Beurs en markten
De taken, die aan de Markt- en Havendienst toevallen, omvatten een veel ruimer terrein van activiteiten en bemoeiingen, dan de beperkende naamsaanduiding van de dienst op het eerste gezicht zou doen vermoeden. In de nog vrij statische samenleving ten tijde van de instelling van deze dienst was de naamgeving misschien wel juist, maar sinds het einde van de tweede wereldoorlog dekt de naam van de dienst de aan hem opgedragen werkzaamheden al lang niet meer. In de Markt- en Havendienst onderhoudt het gemeentebestuur contacten met verschillende facetten van het economisch leven der stad. Tot de werkzaamheden van de dienst behoren:
1. De bemoeiingen met het marktwezen in de ruimste zin, maar buiten de veemarkt, waartoe gerekend moeten worden:
- de beurshandel,
- de markthandel,
- de straathandel, onder te verdelen in de verkoop op vaste standplaatsen en het venten;
2. De bemoeiingen met de diverse vervoerstechnieken:
- het interlokale autobusvervoer,
- het stadsautobusvervoer,
- het goederenvervoer per as,
- de scheepvaart in het kader van het havenwezen.
Beginnen we met het marktwezen, met zijn hierboven aangegeven geledingen, dan mag worden geconstateerd, dat de positie van de Beurs na de oorlog een sterke verandering heeft ondergaan. Zo lang het vooroorlogse Nederland binnen zekere grenzen nog een eigen economisch beleid kon voeren, heeft de Beurs te Leeuwarden een eigen plaats in het economische leven van onze stad en ons gewest ingenomen. Door de oorlog werd dit allemaal anders en ook na de oorlog heeft de handel zich niet weer in de vooroorlogse vormen en omvang hersteld.
De agrarische paragraaf van de Europese Economische Gemeenschap, die op 1 januari 1958 van kracht werd, is uitermate belangrijk en zal, als zij eenmaal in volle omvang in werking is getreden, verstrekkende gevolgen hebben voor de nationale economieën der aangesloten landen. De gevolgen van Europese regelingen zijn reeds merkbaar op het gebied van de graanhandel en die agrarische industrieën, waarvoor onze graanimporten grondstoffen waren in een agrarische verdelingsindustrie. Zo mogen wij verwachten, dat de Europese landbouwpolitiek voortaan in Brussel zal worden vastgesteld en niet in de nationale regerings- of productiecentra. Hierdoor en mede door een rationelere bedrijfsvoering op de landbouwbedrijven, die echter ook weer tegen Europese achtergrond moet worden gezien, is de betekenis van de Beurs te Leeuwarden voor de graanhandel na de oorlog verminderd. In deze dynamische tijd, waarin allerwegen naar nieuwe vormen wordt gezocht, is nog niet te zeggen op welk niveau bestaande instituten opnieuw zinvol ingeschakeld kunnen worden in het moderne economische gebeuren. Grossiersbeurzen voor de handel in levensmiddelen tussen grossiers en detaillisten hebben de laatste jaren reeds hun weg gevonden naar de Beurs, de ontmoetingsplaats bij uitstek voor deze nieuwe handelsvorm. Voorts hebben beurzen voor automobielen, gemotoriseerde landbouwwerktuigen, tractoren en tuinbouwmachines in de Beurs reeds een goede reputatie verworven.
Mede in verband met het zich wijzigende karakter van de handel werd in 1952 een ingrijpende verbouwing tot stand gebracht, waardoor het nu meer dan tachtig jaar oude gebouw, waarvan in 1955 het 75-jarig bestaan werd herdacht, ook in onze tijd zijn functie in een geheel andere maatschappijstructuur redelijk kan vervullen.
Markthandel
Het is duidelijk, dat in de eerste naoorlogse jaren geen sprake kon zijn van een markt, gebaseerd op de voortstuwing van een goederenstroom, die toen ten enenmale ontbrak. Pas toen door de Marshallhulp onze economie weer op de been werd geholpen en de distributie geleidelijk kon worden afgeschaft, begon ook het marktwezen weer te herleven. Het snelle herstel van het marktwezen heeft aangetoond, dat deze vorm van detailhandel zich ook in de gewijzigde omstandigheden van de vijftiger en zestig jaren dezer eeuw zeer goed heeft weten te handhaven. De markt legt nog altijd een druk op de kosten van levensonderhoud, daarmee een wezenlijke economische functie vervullende. Zij werkt mede aan een snelle omzet van massale aanvoeren en massale productie. Wij zien dan ook het verschijnsel, dat in deze jaren in vele gemeenten tot de instelling van nieuwe markten wordt overgegaan. In een tijd van industriële massaproductie beschikt de markt over de apparatuur om een snelle afzet van producent naar consument te waarborgen. Al zal het assortiment van artikelen op de markt veranderen, voor de taakvervulling van de markt is juist in de moderne tijd een ruim arbeidsveld aanwezig.In dit verband moet aandacht geschonken worden aan het feit, dat door de stadsuitbreiding en het snel toenemende verkeer zich ook in deze gemeente de behoefte heeft doen gevoelen uitbreiding te geven aan het marktinstituut. Achtereenvolgens werden algemene weekmarkten ingesteld voor het oosten der stad op het Cambuurplein op 4 juni 1957; voor het westen der stad op 20 juni 1961 in de Menaldumerstraat en ten slotte voor het zuiden der stad in de Dirk Boutsstraat bij de Aert van der Neerstraat op 20 mei 1963. Al deze markten voorzien in de behoeften van de bewoners van de verschillende stadsdelen; als bijzonderheid kan hierbij vermeld worden, dat deze wijk- of buurtmarkten geen afbreuk hebben gedaan aan de weekmarkt, die vanouds op het Wilhelminaplein wordt gehouden. Zelfs kan met redelijke zekerheid de stelling worden geponeerd, dat de wijkmarkten in zekere zin kopers heeft gekweekt voor de centrale weekmarkt op vrijdag. De ontwikkeling in de tuinbouw, het transport van levensmiddelen met koelschepen en koelwagens, de inrichting van gekoelde opslagplaatsen voor de bewaring van fruit, groenten, enz. maken het mogelijk groenten en fruit het gehele jaar door massaal aan te voeren. Al deze technieken hebben het tevens mogelijk gemaakt op dit terrein prijsregelend op te treden.
Gewijzigd zijn ook de mogelijkheden om als marktkoopman op te treden. Was het vroeger voor ieder mogelijk zich als zodanig te vestigen, in navolging van de vestigingsregeling voor het kleinbedrijf, krachtens de vestigingswet kleinbedrijf 1937, is sinds 1960 ook de vestiging als ambulante handelaar, i.c. marktkoopman, gebonden aan vestigingsregelingen krachtens de vestigingswet bedrijven 1954. Dit betekent, dat het verschijnsel uit de crisisjaren, dat men met wat handelsgeld van sociale zaken de straat kon worden opgestuurd om zijn geluk nog maar eens in de handel te beproeven, thans gelukkig niet meer voorkomt. Meestal betekende dit toch de economische ondergang van de op deze wijze geholpene, die door zijn beunhazerij de markt voor de bonafide marktkoopman alleen maar kwam bederven en deze in zijn ondergang meezoog. Ook de marktkoopman moet nu aantonen voldoende handelskennis en handelsbekwaamheid te bezitten, kredietwaardig te zijn en over de nodige vakkennis te beschikken. Evenals de vestigingswet kleinbedrijf tot verheffing van het peil van de middenstand heeft bijgedragen, kan de vestigingsregeling voor de ambulante handel dat doen voor de ambulante handelaren.
In de naoorlogse jaren en vooral in de laatste jaren ziet men het aantal venters van jaar tot jaar teruglopen. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. De verbetering van de sociale positie van de werknemers heeft er toe geleid, dat de werknemer dikwijls in gunstiger sociale omstandigheden is komen te verkeen dan de kleine zelfstandige, die alle sociale lasten volledig zelf moet dragen in een ongelijke economische strijd tegen het grootwinkelbedrijf en de coöperatie. De politiek van volledige werkgelegenheid heeft geleid tot een voortdurende spanning op de arbeidsmarkt, waardoor ieder, die tot werken in staat is, tegenwoordig een plaats in het arbeidsproces kan vinden.
De snel toenemende autodichtheid in ons land is een andere oorzaak voor de inkrimping van het aantal venters, die zich in de vaak overvolle straten ternauwernood met hun voertuig met handelswaar kunnen verplaatsen. Op de verkeerswegen is het venten praktisch overal verboden. Een en ander heeft er toe geleid - zoals hiervoor reeds werd opgemerkt - dat een concentratie van de straathandel heeft plaats gehad op markten en vaste standplaatsen. De straathandelaar kan zijn tijd op deze wijze efficiënter besteden dan door te gaan venten. Hij kan zijn waren op aantrekkelijker wijze brengen en zijn zaken afdoen tijdens een voormiddag- of namiddagmarkt op één en dezelfde plaats. Met het venten was vroeger veelal de gehele dag gemoeid.
Kwamen vroeger kooplieden en publiek overwegend te voet naar de markt, de tegenwoordige markt is uiteraard ook in de algemene motorisering opgenomen. Evenals voor de supermarkt zijn voor een goed geoutilleerde markt onontbeerlijk: ruime toegangswegen en ruime parkeerterreinen. Zowel de marktkoopman als zijn publiek zijn in toenemende mate gemotoriseerd en de moderne koopstijl eist, dat alle inkopen op dezelfde plaats kunnen worden gedaan, zodat de koper met éénmaal parkeren kan volstaan.
Terug
