij de gemeente op sommige terreinen hun intrede gedaan en een personeelsinkrimping mogelijk gemaakt, dan wel de personeelsuitbreiding binnen de perken gehouden. Hiertegenover staat, dat enkele nieuwe diensten het levenslicht hebben aanschouwd, laatstelijk, per 1 januari 1965, de dienst voor sociale werkvoorziening en de dienst voor sport en recreatie. Toch zijn er ook enkele diensten, waar een vrij sterke personeelsuitbreiding heeft plaats gehad, zoals de openbare werken, het woningbedrijf, de gemeentelijke sociale dienst en - niet te vergeten - het punt, waar alle “ambtelijke draden” bijeenkomen: de secretarie.

Met name voor de openbare werken, de gemeentelijke sociale dienst en de secretarie heeft de personeelsuitbreiding tot gevolg gehad, dat het huisvestingsvraagstuk nijpend werd. Voor enkele afdelingen van de openbare werken werd buiten het hoofdgebouw Wissesdwinger 1 tijdelijk kantoorruimte gevonden in een aantal andere percelen aan de Wissesdwinger. De gemeentelijke sociale dienst vond enig soelaas in het Nieuwe Stads Weeshuis. Het stadhuis had al tijdens de bezettingstijd een dependance in het pand Raadhuisplein 30, waarin o.a. de werkkamers van enkele wethouders waren ondergebracht en waarin thans ook de afdeling huisvesting kantoorruimte heeft. In 1943 werd het pand Raadhuisplein 32 door de gemeente aangekocht, met de overweging, dat het bezit van dat pand voor de gemeente van belang zou zijn, daar het door zijn ligging uitermate geschikt was om te voorzien in de steeds dringender wordende behoefte aan kantoorruimte voor de gemeentedienst. Toch duurde het nog even, voor de gemeentedienst van het bezit van het pand kon profiteren; in de bezettingstijd werd het gebruikt door NSB en Winterhulp en na de bevrijding waren het aanvankelijk de Vereniging van Woningverhuurders en de Stichting Friesland 1940 - 1945, die er hun kantoren hadden. Eerst in 1955 werd er een secretarieafdeling in ondergebracht en wel het onder de afdeling algemene zaken ressorterende bureau personeelszaken. De huisvesting van dit bureau bleek echter al spoedig onvoldoende, terwijl bovendien de in het leven geroepen afdeling voorlichting en de inspectie voor de lichamelijke opvoeding dringend om kantoorruimte verlegen zaten. Het was dan ook een uitkomst, toen ingaande 1 mei 1959 voor de tijd van 10 jaren het perceel Weerd 19 kon worden gehuurd. Personeelszaken, inmiddels tot zelfstandige afdeling gepromoveerd, verhuisde, met de gemeentelijke drukkerij, naar laatstgenoemd perceel, terwijl de afdeling voorlichting en de inspectie voor de lichamelijke opvoeding in het pand Raadhuisplein 32 hun zetel kregen.

In 1961 besloot de raad tot aankoop van het pand Raadhuisplein 34. Hierdoor werd het mogelijk een behoorlijk onderdak te vinden voor de secretarieafdeling kabinet en algemene zaken, welke afdeling was ontstaan na splitsing van de afdeling algemene zaken in een afdeling volkshuisvesting en openbare werken en een afdeling kabinet en algemene zaken. Bovendien kon in dit pand, op de bovenverdieping, woonruimte worden geschapen voor de tweede conciërge van het stadhuis. Overigens vormden de huisvestingsmoeilijkheden voor de secretarie niet de enige reden voor de aankoop. De andere was, dat de gemeente door aankoop eigenares zou zijn van de gehele zuidelijke wand van het Raadhuisplein. Dit werd van belang geacht, omdat daardoor het behoud van de fraaie straatwand aanzienlijk meer zou worden gewaarborgd dan wanneer het pand in handen van particulieren zou zijn. Bovendien zou in het laatste geval van het pand een gebruik kunnen worden gemaakt, dat storend zou kunnen zijn voor de omgeving en wel in het bijzonder voor het stadhuis.

Aan de expansie van de secretarie was hiermede nog geen eind gekomen. Per 1 januari 1964 werd de afdeling financiën en belastingen gesplitst in twee afdelingen, t.w. “financiën en belastingen” en “bedrijven en controle”. Deze afdelingen konden door een eenvoudige verbouwing ook ruimtelijk van elkaar worden gescheiden, doch de aldus verkregen kantoorruimte bleken al spoedig volstrekt onvoldoende te zijn. Ook andere afdelingen kampten met ernstige moeilijkheden. Voorts deed het ontbreken van ruimte voor vergaderingen en besprekingen zich steeds meer als een bezwaar gevoelen.

In juni 1965 kon de gemeente de beschikking verkrijgen over het pand Gouveneursplein 35. Besloten werd dit pand te huren voor 10 jaar, met recht van koop na het eindigen van de huurtermijn. Aan het pand dienen nog ingrijpende voorzieningen te worden getroffen, maar het laat zich aanzien, dat na het gereedkomen daarvan een aanvaardbare oplossing zal zijn gevonden voor het huisvestingsvraagstuk van de secretarie. Een werkelijk afdoende oplossing zal eerst gevonden kunnen worden door de algehele vernieuwing en uitbreiding van het daarvoor in aanmerking komende gedeelte van het stadhuis, dan wel door de bouw van een geheel nieuw stadhuis.

Modern personeelsbeleid

In de jaren na 1945 vroeg niet alleen het vraagstuk van de huisvesting van de gemeentelijke diensten de nodige aandacht, maar ook kwam in het middelpunt van de belangstelling te staan datgene, wat men wel pleegt aan te duiden met modern personeelsbeleid. Het is niet eenvoudig om precies aan te geven wat onder modern personeelsbeleid moet worden verstaan, maar in het kort houdt dit begrip in, dat niet alleen gelet moet worden op efficiency en doelmatige bedrijfsvoering, maar dat ook de menselijke verhoudingen in het oog gehouden moeten worden.

Het tot ontwikkeling komen van het moderne personeelsbeleid had tot gevolg, dat burgemeester en wethouders behoefte kregen aan specialistische adviseurs op dit gebied. Kon voorheen worden volstaan met een personeelsafdeling, welke zich vrijwel uitsluitend bezig hield met formele aangelegenheden, als salaris- en pensioenadministratie, gereed maken van aanstellings- en ontslagbesluiten enz., thans werd een uitgebreider personeelsafdeling noodzakelijk. In verband hiermede werd per 1 januari 1959 de behandeling van personeelsaangelegenheden, tot dien formeel berustende bij de afdeling algemene zaken, opgedragen aan een afzonderlijke secretarieafdeling personeelszaken.

De werkclassificatie en prestatiebeloning deden in 1959 hun intrede. De werkclassificatie beoogt op methodische wijze te komen tot een beloning, afgestemd op het niveau van de te verrichten werkzaamheden. De prestatiebeloning had ten doel de beloning te kunnen afstemmen op de geleverde prestaties. In verband met bezwaren, welke in de praktijk aan dit systeem bleken te kleven, is echter de prestatiebeloning met ingang van 1 januari 1964 weer afgeschaft. De vraag, of het niettemin mogelijk is te komen tot een systematische en zo objectief mogelijke beoordeling van de wijze waarop ieder zijn werkzaamheden verricht, is nog in onderzoek.

Van groot belang niet alleen voor de gemeente, maar ook voor de ambtenaar persoonlijk, is, dat de ambtenaar wordt belast met werkzaamheden, welke in overstemming zijn met zijn aanleg en capaciteiten. Aan dit punt wordt bij de werving van personeel dan ook de nodige aandacht geschonken. Een ambtenaar van de afdeling personeelszaken is in het bijzonder met de behandeling van de hiermede samenhangende problemen belast.

Uitgaande van de gedachte, dat de ambtenaren zoveel mogelijk moeten worden betrokken bij de werkwijze van en de dienstvoorwaarden bij de tak van dienst, waarbij zij werkzaam zijn, werden bij de grotere diensten en bedrijven medezeggenschapscommissies ingesteld. Een commissie voor georganiseerd overleg bestaat al sinds 1922.

In 1961 werd het ideeënbussysteem geïntroduceerd, met als doel het meedenken van alle belanghebbenden over mogelijkheden tot verbeteringen in de organisatie en de uitvoering van de dienst te stimuleren. Het aantal t/m 1965 toegekende premies bedraagt ruim 100; het aan premie uitgekeerde bedrag is rond ƒ 4.000,-.

In het kader van de secondaire arbeidsvoorwaarden kunnen voorts nog worden genoemd een verplaatsingskostenverordening, een premiespaarregeling, een verordening inzake tegemoetkoming in studiekosten en een verordening inzake het verstrekken van hypothecaire geldleningen aan ambtenaren. Een ziektekostenregeling voor het gemeentepersoneel werd getroffen in intercommunaal verband (IZA-regeling Friesland).

Ongetwijfeld is sinds 1945 op het gebied van de personeelszorg veel tot stand gekomen. De ontwikkelingen voltrekken zich echter in snel tempo en ook de inzichten zijn aan wijzigingen onderhevig, zodat momenteel zeker niet van een ingetreden rust kan worden gesproken.

Terug

 



RECHTSTREEKS NAAR: