Symposium “Kunst en zingeving in het fin de siècle”
Vrijdag 23 november 2007
Historisch Centrum Leeuwarden
De beeldhouwer Pier Pander probeerde in zijn werk door te dringen tot de ‘bezielde kern’ van het leven. Hij was niet de enige in het fin de siècle die kunst probeerde te verenigen met zingeving. In de jaren tussen - ruwweg - 1885 en 1920 veranderde de wereld razendsnel. De snelle ontwikkeling van technologie en wetenschap bevorderde het idee dat de werkelijkheid kenbaar was en rationeel te hanteren. Maar kon de wetenschap, die zich beperkte tot het zintuiglijk waarneembare, ook de aard van de schepping doorgronden?
Ook het vanzelfsprekende, spontane geloof in God glipte echter velen door de vingers. De religie zoals die in de kerken werd beleden, werd steeds vaker in twijfel getrokken. Men zocht naar andere, meer persoonlijke wegen van zingeving. In het fin de siècle zochten kunstenaars van allerlei stromingen en levensbeschouwelijke denominaties naar een uitweg. Ieder op hun eigen manier probeerden zij het Absolute dat schuilde achter de waarneembare werkelijkheid in hun werk te vangen.
Tijdens dit congres in het kader van de Pier Pander Manifestatie belichten vijf wetenschappers deze zoektocht naar zingeving in de kunst. Zij schetsen vanuit verschillende invalshoeken de context waarin het werk van Pier Pander moet worden geplaatst. De lezingen duren steeds twintig minuten waarna er een kwartier lang ruimte is voor vragen en discussie.
Programmma
|
10.00-10.30 |
Ontvangst met koffie |
|
10.30-10.35 |
Welkomstwoord Jan Folkerts, directeur HCL |
|
10.35-10.45 |
Opening dagvoorzitter prof.dr. Wessel Krul Wessel Krul is hoogleraar in de cultuurgeschiedenis van de moderne tijd aan de Rijksuniversiteit te Groningen. |
|
10.45-11.20 |
Dr. Marcel Broersma Pier Pander’s zoektocht naar zuiverheid |
|
11.20-11.55 |
Prof.dr. Yme Kuiper Zoeken naar zingeving in leven en werk van Jan Mankes |
|
11.55-12.30 |
Dr. Mary Kemperink Een schrik van Schoonheid’. Schoonheidsleer en zingeving in het werk |
|
12.30-14.00 |
Lunch en gelegenheid tot bezoek aan het nabijgelegen Pier Pander Museum |
|
14.00-14.35 |
Dr. Marty Bax De Tempel van De Bazel. Tussen theosofie, vrijmetselarij en kolonialisme |
|
14.35-15.10 |
Dr. Lieske Tibbe Een tempel voor gezuiverde kunst: de optimale werking van gemeenschapskunst |
|
15.10-15.45 |
Theepauze |
|
15.45-16.05 |
Slotbeschouwing prof.dr. Wessel Krul |
Inhoud lezingen:
Marty Bax
Aan de Vijzelstraat te Amsterdam staat het imposante, voormalige hoofdgebouw van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, die eens de handel op Nederlands-Indië beheerste. Ontwerper van het in 1926 opgeleverde gebouw was Karel P.C. de Bazel (1869-1923).
In haar voordracht zal Marty Bax de esoterische iconografie en structuur van het gebouw analyseren en laten zien hoezeer moderne theosofie en vrijmetselarij inspiratiebronnen waren voor De Bazel. Daarnaast maakt zij duidelijk hoe dit bouwproject aansloot op oosterse, spiritueel-architectonische concepten, met name op dat van de beroemdste boeddhistische tempel op Java, de Borobudur.
Marcel Broersma
Pier Panders leven en werk zijn te beschouwen als een uiterst persoonlijke zoektocht naar zuiverheid. Hij wilde de essentie raken van mensen en dingen - hun ziel. De kunstenaar was volgens hem in staat het door God bezielde Absolute dat schuilde achter de waarneembare werkelijkheid in materie te vangen. ‘Kunst is een uiting van waar geloof’, schreef hij eens. ‘Want kunst is immers datgene, wat ons leven verdiept, verhoogt, verbreedt, vergewichtigt en vervroolijkt.’ Pander geloofde dat slechts de klassieke vormentaal deze eeuwigheidspretentie kon waarmaken. Hij zocht zijn hele leven naar een samengaan van de klassieke opvattingen over schoonheid en een persoonlijke en eigentijdse invulling daarvan.
Yme Kuiper
Direct na zijn debuut is het werk van de schilder Jan Mankes (1889-1920) dat van ‘een mystieke dromer’ genoemd. Zelf heeft Mankes, in van hem bewaard gebleven correspondentie en aantekeningen, geschreven dat echte kunst, inclusief die van hem zelf, uiting geeft aan ‘geestelijk leven’. De door ons waargenomen realiteit is niet meer dan verschijning, maar de geest die er achter schuilt is werkelijk. Daarbij verwees hij onder andere naar het boeddhisme. Na Mankes’ overlijden was het de gezaghebbende criticus R.H. Roland Holst die meende dat als Mankes langer had geleefd hij zich in zijn kunst tot taoïst zou hebben ontwikkeld. In deze lezing staat de vraag centraal of Jan Mankes’ oeuvre (of onderdelen ervan) daadwerkelijk dit soort ideeën representeert. De spreker zal de intellectuele omgeving van Mankes nader verkennen en ingaan op de in die tijd bestaande beeldvorming over ‘oosterse kunst en religie’.
Mary Kemperink
In het werk van Louis Couperus neemt het woord ’Schoonheid’ een sleutelpositie in. Schoonheid is wat veel van zijn personages zoeken en waarnaar hij zelf ook zegt voortdurend op zoek te zijn. Dit kan de schoonheid zijn van alles in principe: van een kunstwerk, een oud gebouw, een straat, een vlucht libellen of een Italiaans boeren meisje. Voor Couperus is het in hoge mate de Schoonheid (geschreven met een hoofdletter) die het leven zin geeft. Mary Kemperink zal in haar lezing laten zien welke invulling die Schoonheid in het werk van Couperus krijgt en op welke manier hij zijn schoonheidsleer uitbouwt tot een zingevende levensbeschouwing.
Lieske Tibbe
Pier Pander is niet de enige kunstenaar die op het idee is gekomen om een tempel voor de (in dit geval: zijn) kunst op te richten. Zijn tijdgenoot R.N. Roland Holst (1868-1938) deed omstreeks 1925 pogingen om een kunsttempel voor de door hem zeer bewonderde Pierre Puvis de Chavannes (1824-1898) te laten oprichten. Hij wilde diens kunst ‘zuiveren’ van de negentiende-eeuwse architectuur waarin deze zich bevond, een architectuur die voor hem de uitdrukking was van een tijdperk van onwaarachtigheid en lawaaierigheid, van een maatschappij die door de kapitalistische bourgeoisie was gecorrumpeerd. De sfeer van rust en contemplatie die in zijn kunsttempel moest heersen zou daar het tegendeel van zijn.
Het idee dat de kunst ‘gezuiverd’ en ‘gereinigd’ moest worden van de invloed van de burgerlijke maatschappij leefde al bij de avant-garde van het impressionisme: allerlei uitdrukkingen dat de schilderkunst het academisme moest afwassen, frisse lucht moest hebben, wijzen niet alleen maar op een ander gebruik van kleur en licht maar ook op het afschudden van versleten conventies. Wat later gaat het symbolisme nog verder: nu moet ook de inhoud van de kunst essentieel zijn en geen oppervlakkige en toevallige verschijnselen weergeven.
De avant-gardistische afkeer van de burgerij richtte zich ook tegen het ‘burgerlijk’ kunstbedrijf, in het bijzonder de druk bezochte Salons waar honderden schilderijen in vergulde lijsten de wanden bedekten. Dergelijke tentoonstellingen waren in principe verkooptentoonstellingen, en dus commercieel en de kunst ontheiligend. Een alternatief was bijvoorbeeld een harmonieus ingerichte expositie met een strenge selectie van op elkaar afgestemde werken. Een ander alternatief was het onttrekken van de kunst aan het commerciële circuit door geen aan particulieren verhandelbare schilderijen meer te maken, maar architectuurgebonden kunst waar velen van konden genieten. De door Roland Holst geplande tempel was een combinatie van beide oplossingen. De kunst van Puvis de Chavannes, ontworpen als wandschilderkunst, zou in een tempel als door Roland Holst bedoeld pas werkelijk tot haar recht komen. De serene sfeer van Puvis’ kunst zou daar werkelijk de bezoeker kunnen doordringen. De tempel is er nooit gekomen.
Sprekers:
Marty Bax heeft als kunsthistoricus in opdracht van musea en instellingen aan vele exposities en projecten meegewerkt, zoals The Spiritual in Art. Het mysterie van de abstracten 1890-1985 (Den Haag 1987), Mondriaan aan de Amstel 1892-1912 (Amsterdam 1994) en Organische architectuur. Mens en natuur als inspiratie voor het bouwen (Amsterdam 2002-2003). In april 2004 promoveerde zij aan de Vrije Universiteit op het interdisciplinaire proefschrift Het Web der Schepping. Theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan, waarvan in 2006 een handelseditie verscheen.
Marcel Broersma is auteur van Pier Pander, 1864-1919. Zoektocht naar zuiverheid en organiseerde mede de Pier Pander Manifestatie. Hij is als universitair docent verbonden aan de afdelingen Journalistiek en Geschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder publiceerde hij onder meer over de geschiedenis van de Leeuwarder Courant, regionale journalistiek en de ontwikkeling van journalistieke vormen en stijlen. Hij leidt het NWO-VIDI-project “Reporting at the boundaries of the public sphere. Form, style and strategy of European Journalism, 1880-2005”.
Mary Kemperink is hoofddocent moderne letterkunde aan de afdeling Nederlands van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is gespecialiseerd in het fin de siècle en heeft herhaaldelijk over het proza, de poëzie en het toneel van deze periode gepubliceerd. In 2001 publiceerde zij de synthetiserende studie Het verloren paradijs. De Nederlandse literatuur en cultuur van het fin de siècle. Op het moment werkt zij aan een boek over de relatie tussen literatuur en wetenschap in deze periode.
Yme Kuiper is mede-auteur van Woudsterweg. De Friese jaren van Jan Mankes (2007) en ook mede-initiator van het onderzoeksproject Religie en Biografie (inclusief het biografisch project Annie Mankes-Zernike). Hij is bijzonder hoogleraar Religieuze en Historische Antropologie (namens Groninger Universiteitsfonds) en universitair hoofddocent aan de Faculteit der Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de RU Groningen en publiceerde onlangs Van de berg der waarheid naar de vlakte van het individualisme. Een historisch- en religieus-antropologisch perspectief (2007).
Lieske Tibbe is verbonden als universitair docente aan de afdeling Kunstgeschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde over kunst, kunsttheorie en socialisme omstreeks 1900, onder andere R.N. Roland Holst - Arbeid en Schoonheid vereend. Opvattingen over Gemeenschapskunst (Amsterdam 1994, tevens proefschrift) en Vier kunstdebatten omstreeks 1900 (Nijmegen 2000). Zij coördineerde de samenstelling van de bibliografie William Morris in Nederland. Geschriften van en over William Morris verschenen in het Nederlands taalgebied, 1874-2000 (Leiden 2003).
Kosten en opgave:
- Deelname aan het symposium kost € 20,- (inclusief lunch en koffie/thee). Voor studenten geldt een gereduceerd tarief van € 15,-.
- U kunt zich aanmelden bij het Historisch Centrum Leeuwarden, email:
- historischcentrum@leeuwarden.nl, telefoon: 058-2338399
- Er is plaats voor maximaal 75 deelnemers. Inschrijvingen worden gehonoreerd op volgorde van binnenkomst.
- Het congres vindt plaats in het auditorium van het nieuwe Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1.
