Dizze side is (noch) net beskikber yn 't Frysk.
Leeuwarden Anno 1600
Rond 1600 brak voor Leeuwarden een bloeiperiode aan. Oud-archivaris W. Dolk beschrijft globaal hoe de stad er toen voorstond, op bestuurlijk, economisch en sociaal gebied. Beeldend kunstenaar Hans van der Horst illustreerde deze episode in de geschiedenis van Leeuwarden. Hij maakte 48 pentekeningen van de stad, zoals die er rond 1600 moet hebben uitgezien. Tekst en tekeningen werden in 1971 als boekwerkje uitgegeven. Indien u direct aan de hand van de pentekeningen een wandeling door het Leeuwarden van rond 1600 wilt maken, klik dan op onderstaande link.
Leeuwarden anno 1600 in 47 pentekeningen
Inleiding
"De stad is in een bekoorlijke vlakte in het hart van Friesland gelegen. De omliggende landerijen munten uit in vruchtbaarheid en in rijkdom aan vele voor het leven onmisbare zaken. Er is een overvloed van melk, boter, kaas en gevogelte. De grote hoeveelheid schapen, kalveren, ossen, koeien en varkens verbaast vreemdeling en landgenoot. De omgeving is rijk aan konijnen en hazen, het fruit van betere kwaliteit dan dat uit het buitenland. De oogst aan tarwe, rogge, haver, gerst en groenten is buitengewoon groot. Vele en verschillende soorten vis, zowel uit zoetwatermeren als uit de zee, worden hier aangevoerd.
Overal ziet men tuinen, die het oog strelen, en nergens met onkruid, doornen of distels begroeide plaatsen. De straten zijn ruim en de gebouwen aanzienlijk. De lucht is er zeer gezond. Daardoor woedt er zelden een epidemie, die veroorzaakt wordt door schadelijke dampen, doch wel door een of andere besmetting, en dan is deze nog niet in die mate dodelijk als elders. De ontwikkeling der burgers is van dien aard, dat men zou veronderstellen, dat zij in Griekenland en niet zo nabij de koude en het ijs der poolstreken geboren en opgevoed zijn."
Aldus - in vrije vertaling - een deel van de beschrijving zijner geboorte- en woonstad door de toenmalige rector van het Leeuwarder gymnasium Joannes Fungeri in zijn in 1607 te Lyon verschenen "Etymologicum trilingue". Dit wel wat hoogdravende verhaal wijst erop, dat de omschakeling van handelsnederzetting aan de Middelzee naar centraal gelegen landstad is geconsolideerd . Ondanks de onderlinge Friese partijschappen, de oorlogsdreiging en de moeilijkheden tijdens en na de reformatie, was Leeuwarden onbetwistbaar de eerste, de hoofdstad van het landschap Friesland geworden.
Dit was mede te danken aan de besluitvaardigheid van het stadsbestuur. De "eerbaere, voorsichtige, wijse, zeer voorsienige heeren, borgemeisteren, schepenen ende raeden" werden - met geringe inspraak der burgerij in een gecompliceerde procedure - voor vier jaar gekozen. Uit deze magistraat werd bovendien de schepenbank gevormd, welke civiele en kleinere criminele zaken in eerste instantie behandelde; de grotere dienden geheel te worden overgelaten aan het, een eeuw tevoren ingestelde en al spoedig te Leeuwarden gevestigde Hof van Friesland. De Friese hoofdstad was tevens de aangewezen vergaderplaats voor de Staten van Friesland, welke toen steeds kwartiersgewijze bijeenkwamen. De afgevaardigden van Oostergo, Westergo, Zevenwolden en de steden beraadslaagden namelijk afzonderlijk, sinds 1594 in het "Landschapshuis" (naast de kanselarij van het Hof). Gedeputeerde Staten kwamen bijeen in het schuin daartegenover gelegen "Collegie".
De stad stond aan het begin van een bloeiperiode. Door de zittingen van Hof en Staten van Friesland was haar centrumfunctie benadrukt en werd zij aantrekkelijk als winterverblijfplaats voor aanzienlijke families uit de provincie. Vele wegens de godsdiensttwisten uit de zuidelijke Nederlanden uitgeweken kundige ambachtslieden vestigden zich hier en de handel nam toe. Het stadsbestuur kon door de grotere welvaart sneller voortgaan met verbeteringen: de verdedigingswerken werden gemoderniseerd, de houten beschoeiingen van de binnengrachten en de houten bruggen daarover waren voor een belangrijk deel reeds vervangen door stenen kademuren en z.g. pijpen, etc. De groei van het inwonertal moest wel leiden tot strengere bepalingen ten aanzien van de bebouwing langs straten en wallen.
Het getal der inwoners zal rond de 10.000 hebben gelegen; juiste cijfers zijn niet bekend. De 19e eeuwse stadsarchivaris Eekhoff reconstrueerde het aantal huizen aan de hand van een in 1606 opgemaakt kohier van een belasting op de schoorstenen. Hij kwam daarbij op 1990 huizen met 5508 schoorstenen en vergeleek daarna het aantal in het Minnema-espel geregistreerde woningen (127) met de in die wijk afgebeelde huizen op een enkele jaren eerder in opstand getekende stadsplattegrond. Deze laatste bleek daarbij (en bij andere detailonderzoekingen) bijzonder betrouwbaar te zijn, nauwkeuriger dan enige andere oude stadskaart, waarschijnlijk omdat de auteur speciale banden met Leeuwarden onderhield.
Denkelijk heeft de magistraat, trots op de bereikte resultaten, maar vooral met het oog op de noodzakelijk geachte verdere verbetering der vestingwerken, opdracht gegeven om de stad op te meten. Dat geschiedde in 1600 door de wiskundige en ingenieur Johan Semsz (Hoeflinga), die-wellicht op aanbeveling van zijn oom, de secretaris der Staten mr. Eco Isbrandi - mede in dat jaar werd benoemd tot landmeter van Friesland. Johan was toen burger van Leeuwarden en kocht er tussen 1602 en ’08 enkele huizen, welke in 1611 weer van de hand werden gedaan wegens verhuizing naar elders. Door hem werden vele steden afgetekend en fortificaties ontworpen; ook de "Semslinie", de rechtlijnige grens tussen Groningen en Drente (van het Zuidlaarder meer tot bij Ter Apel, 1615) herinnert aan zijn werkzaamheden.
Een zijner boeken, "Tabula pythagorica offte reeckentaefel", droeg hij in 1623 op aan de Leeuwarder magistraat, "mijn gunstige gebiedende heeren", waarbij hij eraan herinnerde, dat hij de stad in 1600 had "afghemeten, daeraf een grontcaertie ghemaeckt ende in cooper laten snijden". Dat laatste werd in 1603 verricht door de kundige Leidse graveur Pieter Bast; een afdruk van de vogelvluchtkaart is door Winsemius opgenomen in zijn Chronique van Vrieslant (Franeker, Jan Lamrinck, 1622). Van deze plattegrond en van een in 1602 door Bast gegraveerd stadsprofiel verscheen in 1970 een nieuwe, ingekleurde editie in offset-druk.
Terug naar Stadswandelingen