Oorlogsdagboek Goffe Miedema
deel II (1943-1945)
5 augustus 1943
De rust is weer over gezien bijgaande kranten knipsels. De oogst van één dag. De groene politie staat al weer op het zaailand de wegen zijn weer afgezet en ook de stations en treinen worden weer gecontroleerd. De jacht op onderduikers is weer begonnen en het wordt zeer vaderlandslievend om een mens te verbergen, toch hebben veel Nederlanders hun eigen leven over voor een onderduiker.
Gisteravond iemand van het arbeidsbureau overhoop geschoten in de Willem Loréstraat maar hij is naar het schijnt niet dood, vermoedelijk iemand die al heel wat nare dingen op z’n rekening heeft staan. Verraad, sturen naar Ommen of Vught enz. en dan meestal ook nog groots op eigen prestaties die met menselijkheid niets meer van doen hebben alleen een vasthouden is aan een waandenkbeeld van Hitlers S.S.
Hetzelfde is het geval met alle legerberichten, ook daar niets dan bluf en een krampachtig opofferen van mensen zonder logica. In Nieuw Guinea krijgt de man die een ander doodt er de ziel van die ander bij en waant zich sterker. Zou Hitler een zelfde “tic” hebben? Göbbels moet dan maar weer een mooi legerbericht uitgeven zo in de trant van Onze nederlaag was een succes, geen legermacht had het ons kunnen verbeteren, ook bij het incasseren van tegenslagen zijn we meesters in de kunst gebleken.
10 augustus 1943
Gistermorgen weer 5 liter melk kunnen halen nadat ik een telefoontje had gekregen. Toen ik aan het praten kwam met mijn “vaste boer” kreeg ik het verhaal te horen van de bekeuring der juffrouw die een paar weken geleden er in gevlogen was op dezelfde morgen dat ook ik melk haalde. De dame in kwestie wilde de naam der boer niet zeggen wat de Jong ter ore kwam die toen het besluit nam zich zelf bij de controleurs te vervoegen en zich zelf aangaf waarna de juffrouw kon vertrekken.
De bussen melk, 10 liter, werden verbeurd verklaard waarna aangeboden werd de bussen voor ƒ 50,- terug te mogen kopen, wat aangenomen werd. Dit bedrag was de afkoopsom. Toen de heren met z’n drieën in een hotel onder een slokje zaten, want ook de Jong had z’n boete afgekocht, bleek het dat de heren controleurs het zo slecht van eten en drinken hadden in het hotel. Weet je wat zei de Jong, jullie gaan met mij mee en ik zal zorgen dat een goed maal opgediend wordt met een goeie sigaar toe. Zo gezegd zo gedaan.
De heren hadden een goede dag en de boete die de Jong kreeg zal wel heel erg in der minne geschikt zijn. Het mooie is echter dat de juffrouw ’s middags weer opbelde of ze toch nog melk kon halen, De Jong die deze boodschap aannam, gaf de hoorn aan de controleur waar de dame haar verzoek aan herhaalde. Weet je wat zei de man, wij nemen vanavond de 10 liter melk wel voor U mee.
12 augustus 1943
Door de verordening dat ieder in z’n eigen provincie moet blijven zijn er heel wat vacantie pensions vrij gekomen en men zegt dat daar Noord Duitsche geëvacueerden in ondergebracht worden. Ook gezellig om voor die mensen te moeten zorgen, ik weet wel dat ze alles kwijt zijn, vaak ook familieleden doch Nederland heeft deze oorlog niet ontketend en zich rechtmatig verdedigd. De verhouding zal niet plezierig zijn. De boerderij van boerenleider B. in het Bildt is afgebrand, men wordt overmoedig nu het de Duitschers niet meer voor de wind gaat zodat wraak op de N.S.B.-ers meer en meer tot uiting komt. In Drente gingen al 11 boerderijen van N.S.B.-ers in vlammen op.
Er zijn blijkbaar ook weer dokters aangewezen om opgehaald te worden, mogelijk in verband met keuring voor werk in Duitschland, want Dr. Bangma in de Schrans en Dr. Kwast in Berlikum zijn ondergedoken. Moeder komt vanavond weer thuis van de verhuizing in Amsterdam en schreef een kort briefje dat Vader vanmorgen kreeg en waarin stond dat er maandag sprake was van uitzending van een gedeelte de ingenieurs w.o. ook Willem en dus stond de boel bij het G.E.B. op de kop. De storm is echter tijdelijk geluwd en de rust in de gemoederen terug gekeerd.
Maandagnacht Mannheim, dinsdagnacht Neurenberg, vannacht weer zeer veel gevlieg en dus een volgende stad in puin. Berlijn wordt ontruimd door vrouwen en kinderen en ouden van dagen die niet meer kunnen werken. Afweergeschut wordt echter wel door vrouwen en Hilter Jugend bediend dus die zullen we blijven. Berlijn heeft in verhouding tot Londen nog niet zo veel beleefd wat de Engelsen wel niet op zich zullen laten zitten. De nachten worden langer zodat binnenkort de “trip” wel ondernomen kan worden. Gerard Huizenga zit ook in Berlijn.
Ons gevoel zegt ons dat deze oorlog niet zo lang meer kan duren maar het productievermogen van de Duitschers tegenover dat van de geallieerden is niet te schatten, wel geeft men van Duitsche kant toe dat het overwicht in de lucht “tijdelijk” in andere handen is overgegaan. Het nieuwste mopje: Mussolini krijgt een huis in Zwitserland maar het wachten is op de “schilder”.
Thoma en Marijke groeien als twee duiveltjes op en vooral de jongste begint een hevig willetje te krijgen. De buik vooruit en dan maar razen of wel ze laat zich languit op de grond vallen en trappelt om het leven als ze haar zin niet krijgt. Marijke is weer beter en kan weer einden lopen zonder steeds te klagen: Ik ben zo moe. Misschien helpt de levertraan die ze krijgt. Mama haar ingewanden zijn weer van streek en tevens het humeur. ’t Valt ook niet mee steeds buikpijn te hebben. Het is een vervelende kwaal met die lamme kronkel in haar darmen.
Het beneden zaaltje voor de stalen meubelen wordt mooi, maar nu blijft de schilder weer weg, net als bij Mussolini in Zwitserland. Die mensen hebben steeds 10 klanten waar ze moeten komen om dit of dat te doen. Het wordt een mooi zaaltje alleen de stalen meubelen ontbreken, dat moeten we maar bewaren voor na de oorlog, om het te vullen. Als het klaar is zullen we er toch maar houten meubelen neerzetten dat geeft een veel netter idee, alleen klanten kunnen we er niet mee naar toe nemen want dan willen ze natuurlijk alles kopen en papiergeld hebben we langzamerhand wel genoeg want in feite zijn de briefjes maar stukjes papier waar geen dekking meer achter staat.
De hele zaak wordt langzamerhand speelterrein voor de kinderen, er staat toch niet zo veel meer en met de poppenwagen kam maar gerost worden over het linoleum. Hier en daar vind je een poppenhemd of broek. Marijke haar zangkunst wordt groter, ze heeft nu aan haar repertoire toegevoegd: Ouwe taaie, laat je broek maar waaie want er zit geen elastiek meer in. Thoma zegt nog niet veel maar begint wel meer begrip te tonen van wat we tegen haar zeggen. Marijke praat des te meer. Af en toe slaan we met de vuist op tafel en brullen: Hou je mond! Het helpt maar even. Ze ziet je wat verwonderd aan en mikt hevig. Het ene oog bij wijze van spreken onder het brillenglas door en het andere er overheen. Toch draagt ze de bril met plezier, de ogen vinden het vermoedelijk prettig en hebben wat stuur. Volgende week begint het schooltje weer zodat Opa z’n kameraad ’s morgens weer kwijt is en Moeder de hulp in de huishouding! Want wassen en plassen is Marijke’s lust en haar leven.
Dat hadden de Joden ook wel eens mogen doen in het huis dat ze bewoonden en waar Tiet en Willem nu in gekomen zijn want dat zag er vreeselijk uit vertelde Moeder. De beneden buren waren resp. Jood en N.S.B.-er maar boven woonde een neutraal iemand. Veel Joden wonen er in Amsterdam niet meer, het gros is weggevoerd. Hier in Leeuwarden zie ik alleen klein Isie over straat wandelen. De kleine man met een grote ster op de jas. Het woont in Zuid wel wat rustiger dan in Noord alleen heeft Willem een uur werk om bij de centrale te komen. De reparatie aan hun huis in Noord wordt niet verricht, na de oorlog, geen materiaal en geen mensen en wie weet vallen er nog eens bommen.
De inkoop deze maand weer slecht en de verkoop toch weer hoog. Tiet haar stoffeerder uit Noord was ook slachtoffer van het bombardement, het huis weg, de voorraad weg, terwijl z’n vrouw tot nu toe niet gevonden is. Door de schade enquête commissie werd de man afgescheept met een klein bedrag. Was de boekhouding wel in orde? Met up to date boekhouding word je opgevreten door de belastingen, komt er een ramp dan kun je allicht aanspraak maken op een redelijke vergoeding. Heb je de zaak niet voor elkaar dan kun je wel een behoorlijk bedrag zwart geld in huis hebben maar gebeurt er wat dan is de aanspraak op hulp ook maar klein. De meeste winkeliers hebben een hekel aan boekhouden.
Iemand die drie jaar met geheugenverlies in een gesticht was geweest kreeg plotseling z’n verstand terug en werd de maatschappij ingestuurd maar wist van de oorlog niets af. De man kreeg honger en dorst en stapte het eerste het beste goede hotel binnen en bestelde een borrel, dat leek hem na die drie jaar onthouding een goed begin. De hotelhouder keek echter zeer bedenkelijk en fluisterde: dat kan wel meneer, maar alleen een zwarte. Wat zei de klant een zwarte borrel, is dat wel een goed drankje? Ja meneer prima prima. Nu ja dacht de klant in die drie jaar is er wellicht wat veranderd in de naam van de verschillende dranken. De borrel kwam en was lekker, alleen de kleur was vreemd genoeg toch niet zwart, er werd een tweede en een derde besteld die even goed smaakten waarna een diner opgegeven werd.
De ober vertelde dan krijg ik van U zoveel vlees en zoveel vetbonnen. Bonnen? Nooit van gehoord en de ober haastte zich om te vertellen dat het ook wel zwart kon. De zwarte borrels waren goed geweest dan zou het zwarte diner ook wel smakelijk opgediend kunnen worden en inderdaad was het piekfijn in orde. Een zwarte sigaar completeerde het festijn. De rekening werd gepresenteerd en was ƒ 45,-. Wie is hier nu gek, ben ik het of zijn jullie hier met elkaar niet goed snik om een dermate hoog bedrag te noemen. De klant kon hoog springen of kon laag springen, de nota bleef ƒ 45,-. Het spijt me wel maar ik heb maar ƒ 15,- bij me zei de klant en haalde een gouden tientje en twee zilveren rijksdaalders te voorschijn. Oh mijnheer dat is al lang goed en de ober holde met het tientje naar de kassa om het even te wisselen voor ƒ 150,- zodat de klant nog een handvol briefjes terug kreeg met de opdruk: De Nederlandse Bank betaalt aan toonder enz.
Hoofdschuddend en zeer wantrouwend verliet onze herstelde patiënt het hotel. Hij was pas uit een gesticht ontslagen doch bedacht dat de mensheid in z’n geheel ook wel een poosje opgeborgen mocht worden en de hotelier in het bijzonder. Alles zwart en dan ƒ 45,- vragen voor een diner, voor een tientje ƒ 150,- geven! Er lopen meer gekken buiten rond dan er opgeborgen zitten. Arme man wat moet je nog veel leren, voordat je je thuis zult voelen in onze beroerde wereld met z’n bonnen en z’n bommen.
3 september 1943
Al weer een paar weken geleden dat ik voor het laatst m’n weekboek bij gehouden heb, veel valt er niet te vertellen.
- Sicilië gevallen
- Inval in Calabrie door de geallieerden
- Koning Boris doodgeschoten of vergiftigd
- Opstand in Denemarken, een deel der vloot vlucht naar Zweden
- Hevige Duitsche scheldpartij op Zweden wegens z’n pro geallieerde houding in een conflict bij tot zinken gebrachte treilers
- Himmler wordt minister van binnenlandse zaken en laat als voorbeeld een ambtenaar doodschieten die wat defaitistisch werd
- De grote Duitsche steden worden geëvacueerd
- In Rusland terugtocht volgens de plannen
- Göbbels vindt het nodig om nevenstaand stuk te schrijven
- Hitler praat niet veel meer, is een mooi weer redenaar
- Jeltje maakt kinderdekens van juken die we met watten vullen
Gisteren was ik weg te tennissen in Assen voor de competitie en Oma hield Ger en de kinderen gezelschap. Bij het middag eten prevelde ze Marijke het gebed voor van Here, zegen deze spijzen. ’s Avonds voor het boterham eten herinnert Marijke zich een en ander en gaat er echt voor zitten, vouwt haar handjes, en begint hevig met de ogen te knipperen, dicht doen vindt ze zeker wat eng. Je kunt nooit weten wat er gebeurt, denkt ze, ik moet er bij blijven. Ze begint wat te mompelen en ineens komt er uit: deze spijze zingt.
Vanmiddag om twaalf uur mocht Marijke nog even op straat met haar door “Oom Diek” gemaakte karretje. Om half een ging ik buiten kijken om ze op te halen om te gaan eten maar geen Marijke te zien. Ik heb de fiets genomen en ben alle straten afgereden op zoek maar niets te vinden. Om een uur toen er personeel kwam, hielpen die ook nog zoeken, zonder resultaat en had Ger ondertussen de politie opgebeld, maar daar schonk men weinig aandacht. Tegen twee uur kwam de dame zelf weer aan “karren” met het verhaal dat ze had mogen likken aan een ijsje van andere kinderen, en een soldaat (agent) had gezegd dat ze niet midden op de weg mocht lopen.
Thoma is niet recht goed, heeft blaartjes op tong en verhemelte die haar pijn doen. Ger haar vriendin, Annie Rodenberg, de kinderarts, zei dat het soms van de melk komt. Er heerscht op het ogenblik veel mond en klauwzeer onder het vee. Een ziek kind is niet prettig, je wilt er graag wat aan doen.
Vanmorgen gehoord dat voor een doosje sigaretten ƒ 10,- betaald wordt, ik weet dat alles niet zo goed omdat ik zelf niet rook en we de bonnen verruilen, daarom worden door veel mensen de straten afgezocht naar peukjes: Buk, shag! Het meubelverdelingsbureau is ook buiten werking gesteld. De zaak was dat we voor elke vergunning een kamer terug konden kopen. Wel namen we veel in maar ameublementen terug kopen, ho maar. De fabrikanten en grossiers moeten inventariseren. Zien wat er nog is.
8 september 1943
Italië legt de wapens neer. Onvoorwaardelijke overgave aan de geallieerden. Het toch nog te lang uitgebleven nieuws verraste iedereen. Enorm hè, zei de een en dan knikte de ander. Meer woorden waren niet nodig om van elkaar te weten wat gaande is. Officieel mogen we nog niets weten en is de Engelse zender een dodelijk gevaar. Op straat roept iemand die de laatste nieuwtjes weet een kennis bij zich en vertelt zachtjes aan de ander het een en ander. Plotseling een verheugd gezicht. Is het werkelijk waar?! Zo is op slag, ondanks het inleveren der toestellen toch iedereen vlug op de hoogte. Het luisteren naar de Engelse zender de kop indrukken blijkt onbegonnen werk. Hoe het zij een stap dichter bij de vrede welke dan niet door de Duitschers gedecreteerd zal worden.
Verrassingen kunnen nu wel eens van alle kanten komen, laten we het hopen dat men in Duitschland zelf ook het hopeloze in gaat zien van deze zinloze verdediging tegen de overmacht die met de dag groter wordt. Wie is het eerste in Berlijn, de Russen of de geallieerden? Naar meegedeeld wordt is op 3 september al vrede gesloten maar men wilde de Engelsen en Amerikanen de eigen stellingen geven voordat de Duitschers deze in bezit namen. Er werd zelfs opdracht gegeven zoveel mogelijk Duitschers onschadelijk te maken, wat in het gewapende Italië nog mogelijk is ook. In Griekenland en Albanië krijgt de bevolking de wapens van de Italianen die verzocht zijn zo vlug mogelijk naar eigen land over te steken. Geen wonder dat de Duitsche pers en radio heftig reageert. Italië is op een minder fraaie manier de oorlog begonnen en viel het zwakke Frankrijk in de rug aan toen de Duitschers de overwinning in de zak hadden en het eindigt deze oorlog door z’n aanstaande broeder in de steek te laten. Vreemde lui, die orgeldraaiers.
Een broer van een van onze kaartvrienden, Meindert de Jong, moest in Duitschland werken, werd daar ziek, kreeg pleuris en TBC. Opname in een ziekenhuis was noodzakelijk, ieder heeft daar de keus om zonder hulp dood te gaan of beter te worden. Een veel te gering aantal zusters moet de zaken op gang proberen te houden en moet voortdurend improviseren. Na zeer veel moeite is het Meindert eindelijk gelukt om papieren te krijgen om z’n broer uit Dessau te mogen halen. De jongen ligt nu doodziek in het Diaconessenhuis. Hoe vaak staan er op het ogenblik overlijdensadvertenties in de krant van jongens en mannen die in Duitschland het loodje leggen.
Een paar artikeltjes uit de krant van gisteravond, elke zin ademt nog van overwinningen en tamtam. Vooral het stukje over de uitgeweken fascisten is keurig en op papier erg sterk. Ondertussen zijn er grote aantallen Tommy’s aan land gegaan en wordt er om Napels hevig gevochten. Eerst Napels zien en dan sterven was vroeger een slagzin en symbolisch voor al het mooie dat de stad te bieden had aan cultuurschatten, maar nu zal het voor velen werkelijkheid worden. De Russen zeggen dat ze doorgebroken zijn en de Duitschers geven toe dat ze troepen uit Rusland opgehaald hebben om de geallieerden in Italië een halt toe te roepen. Gisteren in het Kanaal grote vloot- en luchtmacht manoeuvres door de Engelsen. Ook tamtam?
16 september 1943
Mussolini door de Duitschers bevrijd uit Badoglio’s gevangenschap, de Amerikanen maakten natuurlijk ook jacht op de man, maar Hitler is wat vlugger gebleken. Het 5de Amerikaanse leger bij Napels zit wat in de klem, een ander leger is onderweg vanuit het zuiden om hulp te bieden en we zullen maar rekenen dat ze op tijd komen, dat oprukken over smalle wegen is niet zo heel eenvoudig.
Uit smokkelbrieven uit Duitschland blijkt dat de nachtelijke bombardementen op de grote steden met geen pen te beschrijven zijn. De verschrikkingen van de zeer zware brisantbommen met daarbij de grote aantallen phosphorbommen verwoesten onnoemelijk veel. Hitler kan wel zeggen, we zullen sterk zijn maar op een bepaald ogenblik verliest ook hij z’n vat op de Duitschers en op de partijleiders. Het laatste zal wel het belangrijkste zijn.
Grootscheepse frontverkortingen, daar had de krant het gister over en ik vind dat dat nog wel wat zegt, terwijl de Duitsche kranten op regen hopen om het Russische offensief op te keren en zelf weer wat op krachten te komen. 68 Italiaanse oorlogsschepen in geallieerde handen terwijl er heel weinig schepen meer door de Duitschers tot zinken worden gebracht door de duikboten. Op de een of andere manier worden ze opgespoord en vernietigd, dus de aanvoer naar Engeland kan in vergroot tempo geschieden.
Een troep Duitsche soldaten loopt zingend langs de Nieuwestad. Dezelfde liedjes over Heidemarie, Vaterland kann’st ruhig sein, enz. die we nu al drie jaar horen en er zat van zijn, maar goed, twee oudere mannen staan op het trottoir de stoet aan te zien en plotseling vloekt de een en zegt: Zou je ze g.v.d. niet. De andere man er overheen, maak je niet druk, als ze zingen dan vechten ze niet, dan vreten ze niet, en dan hebben we geen last van ze.
In een brief die Gerard naar huis schreef stond over de bombardementen op Berlijn: maken jullie je niet bezorgd om mij, Berlijn is erg groot en ik ben erg klein.
Rare stukjes bluf staan er nog steeds in de krant, hier is er weer één. In een circus komen twee clowns binnen met een kruiwagen, als ze midden in de piste zijn wil het ding ineens niet meer rijden. Ze zien en ze zien en dan zegt de een plotseling zeer verbaasd: De as is kapot! Oh zegt de ander dat zal ik wel even repareren en haalt een enorme Engelse sleutel uit z’n zak. Beide clowns en de directeur van het circus “zitten” reeds, de Grüne Polizei, kon deze grap niet appreciëren. Hang kreng hang, foetsie moetie.
Zondag 19 september 1943
Zondag 19 september waren Vader en Moeder veertig jaar getrouwd en hebben we met elkaar een gezellige dag gehad. Tiet en Willem waren ook dankzij een pas die Willem kreeg in verband met een bezoek dat gebracht moest worden aan de electrische centrale alhier. Op die manier was een pas los te krijgen waar men van Duitsche zijde niet vrijgevig mee is, zo moet je maar wat bedenken om je familie te bezoeken. De familie de Jong, van moeders kant, konden dus niet aanwezig zijn, waarom Vader en Moeder van te voren hun vacantie maar bij de broers doorgebracht hebben. Het was zondag een gezellige dag met elkaar, dankzij een paar taarten en een lekker diner. Op extra bonnen die verstrekt waren door de distribueerdienst kon iets extra’s op tafel gezet worden.
21 september 1943
Dinsdag ben ik met Tiet en Willem teruggereisd naar Amsterdam waar we een Gima vergadering hadden. Het is echter hopeloos om iets los te krijgen van een textiel fabrikant. De gang van zaken om een matrasstel te krijgen is zo: de klant heeft een vergunning van de distributiedienst gekregen waar wij dan een bed op leveren, papierdamast met een kunstzijden draad erdoor heen geweven, vulling, celstofwatten, ook papier. Wanneer wij nu weer een matrasstel terug willen kopen, moeten we eerst een fabrikant vinden die bereid is een stel te leveren.
De fabrikant geeft een bereidverklaring af aan ons. Wij moeten invullen een verzamelstaat, hierop textielzegels plakken en verder nog een verklaring in drievoud tekenen en invullen. Het hele zaakje opsturen naar Amsterdam waar beslist wordt of aflevering door de betrokken fabrikant aan ons mag geschieden. Want het kan ook zijn dat door een bombardement ergens anders eerst geholpen moet worden. En eindelijk hebben we dan weer een papieren bedstel terug om een volgende klant gelukkig te maken. Een hopeloos gemodder. Een enorme organisatie om de zeer kleine voorraad goederen nog zo geschikt mogelijk te verdelen en een legertje ambtenaren te behoeden voor uitzending naar Duitschland.
Met meubelen is het ook knudde. Op de officiële manier is er niets te krijgen. En op de niet officiële manier sta je met een been in de gevangenis, want men houdt nog altijd vast aan het winstbedrag in geld als gold op 10 mei 1940, en is het calculeren op die manier een doodssteek voor de zaak en het bedrijfskapitaal. Nu pas weer bureaus gekocht terwijl boekenkasten en ledikanten geleverd werden want bureaus mogen door de fabrikanten nog zonder vergunning aan de winkeliers worden afgeleverd.
Wij op onze beurt moeten het zaakje dus ook weer voor bureaus en zonder vergunning door verkopen. Je zit steeds in de moeilijkheden en knoeierij want de prijs van de bureaus was ook hoger dan normaal. Je probeert de zaak gaande te houden. Wat zeker is, is dat we na de oorlog een enorm bedrag aan guldens nodig zullen hebben om een voorraad terug te kopen zoals we in 1940 hadden. Vermoedelijk is dat niet mogelijk en hebben we nu al een behoorlijk deel opgegeten ondanks de enorme papieren winsten die weggezogen worden.
Gisteravond weer een lang gedaver van Engelse vliegtuigen, het leek wel de lang verwachte invasie. Hannover en Oldenburg hebben het moeten ontgelden zodat de overlevenden net als in Keulen en andere steden als holbewoners verder hebben te leven. Hoe moet dat gaan bij een strenge winter? De Duitschers zijn wel wat mans, ze weten dat ze met de rug tegen de muur vechten, als die muur (hoop op de overwinning, geloof in Hilter en trouw an der Heimat) dan maar houdt. De een zegt nog een paar maanden, en een ander een paar jaar, de vrede komt elke dag een stap dichterbij. De langste tijd hebben we gehad, de zwaarste misschien nog niet. Achteraf redeneren is zo gemakkelijk en vooruitzien zo moeilijk.
26 september 1943
Marijke voelt zich niet erg goed deze week, de ene dag fleurig en de andere begint ze hangerig en vervelend te worden. Hetzelfde recept als vorige keren. Pijn in het buikje enz. Dr. Maas wist geen oplossing en toen is Ger maar met haar naar Dr. Oberius Kapteyn, de kinderarts, geweest die na zorgvuldig onderzoek verklaarde dat de amandelen en klieren in de hals ontstoken waren. Het kan ook best zijn dat alles voortkomt uit de neus, een soort verstopping, vooral omdat ze haar neus nooit behoorlijk snuiten kan. Een keelarts zal er ook nog naar moeten zien en misschien opereren. Dr. Kapteyn zei dat het eten van kool de kwaal erger gemaakt had.
Ger voelde zich vanmorgen ook katterig en kroop in bed, terwijl we nu de verwarming maar aangezet hebben omdat de toewijzing en de ontvangst van brandstof nogal behoorlijk is, terwijl er ook nog wat kolen overgebleven zijn van vorig jaar, durven we het aan en rekenen maar op een niet strenge winter.
Met de oorlog schiet het wel op als je in maanden rekent maar in dagen en weken kom je er niet, de Duitschers hebben een veel te lange adem. Hoe lang nog het gevlieg ’s nachts, hoe lang nog de files mensen voor de kousenwinkels, voor de groenten en het snoep, waar moeders met kleine kinderen op de arm uren in de rij moeten staan. Kinderen alleen thuis laten is ook niets gedaan en als het hummeltje dan meegenomen moet worden, dan maar op de arm, want kinderwagens zijn er alleen van karton en schreeuwend duur. Hoe lang nog de barstens volle trams en treinen in en om Amsterdam met hun vaak kapotte raampjes. Hoe lang nog het gesleep ’s avonds om eten, de twee maal in de week naar Jellum en één keer naar Lekkum. Een troost, in verhouding tot de rest van het land hebben we hier in Leeuwarden een paradijs.
Suus en Roelof in Lekkum hadden een broodmager Rotterdams jongetje een poos in huis. In 1940 de woning verwoest, de Vader opgehaald en gestorven in een concentratiekamp. Dat zijn verschrikkingen die tellen. Wat wij zelf meemaken zijn wat ongemakken, b.v. als je trouwt dan mag er in het vervolg maar 1 paard voor de trouwkoets lopen en mogen er maar 2 volgrijtuigen achteraan.
Een lijstje distributie nieuws en een lijst gefusileerden. In de laatste zin staat dat de moorden op Seyffardt enz. hun vergelding gekregen hebben. Wordt hiermee bedoeld dat maar weer een willekeurig aantal mensen doodgeschoten is, mensen waarvan men alleen weet dat ze geen N.S.B.-er zijn? In dezelfde krant van 1 october staat dat in Meppel 3 N.S.B.-ers doodgeschoten zijn, Mussert kondigt aan dat N.S.B.-boeren bewapend zullen worden; aan de overkant komt bericht dat een N.S.B.-secretaris van de Apothekerskamer er met ƒ 25.000,- vandoor is, dat een N.S.B.-rechter steekpenningen aanneemt en dat een N.S.B.-accountant bij de prijsbeheersing zich voor 25 mille laat omkopen. Het is voor Mussert een hele toer om met een dergelijk stel corrupte leden een ideale maatschappij op te bouwen. De boerenleider Roskam krijgt ontslag, iets extra’s verdiend?
Vandaag staat in de krant dat Corsica volgens de plannen ontruimd is, terwijl al het materiaal behouden meegenomen kon worden. Een mooie basis kan dat worden voor de geallieerden om b.v. Weenen aan te vallen. De terugtocht der Duitschers in Italië en Rusland gaat gestadig door, de overmacht aan materiaal en mensen wordt te groot en kunnen ze het niet meer bijbenen. Mensen, houdt toch op en sluit vrede.
Marijke is weer veel beter, begint haar middageten en de boterham weer met smaak te consumeren. Ger zei tegen me: Het hele jaar heb ik m’n best gedaan op alle mogelijke manieren om er een stevige meid van te maken, wat ook prima gelukte, en nu is er in één, twee weken wel vijf pond afgegaan en is alles voor niets geweest. Ik weet het niet, het kan natuurlijk ook best zijn doordat Marijke zo goed was, dat deze aanval zo vlug verlopen is. Voor haar jaren is ze een reuzengroot kind en doet niet onder voor meisjes die enkele jaren ouder zijn. Ook Thoma wordt groot. Met praten is het echter nog niets gedaan. Dat lijkt nog nergens op. Mama, Papa, Cojie, dat is zowat het enige. Af en toe als ze wat te zeggen heeft, mompelt ze hele volzinnen waar geen kop of staart aan te vinden is. Ger zegt dan in zulk geval: Och, die lekkere schat en een knuffelpartijtje volgt. Marijke zegt dan natuurlijk direct: Ik ook Mama.
Vervelend dat de zomertijd weer voorbij is en we ’s avonds om ruim zes uur al verduisteren moeten. De lange winter staat voor de deur. Gisteravond zijn tenminste al weer een paar mensen de Nieuwestad ingelopen ondanks de witte hekken langs het water bij de Pijpen. Om alle grachten te omwallen is ondoenlijk, er is geen hout voor.
Gezellig zijn de avonden wel. Ger aan het breien van het een of ander kledingstuk van uitgehaalde wol. Dezelfde wol wordt net zo lang gebreid, gedragen, uitgehaald en weer wat anders mee gebreid totdat ze versleten is en met bloedend hart tot poetsdoek wordt gedegradeerd. Broekjes voor de kinderen zijn er altijd weer nodig waarvoor de Omoes dan ook vaak ijverig bezig zijn, de beide kinderen groeien snel en slijten veel.
De Duitsche dinsdagavond drama’s in de bioscoop zijn weer geëindigd. Het is tien uur en de heren gaan zingend van het schöne Heimat, waar het tussen haakjes wel niet zo schön meer zal zijn, naar de kazerne of een of andere school waar ze hun bivak hebben opgeslagen. Elke dinsdagavond is er speciaal voor de Wehrmacht een filmavond in Tivoli, naast ons, wat evenwel niet belet dat toen ik gisteravond met een kennis naar de Cinema was, het daar ook vol zat. Elk had z’n liefje meegenomen. De vreemdelingenindustrie bloeit hier in Leeuwarden lustig en we bevonden ons in illuster gezelschap wat het vrouwvolk betrof; wat de heren vreemdelingen aangaat, daarover kan en mag ik geen woord zeggen.
In Duitschland zal hetzelfde beeld wel te zien zijn, maar dan zijn het de buitenlandse arbeiders die Anschluss zoeken en vinden als je maar op de proppen komt met geld of goederen. Zonder vrouwen gaat het hier niet en gaat het daar niet.
Het journaal bij de films is niet erg overwinningachtig meer, er zit geen fut meer in. Dit jaar zijn we in de verdediging maar het volgend jaar dan zul je eens wat zien, dan gaat het er op los en verslaan we alles en iedereen. Vorig jaar verloren de Sovjets op de film alles, je zag brandende tanks en noem maar op, vliegtuigen die onder veel lawaai afgeschoten werden en stromen krijgsgevangen, en alles aan elkaar verteld door een spreker waarvan je zou zweren dat hij erin geloofde. Hè hè, zeiden we na afloop, wat een lawaai. Ieder had een hekel aan het journaal omdat het propaganda maakte op een manier die kermisachtig aandeed en waarvoor men de schouders ophaalt. Zeg maar ja en amen.
Een dame stapt een kousenwinkel binnen en zegt tegen de verkoopster: Ik wil graag een paar bruine kousen hebben, ze mogen best zwart zijn, maar U moet het niet te grijs maken. Ook in onze zaak werken we zo erg met al die kleuren en is de in- en verkoop één grote aanfluiting van de bepalingen die alle dagen in nieuwe vormen en hoeveelheden op je afkomen. Het is een vervelend gevoel altijd in overtreding te zijn en het bezorgt me af en toe een slapeloze nacht. De volgende morgen worden de prijzen van het goed weer wit gemaakt voor mogelijke controleurs, maar komt er dan een klant, dan moeten ze weer zwart worden, want je kunt toch niet met verlies verkopen? En wanneer komen die controleurs? Stappen er twee heren de zaak binnen, dan heb je direct het gevoel: nu zul je het hebben en m’n hart klopt me in de keel. Twee mannen met een aktetas geeft meestal donderen.
Het zijn niet alleen de prijzen, maar het hele zwarte zakendoen dat enerverend is. Kopen zonder factuur, kopen met een douceurtje, iets kopen met facturen die niet kloppen met het ontvangen goed, enz. Komt er een klant dan moeten eerst de prijskaarten van het goed gehaald worden, want die kaartjes zijn er voor de controleurs. Een voorraadboek dat verdoezeld moet worden omdat er teveel in staat, een voorraad die niet klopt met de balanswaarde, noem maar op. De zenuwenoorlog maakt de mensen prikkelbaar en nerveus, al kun je er de ene dag beter tegen dan de andere. Alles zal reg kom, heeft Paul Kruger vroeger gezegd. Laten we het hopen. Reken maar op een boete en calculeer die alvast in de prijzen, die je nu vraagt. De staat moet geld gebruiken en op welke manier dat er komt, doet er niet toe. Hetzelfde geldt voor arbeidskrachten voor Duitschland.
9 Oktober 1943
9 October 1943 en 9 october 1941, welk een verschil. In 1941 stond in de krant: Rusland is verslagen, het enige wat de Duitsche legers nog hebben te doen, is het land schoon vegen en zie het verschil met nu. Het is waar dat er enorme Russische legers van de kaart geveegd zijn, maar misschien is door de grote Amerikaanse hulp een verder opdringen naar Moskou voorkomen en kan er nu uit een ander vaatje getapt worden en is de Russische Wodka sterker dan het Duitsche bier. De Krim hebben de Duitschers nog bezet, maar het front loopt verder langs de Dnjeper noordwaarts.
Wat een verschil met 1941. Nu is geheel Noord Afrika verloren, Italië voor de helft bezet en steeds maar terugtrekken. In de kranten staan steeds stukjes over hoe vreeselijk we het zullen krijgen onder Russisch of onder Engels-Amerikaans bewind. Het schijnt nog niet uitgemaakt te zijn, wie van de twee de baas wordt en wat het ergste is. Aan de andere kant schreeuwt een voorman van de N.S.B. in de Groene Weide over: Er hangt wat in de lucht, er komen nieuwe wapens, maar zaten de Amerikanen vannacht al in de lucht met één lang gedaver van nu reeds bestaande toestellen. Drie kwartier duurt zoiets. Een lang aanhoudend gedreun.
Het geluid is wel niet zo sterk, maar het is zeer intensief en dreigend waar we naar liggen te luisteren in bed, toch met medelijden vervuld voor de onnoemelijke ellende en verwoesting, die weer een Duitsche stad zal treffen en grotendeels wegvagen. Ook daar wonen kinderen als Marijke en Thoma. Niet alleen ’s nachts maar ook overdag trekken zwermen vliegtuigen, vooral de grote viermotorige, naar bijna alle Duitsche steden en al worden er een vijftig per dag neergeschoten, er komen steeds meer aandaveren om Duitschland plat te krijgen.
Zou er toch nog gas of ziekteverwekkende bacteriën gebruikt moeten worden om de eigen ondergang te keren? De tijd zal het leren.
Getijden van Hans Martin blz. 445.
September 1936
De Prinses verloofd. De koningin spreekt voor de radio en deelt het heugelijke nieuws mede. Hoe fleurig was die tijd, hoe onbezorgd, en wat was het leven ongecompliceerd en zonder angsten voor mij. Ook toen waren er ellendige dingen in menig huisgezin, was er nogal wat werkloosheid, maar de brede massa van het Nederlandse volk raakte het niet. Dat dronk toentertijd oranjebitter en stak de vlaggen uit.
Bij het lezen van die bladzijden komt het verlangen naar die tijd erg naar voren, vooral als je pas het jammerlijke nieuws gehoord hebt van Anne Baas’ overlijden in Japanse krijgsgevangenschap. Dan pas voel je weer eens in welke zorgelijke omstandigheden de wereld op het ogenblik verkeert. De ouders krijgen een simpel, wekenoud telegram, zonder bijzonderheden en hebben het daar mee te doen. Weten niet wat er gebeurd is, hebben geen troost kunnen geven, zijn volkomen machteloos en Thoma zit met twee kleine kinderen in Indië. Dat is oorlog!
Anne, even lang en mager als ik, waar ik op een zondagmorgen voor de Friese kampioenschappen tegen moest tennissen. Het was ’s morgens om negen uur dat we op een stille baan begonnen, dan won hij een game en dan ik, een eindeloze partij, die ons beiden volkomen uitputte. We waren volkomen aan elkaar gewaagd. De eindstanden weet ik niet meer, alleen hij had op het laatst nog wat reserves over en won, maar we hadden er twee en een half uur over gedaan. Anne kreeg een half uur om bij te komen om de volgende ronde te spelen, maar daar kwam niets meer van terecht en hij verloor van een zwakker iemand in de kortste tijd. Anne die in maart 1940 naar Indië vertrok om daar leraar te worden op een H.B.S., hier de oorlog misliep, in 1942 meegevochten heeft, in Osaka in krijgsgevangenschap gezeten heeft en nu is overleden aan dysenterie vermoedelijk, het telegram duidde in die richting. Herman Feenstra, Watse Hepkema en nu Anne Baas uit onze tennisclub zijn er niet meer.
Het aantal arbeidskrachten in Duitschland is nu boven de 400.000 gestegen en er moeten er meer komen om te helpen de niet snel genoeg draaiende oorlogsindustrie op te peppen. Duitschland vraagt steeds meer mensen, de manier waarop doet er niet toe. Zorg dat ze komen, zegt men tegen de N.S.B. Dat er van die 400.000 nog al eens één ziek wordt, doet er niet toe. Duitschland zal en moet de verloren zaak winnen en alles is geoorloofd in oorlog en liefde.
Moeder wordt op het ogenblik bestraald in het Diaconessenhuis vanwege een arm die stijf en pijnlijk is. In hetzelfde kamertje ligt ook een man onder de hoogtezon, die men probeert te genezen van een longaandoening die hij in Duitschland opgelopen heeft. Heel wat mensen zullen een kwaal uit dat land mee naar huis nemen, tenminste als ze terugkomen.
Van Gerard komen zeer onregelmatig berichten binnen, het is goed met hem mede dankzij voedselpakketten, die hem toegezonden worden van thuis. De radiotoestellen kunnen ingeleverd worden tot 20 october, wordt nadien een toestel gevonden, dan wordt de inboedel verbeurd verklaard. Nu, ze doen maar.
Bij het opruimen van de zolder kwamen de vier rood-wit-blauwe vlaggen tevoorschijn, ze zijn netjes gewassen en opgerold en het wachten is nu op het ogenblik dat ze vrijuit in het Oranjezonnetje kunnen wapperen.
Marijke haar amandelen worden vrijdag geknipt, misschien knapt de freule er van op en raken we het geklaag van: Mama, ik heb zo’n zieke buik, kwijt en wordt ze wat minder vatbaar voor buikgriepjes of hoe je de kwaal wil noemen. Marijke is een druk zenuwachtig kind, of ze zich zo rustig aan de dokter zal toevertrouwen, waag ik wat te betwijfelen. Het wordt verdoofd en van de operatie zal ze wel niet veel last hebben, maar het is een vervelend karwei, ook voor Mama die ze zelf naar het Diaconessenhuis zal brengen.
17 oktober 1943
Marijke was vandaag alweer een hele held na de amandel knipperij van vrijdag. Ze had honger en de keel deed zeker niet erg veel pijn meer, waardoor wat soep en pap er lekker invielen. Morgen moet ze maar weer naar beneden te slapen, zodat Thoma weer gezelschap heeft. Van de hele operatie weet ze niet veel, alleen vond ze het opzetten van de narcosekap niet erg prettig, want het rook zo vies. Ongeveer 15 kinderen werden achter elkaar door Dr. Weersma geholpen, aan de lopende band dus, terwijl Ger een “gebruiksaanwijzing” mee naar huis kreeg. Bijna elk kind schijnt last van “mangels” te hebben en moet geholpen worden. We zullen hopen dat Marijke van deze ingreep opknapt.
Thoma is zo gezond als een vis, eet lekker en veel en is zeer eigenzinnig, slaat erop als ze het anders voor de geest heeft en ziet je zeer “verwaand” aan zou Marijke zeggen. Wat ziet ze weer verwaand hè Mama, zegt onze oudste dochter, die zich zelf al heel wat mans vindt, hoewel ze een vrouwtje is. Vanmiddag hebben Ger en ik een eind gewandeld met Thoma in de kinderwagen. De kap naar beneden en Thoma staande in de bak. Zeer parmantig met haar puntmuts op beziet ze alles wat we tegen komen. Kleine kinderen, honden en katten hadden haar bijzondere aandacht waar hele predikaties tegen afgestoken werden, geen touw is er aan vast te knopen, maar wel valt te begrijpen dat ook wij naar al dat moois moeten kijken.
Oma paste op Marijke zodat Ger en ik er ongehinderd even tussenuit konden trekken en in het prachtige najaarsweer een fikse stap konden doen naar Huizum. Het nieuwe park is geheel omgespit zodat de rozen tussen de kool bloeien. Allemaal volkstuintjes om de stad heen. Enorme kwanta groenten worden er verbouwd; toch zien de Duitschers kan om de zaak krap te houden.
Ja, we zijn niet voor niets de groentetuin van Europa, zegt 6 ¼ en Mussert houdt ons steeds maar voor, dat er in de dertiger jaren vaak groenten doorgedraaid werden waar toen Duitschland om zat te springen. Alleen betalen, ho maar, gratis natuurlijk. Göbbels zei: Het is beter dat we kanonnen hebben dan boter. Nu wordt voor straf alle groente weggehaald. De logica ligt er zo dik bovenop. Maar ja, we hebben vroeger nooit begrepen dat we eigenlijk in de eerste plaats voor Duitschland hadden te zorgen en die lacune wordt nu goedgemaakt. Hele volksstammen leren het nooit.
Gisteravond kaartkennissen op bezoek gehad die kippen houden. Ook over die nuttige dieren hebben we lang en breed gesproken en over de zorgen, die ze op het ogenblik geven. Ja, zie je, vertelde “Oom Faber”, wij moeten voer hebben, maar dat kunnen we alleen krijgen als we eieren inleveren en nu moeten er nog 15 stuks komen, dan krijgen we weer voer. En nu zien we die beesten de hele dag in de kont, er komt maar niks. Ger heeft de kippen vorige week bezien, een kaal geplukt stel met de honger in de hals. Vorige week had de familie er maar één opgegeten. Hij of liever het is een zij, was drie jaar oud en wel wat taai, maar ja, zo nauw zie je tegenwoordig niet, ze had nog wel een best stuk vet om het lijf, waar dat voer dan al niet goed voor is.
Uit de gevangenis schijnt een van de mannen, betrokken bij de overval op het arbeidsbureau in Gerson, ontsnapt te zijn samen met een bewaarder. De man was ziek of gewond en lag eerst in het Diaconessenhuis, waar ook al een ontvluchtingpoging gedaan is, die evenwel mislukte doordat een der zusters, die in het complot zat, het op de zenuwen kreeg en begon te gillen. Knap werk om de man uit de klauwen van de S.S. te redden, ondanks de natuurlijk zeer strenge bewaking.
Inspecteur Hombrink, de plaatsvervangend commissaris van politie, is ook gevangen genomen wegens het waarschuwen van ondergedoken mensen, wanneer de politie huiszoeking ging doen. De Duitschers schenen achterdocht te koesteren en stuurden twee N.S.B.-marechaussees buiten het politiebureau om op onderzoek uit te gaan en troffen de gezochte man thuis aan en toen liet deze zich ontvallen: Maar Hombrink waarschuwt anders altijd vooruit. Het is ook mogelijk dat ze de man deze bekentenis afgeperst hebben. Het lijkt me een vreselijk gevoel, deze gedachte te moeten dragen dat je iemand verraden hebt en de dood ingedreven. Een der bonzen van de N.S.B. heeft een dezer dagen gezegd dat het hele politieapparaat hier in Leeuwarden rot is. Het kwaad zal met wortel en tak uitgeroeid worden, riep deze vaderlandslievende Nederlander uit.
Wegens de drukte en om rijvorming te voorkomen werden door het kledingmagazijn Wim Houwen volgnummers uitgereikt aan diegenen die uit de verplichte verkoop iets wilden kopen. Houwen had veel goederen achtergehouden wat de textielinspectie uitgevist had. 150 Nummers per dag werden uitgegeven en voor de lage nummers worden nu flinke sommen betaald. Ik hoorde ƒ 20,- , zodat de koper van een overall bijv. graag de normale prijs wil geven plus de ƒ 20,- die hem het nummertje kostte. Dat de prijs dan wel weer wat zwart wordt, deert de inspectie niet. Ik kan me echter niet voorstellen, dat de mensen die de eerste dagen van deze uitverkoop een kostuum voor bijv. ƒ 50,- of 60,- kochten, dat pak werkelijk zullen dragen, want in de zwarte handel brengt zoiets ƒ 200, - tot ƒ 300,- op. Een nette verdienste voor vooraan in de rij staanders.
Ieder handelt op het ogenblik nu eenmaal in van alles en nog wat. Slauerhoff kreeg een waarschuwing van dezelfde inspectie, dat hij teveel oude voorraad had zitten en zorgen moest voor verkoop van al het mooie oude goed tegen oude prijs. Bijv. oude kwaliteit moquette tafelkleden voor ƒ 25,- terwijl minderwaardige kwaliteiten in weefstof voor ƒ 70,- aangeboden mogen worden. Vreemd, vreemd. Op alle manieren hang je, doe je jezelf de das niet om door goederen te goedkoop te verkopen, dan doet de prijsbeheersing het wel. De vervangingswaarde moet je toepassen wil je reëel zaken doen, maar de Staat verbiedt dat ten enenmale. Tjerkstra een boete van ƒ25.000,- , Wim Houwen ƒ 7.500,- boete wegens achterhouden van goederen. Ook Excelsior krijgt een gedwongen verkoop van textiel, vertelde Bram Melis. Tjerkstra zou en wou voorraad houden, maar dat breekt hem nu wel op; deze soort boetes mogen niet op onkosten geboekt worden, want dan hoefde er een jaar geen belasting betaald worden. De textielinspectie snuffelt alles af of ze hier of daar ook voorraden vinden, want het gekke is dat je over eigen goed geen baas bent. Heb je een zaak dan is het je plicht te verkopen; mag ik vragen of een zakenman dan ook nog rechten heeft?
Vrijdagavond, Oktober 1943
Vrijdagavond. Daverend dreunden weer drie kwartier lang een grote groep Engelse vliegtuigen over ons heen. Zo groot is het aantal dat de zoeklichten her en derwaarts vliegen, omdat het geluid van alle kanten komt, de hemel moet bezaaid met toestellen zijn. Hoe klein doen de gewone geluiden op zo’n ogenblik aan; het toeteren van een auto, een fietsbel, het praten van mensen op straat, het dichtslaan van een deur, alles is zo nietig in verhouding tot het enorme aantal paardenkrachten dat door het heelal davert. Af en toe doet het afweergeschut ook een duit in het zakje, maar de toestellen vliegen te hoog, meestal boven de wolken, zodat ze van de grond af niet te zien zijn, af en toe bij heldere maan of overdag kun je de condensatiestrepen zien.
Weer kan een bevolking in een Duitse stad God op alle mogelijke manieren aanroepen en vervloeken. Heer, wat heb ik misdreven dat mij zo’n lot moet treffen, terwijl anderen in dezelfde straat waarschijnlijk dezelfde God op alle mogelijke manieren prijzen omdat ze gespaard gebleven zijn en van plan om a.s. Zondag een flinke duit in de kerkenzak te doen. (Als het dan ook maar gebeurd.) Hoelang zal die bevolking iets dergelijks nog kunnen verdragen zonder met elkaar crazy te worden. Een interessant experiment, heeft Churchill gezegd, en de kosten zijn in verhouding tot de gewone oorlogsvoering erg laag.
Hoeveel vliegtuigen over trekken is niet te zeggen, want als ze boven Leeuwarden vliegen, dan worden er boven Zwolle ook zwermen gesignaleerd. Ieder wordt er stil van, praat zachter en probeert zo gauw mogelijk in huis te komen, want op straat kun je even veilig in de goot gaan liggen als naar de kelder gaan. In huis ben je alleen wat veiliger voor de scherven en neervallende brokken steen. Ook onder de tafel is een goed plaatsje, het geeft wat beslotenheid.
Engeland heeft, meen ik, cijfers gepubliceerd toen de Duitschers in 1940-41 daar huishielden en 10.000 mensen per maand genoemd, maar dat moeten er nu in Duitschland veelvouden van zijn. Je vraagt je af waar deze nutteloze moordpartij nu goed voor is. Het is net een machine die maar door blijft lopen, omdat niemand weet hoe de knop om te draaien is en het ding door blijft razen, totdat de brandstof op is en stil blijft staan. Europa heeft 300 miljoen inwoners en er zijn op dit ogenblik misschien al 10 miljoen verdwenen, bij 50 miljoen verdriet achterlatend, maar dat is blijkbaar nog niet genoeg om de zaak stop te zetten. Duitschland heeft zich wel wat op de hals gehaald, toen ze daar de oorlogsmachine op gang brachten. Goed, een volgend onderwerp, want een mens kan bij narigheid alleen niet leven.
Vanavond gaan we naar Nel en Bram te bridgen; we beginnen om negen uur en kaarten dan door tot vier, alles vanwege het verbod om tussen die uren op straat te zijn. Met z’n achten op Brams verjaardag kunnen we er een gezellige drive van maken, alhoewel we morgen wel kleine oogjes zullen hebben. Mama en ik hebben vanmiddag alvast een tukje gedaan: dat frist vooruit wat op. Zo vermaken we ons best, al wordt de eterij natuurlijk een puzzel voor Nel, want om een gezelschap 7 uur etende te houden is niet eenvoudig. Maar Brams positie als onderdirecteur van Excelsior geeft in zulk geval wel enige voordelen.
Oma past op de kinderen, dus dat is ook versierd. Marijke zeer gelukkig omdat Oma bij haar op de kamer slaapt. Het kinderledikant dat Marijke tot nu toe had, hebben we verkocht voor ƒ 50,- en was indertijd in 1940 ƒ 12,50 waard. Ook de divan van vroeger, die toen ƒ 24,- waard was, is nu weg voor ƒ 60,- ondanks het gebruik van enkele jaren.
Veel oude kwaliteitsartikelen hebben we niet meer; het meeste is verkocht, zoveel mogelijk tegen zo hoog mogelijke, maar nog altijd te lage prijs. Wat dekens, wat matrasdamast, wat gordijnstoffen hebben we onder de grond (= tussen het plafond) verstopt, maar het betreft geen kapitalen meer. Zondag heb ik alles nog eens nagegaan wat waard was op te bergen en om nog wat te ruilen te hebben. De controleurs moeten nu maar komen.
Er is sprake van evacuatie van 3800 Leeuwarders van de Westkant van de stad naar Huizum. Zijn Vader en Moeder daar ook bij? Achter de Tuin en langs de Noordersingel worden overal betonnen kazematten gebouwd. Toch krijg ik het gevoel dat ook de Bauleitung dingen verzint om hier te kunnen blijven, want in Rusland is het ook niet alles.
De oorlog is nog niet over; er kan nog van alles op het programma staan, zelfs vrede. Misschien wordt daar zelfs in Moskou over gesproken, wie weet heeft Duitschland aangeboden het Westen aan Engeland en Amerika over te laten en het Oosten aan Rusland en zelf Midden Europa te behouden. Waarom doen die Anglo-Amerikanen niet wat meer? Zijn ze bang voor de Sovjets en willen ze Duitschland als buffer tegen Rusland op laten treden, terwijl die momenteel alles op alles zetten om heel Europa in te pikken? Worden in Duitschland de fabrieken wel gebombardeerd? Of laat men die bestaan om Duitschland niet te veel te verzwakken om later samen terug Rusland te ageren?
Je zou zo denken, dat we na drie jaar oorlogservaring ook een beetje van de politiek zouden hebben begrepen, maar dat lijkt er niet veel op. Je kunt niet zeggen wat de dag van morgen brengt en natuurlijk zijn Engeland en Amerika erop uit om langs de weg van de minste weerstand het meeste te bereiken, zelf aan de touwtjes te trekken en een ander het werk laten doen, maar zijn we zelf veel beter. Op egoïsme drijft onze mensengemeenschap en dat kan ook niet anders om niet ten onder te gaan. Het voorbeeld dat Jezus gaf is voor zondagmorgens in de kerk.
In Rusland gaat de ene stad na de andere verloren voor de Duitschers en heeft het front bij Kiev een deuk gekregen, waar het begint te lijken op een tweede Stalingrad: zoveel Duitschers zitten in de val. Een jaar lang zeggen we nu al dat het goed gaat, maar ook dat begint te vervelen; ieder wil zo graag dat het vlugger gaat en als het dan eenmaal vrede is, ja wat dan... Is dat nu alles, hebben we daar zo naar verlangd. De spanning valt dan weg en de grauwe alledaagsheid komt dan weer opdraven. Vermoedelijk door het niet te veel te doen hebben, is het raar maar komt er nu verveling en duurt de dag soms lang. Je bent je eigen werk wat kwijt, in- en verkoop zijn miniem en het is net als met opium: je moet alle dagen meer gebruiken om op spanning te blijven en de dosis die we nu krijgen is dagelijks hetzelfde. Vooruit, niet zo somber, het zonnetje blijft schijnen, of het nu oorlog is of vrede en als dat zonnetje dan ook nog in je hart schijnt, dan is dit een mooie zin om neer te schrijven.
Kinderen lopen er op het ogenblik rond met schoenendoosjes, die tot kiekkastjes worden omgetoverd. Voor twee zinken centen mag ieder een kijkje nemen. Allerlei mooie landschappen in vrede worden getoond. Ook een jongen, vroeger zou hij Moos heten, maakte iets prachtigs n.l. een geheel lege doos: volgens plannen ontruimd. Een ander deed het wat beter en lei er een paar stukjes steen in: de resten van Hamburg, Keulen of Kassel. Hans van der Veen, onze buurjongen die in Kassel werkt, is er nog levend uitgekomen, maar van Kassel staan hier en daar nog wat muren overeind en moeten de mensen leven als in het Stenen Tijdperk. En zo gaat de ene na de andere stad in puin en vlammen op, ongeacht de grote aantallen slachtoffers.
’s Nachts de Engelsen en nu overdag de Amerikanen met grote aantallen vliegtuigen, waar de Duitschers geen antwoord meer op hebben. Woensdagmiddag om één uur daverden grote aantallen vliegende forten over ons heen. Een drie kwartier lang. Ze vlogen boven de wolken, maar af en toe in een blauw stuk lucht telde je zo een twintig stuks. Ieder staat op het dak met verrekijkers en een fleurig gezicht. Degenen met een grote haat tegen de Duitschers zeggen: Ziezo, ze krijgen daar weer wat op hun boterham, hoe meer hoe liever. Hoe meer hoe beter, zeggen degenen die in deze bombardementen een middel zien om de oorlog spoediger te doen beëindigen, dat zijn de gematigden.
Ondertussen hebben we maar af te wachten en zijn nummers, want de enkelingen beslissen over het leven van duizenden. En het sterven van duizenden maakt niet meer indruk dan een schouderophalen. Het is jammer voor de mensen, maar ja, het is nu eenmaal nodig voor het voortbestaan van mijn land, zo denkt Hitler, zo denkt Churchill, zo denkt Roosevelt en zo denkt Stalin. En toch zijn deze vier mannen ook weer ledenpoppen in handen van misschien een hogere macht. Het waarom van deze moordpartij over en weer dringt zich dan wel heel sterk bij je op.
Van de week stond er in de krant, dat wanneer deze oorlog afgelopen is, en dat zal wel in 1944 zijn, dat niemand dan terug wil denken aan deze oorlogsjaren. De mensen zien alleen de dag van heden en ziet vooruit, maar wat gebeurd is, daar praten we niet meer over, geen oude koeien uit de sloot halen, zand erover. Om je kinderen over twintig jaar van deze tijd te vertellen, daar zal ik dan dit dagboek maar voor bestemmen, tenminste als ik die twintig jaar haal, de oorlog is nog niet over, bommen worden er nog in massa gemaakt, waarvan we er liever niet één op ons dak krijgen.
12 november 1943
Het is vijf en twintig jaar geleden, dat de vrede volgde op de eerste wereldoorlog en in alle landen wordt op eigen manier propaganda gemaakt voor eigen zaken. Hitler spreekt, Churchill spreekt. De Führer (loopt een streepje door) is niet optimistisch en in Engeland is men pessimistisch, maar van beide kanten wordt ons verzekerd, dat de oorlog gewonnen wordt; het kan lang duren, het kan kort duren, maar alle partijen spelen vals en zitten met extra kaarten in de mouwen. De goegemeente slaat alles gade en denkt er het zijne van en slikt alle bittere pillen.
Ondertussen gaat het vorderen voor Duitschland z’n gang en de ene fabriek voor en de andere na schrijft: Tot onze spijt moeten we U mededelen enz., enz. Alles für die Heimat. De verkoop is niet groot meer, we halen de ƒ 70.000,- denkelijk niet, maar we hebben op het ogenblik wel belasting biljetten liggen van Vader en mezelf van ruim ƒ 5.000,- . We moeten meer verdienen maar dan zit de prijsbeheersching je weer achter de vodden. Excelsior kreeg een boete van ƒ 30.000,- welke later evenwel ingetrokken werd, omdat bleek dat niet voor te hoge prijzen verkocht werd; wel had men goederen achter gehouden en teveel geprobeerd nieuwe kwaliteiten aan de man te brengen.
Het is weer tien uur, en niets te horen dan de keukenklok die hardop tikt en Grootmoeders klok in de gang die wat bedachtzamer en een beetje kreupel de seconden de eeuwigheid in helpt. Ger borduurt een nieuwe jurk voor Marijke met mooie bloemetjes van groene en roze zij. Zie eens Papa, wat een mooie jurk ik aan heb, en dan moet ik bewonderend in de handen klappen en zeggen: Wat ben jij toch een prachtig kind. De verkoudheden van de beide peuters zijn weer zowat over. Thoma spreekt nog wel als een oude vrouw met een zware “grocstem” , maar is toch weer zeer fleurig. Met opletten is nu al wel ongeveer te begrijpen wat ze zegt. Als het een even grote klets als Marijke wordt dan behoef ik later niets meer te zeggen: drie vrouwen in huis! Het eten van Marijke is nog steeds een penitentie en nu kan Dr. Kapteijn wel zeggen: niets opdringen, maar het is moeilijk om het knoeien aan te zien. Zo florissant ziet ze er nu bepaald niet uit.
Weer een N.S.B.-er als burgemeester geïnstalleerd, klaar gemaakt op de stoomcursus voor het burgemeesterambt. Het is Werkhoven uit Witmarsum. De oudste wethouder merkte spottend op dat een prominente kaatser ook wel een goed figuur als burgemeester zou slaan. Er kan veel tegenwoordig, maar nog niet zo veel als in de film van Baron Von Münchhausen, die Bram en ik morgenavond in Tivoli gaan zien.
Gesprekken op de brug, waar ook al over het woordje dat niet uitgesproken wordt, geschreven is. Hoe lang zullen we nog op de vrede moeten wachten? Ook de gedwongen verkoop bij Wim Houwen wordt onder de loep genomen en aan de kaak gesteld.
Door de vorderingen van de Duitschers bij de fabrieken loopt de textielvoorziening in de soep en is er afgekondigd, dat alle textielpunten enz. ongeldig geworden zijn en er geen textiel meer afgeleverd mag worden aan de handel. Zo tegen de winter is er wel behoefte aan kleding en dekking. Komt iemand bij de distributiedienst om een mantel en men heeft er nog een aan, dan wordt steevast geweigerd om een vergunning tot kopen te verstrekken. Ook wij hebben bijna geen textiel meer. Van de 1300 meter matrasdamast, die we normaal in voorraad hadden, is nog 100 meter over volgens de voorraadadministratie en nog 100 meter onder de toonbank. De rest navenant. Het aanzicht dat de winkel biedt is niet meer een beddenmagazijn, maar een galanteriezaak. Raar woord, dat galant, je zou er wat anders aan verbinden. En verder kleine en grote meubelen van hout en van karton. Kapstokken met haken die afbreken als er een jas op wordt gehangen. Boodschappentassen van biezen. Schilderijen met afbladderende verf. Afbraak kwaliteiten.
Ger had gisteravond in de Harmonie een verplichte bijeenkomst bij te wonen over de luchtbescherming, aangezien wij hier in Leeuwarden ons niet te veel van die bescherming aantrokken en daardoor gemakkelijk rampen konden ontstaan, wanneer op grotere schaal bommen inslaan dan tot nu toe incidenteel het geval geweest is. Staaf brand bommen zijn misschien het raam uit te werken, maar tegen brisant bommen is niets te doen en phophor bommen moeten eerst uitgebrand zijn, voordat er met wat ze aangestoken hebben, iets uitgericht kan worden. Wij hier in Leeuwarden hebben nog geen ervaring zoals de mensen in Duitschland.
Ger is naar Moe en ik ben alleen thuis en pas op de berntjes die rustig slapen door het gebrom van de Tommy’s heen, die weer in groten getale over daveren. Om zeven uur de eerste groep die een half uur nodig had om over te trekken en nu om tien uur een tweede. Elke avond hetzelfde. In de krant staat zware terreuraanvallen op Berlijn, ernstige schade en verliezen onder de bevolking. Hoe groot de verwoesting is laat zich raden. Berlijn zal net als Londen wel niet met de grond gelijk gemaakt kunnen worden, daarvoor is de oppervlakte van zo’n stad te groot, maar er zullen weinig huizen onbeschadigd de oorlog overleven.
Met welke gemengde gevoelens zullen Rin en Paulien dat gedaver aanhoren met de wetenschap dat Gerard in Berlijn zit. Ook de verloofde van Jeltje de Vries en een broer zitten in Berlijn. De volgende week komt haar Jan met verlof, tenminste als alles goed gaat.
Gistermiddag een inspecteur voor textiel gehad die hier en daar rondkeek, wat in de boeken snuffelde, wat vragen stelde en toen zonder commentaar verdween. Het zal me benieuwen hoe de nieuwe textiel regeling er uit zal zien, weer een graadje beroerder dan de oude natuurlijk. Een florissante zaak hebben we niet meer, maar ik denk dat we dit jaar nog zo wat precies met de hakken over de sloot komen. Een dertig mille lagere omzet; in die ƒ 30.000,- zit ƒ 10.000,- verdienste, terwijl de onkosten vrijwel gelijk gebleven zijn aan vorig jaar, want het doet er niet toe of je nu 70 of 100 duizend gulden verkoop hebt, de kosten blijven gelijk. De zaken beginnen leningen en geld te vragen om na de oorlog kapitaal te hebben om opnieuw te beginnen, want de oude voorraden zijn uitverkocht, opgegeten en wegbelast door de fiscus en dan staat er wel geld op de banken, wat na deze transactie overgebleven is, maar dat is nooit genoeg om tegen drie, vier of vijf maal hogere prijzen weer te beginnen.
De boete bij Excelsior is uitgedraaid op ƒ 5,- , dat was te doen en dit postje is voor het feit dat ze de inspecteur niet voldoende overtuigd hadden, dat de bedoeling niet voorgezeten had de achtergehouden voorraden voor hogere prijzen dan de toelaatbare te verkopen. Dus wel een veroordeling maar geen boete.
Hiernaast weer een mooi stukje van Göbbels, met z’n eerlijke strijd. Ik was haast vergeten waarom in eerlijke strijd de moffen ons land binnen gevallen zijn en Rotterdam verwoest hebben. Het is al zo lang geleden maar ik meen me te herinneren dat Nederland van plan was om Duitschland te veroveren. Ja, zo was het en toen moest Duitschland ons natuurlijk voor zijn, zo’n goed recht, waar of niet. Vader maakt zich altijd kwaad als hij zulke stukjes in de krant leest, maar mij komen ze veel meer lachwekkend voor alsof een vreeselijk arroganteroep die een half uur nodig had om over te trekken en nu om tien uur een tweede.ommyhor bommen moeten eer vent onrecht aangedaan wordt.
Covers moet ook sluiten en de zaak ontruimt per 01 december, er is geen textiel meer te verhandelen. Japon en mantelstoffen kun je ook moeilijk combineren met papier garen zoals wij hebben.
Elke week hebben we er een dubbel brood bij van eigen gemalen tarwe. Nu is dat opeten gemakkelijk genoeg, maar het malen van die 650 gram niet. 1700 Maal moet de slinger omgedraaid worden van de koffiemolen om dat spul fijn te krijgen, dus dat is per gram drie keer draaien. Dan met de ene hand, dan met de andere en maar tellen en maar tellen, 100 keer linkerhand, 100 keer rechterhand.
Ook de Boxumerdam heeft voor mij geen onbekenden meer, elke kuil is geregistreerd, steeds dezelfde mensen die ik tegenkom en we zien elkaar nog altijd wat “schrutel” aan en knikken nauwelijks merkbaar.
Controle is hier niet, behalve vorige week vrijdag, toen alles afgezet was door de vliegende brigade. Toch wist bijna ieder het donderdags al zodat de vangst wel niet zo groot geweest zal zijn, want die controledagen blijven niet geheim. Ik kom ook regelmatig een agent in burger tegen die melk haalt. Hoe langer de oorlog duurt, hoe moeilijker het wordt om het hele distributiesysteem in touw te houden en hoe meer er gesmokkeld wordt. Met wat we hier in Friesland op de bonnen krijgen plus wat we er bij kunnen krijgen van deze of gene boer of via ruilen met een kruidenier, dat is niet slecht, ieder blijkt achterdeurtjes te hebben. Je krijgt wel eens trek in een reep chocolade, een zak pinda’s, een cocosnoot of sinaasappels, maar ja, het kan er ook best zonder. We mogen niet mopperen wat het eten betreft.
Arme mensen zitten natuurlijk veel meer in het verdomhoekje, want die zaten niet goed in hun kleren en hebben geen reserves en ruilobjecten, al is de een heel wat handiger dan de ander en slaat er zich in dezelfde omstandigheden beter doorheen. Mensen die in normale tijden niet tot grote prestaties komen (het zij goed of slecht), komen in deze tijden aan hun trekken en andersom zijn er ook velen die niet goed tegen al dit gesjacher op kunnen tornen.
26 november 1943
Zwermen Tommy’s trokken vanmiddag weer over. Iedereen op het dak om niets van het schouwspel te missen. Te zien zijn de toestellen haast niet, maar wel heel duidelijk de condensatiestrepen die elke machine maakt. Tegen de strak blauwe lucht een prachtig gezicht. Wat daar heel hoog gebeurt zien we niet, maar heftige luchtgevechten zullen er wel geleverd worden met de Duitsche jagers, met als resultaat dat hier en daar de machines van vriend en vijand naar beneden dwarrelen plus de bemanning die zich niet per parachute kan redden.
Wat niet ziet, wat niet deert en als het eigen familie niet treft, dan lopen we er zo gemakkelijk overheen en zien alleen de blinkend witte strepen, die daar heel hoog voor onze ogen getoverd worden door honderden vliegtuigen, die ook nu een klein uur nodig hebben om voorbij te trekken: een zee van ellende en verwoesting in Duitschland achterlatend. En dat niet een keer doch nacht op nacht en nu ook reeds bijna elke dag, telkens weer een stad in puin veranderend. Heil Hitler!
En nu is het avond, de regen valt in stromen maar ook nu trekken de Engelsen weer in stromen naar Duitschland en in stromen vallen er de bommen. Van hetzelfde laken een pak. Ondanks alles zet Göbbels nog steeds opgewekte stukjes in de krant en leutert over vergelding en de uiteindelijke overwinning. Ook Hitler zal moeten zwichten en zal de controle over zichzelf en z’n volk moeten verliezen, want ook in Rusland gaat het de moffen slecht met hun overmacht aan materiaal.
2 december 1943
Donderdagavond. Het jaar is haast voorbij en een nieuwe staat voor de deur met misschien vrede, misschien nog meer ellende, wie weet het? Vanmorgen hoorde ik bij de Nederlandse Bank toen ik geld wisselde, dat er daar per dag omstreeks 50.000 aan Markenbiljetten ingeleverd worden, dus die worden alleen al hier in Leeuwarden en naaste omstreken uitbetaald voor diensten en goederen. Die goederen worden voor een goed deel de grens overgesleept. Hoe leeg geplunderd Nederland en met ons alle bezette gebieden worden, daar hebben we nog niet half besef van. 65 Miljoen alleen aan bankbiljetten komen er per week bij. In 1940 was er een klein miljard en nu zijn het er 3,5.
En de vordering op Duitschland stijgt maar. Wint Duitschland de oorlog dan zullen ze heus niet jaren werken om de bezette gebieden goederen voor deze vordering te geven. Verliest Duitschland de oorlog dan is onze vordering helemaal waardeloos, omdat dan Rusland, Amerika en Engeland eerst een rekening presenteren en wij in de laatste plaats komen. Goederen enz. is wel het enige wat nog wat zekerheid geeft, behalve dat die je zo gemakkelijk onthaald kunnen worden. Vanavond stond er weer in de krant een verordening, waarin vrijdom van straf beloofd werd, als ieder z’n achtergehouden machines, grondstoffen, voorraden aan zou willen geven, anders bij vinden verbeurdverklaring, concentratiekamp, enz. Meer papier, meer papier. De drukpers is gewillig.
Veel mensen, ambtenaren, pensioentrekkers, mensen met niet te grote inkomens die nog nooit verhoogd zijn in salaris, kunnen niet rondkomen en beginnen hun huisraad dat over is, gouden en zilveren voorwerpen, te verhandelen om zwarte boter en tarwe te kunnen bijkopen. En al dat goud en zilver zal voor een goed deel wel over de grens verdwijnen, papier komt er voor terug, papier dat radeloos en redeloos is. Minder goederen en meer papier, het verschil wordt hoe langer hoe groter, net zo lang totdat alle goederen weg zijn.
Enkelen kunnen heel wat verdienen alhoewel de belasting en de prijsbeheersching veel weg zuigen. De grote massa verarmt en de kleine man met het C&A-tje an betaalt het gelag. Vorige week zag ik bij iemand twee schitterende gouden polshorloges (uit Zwitserland gesmokkeld?) voor ƒ 1250,- per stuk. Het viel me nog mee ook, dat ze niet duurder waren. Een knotje wol, eigen gesponnen, twee draads, 65 gram, schoongewassen, daar betaalde Ger vorige week ƒ 9,- voor.
12 december 1943
Zondagmorgen. Ik ben alleen thuis en dus het rijk alleen met de beide kinderen, die om mijn schrift heen zitten op de tafel, waar ik zit te schrijven. Zo iets bevordert de concentratie van gedachten niet, als dan de ene en dan de andere hummel mij een duw geeft of hard op leest wat ik schrijf. Het geschrevene en het gesprokene klopt wel niet, maar dat vindt Marijke niet erg. Ook op dat punt rekent ieder alle harten naar z’n eigen.
Marijke is nu vier jaar en snapt reeds veel van wat we tegen haar zeggen. Thoma staat overal wel zeer wijs bij, maar daar houdt het dan mee op. Samen met de poppen spelen gaat erg mooi, alleen moeten we af en toe een kreet slaken, want dan trekt het kinderpaar de armen en benen van de poppenschaar uit het lijf. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet, want wat Thoma heeft dat wil Marijke hebben en andersom. Alles wat Marijke ondervindt, laat ze ook de poppen beleven.
Gistermiddag zijn pop Dirkje’s amandelen geknipt met een tafelmes en een lepel, en je moet er dan haastig bij zijn om te voorkomen dat ze zichzelf in de vingers jaapt. Thoma doet net een grote plas door haar broekje heen op het zeil en gaat er aan zitten likken. Marijke zit er naast maar zegt niets, alleen als ik er bij kom zegt ze laconiek: Wat een viezerd, hè Papa.
Gistermiddag waren Moeder en Marijke bij Verkade’s winkel op de Voorstreek om koekjes, waar Mevrouw v.d. Mey zelf hielp. Marijke ziet Mevrouw v.d. Mey eens aan en zegt dan luidop: Wat is dat een klein vrouwtje, hè Omoe? Omoe lachte wat en mevrouw v.d. Mey lachte wat. De waarheid is soms wat pijnlijk. Kinderen zien de wereld met andere ogen aan dan wij ouderen, veel meer onbevangen en zuiverder.
5 December is voorbij maar Marijke doet niets anders dan de hele dag Sinterklaasversjes zingen en rondhuppelen. Het feest van deze heilige grijpt wel diep in het kinderleven in, want eigenlijk blijven deze versjes het hele jaar door gezongen.
Vrijdagmorgen kregen Vader en Moeder bericht dat de Duitsche autoriteiten het huisje op Ameland wensen te kopen. Alle zomerhuizen op de eilanden wil men inpikken. Nu er in Duitschland zo ongelooflijk veel verwoest wordt, moeten de bezette gebieden meer leeggehaald worden om het tekort zo goed mogelijk aan te vullen. Dat we “Liber Tempo” nu ook weer moeten afstaan en er wat papiertjes voor terugkrijgen is een uitmate zuur idee, langzamerhand worden alle goederen omgezet in waardeloos papier. Wat kliekjes en een mooie herinnering, daar zullen we het mee moeten doen. Een volkomen ondermijnd en van betonnen bunkers en forten voorzien eiland, dat blijft er van Ameland over. Of we de inventaris van “Liber Tempo” nog zullen kunnen redden is ook een vraag, omdat we zelf niet meer naar Ameland toe mogen reizen.
In de zaak gaat de verkoop nog steeds door, stapels vergunningen en punten nemen we in zonder dat we veel goederen terug kunnen kopen. Met slaapkamers hetzelfde beeld. Kleinmeubelen gaat nog. Officieel zit er een vervaardigingverbod op maar toch ontvangen we nog geregeld een en ander. De Sinterklaasverkoop is nog nooit zo groot geweest. ƒ 2500,- In de eerste dagen van december alleen aan contant. Daar is niet tegen in te kopen. Deze week alle fabrikanten maar weer eens aangeschreven om kleinmeubelen, typetafels, enz. Het gevolg van het koopverbod voor veel dingen is natuurlijk weer dat er hoe langer hoe meer zwart gekocht moet worden. Allerlei slinkse wegen moeten er bewandeld worden om in het bezit van goederen te raken en dus staan we permanent met één been in ’t gevang. Maar om neen te verkopen, daar zijn twee benen voor nodig.
Gistermiddag weer één lange sliert vliegtuigen van honderden Tommy’s naar Duitschland, en dat gaat maar dag aan dag. Jeltje de Vries verloofde zich deze week met Jan Vis, die toch z’n verlof gekregen heeft na de bombardementen op Berlijn. Gerard Huizinga heeft ook een brief naar huis geschreven, al z’n kleren was hij kwijt geraakt, maar het er levend van afgebracht. De fabriek waar hij werkte verwoest, zodat nu puinruimen z’n taak geworden was. Paulien vroeg al om kleren voor Gerard, maar het wordt voor ieder moeilijk om wat te missen nu de oorlog al zo lang duurt en wat beroerder is, wellicht voorlopig ook nog niet ophoudt, zodat je zelfs voor de komende jaren moet zorgen.
De vordering van het Amelandse huisje lijkt nog even uitgesteld te kunnen worden: Vader heeft samen met andere eigenaren een papieren strijd aangebonden met de vorderinginstantie in Den Haag.
In de Haagse Post stond vandaag dat vrouwen en kinderen in Duitschland, waarvan het eigen huis verwoest is, vanwege de staat eenvoudige houten huizen ter beschikking krijgen, die ze echter met burenhulp zelf moeten monteren. Zoals we hoorden worden getroffen gezinnen niet meer door de staat schadeloos gesteld, daarvoor zijn er teveel slachtoffers. Men moet maar uit de ruïnes redden wat er te redden valt en opnieuw beginnen met wat rest.
Hiernaast weer een stukje uit de krant. Dat Zweden durfde protesteren bewijst toch wel de intense afkeer die men allerwegen koestert tegen Duitschland en de wens om zo spoedig mogelijk verlost te worden van het Nationaal Socialisme, terwijl men in Zweden de kracht van Duitschland ook zo groot niet meer acht. Zoiets had in 1941 moeten geschieden. Duitschland had Zweden ogenblikkelijk onder de voet gelopen. Nu durft een betrekkelijk klein land als Zweden is, de moffen de les te lezen. We gaan de goede kant uit.
Hiernaast een briefje dat ik terug ontving op een bestelling van linnenbankjes. Spijkers zijn moeilijker te vinden dan goud en voor mij niet te bezetten. Ga ik naar een spijkerhandelaar dan moet de man allicht voor z’n diensten bijv. textiel van mij hebben; je hebt dan wel verkoop, maar uiteindelijk schiet je er niets mee op. Textiel tegen eten is nog wat. Ruilen en nog eens ruilen wordt het parool, terwijl er dan meestal één moet huilen, want nevenstaande verhouding van 10 kilogram spijkers tegen 12 linnenbankjes lijkt nergens op, vind ik.
17 decmeber 1943
Vrijdagavond, maar weer enkele regels over dingen die ons bezighouden. Gistermiddag en -avond weer zwermen vliegtuigen. Een aangeschoten Tommy, letterlijk, vloog in brand en kwam fluitend naar beneden, vlak boven de stad, door de grote snelheid kreeg het toestel toch misschien nog wat draagkracht, want bij Wirdum pas boorde het zich met een daverende klap in de grond, ontploffende bommen en een vuurzuil de lucht in. Al met al was de luchtdruk zo groot dat veel ramen in de stad gesneuveld zijn. Hier op de Nieuwestad bij Landstra, bij de Singer en bij Bervoets en bij Ganzevoort, grote spiegelruiten in scherven. Ook onze ramen stonden te klapperen, maar bleven heel. In de kranten wordt het verlies van cultuurmonumenten betreurd, maar over de rest praat men liever niet.
Gistermiddag kwam Oom Evert uit Harderwijk aanzetten met 5 kilo schapenvlees zo van het schaap en zo van de markt met klompen, die wel een uur in de wind stonken. De wol was voor Moe bestemd want ze wilde leren spinnen om er wat mee te verdienen. Ger kwam met het zakje bij Oma aanzetten en meende een hele daad te doen, toen ze het voor haar op tafel zette. Hier is je wol oudje en het is ƒ 23,- . Moe pruttelde direct tegen en beweerde geen wol te hebben besteld, keek eens in het zakje waar de schapenkeuteltjes nog aan het haar bengelden en de geur de kamer vulde en zei: ƒ 23,- Voor dat vieze zootje, ik denk er niet aan. Ger kwam uit de hoek: Maar je moet ze nemen, wij hebben het al betaald en het is niet ƒ 23,- voor dit zakje, maar ƒ 23,- per kilo, dus de hele zak kost je ƒ 115,- . Moe viel haast flauw toen ze dat hoorde en was geheel over de zenuwen heen en aangezien de dames beide van de tongriem gesneden zijn en geen blad voor de mond namen, was er direct een stevige ruzie met als gevolg veel tranen en verwijten over en weer. Skrep ik daar nu zo voor zei Moe om zo mijn geld te moeten afstaan?
Het valt wat mee, want de handelsgeest is zo vaardig over haar dat alles wat ze in de vingers krijgt met winst verkocht wordt. Deze transactie met de wol gaat echter te hoog en kan ze niet overzien. Met dubbeltjes, kwartjes en guldens is te rekenen, maar als het met tientjes gaat dan wordt de zee te hoog en daarmee moet een mens je niet zo rauw op het lijf vallen. Nu het geld z’n waarde begint te verliezen en als maatstaf voor veel dingen niet meer te gebruiken is en het ruilen meer en meer ingang vindt, wordt het waarde bepalen moeilijk. Want hoeveel pond vet moet je vragen voor een molton deken? Beide partijen stellen zich gouden bergen voor van hetgeen ze aan te bieden hebben en men begint elkaar verwijten te doen. Je kunt ook niet ruilen, je hebt je in de luren laten leggen, het is veel meer waard enz, enz, kreeg Ger op haar boterham van Moe. Laat mij het maar eens opknappen.
Het is zaterdagavond en Ger is in het stikdonker op weg naar Moe om haar wekelijkse bezoek te brengen, waar de geschiedenis met het schaap voortgang zal vinden. Het zal me benieuwen met welke nieuwe gezichtspunten Ger straks thuis komt. Verwijten geen gebrek natuurlijk. Over en weer wordt het gemoed gelucht, terwijl ik dan af en toe ook een veeg uit de pan krijg. Het prettige op het ogenblik is, dat je nooit met iets bekocht bent, omdat wat je vandaag te duur gekocht hebt, over een poosje goedkoop geworden is. Toen ik een kleine jongen was en Vader de kachel aanzette, riep ik als het vuur tekenen van doven begon te vertonen uit: Meer papier, meer papier. Precies zo is het met het aantal bankbiljetten; er komen er steeds meer en steeds minder goederen en aangezien het zaakje elkaar in evenwicht houdt, ondanks de prijsbeheersing moeten er voor goederen steeds meer biljetjes neergeteld worden.
Nevenstaand stukje uit de “Zakenwereld” geschreven door een pro-nazi ademt ook zo’n zelfbewuste geest niet meer. Zelfs in eigen kamp begint men nattigheid te voelen. Wie niet blind is moet dit wel beginnen in te zien, dat de oorlog voor Duitschland op bankroet uitloopt, al lijkt het er op dat men in Duitschland nog meent, dat Engeland, Amerika en Rusland één dag eerder in elkaar zullen storten. Vergeet het maar.
Gistermorgen had ik een oud heertje in de zaak die de winkel binnenkwam met te zeggen: Ik dacht dat het hier een beddenmagazijn was, maar dat lijkt er niet veel op met al dat kleine goed. Bedden zijn er niet meer, hielp ik hem uit de droom. Toen zei hij: Ja, loop ik daar voorbij Burg, dat is daar een schilderijenwinkel geworden en een rare dingen staan daar voor de ramen! Hoofdschuddend verdween de man.
In de vakbladen staat vaak: schoenmaker houdt je bij je leest, maar ik vind het een betere gedachte om je bedrijfskapitaal zo goed mogelijk door deze tijd heen te loodsen en dan doet het er niet zo veel toe op welke manier. En er zal veel geld nodig zijn om weer opnieuw te beginnen als de oorlog voorbij is, meer dan we nu bij elkaar hebben. Heel veel NV’s beginnen hun aandelen te vergroten, bijna elke week een stelletje om na de oorlog geld om handen te hebben.
Zonderlinge dingen beginnen voor te komen getuige nevenstaand stukje. Het kan allen als men z’n banbiljetten in de zak voelt branden en er toch wat voor wil kopen. Iets is beter dan niets. We leven wel in een opgaande tijd, letterlijk dan altijd.
Af en toe stormt er een vrouw de portiek binnen, doet de winkeldeur open, blijft op de drempel staan en vraagt: Ook gestikte dekens? Nee, knikt er een van ons. De deur wordt met een klap dichtgesmeten en de klant beent naar een andere winkel met hetzelfde resultaat en komt tenslotte moe en scheldend op Hitler thuis. Wellicht dat de vergunning tot aankoop van een deken dan maar aan een kennis verkocht wordt, die dezelfde rit langs de winkeliers maakt. Met meer geluk?
Toen ik vanmorgen in Jellum melk haalde, kreeg ik het relaas te horen van de brandend neergeschoten Tommy die daar deze week terecht gekomen is. Twee man zijn er omgekomen en vier anderen konden zich redden met de parachute. Het springen van de ruiten hier in Leeuwarden gebeurde door het ploffen van de bommen nota bene 6 kilometer ver weg, terwijl in Jellum geen ruit stuk ging.
Gistermiddag is in Boxum ook een toestel naar beneden gekomen en wel met zo’n grote snelheid dat het hele toestel een meter of tien de grond in geschoten is en er eigenlijk niets meer van te zien is. Bommen had dit vliegtuig misschien niet meer bij zich, anders was alles wel de lucht in gevlogen. Gelukkig maar want de inslag was naast de school. Jankend loeiden toen ook gistermiddag de sirenes op het vliegveld.
Het woei stevig en de wolken dreven niet zo heel hoog over met hier en daar de blauwe lucht waarin de vliegtuigen van de Engelsen of Amerikanen de glanzend witte condensatiestrepen trokken, die door de zon fel belicht werden en schitterden als sneeuw. Grauw en massief staken daar de wolkengevaarten tegen af, zodat het verschil in hoogte duidelijk te zien was en ook dat het daar zo heel hoog, rustig weer is, langzaam verwaaiden de nevels. Af en toe een zacht tok tok tok als er geschoten werd. Stad na stad wordt verwoest in Duitschland, zou ons land er zo genadig afkomen? Ik kan het me haast niet voorstellen.
De avond voor Kerstmis 1943
Alles is zo rustig, de sterren glinsteren, het weer is rustig, geen vliegtuigen die overdaveren. De enige nacht dat er vrede heerst, tenminste hier in het Westen. In Rusland is men goddeloos en knokt maar verder. In alle kranten klinkt angst door voor wat komen gaat, hoewel men steeds schrijft om rustig te blijven, er is een onbehagelijke stemming voor het jaar dat komen gaat. 1944 Zal de beslissing wel brengen door de bommenregen uit het westen en de druk der Sovjets uit het Oosten.
Toch is Kerstmis 1943 nog voor de meeste in ons land een vredig feest, de joden, de gijzelaars, de mensen in de concentratiekampen en gevangenissen, de doden en hun familieleden even buiten beschouwing gelaten. Toch prijkt bij ons weer een kerstboompje in al z’n glorie met z’n kaarsjes, glazen ballen en zilveren slingers, waartegen de beide kinderen met glunderende gezichtjes opzien en waar we morgenmiddag met elkaar de oude kerstliederen bij zullen zingen. Vrede op aarde. In de krant staat echter, dat bedoeld wordt dat ieder voor zich vrede met God moet zien te vinden, maar zou het eerste niet meer waard zijn dan het tweede. Ons wordt echter niets gevraagd, we hebben te accepteren wat ook komen moge.
Het tweede front bijv. waarvoor de bevelhebbers nu aangewezen zijn. Waar komt het? Gisteren de mening horen verkondigen, niet in Nederland, want dat ligt te laag, mocht het ooit zo ver komen dan worden de dijken eenvoudig doorgestoken en bijv. heel Noord en Zuid Holland stroomt onder. Ook Friesland is laag en ligt voor een groot deel onder de zeespiegel. Mijn mening is nog altijd de inval in Noord Duitschland, Noord Groningen en over het Nauw van Calais om een tang te vormen om België en Nederland heen. De heftige bombardementen op Noord Duitschland en Noord Frankrijk zijn een aanwijzing vind ik. Misschien is het een misleiding en wordt de zaak toch nog met Turkije bekonkeld om zo de Balkan in te trekken. Het lijkt me anders dat Rusland met de Engelsen en Amerika zo dichtbij, wel bezwaar zal maken want wat eenmaal veroverd is, wordt niet weer losgelaten. Hebben is hebben en krijgen de kunst.
Het Duitsche slagschip “Scharnhorst” is ook tot zinken gebracht, zodat er van de Duitse vloot wel niet zo veel meer over zal zijn. Door dit bericht merk je toch weer dat de konvooien naar Rusland en Engeland steeds doorgaan en er eigenlijk helemaal geen schepen meer tot zinken worden gebracht. Over de duizenden bruto register tonnen spreken de kranten niet meer. Ook de heerschappij in de lucht is verleden tijd voor de Duitschers. In Italië schieten de geallieerden niet veel op. Het millimeter offensief zoals in de kranten met voldoening schrijven, in Rusland is de strijd weer heviger begonnen, omdat de grond bevroren is en tanks gebruikt kunnen worden.
Een nieuwtje van dichtbij: Leeuwarden krijgt er Huizum, Lekkum, Miedum en Goutum bij, zodat we een stad worden van 70.000 inwoners.
Hiernaast een krantenknipsel, maar dat zou ook kunnen bewijzen, ja wij zijn moordenaars, doch zo prettig vinden we onze opdrachten niet, dat we ze met plezier uitvoeren. Altijd zullen de Engelsen en Amerikanen de bombardementen in 1940-41 voor ogen staan, toen Duitschland naar hartelust en vrijwel ongehinderd bommen konden strooien, al hebben ze toch nooit de heerschappij in de lucht kunnen veroveren. Op alle mogelijke manieren schijnt men vrijwilligers voor het Oostfront te willen lijmen, getuige nevenstaand stukje uit de krant, zodat zelfs het veroorzaken van dood door schuld niet zo erg bevonden wordt door natuurlijk N.S.B.-rechters.
Mussert sprak op Nieuwjaarsdag en had drie wensen: geen invasie in Nederland, want dan gaat alles plat, geen bolsjewisme en dit jaar vrede. Maar als er dit jaar vrede komt, dan heeft Duitschland de oorlog toch verloren!
Oudjaarsavond 1943
Een rare oudejaarsavond 1943. Niet veel aan. Je verwacht er weet wat van, of liever: je denkt dat het een andere avond dan alle andere zal zijn, terwijl in werkelijkheid het op straat vreeselijk stil is. Misschien dat de Duitschers om twaalf uur nog wat luidruchtig zullen zijn, en dat is dan het slot van 1943. Maar ja, zien we terug op de afgelopen oorlogsjaren, dan hebben we het goed gehad en hebben niets te klagen en elke dag brengt ons dichter bij de vrede, laat dat wensen niet erg dapper zijn, zoals de krant schrijft, ik blijf er toch maar bij.
Een heldere avond zonder vliegerij. Aan beide kanten zijn de vliegers aan de punch of aan de schnaps met wat erbij.
Hoe anders waren vroeger de Oudejaarsavonden, toen tot twaalf uur geen mens op straat was, omdat ieder in eigen huis z’n buikje zat vol te smullen en dan op de verlichte straten na twaalf uur een stroom van mensen, die nog een straatje om liepen om de oliebollen te vertrappen. Dus allemaal maar vroeg naar bed, wel zo noflijk.
2 januari 1944
Vannacht weer zwermen vliegtuigen om het jaar goed in te zetten en Berlijn te pakken hebben genomen. Nadat voor een dag of tien het vliegtuig naar beneden gestort is hier dicht bij de stad, wat door het gierend geluid en de daverende slag veel indruk op Marijke gemaakt heeft, is onze oudste spruit nog steeds beangst voor laagvliegende machines en afweergeschut. Durft bij donker niet alleen de onverlicht gang over en is ’s avonds in bedje ook schrikachtig. Het is jammer, maar wat moeten we er aan doen. Misschien is het onze eigen schuld, wanneer je jezelf goed in bedwang hebt en geen vrees en geen aandacht vertoont, dan zullen ook de kinderen zich niets van alles aantrekken, maar het is moeilijk om onder alle omstandigheden kalm te blijven, als je aard al niet zo rustig is en de gehele oorlogstoestand toch z’n invloed op je geestesgesteldheid moet gelden.
Vooral de laatste tijd nu de zwermen vliegtuigen veel groter worden en veel vaker overvliegen, wordt de kans ook groter, dat er meer brokken naar beneden komen. De zenuwenoorlog doet ook een duit in het zakje, steeds weer wordt er van beide kanten over het tweede front gesproken, dat alles gaat de mensen in het bloed zitten waardoor de kinderen die niets begrijpen, maar wel alles aanvoelen, overstuur raken. Hoe dat in Duitschland moet zijn met kinderen? Ze worden daar in doen en laten oude mensen, komt me voor. Wij weten dat de bommenwerpers over ons heen vliegen, maar daar weten ze dat ze het mikpunt zijn. Thoma heeft er niet veel last van, behalve toen gistermiddag acht Duitsche jagers vlak over ons huis daverden, toen ging haar hartje ook van rikketik.
In een van Göbbels redevoeringen staat dat men in Duitschland gemakkelijker en primitiever begint te leven, nu de steden verwoest worden, je hebt alleen omdenken om eigen leven en zorgen voor huisraad is er niet meer bij. Het wordt permanent kamperen.
Al in drie weken hebben ze bij de Huizenga’s van Gerard geen bericht uit Berlijn gehad, zodat de spanning daar wel heel groot wordt nu die stad twee maal per week een veeg uit de pan krijgt. De stad wordt een ruïne met ontwrichte verkeersmiddelen, geen post en een voedselvoorziening die ook niet meer in vaste banen zal lopen. Brieven kunnen zoekraken. Wat is ons leven hier nog goed georganiseerd.
Voor Marijke en Thoma ook zo’n plaatje besteld, een goede maatregel lijkt me toe, die het Rode Kruis naar voren brengt.
Twee stukjes uit de redevoering van Hitler gehouden op Nieuwjaarsdag. Het eerst stukje van z’n rede ademt alleen maar overwinning doch in het tweede stukje schijnt hem toch het dreigend spook van het verlies te bekruipen, waardoor de Voorzienigheid en God de weegschaal ten gunste van Duitschland moeten helpen omslaan. Was God om ter kopen, ze zouden het in Engeland en Amerika zeker proberen, en zou God te dwingen zijn, dan zouden de Nazi’s zeker met de revolver in de hand op hem toekomen. Ik voor mij geloof dat God alleen maar rekening houdt met het recht van de sterkste en dat in de eerste oorlogsjaren Duitschland, maar Amerika, Engeland en Rustland beginnen nu op stoom te komen, zodat de moffen in het verdomhoekje beginnen te zitten. Ook in de natuur is het niet anders, wat zwak is wordt meedogenloos opgeruimd en in oorlogstijd gaat die wet ook voor ons mensen op en keren we tot de dieren terug. Opvreten of opgevreten worden.
De neergeschoten Elzinga schijnt een eersteklas ronselaar en gemene vent te zijn geweest, ongeveer als Vergonet uit Huizum, die ook z’n end gevonden heeft. Dat de moffen wijs met hem waren behoeft geen betoog: voorbeeldig politieambtenaar, grote dienstijver, onvoorwaardelijke toewijding. Bij het uit huis halen van de gijzelaars schijnt het publiek zo razend te zijn geworden, dat men een veldslag in de straten beleefde en vijf burgers zonder vorm van proces neergeschoten zijn door N.S.B.-ers.
In dit krantenknipsel staat dat ze probeerden te ontvluchten, maar dat is een verzinsel en een draai die men er aan heeft gegeven om zichzelf te rechtvaardigen. De opgepakte gijzelaars moeten nu maar borg staan voor handelingen en daden van de N.S.B. die niet door de beugel kunnen. Nog altijd zijn we de het loodje leggende partij, doch als de kansen keren, welke vreeselijke wraak zal dan de bevolking nemen op al wat Duitsch en N.S.B. is.
Ook de Duitsche leiding schijnt hem wat te knijpen voor wat komen gaat blijkens Speer z’n uitlatingen, die ook niet direct de overwinning ademen. De enige mogelijke manier voor Duitschland om de oorlog dit jaar niet te verliezen lijkt me toe dat ze zich de Russen van het lijf houden, de invasie verijdelen en ongevoelig blijven voor de bombardementen. Maar hoe komen die miljoenen mensen aan eten, aan onderdak, hoe wil men wapens maken in een verwoeste gemeenschap, terwijl Engeland en Amerika met steeds meer op de proppen komen.
Hitler kan wel schrijven dat zijn land de overwinning het meeste verdient, omdat ze de meeste klappen te incasseren krijgen, maar oorlog is geen bokswedstrijd, waarin de scheidsrechter de beslissing op punten weg mag geven. Hitler stelt het altijd voor, dat wanneer Duitschland verliest, de zon en maan niet meer zullen schijnen, de bomen niet meer zullen groeien en bloeien, de mensen niet meer zullen vrijen en kinderen krijgen. Misschien rekent hij alle harten naar z’n eigen, doch de grote massa lijkt me op dat punt tamelijk ongevoelig en heeft momenteel z’n have en goed te verliezen en zou men aan geallieerde zijde de fouten van Versailles willen herhalen met kans op een derde wereldoorlog? Het gezwam van Duitschland over de vergelding is ook wat apekool. Eerst laten we ons fijn platgooien en murw slaan, maar dan zul je eens wat zien. Misschien moet het vergeldingswapen nog uitgevonden worden en nu het uitgevonden is, worden de fabrieken door de Tommy’s verwoest.
Personen:
De dominee van Holwerd
De scheerbaas-kleermaker Bijlstra
Bijlstra was een ijverige man, ijverig had hij zeven zonen bij z’n vrouw verwekt, ijverig studeerde hij sterrenkunde, alleen in het naar de kerk gaan, daarin was hij liever lui dan moe. Dominee verdroot dit wat en toen hij zich op de dag voor Hemelvaartsdag liet scheren, zei hij tegen Bijlstra: Ik zie jou ook niet vaak meer in de kerk, je moet je leven beteren Bijlstra! Anders komt het niet goed met jou in het hiernamaals. Op Hemelvaartsdag toog Bijlstra met enkele van z’n jongens ter kerke. Dominee preekte vol overtuiging en had een aandachtig gehoor. Z’n slotwoorden waren: En zo voer Jezus naar de hemel en dominee fladderde heftig met z’n getogade armen. Amen. Toen dominee zich enkele dagen later bij Bijlstra liet scheren, vroeg hij direct: En hoe vond je mijn preek? Prachtig dominee, heel mooi, maar zou ik dominee wat mogen vragen? Natuurlijk man, natuurlijk en dominee ging er echt voor zitten. De hemel, dominee, is toch boven de zon en de sterren, maar weet dominee wel dat de dichtstbijzijnde ster toch nog 85 lichtjaren van de aarde af is en dat er sterren zijn met duizenden lichtjaren van ons verwijderd? Maar dominee, dan is Jezus ook nooit in de hemel aangekomen, zou dominee ook niet denken, vroeg Bijlstra zeer schijnheilig. Dominee zei niets meer en Bijlstra was een klant kwijt.
Marijke had vanmiddag een vriendin op bezoek te “wijspraten” en ook de portretten aan de wand werden bekeken. Dat is Omoe, dat is Tante Tieti, dat is Oom Willem, dat is Oma, en dat is Oma’s Opa zei Marijke op een toon die indruk op Ida Dijkstra moest maken. Ja, Oma’s Opa is gestorven! Mijn Opa is dood, vertelde Ida, en die is in de hemel. De hemel? vroeg Marijke. Nou daar heel hoog, wees Ida. Niks hoor, wees Marijke terecht, die de hemel boven haar pet voelde gaan, mijn Opa is in Lekkum in een stenen huisje in de grond, die is niet in de hemel.
De telefoonaansluitingen schijnen drastisch beperkt te worden, Excelsior mocht drie toestellen houden, wij misschien de onze, maar Vader en Moeder zullen de hunne wel kwijtraken. De bakkerij van Excelsior moet in geval van nood voor de Wehrmacht bakken, waarvoor nu reeds bloem opgeslagen is. Mocht de invasie in deze contreien plaatsvinden, dan worden er veel soldaten in de stad gelegerd en ingekwartierd. Ook binnen de stadsgrachten is een bakker aangewezen om de burgerbevolking te bedienen, want de bruggen worden dan vernield.
In Zwaagwesteinde werd een N.S.B.-er doodgeschoten door de ondergrondse wegens z’n miserabele praktijken van verraad van onderduikers, aangifte van verborgen radiotoestellen enz., waardoor vele van z’n slachtoffers er het leven bij ingeschoten hebben. Zoals gebruikelijk werden twee mensen opgehaald en zonder vorm van proces neergeschoten, men neemt ze op Amerikaanse gangster wijze mee in een auto en maakt ze ergens langs de weg van kant. Deze mensen werden in Appelscha teruggevonden.
De inventaris van “Liber Tempo” hebben we ook ontvangen met sjoelbak en koffergrammofoon incluis welke laatste door Marijke in bezit genomen werd en “Liebe der Matrosen” een zeer mooi liedje vond. Thoma vond de pick-up ook erg prachtig, want ze haalde hem met een forse ruk onder het spelen, dwars over de plaat naar zich toe: Hè, hè is dat schrikken! Sjoelen, sjoelen om eendvogel en taarten, zo waren vroeger de avonden voor Sint Nicolaas op verschillende plaatsen in de stad, dat was mijn eerste gedachte toen de oude bekende van z’n vijfjarig verblijf op Ameland op de Nieuwestad terugkeerde. In elk geval is de inventaris van ons huisje gered, maar afwachten of we dit zomerverblijf kunnen behouden en het ons niet afgehaald wordt.
Het was een van de rustige decemberavonden dat Ger en ik bij elkaar zaten. Zij met het eeuwige stopwerk en ik met een boek. Het was rustiger buiten en het was rustig in ons gemoed na een drukke dag met de beide kinderen voor Ger en zakenbeslommeringen voor mij. Zo genoten we van ons kopje theesurrogaat en een koekje terwijl de hummels sliepen. Want zolang die om je heen springen is er leven in de brouwerij. Jantje lacht en Jantje huilt, Jantje doet een druk in de broek en Jantje knoeit met het eten, dat begint ’s morgens om half acht en dat houdt ’s avonds om half acht op.
Op een van de kalme avonden dan, liet Ger zich plotseling ontvallen: Hé wat heb ik een koude voeten. Ze zei het zonder bedoeling, maar ik zei er direct overheen: Dan kom ik ze straks bij jou in bed wel even opwarmen. En dat was met een bedoeling. Commentaar kwam er niet op en wie zwijgt stemt toe, zodat we een uur later dicht tegen elkaar lagen. Haar voeten tegen mijn voeten, mijn dijen tegen haar dijen, haar rug tegen mijn lijf. Mijn armen om haar heen en in elke hand een van haar zachte borsten. Zo lieten we ons ook die keer heerlijk warm stoven onder de Zaalberg dekens en op de Epeda matrassen, terwijl het verlangen naar gemeenschap met de warmte in onze lijven stroomde.
Elke keer was het echter weer spelen met vuur, alhoewel ik me gewoonlijk in de macht kan houden en voor het zingen de kerk verliet, ben ik die decemberavond in het voorportaal blijven treuzelen met alle gevolgen van dien. Het is jammer en het spijt me, maar daarmee was Ger niet geholpen, zij heeft in september weer een baby te krijgen en als het dan nog maar een jongen is, dan is ze er nu geloof ik wel mee verzoend, of liever ze legt zich bij het feit neer, hoewel niet van harte nu we een moeilijk jaar tegemoet gaan en wat de oorlog betreft en wat de babybenodigdheden aangaat.
Toen ze merkte dat het mis, of liever raak was, hebben we wel een paar vervelende dagen gehad en was de verstandhouding tussen ons beiden nu niet je dat, wat ook geen wonder is als je voorlopig geen kind meer wilt hebben, terwijl er toch maar weer een komt. Men zegt wel dat wanneer de mannen kinderen moesten krijgen, het mensenras spoedig uit zou sterven. Hoe het zij, Ger moet haar baby krijgen, tenminste als er niet een miskraam volgt. Veel middeltjes zijn er al geprobeerd, maar geen resultaat zodat ze zich nu maar bij de toestand neerlegt. De vrede is tussen beide partijen weer getekend, waar twee kijven hebben twee schuld en bij de vrijerij is deze negen maanden geen risico meer.
Hoe het later moet weet ik niet, Ger is nu eenmaal buitengewoon vatbaar. Dr. Huizenga later maar eens vragen om de kinderrijkdom een halt toe te roepen, want alle middelen hebben hun bezwaren, want hier beginnen de tegenstellingen tussen man en vrouw te spreken, die alle keren vòòr de gemeenschap moeten worden overbrugd om tot elkaar te komen. Misschien zegt Huizenga wel na mijn relaas gehoord te hebben, dan maar niet meer vrijen, en zoiets zal ik wellicht een poos vol kunnen houden, maar bevordelijk voor een goed humeur is dat nu juist niet, je kunt niet alles in je werk afreageren. Het egoïsme in de man komt altijd zeer spoedig naar boven, wanneer het sexuele in het spel is en men zich beperkingen op moet leggen.
We waren vroeger eens bij kennissen in Deventer en daar viel de vrouw des huizes tegen ons mannen uit: Jullie kerels willen altijd maar vrijen. En ze zag ons vernietigend aan. Ger heeft de afgelopen jaren wel eens gezegd, dat Tiet en Willem het toch maar gemakkelijk hebben, vrijen zo vaak en zoveel het hun belieft zonder dat ze hun hersens erbij moeten houden. Maar ja, die hebben weer geen kinderen en zullen daar vermoedelijk verdriet van hebben. Verwacht niet te veel van het huwelijk, dan valt het altijd mee, het sexuele speelt wel een rol maar er is gelukkig meer.
Onwillekeurig vraag je toch veel, het egoïsme zit er zo diep in, dat deze eigenschap die vermoedelijk de kurk is waarop de mensheid drijf, toch met z’n scherpe kanten je medemensen wondt. Eerst ik en dan pas jij. Op papier is de vrijerij gemakkelijk genoeg te regelen maar de werkelijkheid is anders, anders tussen elke man en elke vrouw.
Ger is iemand die niet lang jeremieert, ze vat de koe direct bij de horens en roept iedereen in touw. Allereerst moeten we een inwonende dienstbode hebben voor dag en nacht, waarvoor op zolder een kamertje getimmerd zal worden en een vaste trap erheen. Het ongelukkige trapje, waarmee Ger al eens mee naar beneden gekomen is, kan dan verdwijnen. Westerbaan ziet nog wel kans het te maken, Teijema heeft nog wel wat verf en Swart moet de buizen van de centrale verwarming wat omleggen, zodat je daar je nek niet over hoeft te breken bij het nieuwe trapgat. Behang hebben we zelf nog, want dat is er niet meer, wordt tegenwoordig voor bankpapier gebruikt zou je menen, zodat als de voortekenen niet bedriegen ook dit kamertje voor elkaar komt. Als de beide kinderen maar wat gezond blijven en Mama niet teveel aan het hoofd zeuren, dan zal het met Ger naar ik hoop ook wel loos lopen. Als ze dit las zou ze direct zeggen op haar agressieve manier: Wil je het koopje overnemen?
Nel Melis heeft voor de derde keer een nieuw dienstmeisje gekregen die bevallen moet, terwijl haar eigen baby over enkele weken komt. Drie dienstboden, en als ze er enige tijd werken, krijgt Mevrouw te horen: Het spijt me wel maar ik moet een kleine krijgen. Het is reusachtig hoeveel kinderen er geboren worden, terwijl de moeders in alle gevallen zeggen: Waarom juist nu, had dat nu niet een poosje kunnen wachten tot na de oorlog? Dan waren er misschien kinderkleertjes en luiers geweest, want het hele textielvak is een onoplosbaar probleem in zo’n geval. De babypakketten zijn veel te klein en o zo slecht. In arme gezinnen is er heel wat moederliefde en verloochening voor nodig om toch het kind groot te krijgen. Met geld is het voor de beter gesitueerden toch altijd veel te bereiken en is iets makkelijker een goed nestje voor de komende boreling te bouwen. Voor de oorlog was het de geldarmoede, die minder bedeelden parten speelde en nu is het de goederenschaarste.
Ger is gisteren naar Dr. Huizenga geweest om het briefje, waarmee de vergunningen los moeten komen, en dat ze dan ook kreeg. Zoals te begrijpen begon ze tegen Huizenga ook weer over het oude thema, dat het krijgen van een kind in deze tijd wel het allerstomste is, een beroerder ogenblik is moeilijk uit te kiezen. Alle dagen en nachten Tommy’s, het eten krapper, de invasie wellicht dit jaar, en wat ook voornaam is: een winterkind krijgt zo weinig zon. Oh, had die man van mij nu beter opgepast en mij dit koopje niet bezorgd, dat was het slot. Dr. Huizenga grijnsde maar wat en liet Ger geheel uitpraten, toen ze aan het eind van haar boetpredikatie was gekomen en al haar grieven had gelucht, zei Huizenga: Ja, ja bij ons komt er in september ook één, waarop hij hardop begon te lachten en Ger vermoedelijk bij zichzelf dacht: Heb ik die vent ook even lekker de les gelezen, dat kan hij in z’n zak steken.
23 januari 1944
De oorlog schiet niet veel op, alle dagen stukken in de krant over het tweede front, alle dagen dringen de Russen verder op, veroveren de geallieerden weer een heuvel in Italië en alle dagen zitten wij hier naar het einde van de moordpartij uit te zien zonder persoonlijk evenwel een hand uit te steken om het proces te bespoedigen. Velen voelen zich gedwongen mee te helpen in de ondergrondse, maar de meeste mensen, waaronder ook mijn persoon, “praten en schrijven” en daar blijft het bij.
Deze week met Vader naar de verplichte luchtbeschermingsavond in de Harmonie geweest om ons vertrouwd te maken met alle soorten bommen. Leeuwarden heeft geen ervaring, de praktijk is meer dan erg vermoedelijk. Plotseling kan ook de hel boven onze stad losbarsten, want het enige doel is op het ogenblik vernietiging van de tegenstander.
Gerard is overgeplaatst van Berlijn naar Zuid Duitschland kregen ze op de Tweebaksmarkt bericht, want van de hoofdstad zal wel niet veel over zijn na alle bombardementen. De Duitschers vonden dat ze wat terug moesten doen en hebben op hun beurt Londen aangevallen, maar of dat nu wel zo groots geweest zal zijn als beweerd wordt, daar zet ik maar een vraagteken bij.
In de Russische kranten werden deze week plotseling vredesgeruchten afgedrukt. Onderhandelingen tussen Amerika-Engeland enerzijds en Duitschland aan de andere kant. Begrijpen doen we alles niet, maar ja dat is hogere politiek, wie weet wat er allemaal bekonkeld wordt. Met U, bij U en zonder U is het ook op dit ogenblik. De vrede komt wel plotseling misschien, best mogelijk dat het hele invasieleger moet dienen om de Rus tegen te houden, want wat de Rus in de vingers heeft, dat wordt niet goedschiks losgelaten. Twee honden vechten om een been en de derde loopt er ras mee heen, maar krijgt natuurlijk onderweg ook weer ruzie.
28 januari 1944
Ger is niet erg goed de laatste dagen en ligt op bed met keelpijn, oorpijn en zelfs pijn in haar likdoorns. Ze heeft griep en dan de misselijkheid daar nog bij, nu dan voel je je belabberd. Alle dekens die er zijn wil je dan wel over je oren trekken om weg te kruipen, alleen het gefluit van bommen dringt ook daar doorheen, we zijn tenminste vanavond al twee keer onderaan de trap gaan zitten, toen het geschiet en gegooi begon.
Het is van de week al eerder mis geweest, woensdagmiddag, toen er bij Vader en Moeder in de Fonteinstraat een lichte bom gevallen is. Moeder was alleen thuis en heeft geen letsel gekregen, terwijl er ook bij haar geen ramen gesprongen zijn. Vermoedelijk een school jonge piloten, die met hun onderwijzer naar Leeuwarden getogen zijn om hun kunnen te tonen. Als dat ding voor het vliegveld bestemd zou zijn geweest, dan is wel grandioos gemist. Veel pannen, veel ruiten, de waterleiding en een boom moesten het ontgelden. Een aantal mensen met wonden door rondvliegend glas.
Gisteravond is Berlijn weer het doelwit geweest van een grote massa toestellen. Een der toestellen is denkelijk aangeschoten geweest en liet bommen vallen o.a. bij het sportveld Cambuur en niet ver van Moe haar huis op de Groningerstraatweg. Die bommen waren heel wat zwaarder. Het gat dat ontstond was denkelijk een dertig meter middellijn en drie tot vier meter diep, zo trof ik het op de straatweg aan. Het toestel zelf schijnt bij Hardegarijp te zijn neergekomen en heeft daar alle ruiten verwoest. Moe haar huis is er genadig afgekomen, enkele ramen stuk, een kozijn ontzet, alle pannen weg, alle ruiten stuk en de vitrages wapperen als zielige vodjes uit de ramen in de gelukkig niet koude wintermaand. Lampen stuk, huisraad ondersteboven en mensen met pleisters op het gezicht. Als je naar de gezichten ziet van de mensen, die om die bomkrater staan, dan is dat één van gespannen aandacht, denkelijk stelt men zich voor hoe het hele eigen huis met familieleden zo in een klap in zo’n gat kan verdwijnen en er wat brokstukken overblijven, die je bij elkaar moet zoeken. Waar moet al dat glas vandaan komen voor herstel? Karton wordt ijverig gespijkerd.
De Tommy is er ook weer, cirkelt al maar rond, maar er valt nog niets. Toch begin je je niet op je gemak te voelen en het eeuwige geschrijf en gepraat over de invasie als die in ons land komt, doet er ook geen goed aan, ze konden beter in de kranten een cursus houden: Hoe bewaar ik mijn kalmte onder alle omstandigheden.
In de Haagse Post stond vandaag een artikel over wat gebeuren zal als Nederland strijdtoneel wordt. De Hollanden onder water en geen evacuatie van de burgerbevolking enz., alles wat maar gruwelijk is, wordt ons voorgehouden. We moeten maar afwachten.
Al wordt er in het Westen niet gevochten, toch bindt al deze invasietamtam wel een hoop Duitschers. Wel staat er in de kranten dat men zich in Engeland klaar maakt voor een grootscheepse operatie, alle voortekenen wijzen er op. Voor eind februari of na mei moet de slag vallen, zegt men. Nu die men kan het weten. Iemand wilde weten wanneer de oorlog afgelopen zou zijn en daarom ging die man naar het hoogste kantoor, hij ging naar Hitler, maar die ried hem aan om het aan Churchill te vragen. Deze laatste zei: Ik weet het niet maar Roosevelt weet veel meer dan ik, daar moet je wezen. Maar ook daar geen antwoord, behalve dat de man naar Moskou reisde om Stalin te vragen. Maar ook die zat met de handen in het haar, alleen de laatste had een goed raad en zei: Ga direct naar Nederland, daar weten alle mensen het. De optimisten zeggen dat we aan het eind van het jaar de vlaggen uit mogen steken, en de pessimisten zien ongelukkig en mompelen: Nog in geen jaren.
In Italië zijn de Anglo-Amerikanen geland met een groot leger achter de Duitsche linies en nu zou je zeggen: Daar ontstaan verbitterde gevechten. Niets daarvan, het gelande leger wordt haast niet aangevallen. In de krant staat dat juist dit niet aanvallen getuigt van bijzonder diep Duitsch inzicht. Ik vind het maar vreemd, maar er zijn meer vreemde dingen en misschien wordt er toch in het geheim onderhandeld over vrede. Duitschland probeert het natuurlijk in die richting te sturen: ze zouden wel graag zien dat de Rus tot staan gebracht wordt en de mof kan wel wat hulp gebruiken, maar met die oplossing zou het nazi systeem bestaan blijven, waar heel Duitschland mee doordrongen is.
30 januari 1944
Ons vliegveld schijnt gezocht te worden, want vanmorgen om elf uur daverde er alweer een dreunende slag over de stad, zonder dat we de Tommy gehoord hadden. Geen luchtaanval, geen ongelukken. Over de bommen van vrijdag sprak ik gistermorgen met Van Dijk, die vertelde dat z’n gezin nogal beangst geweest was, zelf had hij z’n Engelse hemd maar aangetrokken, dan kon de Tommy zien dat hij aan de goede kant stond en niet op hem hoefde te mikken.
Toen de bom vanmorgen viel waren Marijke, Thoma en ik aan het wandelen. Marijke schrok en pakte mijn hand steviger beet. Thoma had geen angst, zei alleen maar: Boem! Ze is nog te klein om vrees te kennen, terwijl Marijke dat gevoel wel heeft. Wat is dat Papa? Nou, zei ik, je weet wel als Mama een zak van Dröge, de kruidenier, heeft en we blazen die op en slaan er dan op, dan knalt dat ook zo. Dit is precies zo, alleen wat harder. Het gehele geheim zit erin, dat je jezelf in bedwang hebt en kalm blijft, dan tonen de kinderen ook geen angst, maar ja dat is theorie, als er vlakbij wat gebeurt weet je niet hoe je reageert.
Donderdagavond zijn Ger en ik naar een concert geweest, gegeven door de Groninger Orkestvereniging. Uitgevoerd werden werken van Beethoven. Wij vonden het beiden erg mooi, Ger vermoedelijk nog meer dan ik, omdat zij de knepen en moeilijkheden van het vak kent en beter tot beoordelen in staat is. Vaak hoor je deze stukken voor de radio, maar dan gaat er toch wel veel verloren. Ook de recensie in de krant was goed en het is een verademing zo’n concert te horen, dan al maar te lezen over de invasie die komen gaat.
Aanplakbiljetten wat te doen ingeval van nood en oorlogshandelingen in ons land. Voor en tegen inundatie en dat alles wegens de koortsachtige bedrijvigheid in Eisenhower’s hoofdkwartier waar grote dingen uitgebroed worden, die niet verborgen kunnen blijven. Zuid Frankrijk is ook wat voor te zeggen, rugdekking van de Pyreneeën, verbinding met de legers in Italië, maar alles is half werk doordat de strijd er niet gaat om wat land te bezetten, maar om te zien wie het eerst in Berlijn is. De Rus of de Tommy. En de Rus schiet op!
Wat een vet, wat een vet en wat voor vet! Net kaarsvet. Als je het ’s middags in de jus gehad hebt, dan schraap je de hele middag met je tong het gehemelte af om de laatste restjes te verdrijven, die erg hardnekkig blijven kleven. Wat zijn we nog verwend en dan zulke lekkere recepten op de koop toe. Honger doet de beer dansen.
7 februari 1944
Morgen 8 februari zijn Ger en ik al weer vijf jaar getrouwd, vijf jaar oorlog bijna, ja niet in ons huwelijk, nee daar niet van, soms eens wat schermutselen, dat wel, met voetzoekers en af en toe een donderbus, maar dan was de lucht ook altijd spoedig schoon en voer ons huwelijksbootje weer gerust verder naar een volgende deining. Vijf jaar waarin Pa overleden is, waarin Marijke en Thoma geboren werden en waarin no. drie zich bij Ger aankondigde.
Vijf jaar die achteraf bezien vlug voorbij gegaan zijn, terwijl de vijf komende jaren vooruit gezien zeer eindeloos lijken. Vijf jaar waarin we het goed gehad hebben, zonder zorgen, zonder oorlogsellende, die het leven voor veel mensen zwaar te dragen maakt, doch die onze deur tot nu toe voorbij gegaan is. Toch moet je nu eenmaal rekening houden met het feit dat ieder ogenblik de bom kan barsten in letterlijke en figuurlijke zin en dan heb je je pakje maar te dragen. Al kun je van te voren niet zien hoe zwaar dat pakje wel zal zijn. Net zo min als van een vuilnisvat dat buiten staat, is het gevuld met veer of zit er zand in, van buiten lijken ze even zwaar en je kunt je er lelijk aan vertillen.
Hoelang de weg ook mag zijn, mee te dragen heb je het totdat de tijd de wonden heelt. Toch treft de klap van het noodlot meestal hard en onverwacht en van te voren is niet te berekenen hoe raak zo iets zal zijn. Door de oorlog is de trefkans vergroot en toch misschien in percentage uitgedrukt maar heel miniem wat de hele Europese bevolking betreft. In de vorige oorlog was het aantal gesneuvelden naar ik meen 10 % van het aantal soldaten dat op de been was.
Op het ogenblik hebben we met deze sombere beschouwingen nog niets te maken, want om zeven uur ’s morgens loopt de wekker af, waarna ik me vlug aankleed en de beide kinderen beneden haal en ook van kleren voorzie, ieder in een kinderstoel zet met een boterham, alles begeleid door Marijkes eeuwigdurend geklets. Als Corrie om half negen komt is Mama ook in de kleren en neemt het gezag weer over. Marijke naar school en ik naar m’n kantoortje beneden. Thoma hummelt dan met een “sjappie” bij Ger om en zuigt ondertussen ijverig op twee vingers, het bandje van de slab onder de neus. De betekening van er zo bij te staan, ontgaat ons. Misschien moeten de beide handen wat te doen hebben.
In de zaak is het stil, af en toe een zwart postje, terwijl er verder nog al wat vergunningen ingeleverd worden voor textiel, waar we geen voorraad meer in mogen hebben. Een zonderling beeld, want V&D heeft al levensgrote tekeningen van jurken in z’n etalages staan, waarop de klanten kunnen bestellen. Hebben we van KA (Katoen Afval) dekens bijv. geen voorraad meer, dan moeten we eerst een leverancier vinden die kan leveren, want dat is ook nog niet zo eenvoudig wegens de Duitse vordering die naar het schijnt nog steeds niet afgewerkt is. Trouwens dan komt er wel weer een andere instantie met wensen. Die KA dekens is van een kwaliteit die de warenkeuring vroeger in beslag zou hebben genomen.
De klant heeft er dus niets meer in te zeggen wat ze zal ontvangen. Uitzoeken is niet mogelijk, alles zal hij moeten accepteren. Papier met kunstzijden matrasdamasten, stro vulling, watten afdekking, dat zijn de matrassen. Maar ja, helemaal niets is voor iemand die verlegen zit, nog hopelozer. Verkoop in kleine meubeltjes, doosjes, krantenbakken, kapstokken, dat is het enige en verder nogal wat reparaties, wiegbedjes, af en toe een bureau, daarmee houden we loop in de zaak en het personeel aan het werk, en gaat het ten koste van de voorraad, maar laten we hopen dat de gulden in de toekomst niet al te rare sprongen gaat doen en wat koopkracht houdt. Het vorig jaar is nog niet zo slecht geweest, wellicht valt het ook dit jaar mee.
Als de invasie ons land niet overvalt met z’n vergaande verwoestingen, dan zal Nederland er zich wel weer bovenop werken. Per slot van rekening hebben alle landen een klap van de molen en van Mars beet. Tot nu toe zijn we er in verhouding tot andere landen nog niet het slechtste aan toe, gezien de verwoestingen in Rusland, Duitschland en in Engeland is ook nog al eens een bom gevallen. Vanavond stond er in de krant, dat de invasie wel moet komen, willen de geallieerden de strijd niet verliezen, gezien de steeds moeilijker wordende positie van Rusland! Volgens de krant is Rusland zo uitgeput na de enorme offensieven, dat ze het niet lang meer vol kunnen houden en Duitschland dan z’n slag kan slaan en het land kan vernietigen. Dat vernietigen is anders in 1941 al gebeurd, meen ik me te herinneren. Het is anders nog altijd waar dat Duitschland geheel Europa en een flink stuk van Rusland in z’n macht heeft en voor zich kan laten werken. Wie weet zit er in de krantenartikelen ook nog wel wat waars wat wij als pro geallieerden niet willen of niet kunnen zien.
De arbeidsinzet in nieuwe banen is de strekking van nevenstaand artikel, omdat Nederland meer dan tot nu toe z’n aandeel moet leveren om het Duitschland mogelijk te maken mede ons land te verdedigen. In de krant stond kort geleden dat er 450.000 arbeiders in Duitschland zouden moeten zijn, maar dat bij telling bleek dat er maar 300.000 waren. De rest was verdwenen, ondergedoken, met vakantie, niet thuis, of gewoon foetsie, wel moeten er twee anderen borg staan dat een met verlof gaande kameraad terug zal komen. Is men eenmaal thuis, dan zijn de vrienden in de vreemde wel vergeten èn wat afgesproken èn plechtig beloofd is. Het risico is Ommen of Vught.
Wat nu te doen met de groene Z-kaarten, wel opsturen of niet? Bij niet inzending heb je voor jezelf het gevoel dat je een flinke vent bent en lijdelijk verzet pleegt, zodat de zaak voor de moffen nog wat stroever gaat verlopen. De kans is groot, dat er veel moeilijkheden ontstaan. Verdwijnen? En de kans lopen dat Vader opgehaald wordt. Niet verdwijnen is ook mogelijk, willen ze me hebben, dan moeten ze me maar halen. Slapeloze nachten geeft zoiets wel, want zo’n held ben ik niet. Vul ik de Z-kaart wel in voor mezelf en voor Van Dijk, dan hebben we een goede kans er door te rollen, ook al omdat de omzet gevraagd wordt over 1942, die toen nog bijna een ton bedroeg bij een geringe personeelsbezetting. Loopt deze vrijstelling niet los, dan is verdwijnen of niet opkomen ook nog mogelijk, alleen weet het arbeidsbureau dan veel meer gegevens over de zaak met naam en adres van ons allen. En een heden gegeven vrijstelling wordt morgen misschien ingetrokken, want het gebrek aan werkkrachten wordt met de dag groter. Een consequente “stik maar” handelswijze toe te passen is met de zaak erg moeilijk.
25 februari 1944
Nijmegen, Arnhem en Enschede zwaar gebombardeerd, honderden doden en een veelvoud aan gewonden. Enige duizenden huizen verwoest en uitgebrand enz. Weer heel wat ellende. De zegeningen van de Amerikanen die als ze een bepaald doel willen raken, meteen maar een straal van een kilometer, met de grond gelijk maken. Het lijkt er haast op dat men teveel vliegtuigen en teveel bommen heeft. Elke dag verschijnen er honderden boven West Europa met hun inhoud.
Donderdagmorgen hebben we hier een beurt gehad, al was het dan op het vliegveld. Nu werd er goed gemikt en kwam alles ter bestemder plaatse, behalve een bom in Marssum, die toch nog weer vier of vijf slachtoffers maakte. Geen afweergeschut en geen wind, je zou zo zeggen dat ze wel wat nauwkeuriger hadden kunnen richten, zijn de omstandigheden even anders dan legt de stad het loodje. Met hand en macht wordt er al weer aan het herstel gewerkt.
De Nederlandse Arbeidsdienst werd direct opgetrommeld, alle in de stad aanwezige vrachtauto’s, paard en wagens, alles moet modder rijden om de gaten te dichten en het hele veld klaar te maken voor een volgende operatie van de Tommy’s. Verder moeten de grote bedrijven als Koopmans, Condens, Lijempf, Algemene Friese de helft van hun mensen afstaan om vier dagen te gaan graven en gaten te vullen. De zondag inbegrepen en ieder moest zelf voor een schep zorgen. De brandweer, die direct opgetrommeld werd, kon tussen de tijdbommen in branden blussen. Duitse brandweer is niet aanwezig. Een zware aanval is het niet geweest, want dan waren er wel veel ruiten gesprongen; nu bleef het bij ramen van huizen in de buurt van het vliegveld.
Toen ik de Tommy’s hoorde komen en ook zag, waren ze heel laag en vlogen met een boog over de stad naar het vliegveld toe. Allereerst alle ramen opengegooid, geld, spaarbankboekjes, bonnen enz. bij elkaar gegrist en met elkaar naar beneden in de winkel. Het dreunen was toen al begonnen. Alle ramen klepperden en de grote spiegelruiten stonden te zwabberen in de sponningen maar ze bleven heel. Je kunt je niet voorstellen hoe groot de golven zijn, die in die ramen op kunnen treden. En het schudden van het huis en de luchtdruk geven de indruk, dat het glas geen glas meer is maar een soort deeg, dat elk ogenblik in elkaar kan zakken. Met grote ogen staar je naar die ramen en heb je het gevoel, dat elk ogenblik het hele zaakje als een pudding op de grond terecht zal komen. Ze bleven heel en toen de eieren gelegd waren was ook het glas ineens weer glas. Het is tegenwoordig anders maar bar onrustig, bijna elke avond valt er wel wat en je schrikt er behoorlijk van als plotseling zo’n bom naar beneden komt fluiten en er een zware klets op volgt.
De binnenstad van Nijmegen heeft er flink van langs gehad, ook een der Gima-leden zag z’n zaak in vlammen opgaan. Het ellendige is dat er direct plunderaars op de proppen komen. Een twintig werden in de getroffen plaatsen gefusilleerd. Het is natuurlijk te begrijpen door de bittere nood die heerst, waardoor alle goederen goud waard zijn. In enige seconden kan een stad een ander aanzien krijgen en is vaak het levenswerk van jaren vernietigd, plus veelal velen die familieleden hebben te missen.
Al die rampen gaan wat langs je heen, ook in de krant staat er niet veel van, alleen wat korte berichtjes. Moest zoiets vroeger gebeuren, dagen lang hele pagina’s vol foto’s en verhalen van ooggetuigen. Toen scheen de mensheid behoefte aan sensatie te hebben en nu zijn we er beu van. Elke dag laten duizenden het leven door de oorlog en de overlevenden gaan wat struisvogelpolitiek bedrijven door zichzelf te dwingen er niet aan te denken, misschien wel omdat dat de enige manier is om niet zenuwziek te worden. Het zonderlinge is dat als je naar buiten ziet, dan schijnt het zonnetje zo lekker, de bomen krijgen al dikke knoppen, sneeuwklokjes in de tuintjes, nog even en het is voorjaar. De natuur trekt zich niets van alle menselijke onrust aan , de lente is in aantocht.
Hitler heeft gezegd dat uit deze oorlog de overlevenden uit de puinhopen tevoorschijn zullen komen als de vrede er is, tot zolang moeten ze daar maar onder bivakkeren. De man moest maar mee gaan helpen de boel af te breken, eerder heeft hij toch geen rust. Wie het langst leeft heeft toch alles, ook de ellende en het verdriet, totdat de tijd de wonden heelt en later vertellen de geschiedenisboekjes wat heldendaden en leren de kinderen verveeld de jaartallen 1939 tot 19.. , tweede wereldoorlog. Punt. Uit.
De slachtoffers zijn begraven, wat niet ziet wat niet deert. Verdriet is ook niet zichtbaar en de vent die een oog, een arm of een been heeft moeten missen, krijgt wel een glazen oog of een kunstarm of -been, opdat de goegemeente niet herinnert zal worden aan deze heroïsche jaren. De zwaar verminkten worden wel ergens opgeborgen of gaan tijdig dood, de verwoeste huizen zijn na enkele jaren weer opgebouwd, het zwart geblakerde houtwerk krijgt een kwastje verf.
Tien jaar na het einde van deze oorlog wordt alweer aan een volgende gedacht. De mensheid als geheel schijnt oorlogen als brood zo nodig te hebben. Ze zijn er altijd geweest en zullen er wel altijd blijven, ondanks de dominees van “kerk en vrede”. Doordat voor ons de tijd als een lijn is, zien we alles door de bril van het ogenblik en gaan van punt naar punt.
Als het vrede is, denk je dat het wel altijd vrede zal blijven en haak je naar verandering en als het oorlog is, heb je het gevoel dat er nooit een eind aan komt. Van de toekomst weten we niets, van het verleden herinneren we ons een beetje, doch het ogenblik is oppermachtig en bij dat ogenblik pas je je gemoedstoestand aan. De lessen uit het verleden worden verwaarloosd, omdat steeds weer andere mensen zelf moeten ondervinden, wat het leven aan vreugde en ellende biedt. Je ziet het aan je eigen kinderen, je waarschuwt ze voor een hete kachel, maar ze branden hun vingers toch. We kunnen ons maar niet van die levenslijn verheffen en het geheel beter overzien. We zijn en blijven puntmensen. Punt. Uit.
Goed, we gaan weer verder met het herstel van het vliegveld, vrachtauto’s vol gevangenen in gestreepte kleren rijden door de stad: Spitten en graven, stenen sjouwen om de zaak te klaren, alles onder luide commando’s van Duitschers in jassen tot de tenen en een groot geweer in de hand. Raus Mensch! Schnell!!
Eerst de Westkant van de stad vol mangaten en bunkers en nu de Noordkant idem, met daar tussendoor schepen vol materiaal voor het vliegveld zelf. Honderden en nog eens honderden mensen werken er en laten hun zweet vallen, of niet natuurlijk, want ook de gevangenen die door de stad wandelen en waar een Duitser met het geweer op schouder naast loopt, geven nu niet direct de indruk dat ze zich dood moeten sjouwen. Vreemd is dat alle soldaten nu een geweer bij zich hebben, ze nemen het zelfs mee naar de bioscoop.
Zeeland en de Zuid Hollandse eilanden worden geëvacueerd en komen onder water te staan en omdat daar veel tarwe, vlas en koolzaad vandaan komt, wordt de boeren in de rest van het land verzocht, het tekort aan te vullen door veel van deze gewassen te planten, de met landbouwproducten bebouwde oppervlakte van ons land wordt alweer kleiner.
De vrouw van Ds. Brinkerink van Ameland was vanmorgen in de winkel. De dominee heeft kans gezien in de reuzenzwaai burgemeester te worden van een Zeeuwsche gemeente, doch is nu geëvacueerd. Z’n vrouw scheen wat over Ameland te willen weten, tenminste daar zeurde ze over. De bedoeling was echter het ruilen van een voetzak tegen olie of suiker, want daar zaten ze nogal ruim in. Hier zaten ze beter in dan in de slappe was, dat was vroeger niets, mogelijk nu wel dankzij het N.S.B.-burgemeesterschap, waar mevrouw een bontjas aan overgehouden had. Het is ook mogelijk dat die transactie de burgemeester uitgekleed had en dat daarvoor de voetenzak dienst moest doen om hem toch nog een beetje warmte te verschaffen. We hebben mevrouw maar stil laten praten en zo weinig mogelijk terug gezegd en toen liep het gesprek vanzelf dood en ging ze weg.
Gisteravond liep Jan, onze vroegere hulp in de expeditie, even aan voordat hij met z’n moeder naar de bioscoop ging en vertelde dat ook hij op het vliegveld werkte. ’s Morgens om zeven uur beginnen en om vijf uur weer naar huis. 52 Cent per uur verdienen. Vrijdagmiddag was hij met anderen bezig een wagen stenen te lossen en het leek erop, dat de kar om vier uur leeg zou zijn, dus stond men maar wat te praten, toen er een hoge Ome aankwam, die naar het werk informeerde. Om de tijd vol te maken, moest er toch nog gedaan worden of er gewerkt werd en de Duitse soldaat stond op wacht. Keek de hoge niet dan gingen de stenen van de grond in de wagen, keek de man wel dan gingen de stenen van de wagen op de grond. Die soldaat zei ook: Wat helpt het of het vliegveld gerepareerd wordt, is het klaar dan wordt de zaak weer gebombardeerd, want het wordt immers niet verdedigd. Hè, hè wat wordt je daar moe van, even zitten, want niets is vermoeiender dan niets doen.
Ger is al enige dagen op zoek naar een baker, wat nu eindelijk gelukt is. Ook bakers zijn krap, net als alles. Het is tegenwoordig blijkbaar zo dat je eerst een baker moet zoeken en dat je dan je gang kan gaan in bed. De dokter en de bonnen zijn er wel te krijgen. Het geboortecijfer is zeer hoog, waar je ook ziet en waar je ook gaat, de dames hebben een dikke buik en de heren zetten een zorgelijk gezicht en zeggen: Hoe is het mogelijk! ’t Bestaat niet! Alleen de jonge zoon of dochter lijkt later sprekend op de echtgenoot. Ger voelt zich niet zo prettig, is vaak misselijk, is moe en slaapt graag, wat nu niet precies haar gewoonte is. Hopelijk gaat het binnenkort weer beter en komt het lichaam tot rust, zodat dan het eten ook beter begint te smaken. Neem daarbij de zorg voor de kinderen plus het zorgen voor het eten en de misselijkheid op de koop toe en je kunt je begrijpen, dat ze zat van alles heeft.
We hebben ook een stel zwarte hulp politie soldaten gekregen, die met een groot geweer door de stad sjouwen. Gezichten waar je bang van wordt en die stuk voor stuk in Ommen of Vught thuis horen in plaats van de gijzelaars en politieke delinquenten, die er op het ogenblik zitten. Deze zwarten moeten ook goed slapen, vandaar dat voor elk een kosthuis aangewezen wordt, waar ze een eigen kamer krijgen. Op de Emmakade zijn diverse particulieren aangewezen zo’n N.S.B.-er in huis te nemen. Ook wordt er weer gevorderd, bedden en dekens van particulieren, die tegen een bonnetje meegenomen worden. U krijgt alles terug, we zijn geen bolsjewieken! Wat de Russen ons zouden “brengen” weten we niet, maar wat we van de Duitschers en hun handlangers moeten verdragen is bekend, overbekend.
Vanavond vanuit Jellum teruggefietst met een melkklant die begin januari z’n broer verloren had in Leiden. Er was een N.S.B.-er doodgeschoten en toen waren maar vijf burgers zonder vorm van proces op straat neergeknald, en daar was deze man bij.
18 maart 1944
Vrijdag was de zwarte “bonnen politie” weer actief bezig, nu het station, ieder werd gefouilleerd, op bonnen en verboden waren gecontroleerd. Naar onderduikers uitgekeken en aangezien de helft der mensheid toch wel het een of ander “handeltje” heeft, vielen er vrijdag ook nogal wat slachtoffers en waren er ook wel jongens en mannen bij die “best” in Duitschland konden werken en meteen maar op transport gezet werden om via een verzamelkamp, waar nog wat kleren gebracht konden worden, te helpen pompen om het zinkende schip van staat, drijvende te houden.
De invasie, daar schijnt voorlopig nog niets van te komen, misschien later, er wordt van beide kanten ook niet zo veel meer over gesproken. Het Italiaanse voorbeeld geeft te denken, want daar schiet het ook niet hard op. Engeland heeft tenminste aangekondigd, dat de bombardementen de pijler is waarop de invasie berust, men zal zolang bombarderen tot de zenuwen kapot gemaakt zijn plus alle bedrijven, die voor de oorlog werken en de invasie dan niet meer kan mislukken.
Op Spanje, Turkije en Ierland wordt door de geallieerden druk uitgeoefend om de neutrale houding te laten varen en met de “spil” te breken, maar de onderhandelingen treuzelen erg. De Russen schieten aardig op, breken dan hier, dan daar door de Duitsche linies en zitten haast in Roemenië. In de Stille Zuidzee wipt de Yankee van het ene eiland naar het andere, terwijl de Jappen zich tot de laatste man doodvechten. Gevangenen worden er haast niet gemaakt, men vecht zich liever dood, want het is erger je gezicht te verliezen dan je kop.
Nu er uit ons land niet meer zo veel te halen valt, is het eenzijdige deviezenverkeer van ons land met Duitschland weer wat aan beperkende maatregelen gebonden, we moet nu opgeven van wie we Duitsche bankbiljetten ontvangen en waarvoor die dan gediend hebben. Smokkelhandel met Duitschers wordt wat aan banden gelegd.
Het inleveren van de klanten van vergunningen voor bedden, dekens, lakens en slopen gaat in vlot tempo door. Sinds 15 januari bijna 300 stuks, maar of die nu allemaal gehonoreerd worden met een bed, zoals Distex belooft, dat moet ik eerst nog zien. Lakens en slopen zijn er evenwel niet meer en al staan ze tien maal op de vergunning, ze komen niet meer boven water. Dat is al een van de artikelen, die er voor de goede schijn op gezet wordt. Het is voor de mensen wel leuk als ze na veel geloop een vergunning gekregen hebben, maar je verwacht dat je er ook wat op kunt krijgen.
De kinderen van Nel en Bram Melis zijn genezen verklaard en ontslagen uit de barakken voor besmettelijke ziekten aan het Kalverdijkje. Toen ze thuis kwamen waren de oren geheel vuil en de hoofden zaten onder de luizen. En dat in een ziekenhuis! Ook daar geen zusters en materiaal om de zaak te runnen en een leiding, die niet voor de taak berekend is. Waarom niet alle haren van de kinderen er radicaal afgeknipt, zodat schoonhouden gemakkelijk te doen zou zijn?
Met vakantie gaan we dit jaar naar Houthem, maar eerst zal Westerbaan het kamertje timmeren, dat voor 1 juni klaar zal zijn. Of er wat van dat reisje zal komen, ik weet het niet, er kan nog zo veel gebeuren, waardoor alle plannen in duigen vallen, bombardementen, evacuaties enz. Op dit laatste woord een rijmpje:
Toen Adam ’t Paradijs verliet,
Na Eva’s fruit temptatie,
Toen bromde hij vol boos verdriet:
“Jouw schuld: Evacuatie!”
Van de Z-kaarten nog niets gehoord na invulling en inlevering. Wel van textielhandelaren die het niet gedaan hadden en nu moeilijkheden hebben om vrij van Duitschland fahren te komen. Het is weer bijna elf uur, dus naar bed, naar bed zei Duimelot, eerst een boterham zei Likkepot. Morgenvroeg om zeven uur gaat de wekker en vragen de hummels alle aandacht op. Wel te rusten!
24 maart 1944
Bij Slauerhoff stonden twee bankstellen in de etalage waarvan een van ongeveer ƒ 800,- en de andere van ca. ƒ 700,- , die hij natuurlijk graag aan klanten wilde verkopen, waarmede hij voor na de oorlog goodwill kon kweken. Maar niets daarvan, mensen uit de Smidsbuurt en een ander uit een steegje van de Nieuweburen kwamen ras aandragen met de papieren, die benodigd zijn voor aankoop. De ene klant nam de zaak meteen mee op een wankel handkarretje. Protest en informatie bij de distributiedienst mocht niet baten. Een zonderlinge geschiedenis dat dergelijke zwarte handelaren, die voor zo’n bankstel zelf geen plaats hebben, maar hier direct een slaatje uit kunnen slaan, van de distributiedienst de vergunningen los krijgen. Natuurlijk wordt een dergelijk stel direct voor het dubbele van de hand gedaan en komt misschien in de derde of vierde hand terecht.
Wijers schijnt net als alle textielgrossiers een hopeloze moeite te hebben om goederen te krijgen en als ze ze dan eenmaal thuis hebben, dan mogen ze er niets op verdienen, vanwege de prijsbeheersching. Elke gestikte deken heeft meer dan ƒ 1,- kosten gehad aan briefwisseling, telefoonkosten enz. en dan mag er ƒ 0,40 op verdiend worden. Die 40 cent moet maar af van de 4 ton die Wijers investeerde in schilderijen. In het jaarverslag stond dat het gemakkelijk verhandelbare stukken zijn, ja als er niets anders is.
Stokvis gaat bij al z’n geldovervloed ook nog een lening uitschrijven om na de oorlog over voldoende contanten te kunnen beschikken om opnieuw te beginnen. Als er dan maar mensen zijn, die het veel duurdere goed kunnen betalen, want de lonen zijn niet aangepast.
De in- en verkoop zijn op dit ogenblik niet bijzonder groot, zodat we misschien een omzet van ƒ 50.000,- voor dit jaar kunnen halen, maar bij een lager winstpercentage. Voor meubels zijn deze percentages nu vastgesteld en ze zijn wel redelijk, al moet je dan steeds van fabrikanten kopen. Zit er een grossier tussen dan is de room eraf. Bijv. een haardbankje van ƒ 35,- mag dan verkoop ƒ 43,- zijn. Het gevolg is dat de zwartigheid ook hier z’n intrede doet, want de hele verkoop van klein goed zit in handen van grossiers. De controle op de prijzen van klein meubelen en dat soort dingen is begonnen, hoorde ik vanmorgen. De inspecteurs van de prijsbeheersing stapten bij de meubelzaken binnen waar krantenbakken, naaidozen, lampen, schilderijen, beeldjes enz. geëtaleerd stonden voor hoge prijzen zoals dat momenteel gebruikelijk is.
Amsterdam is de eerste stad geweest waar de controle begonnen is en aangezien het ondoenlijk lijkt, om al het zwarte dat er tussen zit te controleren, gaat men van het standpunt uit: de winkelier is deskundig, wist dat de prijzen niet boven die van mei 1940 mochten uitgaan en dat het verboden is meer te betalen. Zou men dit principe toepassen dan was er allang niets meer te kopen geweest en de eigen zaak allang geliquideerd. Allemaal kopen we dus tegen te hoge prijzen plus een extraatje onder de tafel door. Bijv. een lamp van inkoop op dit ogenblik van ƒ 40,- kost ƒ 30,- volgens de factuur plus ƒ 10,- zwart, maar de prijs had eigenlijk ƒ 20,- moeten zijn. De verkoopprijs in de winkel wordt nu ƒ 60,- en de prijsbeheersing verlaagt deze prijs tot ƒ 30,- . Protesten of geen protesten. Zodra het publiek de lucht krijgt dat de prijsbeheersing in een zaak aan het werk geweest is, komt het in grote getale opzetten om handelswaar in te slaan. Er is wat te verdienen. De schuld der fabriekanten die de hogere prijzen berekenen laat de prijsbeheersing koud en deze dienst begint z’n zelfbeheersing kwijt te raken en de koe aan de staart te trekken, in plaats van bij de horens te vatten.
Het zal me benieuwen wanneer de inspectie hier in Leeuwarden komt. We hebben nogal veel “galanteriegoed” nogal veel zwart betaald enz., want het is een groot deel van de broodwinning momenteel en het moet er nodig bij nu de omzet in textiel bijna afgelopen is. Zaalberg schreef dat het weinig zin had om vergunningen in te nemen, omdat er geen grondstoffen meer zijn. Wijers schreef dat op de vergunning en van wollen en van gestikte dekens alleen zwarte KA dekens geleverd worden, tenminste als ze in voldoende mate beschikbaar komen. In Enschede is Heymans onlangs opgebrand na een luchtaanval, dus die levert ook niet meer.
1 april 1944
Op 1 april verloor Alpha Den Bri(e)l. Dat klopt, en het klopt ook dat wij onze telefoon missen. Het toestel zit er nog wel, maar de aansluiting zijn we kwijt en met ons bijna de hele stad of liever gezegd het hele land. Deze gezellige maatregel zullen we ook maar weer moeten slikken ten behoeve van het Duitse wapenbroederschap, dat ons beschermen moet voor de zegeningen van de Tommy’s. Wat volgt, we kunnen nog heel wat missen!
Maar wat ze ons ook afnemen, zelf verliezen de Duitschers heel wat meer. Het hele front in het zuiden van Rusland is in elkaar gezakt, zodat de Karpathen de laatste barrière is die de Sovjets moeten nemen. De moffen trekken zich in die bergen terug om proberen stand te houden. Hier en daar is er nog een stuk in Duitsche handen bijv. bij Odessa, maar dat is iets wat Vader Tijd hen ook wel uit de vingers zal snijden. Nu het noorden nog en Rusland is bevrijd van de Duitse overweldigers. De Russen op hun beurt gaan nu proberen zoveel mogelijk van Polen, Roemenië, Bulgarije en als het kan van Duitschland in bezit te krijgen en dan wordt het een hele toer om de beer tot stand te brengen.
Met gierend gehuil raasden woensdagmiddag vier Amerikaanse jagers naar beneden en deden een aanval op het vliegveld, al hun mitrailleurs ratelend om het leven. Vooral als je in huis bent en niets ziet, heb je het idee dat het hele zaakje op je dak terecht komt. Woensdagavond waren Ger en ik bij Nel en Bram op bezoek, maar zaten er niet bepaald rustig. Om even over acht liet een Tommy twee bommen vallen, waarvan een de vleugel van de ambachtschool verwoestte en de ander een vijftal huizen in de Wijbrand de Geeststraat met de grond gelijk maakte. Zes doden in totaal. Omdat er ook een kabel van het elektrisch licht getroffen werd, kwam de binnenstad in het donker te zitten en het luchtalarmsysteem weigerde z’n dienst, vandaar dat politieauto’s de stad doorraasden met de sirenes luid loeiend. Tot negen uur bleef de Tommy rond hangen, liet af en toe een bom vallen denkelijk op het vliegveld, zodat ramen en deuren rammelden en we van de stoelen opvlogen. Het is buiten donker, je ziet niets, hoort wel de Tommy heel hoog zoemen en dan begint plotseling een bom naar beneden te fluiten, waarvan je niet weet waar dat ding terecht komt. Geluiden op straat zijn er niet, alles hoort gespannen toe. De Engelsen ’s nachts en de Amerikanen overdag. Dat was woensdagavond.
Donderdagmorgen weer een aanval op het vliegveld. Donderdagnacht niets gehoord, hoe bestaat het. Vrijdagavond een herhaling van woensdagavond, af en toe een zware klap. Toen wij bij Bram en Nel waren, pasten Vader en Moeder op de kinderen. En omdat het licht uitviel zaten ze in het donker met de kinderen op schoot onderaan de trap, gespannen luisterend naar de vliegtuigen met af een toe zo’n zware slag, dat was wel wat enerverend. Vooral Moeder, toch zo kalm, begint zich onbehagelijk te voelen als ze alleen thuis is ’s avonds en de kans bestaat dat er vliegtuigen komen.
Zaterdagavond even naar Moe geweest, die zich wat grieperig voelde. Op de terugweg in schemerdonker werd ik aangehouden door twee landwachters, die m’n fietstassen inspecteerden doch bot vingen. Het vreemde was dat ze voor het huis van een N.S.B.-er op de Groningerstraatweg stonden en gemakkelijk het buitgemaakte zelf in de wacht konden slepen. Geen haan die er in het duister naar kraait.
Paaszondag, met een eitje bij de morgenboterham. Een in lang niet geproefd eitje, lekker zacht gekookt, waar we met z’n vieren met glunderende ogen tegen aanzagen. Een eitje voor 65 cent, wat momenteel een koopje is, omdat er hier in Leeuwarden normaal 90 cent voor gegeven wordt en heel goedkoop in verhouding tot de Amsterdamse prijzen van ƒ 1,50 en omdat het Pasen is en daar eieren bij horen, vonden de Tommy’s dat ze Duitschland ook maar wat moesten brengen, want de heren vliegen maar weer raak.
Er wordt gezegd dat de Ortskommandant hier in Leeuwarden bij een der vele luchtaanvallen z’n vrouw en kinderen verloren heeft en nu zichzelf ook maar van kant gemaakt heeft. Zelfs hier in Leeuwarden is het moeilijk achter de waarheid te komen, want de hele zaak kan ook wel gefantaseerd zijn, er wordt zo veel gefluisterd en gekletst.
Marijke heeft kinkhoest, voelt zich de hele dag wel goed, maar heeft de hebbelijkheid om als ze een poosje in bed ligt, veel van het middageten over te geven met een deel van de boterham, zodat Papa of Mama de zwijnerij maar weer kunnen ruimen. Thoma hoest wel maar kotst niet.
M’n vingers vanavond lam geknipt met het maken van stukjes closetpapier uit celstofwatten bij gebrek aan closetrollen, die praktisch niet meer te krijgen zijn. Ook celstofwatten zijn duur, kunnen niet meer in onbeperkte hoeveelheden geleverd worden. Er gaat tegenwoordig zo heel veel tijd verloren met onproductief werk als de registratie van alle ontvangen vergunningen, het zoeken naar leverende fabrikanten enz. Voor Ger is er het boodschappendoen, het melk halen in Jellum, het groente halen in Lekkum, het overal achteraan sjouwen om iets te krijgen, dat maakt het leven zo jachtig en duur, want tijd is geld. Je bent altijd wel ergens heen onderweg of zit te peinzen hoe je er aan komt. Hopelijk is 1944 het laatste jaar van de oorlog, ieder heeft er schoon genoeg van.
In de kamer aan de wand hangen de portretten van Omoe en Opa Miedema en van Oma en Opa Daas. Marijke zegt: Ja, Oma’s Opa is in Lekkum in een stenen huisje, hij is dood. Wat dood zijn betekent, dat is haar echter wel wat duister. Opa Schuit was nu bij Oma Daas op bezoek en vanmiddag zochten we hem op, Marijke bekeek hem danig en wat er dan in haar kleine hoofdje omspookt, dat is voor ons groten vaak moeilijk te voorzien. Toen we vanavond thuis waren zei Marijke tegen mij: Oma’s Opa is weer levend geworden, hè Papa, dat gaat zeker nogal gemakkelijk. Hoe doe je dat, Papa?
Marijke speelt op straat met Loeki Burg en ze vermaken zich kostelijk. De een met een loopped en de ander met een poppenwagen op drie wielen, want de poppen moeten ook van het mooie weer genieten en de beide poppenmama’s wandelen er verheerlijkt mee in het zonnetje. Samen komen ze bij Morrema voor de etalage staan en verslinden met hun ogen al het mooie speelgoed, dat daar uitgestald is. Wat een mooie auto, zucht Loeki, die kost maar twee cent, hoewel het prijskaartje 70 aangeeft, en dan die mooie Jan Klaassen poppenkast, dat is nu net iets voor Marijke: één draai aan de knop en de zaak is stuk. Maar ja, daar kan Marijke niets aan doen. Als die auto twee centjes kost, dan kost die poppenkast dat ook en aangezien Mama wel centjes heeft, holt Marijke naar huis, klautert de trappen op en neemt Ger haar beurs uit de keukenla en parmantig stappen beide hummels bij Morrema naar binnen en vertellen de winkeljuffrouw precies wat ze moeten hebben. Marijke geeft de beurs maar over en wacht zielsverheugd op het spel en Loeki op de auto. Maar wat blijkt, in de beurs zit maar een dubbeltje. Brullend komt Marijke thuis, zeer verontwaardigd op Mama, die wel altijd uit de beurs kan betalen en nu Marijke zo graag iets wou hebben, ging dat niet. Waarom zorg je dan niet dat er centjes in zitten, snikte ze luidruchtig met alle logica van een kind van vier.
De kinkhoest van Marijke wil niet echt over gaan. Overdag is het goed, maar ’s avonds volgt een gierbui waarvoor we de trap afhollen, het kind uit bed sleuren en over de wc hangen. Thoma staat er intens levend bij om niets te missen van het tafereel: Mijke kots! Elke avond een half uur nadat ze in bed ligt, krijgen we dat festijn waarbij meestal een flink portie al in bed gedeponeerd is, voordat we er bij kunnen zijn. Oplepelen maar en schoonmaken. Luiers liggen klaar om de ramp zo klein mogelijk te houden. Thoma heeft veel minder last, die slikt alle slijmen in en wordt ook niet zo broodmager als Marijke. Thoma is nu eenmaal een kind, dat er wat beter tegen kan, heeft van kwaaltjes minder last. Ook het leven van nummer drie kondigde zich vandaag bij Ger aan, ze voelde het kindje bewegen, maar hopen dat moeder en kind het goed blijven maken.
Het afbreken van de zomerhuizen op Ameland schijnt nu wel weer doorgang te vinden, maar officieel heeft Vader nog niets gehoord. De voedselvoorziening begint spaak te lopen, doordat grote polders in Holland onder water gezet worden. Men zegt de Haarlemmermeerpolder, waar 1/3 deel van de suikerbietenoogst uit ons land vandaan komt, en die vernietigd wordt zodra er oorlogshandelingen in de buurt plaats gaan vinden.
Mrs. Westerling en Stoop zijn gevangen genomen, aangezien we een anonieme brief aan de kranten, de burgemeester, de Ortskommandantur enz. deden toekomen waarin opgenomen werd, als in strijd met het volkenrecht dat burgers uit bezette landen, opgeroepen werden om arbeid te verrichten op vliegvelden enz. Het is uitgelekt en beide mannen de bajes in. Enige weken terug schreef de krant een antwoord dat er op neer kwam, dat het volkenrecht geen zin meer had, omdat de geallieerden die bepalingen al lang over boord gegooid hadden tegelijk met de bommen op Duitsland en omdat men een strijd op leven of dood had uit te vechten en elk middel te baat genomen moest worden om te winnen, kon men zich tot z’n spijt niet met vodjes papier bezig houden. Alles als in 1914.
“Jan Hagel” controleert hier en daar de wegen en stations op melk, alleen en masse geeft men niet zo veel meer om die gasten, vooral de vrouwen zijn furieus en de zwarten worden “weggekeken”. De invasie, de invasie, wat moeten we er van denken? Alleen hopen dat hij wel komt, maar niet in Nederland, we willen toch bevrijd worden? We willen de Duitschers missen? Wat hebben we daar dan niet voor over? Have en goed bij voorbeeld? De invasie beginnen de geallieerden denkelijk niet eerder dan dat ze voor 90 % zeker zijn, dat ze een bruggenhoofd kunnen vormen zo groot als Nederland bijv. en van daaruit kunnen opereren.
De Duitschers zijn ook niet erg rustig, verzinnen van alles om bezigheid te hebben, huizen vorderen, pesten, pesten, pesten. Wij het beroerd, dan jullie het ook beroerd. Het is leuk om beveiligingsschepen te torpederen, doch de bevoorradingsschepen met hun duizenden tonnen inhoud aan tanks, vliegtuigen enz. zijn belangrijker, komt me voor. Maar als men op z’n laatste benen loopt, moet men met weinig tevreden zijn en niet kieskeurig. Op zee is Duitschland al uitgeschakeld, in de lucht hebben ze ook niet veel meer te vertellen, want we zien hier meer Tommy’s dan moffen en zo hoog vliegen doen ze ook niet meer, want er is geen afweergeschut.
29 april 1944
Volgens de kranten staat de invasie voor de deur en kan elk ogenblik beginnen, maar we hebben de kranten altijd voor “Leugens” uitgescholden, dus weten we het nu niet meer. Maar gelaten afwachten is het enige wat we kunnen doen en dat wachten kan de een beter verdragen dan de ander. Velen zijn er die zeggen: Liever vandaag dan morgen, niet wetend wat een invasie betekend. En de Duitschers maar schrijven: Kom maar op, we lusten jullie.
Het weekend dat we in Amsterdam bij Tiet en Willem doorgebracht hebben, was zeer gezellig en verliep zonder incidenten. Mooi weer en rustig in de lucht. M’n liefje, wat wil je nog meer. Zaterdagmorgen nog even naar een fabrikant in Uitgeest geweest. De trein erheen loopt een hel eind door onder water gezet land met stukken grond vol prikkeldraad en landmijnen verderop. Oom Jan in Alkmaar uit z’n huis gezet en moet het bewoonbaar achterlaten. Mevrouw Anema bij Vader en Moeder in de Fonteinstraat idem en ga zo maar voort. Razzia’s op onderduikers. In Groningen weer iemand doodgeschoten van de N.S.B. represaille maatregelen en om negen uur binnen. Wanneer breken er weer eens geregelder tijden aan?
Gisteravond zaten Ger en ik in de verduisterde kamer tegen elf uur nog even te praten voor het het naar bed gaan, toen er plotseling op het dak tegen de platdeur getikt werd. Wie had zich op het dak verscholen en wat moest diegene die aan het raam klopte. Eerst het licht uit, de gordijnen open geschoven en toen de deur open. Twee jongens staan er in de deur en vragen heel “schrutel” of ik ze naar beneden wil brengen en er uit wil laten. Een razzia in de bioscoop waarna de beide onderduikers, vermoedelijk met behulp van het bioscoop personeel, op het dak gezet werden om zo te ontsnappen aan de Grüne Polizei. Wat doen die jongens nu in de bioscoop, dat is toch geen plaats voor onderduikers, alleen ze vervelen zich natuurlijk stierlijk, niets doen, alleen maar rondhangen en mogelijk ’s avonds een luchtje scheppen.
Een van m’n neven, Jaap Jonkmans, reisde per trein naar z’n meisje, toen er ook controle op persoonsbewijzen gehouden werd. Jaap had er op staan “landbouwer” , wat hij vroeger ook was vanwege z’n studie in Deventer op de koloniale landbouwschool, maar dat kon hij niet volhouden vanwege alle soorten razzia’s en tewerkstelling in een fabriek, maar hij zag kans z’n persoonsbewijs te veranderen en er van te maken “opzichter van volkstuintjes in dienst van de Nederlandse Volksdienst”. Nee, daar had de Duitscher nog niet eerder van gehoord en sprak: Aber schön, sehr schönes Beruf. Veel tegenwoordigheid van geest en wat geluk kunnen een jongen in dit land behoeden voor transport.
Engeland en Amerika schijnen, voordat ze met de invasie beginnen, toch nog met Duitschland onderhandeld te hebben om de wapens neer te leggen. De Rus is vermoedelijk beider vijand en heeft het misschien bij het rechte end gehad, toen hij z’n partners verweet achter z’n rug om over vrede te onderhandelen. Engeland en Amerika moeten iets doen, want met niets doen winnen ze de oorlog niet. Raar is het, maar we zeggen nu al tegen elkaar als het een week mooi geweest is, echt invasie weer.
Vanavond een potkacheltje gekocht om te kunnen koken ingeval van nood, want hoe gemakkelijk kunnen elektra en gas uitvallen. Wij een slaapkamer zonder vergunning geleverd en zij een kookkachel en een nieuw stuk dakgoot. Zo zijn we beiden weer geholpen. Ruilen, ruilen, ruilen. Het slot is natuurlijk steeds meer briefjes en wat zijn die op het ogenblik van vrede waard?
Op het ogenblik is er al vier maal zo veel bankpapier in omloop als voor de oorlog, dankzij de enorme uitbetalingen die de overheid doet voor onderhoud van de bezettingstroepen, terwijl verder de vordering op Duitsland gelijke tred houdt met deze stijging en ook ca. 4 miljard bedraagt. Je kunt dus gerust zeggen, dat de gulden nog maar een kwartje waard is, want de waarde hangt nauw samen met de hoeveelheid kapitaalgoederen die een land bezit en juist die kapitaalgoederen, huizen, fabrieken, machines slijten zo, worden weggehaald, worden niet meer onderhouden. Dat slijten is misschien nog erger dan het bombarderen van hele steden, het is minder zichtbaar.
Dat slijten is het wat Ger hopen werk bezorgt, zo zit ze nu weer tegenover me met een paar sokken, die vroeger al lang, al heel lang in het vuilnisvat gedeponeerd zouden zijn, maar nu hersteld en weer hersteld worden. Meer stop dan sok. Alleen het stopgaren raakt op en wat dan?
Turkije heeft de export van chroom erts naar Duitschland stop gezet. Spanje is gevolgd. Zweden is hardnekkiger en blijft nog leveren. Willem vertelde van z’n enorme moeilijkheden om de centrale draaiende te houden, hopen besprekingen, hopen paperassen en als de vergunningen er dan zijn, dan zijn er geen kogellagers. Schade, Ach und Weh, maar ja van een kikker is het moeilijk veren plukken en Schweinfurt ligt in puin. Ze moeten nu uit Zweden komen. Hoe? Het is te begrijpen dat de geallieerden Zweden onder hevige druk zetten en dat Duitschland wel met goud wil betalen of als het moet met diamant. Zo wordt Duitschland de ene steek na de andere toegebracht en bloedt langzaam dood.
Gisteravond bracht een landwachter iemand op het politiebureau en een troep kinderen er achteraan te joelen: Hij het de bok an touw, hij het biet. Veel respect betoont het publiek niet meer voor de wakkere mannen van de landwacht, de wakkere melkcontroleurs en onderduikervangers met de jachtgeweren op het schouder, “Jan Hagel”. De gewone politie zie je in geen velden of wegen, die lijken wel in de grond weg te zinken, zodra er ergens iets aan het handje is, verdwijnen ze en drukken zich aan alle kanten.
13 mei 1944
Schitterend zomerweer, strak blauwe lucht, een zacht windje, onze appelboom in volle bloei, bomen die in hun voorjaarspronk de jonge blaadjes laten zien, alles ziet er prachtig uit in de natuur. Alles even rustig en kalm behalve in ’t gemoed der mensen, die in de invasieobsessie leven en het ene verhaal na het andere uit zekere bron aan ieder die het horen wil door vertellen, om een medemens het hoofd nog wat meer op hol te brengen en om zelf het hart te luchten.
In onze contreien gebeurt niets, in België en Frankrijk worden alle spoorwegen heftig gebombardeerd, zodat het hele vervoer lamgelegd is. De invasiekoorts wordt nog weer bevorderd door evacuatieplannen voor Leeuwarden en Harlingen, het aanleggen van loopgraven en mijnenvelden en kranten die zeggen, dat het wel niet lang meer zal duren of de bom barst los in het Oosten, het Zuiden en het Westen. Wij leven in het Noorden! We zitten in het schuitje en hebben mee te varen. De mensen beginnen te zeggen: Laat in Godsnaam wat gebeuren, zodat we weten waar we aan toe zijn. In de krant van vanavond staat, dat de invasie praktisch al begonnen is door de uitzonderlijke zware bombardementen in België en Noord Frankrijk en de hevig oplaaiende strijd in Italië.
De hele middag vliegen de Tommy’s ook al, zeker Noord Duitschland. Maar genoeg hiervan, misschien zitten we er vlugger middenin dan ons lief is en hebben we het vluchtkoffertje nodig. Met U, bij U en zonder U. De volgende groep Tommy’s komt eraan.
Nu weer wat over de zaak. Vorig najaar konden we van De Vrij op vergunning een huiskamer kopen bestemd voor een zekere Wolfslag. De man kon of wilde niet betalen of de trouwerij ging niet door, ik weet het niet, maar de huiskamer bleef staan en we betaalden Wolfslag ƒ 50,- voor de overdracht aan ons en wilden de kamer nu wel missen, omdat we van De Vrij een nieuwe duurdere kamer terug konden kopen. Het ameublement dat we hadden, stelden we op en prompt kwam er een klant, die echter z’n papieren thuis had liggen. Van Dijk hielp de mensen, maar vergat het ons te vertellen hoe en wat. Goed een uur later weer klanten, Van Dijk niet thuis, en juffrouw de Vries verkoopt het stel aan mensen die wel papieren bij zich hadden.
De volgende morgen was de boot aan, toen de eerste klant terugkwam en het ameublement verkocht vond. Men werd razend, dreigde met dit en met dat, tranen van woede en van spijt. Ik kon niet anders doen dan aanbieden, proberen nog een huiskamer bij De Vrij te krijgen, wat onder veel soebatten ook nog lukte. Ik ben ervoor naar Joure geweest, maar al met al duurde dit enkele dagen, want de telefoon is er niet meer. De klant was zo gebrand dat men naar de Economische Recherche gelopen is en een groot verhaal op ging hangen over verkoopweigeringn was de boot aan, toen de eerste klant terugkwam en het ameublement verkocht vond.adden.ere kamer terug konden enz. enz. ’s Middags stapt de prijsbeheersing binnen en begint omstandig alles na te zien of alles klopt, mij een rikketikkend hart achterlatend vanwege de zwartigheid, die er natuurlijk tussen zat, maar het geval zat oppervlakkig rond en ze ontdekten de knopen niet. Daarmee is de kous niet af, want we verzochten de klant (de niet boze) op hun vergunning een bedrag van ƒ 1.300,- in te vullen in plaats van ƒ 470,- en dat wilde men best en aangezien De Vrij die kamer wilde leveren, hebben we van de hele transactie nog een huiskamer overgehouden.
Gelukkig dat in 1944 de oorlog eindigt, dat weten we nu:
1000 = gouden tientje
500 = gouden vijfje
250 = rijksdaalder (zilver)
100 = gulden (zilver)
50 = halve gulden
25 = kwartje
10 = dubbeltje
5 = stuiver
2,5 = halve stuiver
1 = cent
0,5 = halve cent
_____________
1944 Klopt het of klopt het niet!
Vierhonderd dertig vergunningen hebben we ingenomen sedert januari, wat doe je er mee, wat doe je er mee, je veegt er mee, je veegt er mee de vloer! Vind nu maar eens een fabrikant die leveren kan en wil. Je kunt ook het afschuifsysteem volgen en de hele rotzooi naar een grossier sturen, laat die zich er maar mee redden. De verkoop van meubels maar weer wat bevorderd door een paar ameublementen te etaleren, die dan prompt verkocht worden, want komt de invasie dan is het maar beter wat geld om handen te hebben.
Marijke haar kinkhoest is over, tenminste de kink ervan, de hoest is nog gebleven terwijl er deze week ’s avonds nog al vaak eens wat uitkomt, grote dikke witte slijmen die de maag blijkbaar opspaart en dan op een gegeven ogenblik, een vervelend ogenblik, als ze net slaapt, wil lozen met alle gevolgen van dien, bed vuil, Marijke huilen: Mama..... Ja, wat zal ik daar van zeggen: niet erg kalm, lijkt me een geschikte zin. Ger voelt zich anders goed. Ze is druk aan het schoonmaken geweest en begint nu te groeien. Het kind vindt die schoonmaak niet plezierig en wordt, als het wat lang duurt, roerig.
Thoma schiet haar broekje nog geregeld vol en zegt dan verheugd: Stukje boek. De ‘r’ ontbreekt maar de bedoeling is daarom niet minder duidelijk. Op het potje wordt met plezier een plas gedaan, maar de grote druk hoort in de broek en niet in ’t potje. Ze is er al vlug mee begonnen er principes op na te houden en krijg die er nu eens uit. Het valt niet mee het haar af te leren, ze heeft ook nog een hekel aan een vieze broek, maar blijkbaar nog grotere hekel aan het potje en wat een boerin niet kent dat lust ze niet. Totdat natuurlijk plotseling, als je denkt dat er nooit een end aan komt, ze het in het snotje krijgt hoe het moet en de zaak is oké en tot zo lang zullen we ons geduld in lijdzaamheid moeten bezitten.
Moeder voelt zich wat grieperig, ziet erg bleek en wil niet eten. Een dokter wil ze niet hebben, die stopt haar misschien in bed. Wel heeft ze nu weer hulp voor twee morgens per week en betaalt daarvoor per morgen ƒ 3,-. Dat was vroeger 75 cent. Nu zegt de Mevrouw: dank je; vroeger het dienstmeisje: dank U. Als de oorlog nog even duurt, worden de dienstmeisjes zo krap dat de Mevrouw zegt: dank U en het meisje: dank je.
Zondagmorgen en niet eens de invasie, hoewel de krant schreef dat we er aan de vooravond van stonden. Waarom maken ze je lekker voor niets! Een “regen en harde gure wind - invasie” hebben we vannacht gekregen en wie heeft daar nu wat aan? Gesneuvelden en verwoeste huizen zijn een aantrekkelijker beeld, dunkt mij. Niet dat we niet aan water toe zijn, daar niet van, want de landen zijn erg droog en vooral de groentekwekers wachten erop. Nu ik elke week in Lekkum bij Kalsbeek kom om groenten, bezie je dat alles met andere ogen dan vroeger, toen we de sla uit de winkel haalden. Nu zie je het vele werk dat er aan die groentekweek vastzit, vroeger wist je er niets van. Gelukkig dat we Kalsbeek hebben, anders stond het middagmaal er slecht voor. Van de gewone groenteboer kan Ger alleen maar wat verlepte sla krijgen, veel meer heeft de man niet.
In Amsterdam staat er met grote letters op de ramen van de groentewinkels: Wegens enorm succes geprolongeerd, voor de derde week: Sla. Voor woensdag heeft Kalsbeek mij bloemkool beloofd en dat zal wel smaken bij de goede kwaliteit aardappelen die we door wat extra’s te betalen ook nog konden krijgen.
De vorige oorlog hebben de geallieerden de honger als wapen gebruikt en er succes mee gehad, nu probeert men het met bombardementen. Het komt me voor dat honger een scherper zwaard is, maar dat kan ik niet beoordelen. Het is echter zoals de Jong in nevenstaand stukje zegt: De eigenschappen vlijt en doorzettingsvermogen worden door bommengooierij niet uit de ziel van de Duitsers weggenomen net zo min als het militarisme en de paradepas. Over 25 tot 50 jaar is er een nieuw geslacht dat alles zelf opnieuw moet beleven en we dan een andere Frische und fröhliche Krieg tegemoet kunnen zien.
Wat België en Noord Frankrijk hebben te verduren is niet gering. Het hele leven is daar ontwricht en zou dat in Duitschland zelf anders zijn waar op nog grotere schaal bommen naar beneden gieren en ook wel eens een fabriek getroffen wordt. Het ziet er naar uit dat dit bombarderen geen ander doel heeft dan de gehele bevolking in opstand te doen komen tegen het regiem. Jonge jongens zitten in die vliegtuigen, vliegen zeer hoog, hebben een te snelle en te onvolledige opleiding gehad en het principe in Duitschland zal wel zijn om alles in kilometers omtrek van een fabriek te verwoesten, en dat principe zou in België en Frankrijk anders moeten zijn, maar waar begint Duitschland en eindigt België. Een druk op de knop en je bent je lading kwijt. Ook door het enorme aantal vliegtuigen dat in de lucht is, ontstaat gedrang en wordt het uitgooien tamelijk willekeurig komt me voor.
Aan de andere kant is het natuurlijk ook zo dat de Duitse troepen overal tussen de burgers inkruipen, wat dan de Engelsen aanleiding geeft om de hele stad maar te bombarderen. In alle scholen zitten Duitse troepen en in zeer veel straten bijv. drie, vier huizen naast elkaar die gevorderd zijn, de sergeants en onderofficieren. In de Hotels de officieren, zo zit de stad eronder. Het vliegveld is weer klaar, gezien het vliegen van de Duitsers bij voorkeur ’s nachts of overdag vlak over de huizen van de stad als ze de strijd met de Tommy’s aanbinden.
Gelukkig slapen Ger en ik nogal vast en horen veel van het lawaai niet, maar schrikachtige mensen klopt het hart in de keel en zou dat in Duitschland anders zijn. Alleen met de hardste maatregelen is de zaak in toom te houden. Op defaitisme staat de kogel en ongelukkig genoeg zijn er teveel kogels, de kans om door een grote vreemde bom getroffen te worden is momenteel nog kleiner dan een groot gat door een kleine kogel van eigen landgenoten in je hoofd te krijgen. Mogelijk dat men aan de overkant nog altijd hoop heeft om door een overmaat aan bommen de overmaat aan kogels van de kaart te vegen. Want ja, een invasie kost alleen maar bloed, en bloed en nog eens bloed.
De winkeliers moeten alle fietsen inleveren is het laatste nieuwtje. Vanmorgen konden ze ze op een kar laden en de autoriteiten, wie dat dan ook zijn, aanbieden als de bekende boer met kiespijn.
Ziezo, weer een zeer gezellige week voorbij met zwermen Tommy’s ’s nachts en overdag, terwijl de twintig Duitse jagers of gevechtsbommenwerpers die twee motoren hebben en nogal wat groter zijn, uitermate onrustig worden en vlak over de stad beginnen te razen, wat nu juist in de nacht niet al te aangenaam is. Vannacht weer luchtalarm omdat er bommen vielen van half één tot twee uur, zodat je die uren van je slaap ook maar weer kwijt bent en de Engelsen in een lange zwerm weer overdreunden en dat niet alleen hier, maar bijna overal in het land worden ze gehoord. In een andere stad schijnen de Tommy’s rustig te kunnen overvliegen, maar hier met het vliegveld en z’n nachtjagers is de situatie wat anders en kun je tegenmaatregelen in de vorm van bommen verwachten.
Woensdagmiddag werden in de gauwigheid zes treinen rondom de stad onklaar geschoten, enkele doden en een stuk of wat gewonden met voor de rest van de passagiers trillende knieën en een hart kloppend in de keel. Even er tussen door, Marijke hoest hartverscheurend, hollend de trap af, maar te laat om het zaakje op te vangen, een staartje kinkhoest dat in bed gedeponeerd wordt.
29 mei 1944
Voor het eerst een warme dag, nadat we van de week de kachel nog maar even aangezet hebben, het was zulk guur en koud weer en vooral ’s avonds was een beetje warmte niet te ontberen, hoewel sommige mensen al begonnen zijn aan hun rantsoen voor aanstaande winter. Misschien is het vrede in het najaar en kunnen we dan weer brandstof krijgen. Vandaag ook weer voor het eerst dit jaar getennist, terwijl we vroeger wel begin april op de baan konden komen, maar ja, vroeger waren er ook ballen genoeg, we hebben er nu enkele gekregen, een stuk of wat zwart gekocht voor ƒ 13,- per stuk.
Met de kinderen gaat het nu veel beter, ze zijn bijzonder druk, Marijke eet prima, is nooit meer moe en draaft en holt de hele dag. Thoma wil niet eten, krijgt vermoedelijk weer kiezen en heeft daar last van. Ger is prikkelbaar en moe, ook al doordat Corrie twee weken met griep weggebleven is en dat juist in de schoonmaak, die natuurlijk toch doorgang moet vinden, oorlog of geen oorlog, bussiness as usual. En dan ’s nachts die herrie in de lucht, hou dan je kalmte overdag maar eens bij elkaar, wordt niet prikkelbaar en geef de kinderen geen draaien om de oren en rijg de echtgenoot niet aan het spit. Goed alles weten is alles vergeven.
Het valt in deze oorlogstijd niet mee een kind te krijgen en tegelijk de huishouding zo te laten lopen dat ieder er aan tippen kan. De scherpe tong en de draaien om de oren brengen de verstandhouding wel eens wat in gevaar, maar dat zal allemaal wel veranderen als de derde spruit er is en Mama’s zenuwgestel alles weer normaal verwerken kan. Ook het eeuwig ploffend gas waardoor het eten moeilijk warm te krijgen is, de vieze broeken van Thoma, waarvoor geen zeep beschikbaar is om ze schoon te krijgen, het leven is niet zo gemakkelijk voor de vrouw des huizes, met z’n vele speldenprikken.
Deze week de groene Z-kaart gekregen, ook van Dijk kreeg de zijne, wellicht zijn we dus voorlopig vrij van de arbeidsinzet. Andere problemen duiken op gezien nevenstaand stukje uit de krant. Donderdagmorgen kreeg ik de heren van de prijsbeheersing en ik kan niet anders zeggen, dan dat ze geschikt waren, alleen moeten de meeste prijzen tot beneden inkoop verlaagd worden.
Verschillende dingen had ik al nagezien en de prijs tot op inkoop gereduceerd, maar dat was nog niet voldoende. Om dat verlies wat uit te stellen gaan we alle meubels maar op vergunning verkopen, ook de lectuurbakken enz. Over een paar weken kunnen we dan de touwtjes wel weer wat vieren en met de verkoop de prijzen omhoog brengen. Het is te gek om met verlies te verkopen, dat kan altijd nog. De hele opzet is vermoedelijk het publiek te laten zien hoe actief de prijsbeheersing wel is, hoeveel men voor de gemeenschap doet, maar laat de ene hand niet weten wat de andere doet. Natuurlijk kopen we te duur, natuurlijk geven we er zwart geld bij, natuurlijk ruilen we ook nog wel eens wat en moet dat nu allemaal cadeau gegeven worden?
Maar wat te denken van dit geval. Spectrum kinderstoelen: ƒ 53,- vermoedelijk 15 tot 20 % te hoog, wordt dus ƒ 45,- . Zonjee kinderstoelen officiële prijs ƒ 20,-, maar daar moet ƒ 17,50 bij als zwart geld. Het zijn gelijkwaardige stoelen en ongeveer vergelijkbaar, dus bij een van beide fabrikanten zit de zaak scheef, maar laat ik mij er het hoofd niet over breken, laat de prijsbeheersing er maar over struikelen. We hebben onze zaak om er te verdienen en niet om de goegemeente aan koopjes te helpen. We schieten er door deze oorlog toch al genoeg bij in en geen mens zegt later: Och arme, laat ik U helpen. Nee, we moeten ons zelf door de tijd slaan en proberen het zo goed mogelijk te doen.
4 juni 1944
Morgen begint mijn werken voor de Wehrmacht gedurende 1 week volgens bijgaand bevel , zodat ik weer een ervaring en 52 cent per uur rijker kan worden. Misschien had ik met veel zeuren en proberen er af te komen, wat uitstel bedingen maar een mens is nooit te oud om wat te leren, zelfs van de Wehrmacht. Met mij kreeg de hele Nieuwestad zo’n briefje, velen zullen wel met ernstige zwarigheden op de proppen zijn gekomen, maar je kunt nu maar twee dingen doen: gaan of onderduiken.
Om de hele stad heen komen mitrailleurnesten, prikkeldraadversperringen, mijnenvelden, klaagmuren enz. om de Tommy’s tegen te houden. In de krant stond dat de invasie uitgesteld is tot half juni, omdat dan de weersomstandigheden gunstiger zouden zijn. We moeten maar afwachten. Rome is in Italië nu bijna in handen van de geallieerden, een kwestie van enkele dagen, in Rusland gebeurt niets, in afwachting van komende offensieven, misschien wacht men met aanvallen op de invasie of andersom.
Toen we deze week de prijsbeheersching hadden, vond een der heren een kapstok, die ze pas verlaagd hadden, zo geschikt dat hij vond dat hij die maar moest kopen te samen met een handschoenendoos en paraplubak. Je kunt je nooit voordeliger inrichten op het ogenblik op kosten van de winkelier, zal hij gedacht hebben. Ze noemen zoiets een zoenoffer. Het recept is nu het goeie goed naar boven, komt er een klant dan als de bliksem de prijs eraf en voor een prijs verkopen, waar wat van overblijft.
De zaken in tweedehands goederen over het hele land zijn deze week leeggehaald, omdat de prijzen dermate hoog waren, dat de prijsbeheersing vond dat het geknoei nu maar uit moest zijn. Waar blijft dat goed echter? Ook het bij Meyer in de Kleine Kerkstraat in beslag genomen leer en schoenen zou verkocht worden, maar ook daar horen we niets meer van, er zijn bij de prijsbeheersing ook veel mensen die schoenen moeten hebben, al die mannen lopen op een schoen en een slof. Wat is het toch een rare wereld en een corrupt zakendoen.
6 juni 1944
Dinsdagmorgen. De invasie is begonnen in Noord Frankrijk, dat was eerst een gerucht, daarna het praatje en weldra de zekerheid, dat dit bloedig avontuur een aanvang genomen had. Wat is het hier rustig, niets te doen, afkloppen maar, behalve een bom op het vliegveld met wat geschiet.
Het schijnt dat men met duizenden schepen, vliegtuigen enz. de landing ondernomen heeft, de komende weken zullen nu wel de grote botsing te zien geven, terwijl er misschien nog meer landingen uitgevoerd zullen worden. Ik heb al een emmer water klaar gezet om de brand te blussen, was het daar maar mee te doen! Een onrustige tijd gaan we tegemoet, maar het kan ook zijn dat we er hier niet eens zo veel van merken.
Twee dagen werken voor de Wehrmacht zitten er weer op. Gistermorgen om acht uur present op het Zaailand met fiets en schep, waarna ik ingedeeld werd bij een groepje van 15 man, die ook een fiets bij zich hadden. We moesten rijden naar de Harlingerstraatweg naar de Mauer-muur, schreeuwde een soldaat en daar op nadere instructies wachten. Even voorbij de muur loopt de oude trambaan met aan beide kanten een sloot, die op een bepaalde plaats dicht gegooid moest worden, zodat een auto met geschut er overheen kon rijden. Alles netjes met plaggen afgedekt. Dit werkstuk kost de Staat ƒ 60,- , morgen breken we de zaak misschien weer af. Ook een paar mitrailleurnesten werden gegraven, wat niet mee viel in de vette klei.
Vanmorgen gooiden we de zaak weer dicht, ze bevielen de luitenant niet erg: Da musz doch Arbeit übrig bleiben, was het antwoord op een paar verbaasde gezichten. Soldaat Messermacher uit Köln is onze baas, heeft ook sat of zad van de oorlog en wist vanmiddag ook niet wat we doen moesten en toen zijn we met elkaar maar in een loopgraaf gaan zitten praten. Er is een kelner bij, een zwarte handelaar die in Ommen gezeten heeft, een timmerman, een elektricien, een flessenspoeler in een azijnfabriek, een voerman die al voor de Wehrmacht werkte met een paard en wagen, maar dat paard en die wagen in de steek moest laten om af en toe een schep zand te verzetten.
Het werk is bijzonder productief, de keukenwagen komt netjes om half twaalf een hap eten uit de centrale keuken brengen. Gister sla stamppot, alleen was het zand, de spruiten en de schillen niet te best van de aardappels gehaald. Het is een lachwekkend gezicht, al die grote kerels met ijver met onzin bezig te zien, terwijl de sterke en schuine verhalen niet van de lucht zijn. Over de oorlog en over de vrouwen, anders wordt er niet gepraat, terwijl Messermacher over alle bijzonderheden van alle hoeren ingelicht wordt en zich adresjes op laat geven, waar hij z’n overtollige energie kwijt kan raken zonder zich te branden.
11 juni 1944
Hevige gevechten in Noord Frankrijk waar geregeld nieuwe troepen aan land gezet worden, maar de grote strijd moet echter nog komen, zegt men aan beide zijden. Tot nu toe zijn 15 divisies overgebracht, terwijl de kranten zeggen dat men over tachtig de beschikking heeft.
Vrijdagavond om half tien was ineens de hele stad in rep en roer. Overal stonden groepjes mensen bij elkaar, waar hele verhalen opgehangen werden over een invasie in Vlissingen en andere plaatsen van de kust. De radio zweeg in alle talen, wel waren de Duitschers in de verschillende scholen in alarmtoestand, hadden de helmen op en waren bewapend. Vrachtauto’s van Koopmans, Excelsior enz. moesten direct opkomen en bleven de hele nacht gealarmeerd, overal dubbele schildwachten enz. Het schijnt dat er op zee iets gebeurd is en daarom werd groot alarm gegeven, grote schepenconcentraties in Noord Engeland met een tweede invasievloot. Wie weet hoe vlug we middenin de ellende zitten.
Gistermiddag “Jan Hagel” op bezoek gehad die met verwoed gezicht het adres wou weten van de man aan wie we voor een paar weken een spinnenwiel verkocht hebben. Dat adres was er natuurlijk niet meer, of wel heel erg moeizaam op te sporen, maar dat heb ik maar niet gezegd. Wat had de vent er mee nodig. Gesponnen werd er heel wat, hoeveel schapenwollen vesten zie je niet op straat, ook mannensokken. Zelfs in de kranten begint te staan dat het distributiepakket onvoldoende wordt om rond te komen en textiel is er haast niet meer, vandaar dat de zwarte handel zich hoe langer hoe meer uitbreidt en er vesten van gebreid worden. Spinnenwielen verkopen mag wel, maar je mag ze niet gebruiken!
17 juni 1944
Zaterdagavond, alleen thuis. Ger is naar Moe op bezoek. De kinderen slapen rustig, op straat veel geloop van jonge benen zonder kousen en andere jonge benen, die steeds zo lopen dat er juist geen botsingen ontstaan, maar een lachje en een lonkje en nog even omzien hoort er ook nog bij. Harde wind, veel regen, veel wolken en geen zon. Herfstallures heeft het weer en dat op de langste dagen van het jaar. Kachelweer en slecht invasieweer voor de Tommy’s, die nu een groot deel van hun vliegmachines thuis moeten laten.
Het is wat vreemd met die invasie, we hadden het gevoel, als de invasie eenmaal begint, dan verandert alles, dan worden om zo te zeggen de bomen rood en de boter blauw van kleur. Dan komt het einde van de oorlog in zicht, dan begint het leven weer wat normaler te worden. Niets daarvan, alles blijft bij het oude. We merken wat minder van de Tommy’s en wat meer van de moffen, doordat de heren danig in hun rikketik zitten.
Vanmorgen was er alweer groot alarm, dat nu reeds de Leeuwarders minder overal maakte. Overal prikkeldraadversperringen, de Lekkumerweg zit al dicht, zodat we over Snakkerburen moeten om bij Kalsbeek te komen. De Boxumerdam is ook net zo’n wegje om dicht te zetten en dat is weer lastig bij het melk halen.
De Duitschers zijn gisteren begonnen met het bombarderen van Zuid Engeland door middel van vliegende bommen, n.l. vliegtuigen zonder bestuurder die exploderen boven het beoogde doel. Ik denk dat ze er haastig mee moeten beginnen, over een poosje kan het misschien niet meer want dan zijn de geallieerden al te ver Frankrijk in. En Londen moet voor die tijd plat. Wij plat, jullie ook plat. Mussert wordt soldaat bij de Duitsche Wehrmacht, mocht de invasie ook ons land bereiken. Gelukkig voor Hitler, het is z’n steun en toeverlaat.
Toezenden van kersen door Potters ( 26-06-1944)
28 juni 1944
Alles is nog bij het oude, ten miste als je de berg gesneuvelden op alle fronten niet meetelt. In Finland kraakt het omdat de Finnen het tegen de Russen niet kunnen houden. Duitschland zegt grootmoedig hulp toe, doch trekt steeds verder terug uit Rusland. De ongedacht grote hoeveelheden tanks en vliegtuigen van de Sovjets kunnen niet tot staan gebracht worden, terwijl Engeland en Amerika nog maar 1/3 van hun troepen in Frankrijk hebben. Ja, zegt Duitschland, eerst laten komen en dan in zee drijven. Vanavond staat er in de krant een overzicht van de mogelijke gebeurtenissen, verwacht men de invasie in de Duitsche Bocht om een verbinding met Rusland te maken?
Schitterend zomerweer waaruit plotseling de hel op aarde neer kan dalen, ook voor ons. Het V-1 wapen is vermoedelijk een lastig product voor Engeland, maar ik kan me niet voorstellen dat dit ding de opmars van de Amerikanen en Engelsen kan stuiten. Het komt er op neer dat de moffen steeds meer in de hoek komen zitten, waar de meeste slagen vallen zodat nog andere wapens aan bod kunnen komen: gas, bacteriën? In de Stille Zuidzee kunnen de Jappen het ook niet houden, telkens gaat er een eiland voor hen verloren, de Marianen is nu het doel en wanneer deze veroverd zullen zijn, ligt Japan zelf onder bereik van de Amerikaanse bommenwerpers, die vandaar uit kunnen opereren en wordt de verbinding van Japan met Indië er ook niet eenvoudiger op.
29 juni 1944
Ger is vanmiddag met Marijke naar Grouw om een bezoek aan Mevrouw Morrema te brengen, die daar de zomermaanden in haar woonschip doorbrengt met haar beide kinderen Koosje en Grietje. Prachtig weer treffen ze zodat ik hoop, dat het voor Ger een rustig uitje is. Alleen lijkt her er op dat de treinenloop vanavond weer grondig in de war is, door het grote aantal vliegtuigen dat over trekt. Niet juist hier maar vooral in Zwolle, Engelse jagers schoten en passant acht locomotieven stuk. Veilig is het reizen op het ogenblik niet meer, er gaat geen dag voorbij of een of meer treinen moeten het ontgelden, al heel wat machinisten hebben er het leven bij in geschoten.
Vorige week is een grote groep Amerikanen maar naar Rusland doorgevlogen, begin van de week naar Italië en dan weer naar Engeland om het rondje vol te maken.
Met Ger gaat het wel goed, ze wordt evenwel erg zwaar en om dat pakje steeds kwiek met je mee te torsen is niet zo erg gemakkelijk. Veel ellende hebben we deze keer met de afgang niet, dat schikt nog al, wel is ze gauw moe en heeft wat bloedarmoede. Het duurt niet zo lang meer dat het kindje komt, laten we hopen dat hier alles wat rustig blijft en we Leeuwarden niet hoeven te verlaten, doordat men de oorlog boven onze hoofden uit gaat vechten.
Marijke krijgt volgende week vakantie en bracht gisteren uit school mee het plakboek vol cirkeltjes en vierkantjes, die op een zeer vreemdsoortig wijze tezamen gevoegd zijn en verder haar tekenboek vol krassen en krabbels, waar het kladschrift van Jantje niet bij kan halen. Prikplaatjes en plakplaatjes, van alles werd ons vol trots vertoond. Vol ijver riep ze ons bij zich en moesten we alles komen bewonderen, alleen Thoma treedt dan altijd weer als spelbreker op, want alles wat die in haar kleine vingertjes krijgt, gaat de weg des verderf. Je kunt papier zo leuk scheuren. Jammer is dat ze zo slecht eet, gauw moe is en veel slaap nodig heeft. Ze ziet er anders wel goed uit.
Eind volgende week gaat Marijke een week met Vader en Moeder op Heemstra State bij Grootmoeder logeren. Het zal een feest zijn. Omdat we dit jaar niet met vakantie gaan, zullen we die week bij Moe op de Groningerstraatweg doorbrengen, overdag ga ik wat fietsen met Marijke, wel gezellig met die kleine keuvelaar. Bijna half elf, Mama en Marijke nog steeds niet thuis van het bezoek aan Grouw, de treinen zijn wel hevig in de war.
6 juli 1944
Donderdagavond. Ziezo, de eerste dag van de drie, welke ik weer voor de Wehrmacht werken moet, zit erop. Het is deze keer wat anders, nu paaltjes slaan waar later prikkeldraad overheen gespannen wordt. Met 7 man hebben we vandaag 50 paaltjes van 50 cm. lengte een end de grond ingeslagen. Een topprestatie. Het weer was veel te mooi om wat te doen. Wat zitten en wat praten en wat eten is veel gezelliger en als er dan uit het etenszakje een met zwarte schapenkaas belegde boterham en een kop koffie met zwarte melk tevoorschijn komt, dan moet je het doel maar vergeten, waarvoor je hier zit.
We gaan nogal gemoedelijk om met onze Duitsche bazen om, maar af en toe komt toch tevoorschijn dat we (Engelsche) mijlen van hen af staan. Een van ons ploegje zei toen we het over Duitschland hadden, dat hij er na de oorlog wel eens wilde zien, maar hij wilde dan en passant z’n koper en z’n tin mee terugnemen, plus de fiets, plus de radio, plus de zilveren guldens en rijksdaalders.
Van de oorlog is niet veel te melden, het gaat wel goed, over het algemeen heeft men de indruk dat voor de winter het vechten gedaan zal zijn. Ik voor mij ben niet zo optimistisch, en in Rusland en in Italië moeten de Duitschers terug, maar het gaat niet zo hard, stap voor stap. Hitler heeft gesproken voor de leiders van de bewapeningsbedrijven en gaf toe dat Duitschland enigszins ten achter geraakt was, maar nu door de V-1 de voorsprong zou heroveren. Je schiet echter met die dingen geen Amerikaanse vliegende forten naar beneden. Het begint er op te lijken dat de nieuwe wapens bestemd zijn als reddingsgordel voor een verdronken man. Hitler mag het wapen van Zeeland wel in een lijstje zetten: Luctor et emergo, misschien helpt het hem wat, als hij het boven z’n bed hangt.
In een trein werd heftig over de oorlog gedebatteerd tussen de verschillende reizigers waaronder een N.S.B.-er. Zoals te verwachten was kon men het niet eens worden over de afloop van de strijd. De N.S.B.-er vertelde natuurlijk sterke stukken en was er vast van overtuigd, dat Duitschland uiteindelijk zou winnen. De andere reizigers vonden dat de man z’n verstand verloren had. Ook een verpleegster zat in de coupé doch mengde zich niet in het dispuut, las rustig verder in haar boek. Ondertussen minderde de trein vaart om langzaam door de onder water gezette landen te rijden zoals in Noord- en Zuid-Holland op veel plaatsen het geval is. Het gesprek verstomde en met gemengde gevoelens zag men al dat water aan, dat onze eterij die toch al niet zo dik is nog dunner maakt. Plotseling zegt de verpleegster: Wanneer het bij ons in het ziekenhuis met een patiënt op het laatst loopt, dan laat hij ook altijd het water lopen. Duitschland heeft het hier gedaan, beide gevallen lijken enigszins op elkaar.
Een buitenlander kwam ons Nederland bezoeken, terwijl hij ook vroeger ons land bereisde. Typisch, zei de man, vroeger klaagde iedereen, terwijl er van alles overvloed was. Je kon kopen wat je wilde, alles goedkoop, goed en toch klaagde ieder. Nu juist andersom. Nu is er niets te koop, weinig te eten, alles even leeg en kaal en nu loopt ieder met een plezierig gezicht rond en zegt: Het gaat goed.
Vanmorgen ƒ 23,40 van gemeentewerken gehaald voor een week werken voor de Wehrmacht. We kunnen er weer heel wat melk en groente voor kopen. Vandaag stond er in de krant, dat we met ingang van morgen verschillende gasloze uren zullen krijgen. De kolenpositie is te slecht. Vader en Moeder worden twee dagen afgesneden, ze hebben teveel gas verbruikt. Mogelijk kan het vallen in hun vakantiedagen.
In Tivoli draait de roerende film “De twee wezen”. Elke avond komen de mannen met strakke gezichten en de vrouwen met huilogen op straat. Het leed der wezen wordt dus terdege meegevoeld en meegeleefd. De mensen waaronder ik ook mezelf reken zijn vreemde wezens. Aan de ene kant de harde werkelijkheid met dag aan dag verwoesting, vernieling van duizenden mensen en woningen, verminkingen en verbrandingen en alle mogelijke gruwelen.
Aan dit alles gaan we voorbij. Onder het boterham eten lezen we met plezier het legerbericht en zeggen: Jonge jonge, wat krijgen ze op hun donder. Geen hap smaakt er minder om, geen traan wordt er om vergoten. Het gaat goed. Dat mensen hun kinderen verliezen, dat kinderen tot wezen worden. We weten het wel maar deert ons niet. Maar oh wee als het gemoed van dichterbij geroerd wordt door een film, dan komen de tranen tevoorschijn, dan komt het gemoed in opstand. Treft het leed je wel, dan sta je daar ook alleen mee, de goegemeente loopt om je heen, is afkerig van ellende en steekt permanent de kop in het zand der vroolijkheid. Geef ze ongelijk.
In Sneek wordt een N.S.B.-er doodgeschoten, vijf burgers worden uit hun huizen gehaald en zonder vorm van proces neergeknald. Take a ride noemen ze dat in gangstertaal. De slachtoffers worden in een auto meegenomen en even buiten de stad doodgeschoten en aan de kant van de weg achtergelaten. Zes leden van de “Jan Hagel” club nemen de kuiten en duiken onder, moeilijk lijkt me toe, omdat ze binnenkort naar Frankrijk moeten om te vechten tegen de Tommy’s.
Vanmorgen ontsnapt er een arrestant uit het politiebureau, enkele agenten er druk schietend achteraan, men zegt dat alleen N.S.B.-agenten wapens mogen dragen. In de Nieuwesteeg werd de man weer gepakt. In Nijmegen is herrie geweest, ’s avonds acht uur binnen en fietsen is verboden. Lastig voor het melkhalen. Dat is het leven van alledag maar de bomen groeien en de bloemen bloeien, de menschheid vrijt, de zon schijnt, baby’s komen er in overvloed, in steeds grotere overvloed. Mijn liefje wat wil je nog meer.
De Duitschers beginnen ook al mopjes te tappen over hun verloren oorlog bijv. dat Duitschland nu wel vliegtuigen zonder führer heeft, maar dat de Führer zonder vliegtuigen zit. Duitschland zegt dat ze de langste adem heeft, terwijl Engeland en Amerika het plan hebben zoveel materiaal in Duitschland te vernietigen, dat men wel op moet houden met vechten. Ondertussen gaat de opmarsch verder, Florence komt in zicht en de Russen naderen Oost Pruisen en de Duitschers op de kortste lijn van de Oostzee naar de Zwarte Zee zullen proberen stand te houden. Maar ja, dit jaar nog vrede? Van Saipan naar Japan is maar een stap, zal de verhaaltjesverteller Tojo wel gedacht hebben.
Dit stukje verraadt het meesterschap in het omheen draaien van de feiten. Voor nul centen op de eerste rang en met een papieren vloot de wereld beheersen. Ik las dat de slagschepenverhouding in de Stille Oceaan 52 tegen 13 bedraagt. Vliegtuigen navenant natuurlijk. Het tekort aan materiaal begint nu en in Duitschland en in Japan aan het licht te komen. Ophouden met vechten is toch het enige. Maar ja, degenen die het te zeggen hebben, weten dat hun hachje er mee gemoeid is en natuurlijk willen ze liever morgen opgehangen en doodgeschoten worden dan vandaag, vandaar dat de oorlog van de ene dag op de andere voortgaat. De Japanse vloot zal de overwinning behalen zegt Tojo, hij doet maar. Nu Saipan bezet is gaan de Amerikanen natuurlijk Tokio bombarderen en hoe zal de papieren huizenzee daar verwoest worden door de Phosphor bommen? Het laat zich gemakkelijk raden.
27 juli 1944
In een badstoel in de tuin van Oma, prachtig weer, met vogels en bloemen om je heen, zo zullen we dit jaar de vakantie door gaan brengen en kan ik wat schrijven over gebeurtenissen van alledag. Ger behoeft nu geen eten te koken want ze wordt langzamerhand erg zwaar en kan moeilijk lopen. Zelf zei ze gisteren tegen me: Als het maar geen tweeling wordt, jij hebt toch geen familie die daar aanleg voor heeft? Anderszins voelt ze zich goed, de lossing geeft niet zo veel problemen en over de lading behoeven we niet te praten. Ze eet als een slootgraver. Toch slapen we maar thuis, want er gaat niets boven het eigen bed en voor Moe geeft onze vakantie bij haar al genoeg drukte.
Marijke en Thoma plus vriendinnenschaar weten ook wat herrieschoppen is, maar ja, als er geen herrie is dan is er ook geen gezondheid. Wel is Marijke wat bont op armen en benen. Mazelen? Fleurig is ze genoeg met Corrie die ze mee neemt gaat ze vaak bloemen plukken en wordt er weer een veldboeket op het aanrecht gesmeten. Wat doe je er mee, wat doe je er mee, je veegt er mee, je veegt er mee, de vloer! Heerlijk zit het hier in de tuin tussen de volop in bloei staande rozen en uitgeschoten kroppen sla, die er tussen in staan, want je moet nu eenmaal het nuttige met het aangename verenigen. Waarom de sla van Moe er zo vreemd uitziet en de lucht in vliegt, terwijl Kalsbeek keurige kroppen aan kan bieden is me niet recht duidelijk. Hè, hè, even een tukje gedaan, wat ’s middags prima wil en dan vooral als je buiten zit en de gedachten op Ameland vertoeven. Zou “Liber tempo” er nog staan of zou het al afgebroken zijn. Nu de oorlog op z’n laatste benen loopt, kunnen er nog wel gekke dingen gebeuren.
Een propaganda aanslag op Hitler is mislukt. Wel een paar trouwe medewerkers hebben er het hachje bij ingeschoten, maar het helpt de oorlog niet te bekorten. Waarom de familie, vrouwen en kinderen nu moeten boeten voor hetgeen de vaders misdreven hebben is me niet recht duidelijk. Maar ja, de Duitschers denken anders dan normale mensen. Zo kunnen wij niet begrijpen waarom de moffen door blijven vechten, waarom ze hun land rustig plat laten bombarderen, de Russen dringen steeds verder op en de Engelsen en Amerikanen moeten nog beginnen. Een Hollands kind kan zien dat de zaak verkeken is, maar een Duitsch kind roept nog steeds: Heil Hitler. De hele Wehrmacht moet nu ook de Hitlergroet brengen als trouwbetuiging aan z’n Führer.
De Duitse partij vecht niet meer voor het heil van het land, maar voor eigen doeleinden en het eigen hachje en dat is natuurlijk altijd belangrijker dan dat van de buurman. Het lijkt er wel wat op dat Hitler en z’n partij liever hebben, dat bewoners met al hun goederen vernietigd worden, dan dat ze in handen van de Russen en Engelsen vallen, want dan schijnt de zon niet meer. De verschrikkingen van een dergelijke overheersing worden ons dagelijks voorgehouden, dan zullen we als vee ter slachtbank worden gevoerd, terwijl we nu toch nog altijd “Schweine” zijn. Ik zie niet zo veel verschil tussen vee en Schweinhunde.
Vorige week is het volgende in de Molenstraat gebeurd. Om kwart over acht ’s morgens waren een landwachter en een onderduiker hevig aan het vechten op straat. De Hitler man kon het echter niet winnen, ondanks z’n proberen om zijn geweer in de juiste stand te krijgen en z’n tegenstander met de kolf een tik te verkopen, die afdoende zou zijn. De mensen liepen een straatje om en wilde geen partij kiezen, zagen van de verte toe. Niet aldus een oude man van een jaar of zeventig die de vechtenden uit elkaar haalde en zo enorm tegen de landwachter uit begon te varen, dat deze geheel in z’n schulp kroop en zelfs de patronen uit z’n geweer verwijderde, toen de oude man hem dit beval. Toen vond de onderduiker het gewenst om er tussenuit te trekken, waarna de oude man verdween en de landwacht z’n kleren afklopte, z’n bezittingen bij elkaar raapte en hulp ging halen. Twee uur later werd ieder die in de Molenstraat woonde ondervraagd om te weten te komen wie dit sterke stukje uithaalde.
Zondag kreeg ik dit te horen toen we met elkaar in Harlingen op de tennisbanen zaten. Twaalf van de beste Friese spelers had de club daar uitgenodigd, zodat we mooie partijen konden spelen die begunstigd werden door heerlijk zomerweer. Sjoerd Baas en ik hebben het gepresteerd tegen Steinvoorte en de Jong om 52 games te spelen, voordat we de vlag moesten strijken. Zelfs hadden ze mij onder de vier besten geplaatst n.l. de Bock, van Stapele, Steinvoorte en ik. Alleen was dat wel wat optimistisch bekeken, want ik verloor m’n partij tegen Heeger. Bij de Friese kampioenschappen was ik door een geschikte loting bij de laatste vier beland, zodat ze me nu ook weer hoog noteerden. Toen we onder gezellig gepraat bij elkaar zaten, kwam er ook al gauw de vraag los of we ook wisten waarom von Rundstädt ontslagen en in een ziekenhuis opgenomen was na z’n werk als opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in het Westen, in Normandië. Niemand wist het, tot degene die dit verhaal vertelde zei: O, de man heeft wat bij Tilly opgelopen. Tilly is n.l. een van de plaatsen die pas verloren ging en waaruit de Duitschers zich moesten terugtrekken. De Amerikanen schijnen een bepaald gebied zo te bombarderen, dat er geen steen op de andere blijft staan en dan trekt de infanterie dit verwoeste gebied binnen om het te bezetten.
In Rusland is het hele front in beweging en zit men nog maar 100 km. van Warschau af. Duitschland zelf komt in de frontlinie te liggen en kan nu van alle kanten aangevallen worden. Door de slechte gang van zaken heeft Duitschland de algehele arbeidsmobilisatie voor de bezette gebieden afgekondigd en moeten alle zaken, die gemist kunnen worden, op slot. We zullen maar rekenen op de laatste stuiptrekkingen. Göbbels hield een rede dat door rationalisatie arbeiders uit de fabrieken naar het front gestuurd konden worden en dat de openvallende plaatsen ingenomen zouden worden door de buitenlandse arbeiders. Ieder had mee te helpen Duitschland veilig te stellen. Om het vuur gaande te houden is er brandstof nodig en juist die brandstof wordt schaars, vandaar dat Hitler probeert de ontbinding der atomen te verwerkelijken, zodat hij dan met een vingerhoed materie z’n tegenstanders kan vernietigen. De V-1 is een lastig wapen voor de Engelsen, maar Duitschland wint er de oorlog niet mee en voor elk nieuw wapen is ook een nieuwe verdediging.
’s Avonds om tien uur binnen is de nieuwste maatregel, het is vervelend, want je kunt niet goed meer bij elkaar op visite. Gerard Huizenga is ook thuis, mede door ziekte van z’n moeder kreeg hij verlof. Het leven was er voor hem dragelijk, vooral de laatste tijd in Zuid Duitschland, alleen het ongedierte werd hinderlijk en aan de bombardementen moest je geen aandacht schenken, voor zo ver die bommen dan niet te dicht in de buurt vallen dan altijd.
Gisteravond naar Jellum geweest om melk te halen. De Jong z’n zoon zit in de gevaarlijke leeftijd, zodat iedere huisgenoot steeds de weg in de gaten houdt om te zien of er ook onraad dreigt. Vorige week werd er een huiszoeking gedaan door de Landwacht, maar er werd niets gevonden. Alles was deugdelijk opgeborgen, de zoon incluis. Gelukkig hadden ze een tip gekregen dat er onraad op til was. Toch werkt Foppe gewoon mee in het bedrijf en is er tot nu toe zonder kleerscheuren af gekomen. Nu de zaak echter tegen hem aan het rollen is gebracht, beginnen de kwade kansen te komen.
Eergisteravond zaten Vader en zoon in het land te melken, steeds een oog op de omgeving gericht, wat ook hoogst nodig bleek, want plotseling merkte Foppe op twee plaatsen tegelijk de Landwacht op, die hem probeerden te omsingelen. Het enige wat er op zat was lopen, en hoe, terwijl hem de kogels om de oren floten. Toch is de jongen ontkomen. De Jong zei later tegen mij: Dat alles moest ik als vader aanzien hoe ze jacht op mijn zoon maakten alsof het een wild beest was. Ik had het gevoel dat ik door de grond ging. Dat is de mensenjacht waar Nederlanders zich toe lenen. In Weidum is het deze week gebeurd, dat een onderduiker het erf van een boer oprende en schreeuwde: Oh verberg me, de Landwacht zit me achterna. Zo gauw was er niet een schuilplaats te vinden en kroop de jongen maar in een kast, maar dat hielp niet veel of hij werd gevonden en omdat hij z’n vrees toonde voor de gevolgen en de landwachters een stel sadisten zijn, namen ze hem mee en buiten het dorp bevalen ze hem z’n eigen graf te graven. Toen het klaar was kreeg hij het bevel: En nu opdonderen. Machtswellust en sadisme vieren hoogtij en een moord meer of minder, de Landwacht zou het willen, maar er zijn ook nog zoiets als Duitse meesters en je weet nooit hoe die op iets dergelijks reageren. Soms met applaus, maar soms ook wordt degene die zal doden maar van kant gemaakt.
Eergisteren is het distributiekantoor in Franeker volkomen leeggehaald door zes man uit een auto. Een agent, die op wacht stond, schijnt in het complot gezeten te hebben, want ook die is mee verdwenen, de andere twee agenten werden gebonden. Hier in de stad wordt gezegd dat personeel van de belastingdienst opgehaald werd, wegens verspreiding van illegale krantjes.
20 augustus 1944
Het is acht uur en niemand meer op straat, we hebben weer eens straf.. Vorige maandagavond werd Sleijffer, een handlanger van de SS, neergeschoten en de volgende dag twee landwachters in Birdaard bij het ophalen van onderduikers. De represaillemaatregelen zijn niet uitgebleven en vanmorgen gaven de roze papiertjes, door de hele stad aangeplakt, te lezen dat er een aantal terroristen en saboteurs waren doodgeschoten. De laatste zijn mensen die op een of andere manier wel eens lucht hebben gegeven van hun misnoegen over het doen en laten van de Duitsers.
Hoevelen zijn er al niet omgebracht in deze paar jaar van bezetting? De Joden, de mensen in Vught, Amersfoort en Ommen, ze zijn niet te tellen. Je hoort zo weinig van dit alles, moet er naar raden, want kom je in zo’n kamp terecht, dan lijkt het wel een doorgangshuis te zijn, want waar werken of leven al die mensen. Ik weet wel, de post functioneert zeer slecht maar ergens komt toch nog taal of teken door als ze leven.
We hebben beschermers die met bloed de geschiedenis schrijven en daar nog trots op blijven ook. Men zegt dat er in de geschiedenis zwarte bladzijden voorkomen, maar die we nu beleven zijn wel erg rood. Het gevolg van de represaillemaatregelen van het neerschieten van Sleijffer is, dat we ’s avonds om acht uur binnen moeten zijn, dat de cafés en bioscopen gesloten werden en dat half Leeuwarden uit slapen gaat, omdat men zich thuis niet meer veilig voelt.
Het gewone recept is dat voor een doodgeschoten Duitscher of N.S.B.-er vijf willekeurige mensen uit hun huis gehaald worden en voor de deur neergeschoten worden en dat een vijftig gijzelaars een half jaar in Vught of Ommen komen te zitten. Tot nu toe is het in Leeuwarden tamelijk rustig geweest en hebben we van dergelijke dingen niet te veel weet gehad, maar wat niet is kan komen. In Heerenveen is pas een maand na de aanslag op een landwacht een serie mensen opgehaald.
Vrijdagmiddag werden plotseling alle herenfietsen met luchtbanden op straat in beslag genomen. De landwachters konden hun activiteiten maar weer eens ontplooien en al die mensen die hun karretje in verband met het melk en groente halen zo bitter slecht kunnen missen, blijven met een vorderingsbriefje in de handen staan en heeft nu na te gaan, hoe hij z’n peultjes moet halen en moet doppen.
Nu de oorlog op het laatst loopt en dat ziet ieder die niet ziende blind is, beginnen de wraaknemingen en aanslagen toe te nemen en begint de bevolking meer en meer ondergronds in verzet te komen tegen de willekeurige terreur, die de Duitschers samen met de N.S.B. uitoefent.
In de kranten staat nu dat men de oorlog op de gebruikelijke manier met conventionele wapens niet zal kunnen winnen, maar dat er nieuwe in de maak zijn en dat dan de krijgskansen gaan keren. Mocht men intussen de oorlog verliezen, dan is er altijd het excuus: Ja, we zijn niet op tijd klaar kunnen komen.
In Normandië bestaat geen front meer, omdat in een maand tijd half Frankrijk veroverd werd mede door een landing rondom Marseille. Door de algehele mobilisatie van het Anglo-Amerikaanse leger is de opmarsch na de grote doorbraak zo uiterst snel gegaan en kan er moeilijk meer van een front gesproken worden en de versterkingen stromen Frankrijk binnen. Hoe dat met de burgerbevolking gaat laat zich raden: duizenden zullen het slachtoffer worden van de zeeslag op het Franse grondgebied, omdat de gemotoriseerde legers om elkaar heen draaien en de luchtmacht overal bomtapijten neerlegt. Toch lijkt het erop dat Frankrijk over een week of vier in geallieerde handen zal zijn, waarna de opmarsch naar Berlijn kan beginnen, want dat is het doel en de Anglo-Amerikanen en van de Russen die nu voor Warschau staan. Voor de Tommy’s en voor de Russen geldt natuurlijk zogoed als het voor de Duitschers opging, dat wat je eenmaal in je vingers hebt nooit weer loslaten, vandaar misschien de toekomstige oorlog van het Westen tegen het Oosten.
Met Ger gaat het intussen best, ze ziet er uit als Hollands welvaren, alleen wordt ze ontzettend zwaar, 144 pond en dat is weer 8 pond meer dan een week of vier terug. Laten we hopen dat alles goed gaat en ze de bevalling, die eerstdaags voor de deur staat, goed te boven komt. Vandaag is het 21 augustus en Dr. Huizinga vertelde: Voor 5 september is de zoon er! Het lastige is ’s nachts om naar de dokter en verpleegster te moeten gaan en Ger alleen te laten en nu wil mevrouw Morrema wel komen, maar je kunt niet aanbellen bij de mensen ’s nachts, want dan heb je het idee dat de Landwacht voor de deur staan met als schrikbeeld third degree verhoren, gevangenis en concentratiekamp. Alle mensen die de Duitsers in de vingers willen hebben worden ’s nachts opgehaald. Goed, ook voor dat probleem zullen we wel een oplossing vinden, hoe de dokter te bereiken.

Marijke gaat morgen gelukkig weer naar school, dat ruimt op. Met de vriendinnen uit de buurt werd de laatste tijd veel kattenkwaad verzonnen. Hoe kan het ook anders met zes weken vrijaf. Loeki Burg en Marijke speelden vorige week “zoet” op zolder, toen het plotseling in de slaapkamer begon te lekken, wat wel erg vreemd was omdat er geen nat wasgoed boven hing. Bij inspectie bleek later dat beide dames maar een plas gedaan hadden, omdat dat makkelijker was dan naar beneden naar de WC te lopen, ze waren te druk aan het spelen, oponthoud konden ze niet gebruiken. Thoma is Die dritte im Bunde die de slagen incasseert die de ouderen uitdelen, maar op haar beurt met een scheel oog weer hogerop naar Mama en Papa ziet om hulp. Marijke denkt: Lastige mensen weten alles.
Thoma is een leuke dreumes op kleppertjes die Marijke in alles nadoet en napraat en dat veelal op de meest ongelegen ogenblikken. “Niet hekse, niet hekse”, mompelt ze plotseling als ze erg druk bezig is met niets doen. “Nou-jo, hou op met je praatjes”, krijg ik af en toe van Marijke op m’n boterham. Het is wel eens moeilijk om altijd de humor en het eigenwijze van een hummel van vier jaar in te zien. De diepere zin van alles wat ze zegt, begrijpt ze niet allemaal, maar ze voelt deksels goed wanneer wij haar gezegden grappig vinden en we vinden ze vaak grappig, dan goed voor de opvoeding is.
Ger kan de herrie van het tweetal soms moeilijk verdragen nu nummer drie zo zwaar begint te wegen en ze zelf de watervlugge kinderen moeilijk baas kan. Laten we hopen dat ze het drietal, zonder buikje, wel in toom kan houden.
Met de zaak gaat het behoorlijk, de verkoop per maand is om en bij de 5.000,- , terwijl de inkoop niet al te veel ten achter blijft. De grote stukken ontbreken, slaapkamers verkopen we maar heel weinig meer. Af en toe eens één, terwijl de inkoop daarvan een probleem op zichzelf is, waarbij een been in de zwartigheid staat. Het andere been staat op drijfzand, maar ja, daarin verschil ik niet van de andere Nederlanders. Het aantal ingenomen vergunning is nu ongeveer 750, maar om ze nu weer gehonoreerd te krijgen is bijna ondoenlijk, er is geen textiel meer. Wel veel kinderledikantmatrasjes leveren we, maar met de dekentjes is het hopeloos, daarvan krijgen we bijna niets in huis, trouwens grote dekens ook niet. Gestikte dekens worden niet meer gemaakt, lakens en slopen idem.
Zeegras matrasstellen met papierdamast voor ƒ 150,- op vergunning. En wie krijgen die vergunningen? De minst draagkrachtige is de opzet, maar die mensen kunnen niet betalen en verkopen dus zo’n stel weer door uit bittere noodzaak. Natuurlijk is de kwaliteit beneden peil, maar ook het oude kwaliteitgoed van voor de oorlog is binnenkort versleten en welke hoeveelheden zijn er in de toekomst nodig, ten miste als we het met elkaar kunnen betalen. Als er door ieder goed verdiend wordt, dan kan het de winkeliers goed gaan, dan zetten we er een verdieping bovenop, dan zijn de kinderen groot om eens mee uit te gaan, dan doen we dit en doen we dat. Ik ben Moeder haast bij in luchtkastelen bouwen, zoals ze vroeger zoveel deed toen Tiet en ik als kinderen thuis waren. Een huisje op Ameland was haar langgekoesterd ideaal, dat ook verwerkelijkt werd, toen we beiden op eigen benen kwamen te staan. De oorlog heeft ook daar op hatelijke manier een eind aan gemaakt. Staat het huisje nog overeind?
Marijke was vanavond aan het plaatjes en ansichtkaarten bezien, waaronder ook een met een oud gebogen vrouwtje. Ze studeerde er een poosje op en zei toen tegen Ger: Wat een oud vrouwtje, hè Mama. “Ja”, zei Ger, “zo word ik later ook”. Marrijke keek zeer bedenkelijk en bestudeerde aandachtig Ger haar gezicht en zag dan weer naar het plaatje. “Ja Marijke, maar jij wordt later ook zo!” Het effect was enorm, tien minuten stond ze te brullen van jewelste. Tranen met tuiten en Thoma van weeromstuit natuurlijk ook. Denkelijk spookten de oudjes van Heemstra State Marijke door het hoofd. “Ik wil zo oud niet worden, ik wil altijd blijven spelen”, want ze had best begrepen, dat als je zo oud wordt, dat je dan niet meer kunt spelen ook. “Als je dan eens zo oud als Corrie wordt, Marijke, hoe vind je dat?” Corrie wordt bekeken en genadiglijk wordt geknikt. “En als je nu eens zo oud als Mama was”, vroeg Ger aan Marijke, maar daar was het commentaar op: Hè jakkes nee, daar vind ik niks aan. Onbewust voelde ze misschien, dat de positie van Mama nog wel wat anders is dan die van Corrie. Koosje Morrema heeft het dan wel eens over trouwen, zij wil met een jongen uit de klas in het huwelijksbootje stappen. Marijke wil alleen haar Papa hebben, maar wel bij Mama blijven. Geen risico. Vanavond toen Marijke naar bed ging om zeven uur vroeg ze aan Ger: Kom je om tien uur nog even bij m’n bedje? “Nee”, zei Mama, “ik heb pijn in m’n rug en kom niet meer. Die pijn in de rug is een bekend iets bij de kinderen, want Koosje Morrema vertelde Marijke laatst “dat Tante geopengereerd” moest worden, zodat Marijke respect voor die pijn in de rug heeft. “Papa komt vanavond wel!”. “Zal hij dan ook voor ons zingen, Mama?” “Ja Marijke, papa zal heusch voor jullie wel een mooi liedje zingen”. “Ja, maar dan niet zo hard. Hij schreeuwt altijd zo, hè Mama? En dan moet hij zingen van de man in het water! n.l. In naam van Oranje doe open de poort. De Watergeus staat voor Den Briel”.
De “druk” van Thoma vangen we tegenwoordig wat vaker op, ze zegt het af en toe, als er wat op komst is. “Thoma C zitten, Thoma gote plas doen, Thoma gote meid.” Twee schitterende ogen kijken je dan aan uit een zeer expressief gezichtje. “Och, die lekkere hummel”, zegt Mama dan, “is het geen schat?”
Morgen is het 1 september 1944 en dan zitten we al vijf jaar in de oorlog, waarom dit stukje in de krant stond alsof men hiermee de N.S.B.-ers weer een hart onder de riem wil steken.
Maar in dezelfde krant stond in het legerbericht, dat de scherp volgende tegenstander tot staan was gebracht benoorden Parijs. De geallieerden konden elders terrein winnen. In Italië een nieuw offensief. In Roemenië is de Sovjetdruk richting Boekarest versterkt. Zware gevechten ten noorden van Warschau. Terreuraanval op Kiel en Bremen. De opmars van de geallieerden richting Berlijn is in volle gang en Limburg komt te liggen in de frontlinie en zal de kolenvoorziening gaan stagneren. Komt het krap, dan maar wonen in het kantoortje met een pijp door het raam. Als nummer drie nu maar in prima gezondheid komt en ook Ger de bevalling goed doorstaat, dan zullen de brandstofbezwaren ook nog wel te dragen zijn. Kleine bezwaren dijen echter vaak tot onredelijke proporties uit.
4 september 1944
De wildste geruchten doen deze maandag de ronde over de plaats waar de Tommy’s al zijn. Eindhoven wordt genoemd, anderen zeggen Maastricht. Zeker is dat het hele vervoer, de telefoon en telegraafverkeer stop staat en dat de Duitse verdediging in de soep zit. Enigszins kannibalistisch uitgedrukt weliswaar, doch heel juist. Ze zitten in de soep lelijk hun billen te branden. Het is een crisis die het Duitse leger doormaakt, maar van paniek geen sprake, staat er in de krant. Het wordt langzamerhand een wedloop, wie er eerder is: de baby of de Tommy. Laten we hopen dat om Leeuwarden niet gevochten wordt.
Van Dijk moest vandaag weer voor de Wehrmacht werken en zal wel op het vliegveld zitten. Alles wordt ontruimd, heet het. Toch kwamen vandaag weer een tiental jagers binnen om te overnachten. Alle vrachtauto’s en autobussen zijn weer “sichergestellt”, de chauffeurs incluis. Morgen moeten alle paarden ingeleverd worden.
Vandaag stond voor het eerst niet in de krant: Zwaar vergeldingsvuur der V-1 ligt op Londen. De startplaatsen veroverd? De V-1 is echter al lang uit de tijd, want Ford had voor de oorlog al een V-8. In Italië zijn de geallieerden door de laatste Duitsche linies heen gebroken en stevenen nu op Milaan af en kunnen verbinding maken met de troepen in Zuid Frankrijk. Finland legt vanavond de wapens neer en geeft zich over aan de Russen. In Roemenië schieten de Russen hard op, Tito in Joegoslavië roert zich hevig, er schijnt een opstand uitgebroken te zijn. In de krant staat dat de geheime wapens nu spoedig komen, even groot geleuter als de wens om zich met de Tommy’s te meten, dat tot nu toe op een fiasco is uitgelopen voor de Duitschers. Het lijkt erop dat Duitschland nog dit jaar tot overgave wordt gedwongen en dat de bezetting van ons land misschien een kwestie van enkele weken is.
5 september 1944
De bevrijding schijnt als de gesmeerde bliksem te verlopen, vanmorgen werd bekend gemaakt dat generaal Dempsey’s troepen al in Breda waren. Een paar uur later in een extra bericht, dat Rotterdam bevrijdt was, zodat de Amsterdammers ook wel heel spoedig verlost zullen zijn van het Duitse juk. Laten we hopen dat de afsluitdijk niet de lucht in gaat en dat wij de Tommy’s morgen of overmorgen te zien zullen krijgen. Naar het schijnt wordt alles hier op het vliegveld al weggehaald en begint men op de Troelstraweg de huizen, waarin de Duitsers wonen, te ontruimen. “De terugtocht verloopt volgens de plannen”, schettert de Duitse radio nog rond. Misschien is men het met de geallieerden wel overeengekomen om maar geen tegenstand meer te bieden. Het zou de verstandigste weg zijn. Zojuist nog een Duitser gehad om een slaapkamerameublement! Zeker vandaag ook nog meenemen naar die Heimat!
6 september 1944
Geen nieuws, vandaag vertelde “de zender” geen enkele bijzonderheid zodat we maar rustig moeten afwachten. De mensen staan bij elkaar en praten zachtjes over al de dingen die ons bezig houden en verwachten. Maar is er dan af en toe wat bijzonders dan weet de hele stad het in no time. Het zal wel zo zijn op dit ogenblik dat Brabant gezuiverd wordt van Duitschers en dat hier en daar bruggenhoofden over de rivieren gevormd worden, wat wel geen peulenschil zal zijn, ook al omdat het weer de laatste dagen niet te best is. Regen en harde wind en de hulp van vliegtuigen is nog altijd brood en brood nodig om vlug op te schieten.
Gisteravond werd door de radio omgeroepen, dat de spaarbanken, banken en girodiensten hun uitbetalingen gestaakt hadden. De Amsterdamse effectenbeurs was al eerder dichtgegaan wegens de onoverzichtelijke toestand, hoewel de Duitsers nog met geen woord gewag gemaakt hebben, dat de Tommy’s al in ons land zitten.
Gistermiddag heftig geschiet van een zestal Engelse jagers op treinen, boten en auto’s die hier in de buurt van Leeuwarden bij Jellum, werden twee vrachtscheepjes doorzeefd en tot zinken gebracht en enkele mensen verloren er het leven bij. Zo is het veelal, ook mensen die niets met de oorlog uitstaande hebben, worden erbij betrokken. Een klein percentage boten vaart voor de Wehrmacht en dat is voldoende om alles wat beweegt onder vuur te nemen. Om melkauto’s, autobussen, trammetjes, op alles wordt geschoten. Lang niet elke dag komen die jagers hier huishouden, maar zo af en toe zien we een zestal die laagvliegend over stad en lande scheren en het aantal in rouw zittende huisgezinnen weer met enige vermeerderen. “Heden overleed plotseling enz.”, staat er dan de volgende dag in de krant.
In de zaak is het erg stil, er komt geen mens, alles is in afwachting van de dingen die komen zullen. De dochter van mijn “vaste boer” in Jellum vroeg me gisteravond of ik ook nog een oranje wimpel had. Wel een vlag maar niet een wimpel, vond ze wat kaal voor de aanstaande heugelijke gebeurtenissen, de doden en verwoestingen maar niet meegeteld.
De Friese Courant had gisteravond een bijblad in anti-Duitsche strekking. Hoe men dat voor elkaar gekregen heeft, weet ik niet, maar het was in elk geval hartverwarmend. Niet overal is dat bijblad in de bus geduwd. Alle namen van winkels die aan de Duitsers leverden, alle namen van vrouwen die zich aan Duitsers gaven enz., alles stond erin. Wedstrijd voor landwachters in het hard fietsen naar Duitschland. Eerste prijs: een plak Jan Hagel. Kosthuis voor onderduiker- terrorist gevraagd omgeving Bunt Gymnasiumstraat. Wie ruilt een clandestien gekocht schaapwollen vest tegen kogelvrij vest? Burgemeester Schönhart Leeuwarden. Misschien zullen dergelijke wrange grapjes later weinig zeggen, maar wij die al meer dan vier jaar op moeten passen op alles wat we zeggen, een gnuivend plezier want de haat en weerzin tegen alles wat Duitsch en nog meer wat N.S.B. getint is, is tot op de bodem van de ziel der mensen gedrukt.
Hoeveel Nederlanders in deze vier en een half jaar overhoop geschoten zijn, in Duitsland omgekomen of vandaar als wrak teruggekeerd zijn, is moeilijk te zeggen. Het zal wel in de duizenden lopen, daarom wordt elk bombardement door de geallieerden niet goed gepraat doch wel direct vergeven bij degenen die er niet van te lijden gehad hebben. De plundering, het in slavernij brengen van de Nederlanders is iets dat deze generatie tot in lengte van dagen zal heugen en nooit vergeten.
7 september 1944
Alle hoop van begin van deze week is weer vervlogen. Geen Tommy heeft nog een voet in ons land gezet. Allemaal praatjes. Het enige dat mogelijk zeker geweest is, is dat een voorhoedepatrouille even in de buurt van Breda verkenningen heeft uitgevoerd. De stemming is aanzienlijk bekoeld, wat nu? Als maar wachten! Wel voelt ieder dat er heel wat in de lucht zit, letterlijk en figuurlijk, want we hadden gisteravond weer luchtalarm voor een zestig vliegtuigen, die duidelijk te zien waren toen ze overtrokken op zoek naar actie. Een uur later landen er twintig Duitsche jagers op het vliegveld.
Het bericht van stopzetten van uitbetalingen door de banken behalve van hun lonen was blijkbaar al bekend bij de N.S.B., want al die mensen hebben hun tegoeden eerder weggehaald. Rost van Tonningen heeft hen zeker een seintje gegeven. De meeste N.S.B.-gezinnen zijn weggetrokken, Duitschland is nu hun Heimat, laat ze er maar blijven.
9 september 1944
In het begin van de week dacht ik dat we de Tommy’s hier eerder konden verwachten dan de baby, nu aan het eind weet ik wel zeker dat Ger het zal winnen, al is er dan nog geen teken dat erop wijst dat no. drie vandaag of morgen zal komen. Ger voelt zich nog best, een beetje kramp in de spieren en wat stijf. Vanavond komt Zuster Hofman en laten we hopen dat de baby ook niet zo lang meer op zich laat wachten en alles goed gaat.
Bekend gemaakt werd dat we niet op grote successen behoeven te rekenen, omdat eerst de veroverde gebieden, en dat is dus beneden de grote rivieren, eerst weer op orde gebracht moeten worden, voordat nieuwe offensieven gelanceerd kunnen worden. In België aan de kust zitten nogal wat Duitschers die over Zeeland weg moeten trekken. Brest, Le Havre, Boulogne en meer havens zijn nog steeds niet in geallieerde handen en zo worden op meer plaatsen gevechten geleverd met groepen Duitsers die zich niet over willen geven.
Nu maar afwachten hoe groot de obstakels van de Siegfriedlinie en de grote rivieren voor de Tommy’s zijn om Duitschland binnen te kunnen trekken. Als huis-, tuin- en keukenstrateeg leek me het beste om nu ook maar de inval in Noord Duitschland te doen. Welja, c’est simple comme bonjour! En meteen een doorbraak forceren door de Bourgondische Poort langs de grens van Zwitserland. Als ik de Zwitsers was zou ik ook maar mee beginnen, want anders kan het zijn dat, net als in Bulgarijë, het land maar door een grootmacht bezet wordt. Aan de Turken worden ook al onvriendelijke dingen gezegd. Wie niet voor ons is, is tegen ons. Zweden deed misschien ook maar het beste om Noorwegen te bevrijden, want als de Rus het gaat doen dan raken ze de “beer” nooit meer kwijt. Engeland en Amerika willen wel wat wagens leveren. Neutraliteit is een toestand die de vechtenden moeilijk kunnen verdragen.
Was het weer nu maar wat beter, dan konden we tenminste met ons ongeduld in de zon zitten, nu zitten we in de kou. 56 Graden Fahrenheit vanmorgen in de kamer, hoosbuien met af en toe een felle donderslag. Het naderen van de herfst. Als je niet te veel te doen hebt, en zo is het met mij, dan begin je je ongedurig te voelen. Gisteren zijn er drie klanten in de winkel geweest, werk is er voor het personeel nog genoeg, er worden wat kapstokken gemaakt, wat reparatie gedaan, maar al met al heeft het weinig om hakken.
Met de brandstof zal het wel mislopen, de 4 hl die we nog tegoed hadden, zijn ingehouden, denkelijk voor de bakkerijen, gasfabriek of centrale. Van het vorig jaar is nog wat brandstof overgebleven en nu zal Winters het potkacheltje gaan plaatsen in het kantoortje boven, dat nu de woonkamer wordt. De centrale verwarming kan toch niet aan.
De aardappelvoorziening loopt ook zwaar, doordat alle auto’s en paarden gevorderd werden, de treinen lopen tot Zwolle, naar Amsterdam is alleen te komen via Stavoren. De post werkt nog wel, tenminste vanuit de grote steden uit het Westen. Het telefoonverkeer staat stop. Het vervoersprobleem voor de grote steden wordt natuurlijk funest, alles moest op fietsen en bakfietsen vervoerd worden, dan gaat het hier in Friesland toch nog heel wat beter en gemakkelijker dan in Holland met z’n grote hoeveelheden mensen.
13 september 1944
De baby is er nog niet, de zuster wel, beide verdriet Ger wat en nu hoorde ze ook nog dat de vrouw van Dr. Huizenga maandag al bevallen is van een zoon, terwijl de berekening een week na Ger gepland was. De komst van het kind laat zich niet dwingen en dat staat mevrouw niet aan. “Met U, bij U en zonder U”, zal no. drie denken, “ik kom wanneer het mij past”, je zou zo zeggen dat het net zo’n kopstuk wordt als de moeder. Dat belooft wat. Wel is het gemakkelijk voor Ger dat de zuster haar wat werk uit de handen neemt, zodat ze nu of en toe kan gaan rusten. Het zal wel niet zo lang meer duren of ze is verlost van haar pakje, wat met het oog op de oorlogstoestand ook wel wenselijk is.
De vreugderoes van vorige week maandag toen de mensen in Rotterdam en Den Haag de vlaggen uitstaken en op klapstoeltjes langs de wegen gingen zitten om de intocht der Tommy’s te kunnen zien, denkelijk in de hoop, dat de Duitsers langs de route het geweer zouden presenteren, is wel wat over. Toch wordt gezegd dat er nu patrouilles in de buurt van Eindhoven zijn. Engeland zegt niets en Duitschland zegt niets, grote gebeurtenissen werpen hun schaduwen vooruit zegt men, maar we zien ze nog niet. De Amerikanenhebben de Duitschers gewaarschuwd voor de paraplu van vliegtuigen die bomtapijten uit zullen rollen, blijf weg uit fabrieken, blijf weg uit de steden.
Gas is er nog voor een week of zes. Elektriciteit voor ca. twee tot drie weken. Waterleiding? Onbekend, hangt van de kolen af hoe lang er gepompt kan worden. Gistermiddag was er haast geen druk meer, vanmorgen is het weer wat beter.
De treinenloop is gestaakt, alleen ’s nachts nog wat Wehrmachttreinen, ook al met het oog op het beschieten en de kolenpositie. In Amsterdam lopen overdag geen trams meer. De industrie is stil gezet. De Duitsche troepen trekken uit Noord- en Zuid-Holland, alles naar Amersfoort en verder achter de IJssel, waar nieuwe legers geformeerd worden na de enorme verliezen die de Duitsers geleden hebben. Tante Marie schreef uit De Steeg dat het verkeer daar enorm is. Dag en nacht een lange colonne auto’s, tanken en geschut, veel luchtalarm, veel geschiet.
De door de Wehrmacht “sichergestellte” vrachtauto’s met chauffeurs zijn in zuidelijke richting weggetrokken, al zijn er velen ondergedoken, bijv. van de Condens verdwenen 5 van de 6 chauffeurs. De zesde die wel voor de Wehrmacht reed is bij Steenwijk door een Engelse jager doodgeschoten. “Auto Jan” van Ferwerd, de bodedienst, moest ook voor de Wehrmacht rijden, het bleek evenwel dat het huishouden van een N.S.B.-er verhuisd moest worden. Onderweg witte strepen in de lucht en geschiet. “Stoppen”, zei de N.S.B.-familie, “we moeten dekking zoeken”. Allen in de onderwal, maar toen ze er goed en wel zaten, reed “Jan” de Ruiter weg. Bracht de auto onder bij een bevriende relatie in de schuur en verdween zelf ook van het toneel. Een razende N.S.B.-er op straat achterlatend, die nu op een schoen en een slof maar proberen moet Duitschland te halen. In Amsterdam moeten de landwachters hun N.S.B.-kameraden begeleiden en beschermen tegen overvallen.
In Grouw zijn drie landwachters hun geweren, fietsen en uniformen afgenomen en letterlijk in hun hemd op straat achtergelaten. In Rauwerd vervoegden zich twee landwachters met een arrestant op een avond bij het gemeentehuis om de man op te bergen, alleen toen men binnen was, werd de wacht overvallen en in de cel gestopt. Alle distributiebescheiden werden meegnomen door de mannen van de ondergrondse.
Alle gevangenen uit het huis van bewaring moeten weer op het vliegveld werken. Nu is dat werken niet zo erg, maar wel dat er vaak Tommy’s met een 600 km. snelheid uit de lucht komen vallen en het vliegveld met hun kanonnen bewerken, aankomen hoor je de toestellen niet door de grote snelheid van hun duikvlucht. Elke dag is er luchtalarm, maar hoe kan het ook anders nu het front alle dagen dichterbij komt.
In Heerenveen zijn zes politieke gevangenen met de cipiers plotseling verdwenen en ondergedoken. Gister sprak ik iemand van de spoorwegen, die zei: Ja, het is voor ons ook bijna tijd om onder te duiken. Het wordt onderwater haast een dringen, zonderling genoeg, iemand die boven komt verzuipt tegenwoordig.
15 september 1944
Im Westen nichts Neues. Het hele vervoer staat stil, treinen rijden er niet meer, een enkel vrachtbootje vaart nog wel eens af en toe, de post staat stil. Wellicht verwacht men van Duitse zijde verrassingen, bijv. grote doorbraken, landingen enz., vandaar de slechte vervoerspositie.
Men zegt dat de Frico al verlost is van alle kaas en Hoogkerk-Vierverlaten van alle suiker. Kruidenierswaren kon Ger vandaag allemaal op de bonnen krijgen, alhoewel de mensen in de rij staan. De banketbakkerijen kunnen wel sluiten, alleen brood wordt nog gemaakt. De bioscoop is ook dicht en in de winkels mag geen licht meer aan. De fabrieken hier in de stad zijn gesloten, dus denkelijk ook De Vrij en Zijlstra in Joure, waar we tot nu toe af en toe wat meubels konden krijgen.
17 september 1944
Saskia Elisabeth heeft gistermorgen het levenslicht aanschouwd, twee en een half jaar na Thoma’s geboorte. Weer een meiske, wel hadden we liever een jongen gehad, maar je hebt het niet voor het zeggen. Alles lijkt best, ook met Ger, en dat is toch het voornaamste.
Donderdagnacht kreeg Ger pijn in haar schouder en rug, vermoedelijk kou gevat, want we hebben allemaal gehoest en geproest, zodat er van slapen weinig kwam, mogelijk begon het kind ook al te werken. Ter beteugeling van de rillerigheid 7 kininepillen en een aspirine. Later zei Zuster Hofman dat kinine werkzaam is voor het loskomen van de baby. Vrijdag begonnen de weeën te komen en ’s nachts idem zodat ik gistermorgen naar Dr. Huizenga fietste en hem vroeg te komen. Na onderzoek gaf hij Ger een spuitje en om tien over tien was hummel no. drie ter wereld. Een zwaar kind met dikke billen en armpjes, een scheve ingedrukte neus en een bibberend stemmetje, dat zich dadelijk liet horen. Dat was de intrede van onze Saskia.
Ger had naderhand nog wel wat naweeën, maar die zijn door de ervaringen van vannacht verdwenen, want tegen elf uur ’s avonds begon het eerste gevlieg van Tommy’s, totdat om half twee Ger mij wakker maakte: Hoor eens, luchtalarm op het vliegveld! En nog maar weinige teller later begonnen ook de sirenes in de stad te loeien, terwijl het gedreun van de zware machines van de Engelsen daar dwars doorheen klonk.
Het afweergeschut trad nu ook in werking. Het werd een hels spektakel toen ook een regen van bommen naar beneden gingen gieren en met daverende slagen ontploften. Hoelang die bommenregen geduurd heeft weet ik niet, wellicht korter dan ik op dat ogenblik voelde. Een kwartier? Ger was direct het bed uit en in haar sluitlaken gespeld in no time beneden onderaan de trap en ik met schoenen en met kind haar volgde. Negen dagen pal liggen staat er voor een kraamvrouw in de leerboekjes! Om later weer in bed te komen en de trap weer op, dat was een hele toer. De zuster hebben we niet gezien, die lei niet in haar bed maar eronder. De naweeën zijn door deze escapade opgehouden.
Gelukkig waren de kinderen niet thuis bij dit bombardement op het vliegveld, misschien hebben ze er bij Corrie waar Thoma logeert en bij Vader en Moeder waar Marijke is wel doorheen geslapen. Voor kinderen geen angst tonen is het beste, maar het is een sinister geluid, dat naar beneden gieren van de bommen en niet te weten waar ze terecht komen. Tijl Uilenspiegel speelde eens voor dokter en maakte een geheel ziekenhuis vol patiënten beter door ze in het oor te fluisteren: Wie morgenvroeg om tien uur niet op straat staat, wordt fijngemalen om tot medicijn te dienen. Die angst dreef de mensen naar buiten, diezelfde angst deed Ger zonder zichtbare moeite naar beneden lopen. Maar het naar boven gaan was pijnlijk en zeer moeizaam.
Alle dagen bombardementen op Noord Duitschland zodat daar ook wel een landing uitgevoerd zal worden, een tang om ons land heen. Maastricht is de eerste bevrijde stad van ons land en Aken de eerste Duitsche, beide lijken zonder teveel bloedvergieten te zijn overgegeven. De Rijn wordt nu de het eerste grote obstakel op de weg naar Berlijn.
Onze elektrische centrale werkt niet meer, Groningen neemt de taak over, V&D en C&A zijn van het licht afgesneden. Er blijven 8 bakkers in de stad over, 7 voor wittebrood en 1 voor roggebrood. Dat wittebrood moet je met een korreltje zout nemen, het heeft een wel zeer speciale samenstelling. Alles wat eetbaar is zit erin, je kunt het 1 dag bewaren, dan wordt het wat droger en beter eetbaar, na twee dagen schimmelt het aan alle kanten. De kleur is grauw grijs. Koek, beschuit, banket mag niet meer gemaakt worden.
Dokter is net even geweest en vertelde, dat men in Beetgumermolen een huis verwoest was door een bom met enige doden, maar dat alle andere bommen op het vliegveld terecht gekomen waren en daar dus wel enige verwoestingen aangericht zullen hebben. Alle kraamvrouwen en alle patiënten van de dokter waren hun bedden uit gelopen en hadden schuilplaatsen opgezocht. Het schijnt dat het niet zo heel veel kwaad kan.
De hele buurt was op de been en toen ik na de aanval even buiten op het dak stond, hoorde je duidelijk overal mensen praten, honden blaffen en heel in de verte koeien loeien. Vooral dieren voelen ogenblikkelijk wanneer er gevaar dreigt en kruipen met de staart tussen de benen onder de stoel van de baas en koeien komen in de sloot terecht. Nu maar afwachten of er ook weer door burgers op het vliegveld gewerkt moet worden, niet zo leuk door de schieterij van de Engelse jagers.
Toen ik vanmorgen naar de krant ging om de geboorteadvertentie op te geven, was ook dat niet meer mogelijk. De uitgifte van de krant wordt nog veel meer beperkt. Een kwart pagina, 3 dagen per week, bij de helft van de abonnees bezorgd. Toen maar naar de drukkerij om kaartjes, maar ik hoorde dat daar ook al moeilijkheden waren. Kaartjes mochten eigenlijk ook niet meer gedrukt worden, alles vanwege stroombesparing. Een paar handpersen konden echter nog in gebruik blijven. Onze kaartjes zouden nog gedrukt worden, zodat we hier en daar familie en kennissen nog kond kunnen doen van Saskia’s geboorte.
Door al deze stroombeperkende maatregelen komen veel mensen zonder baan, doch het arbeidsbureau werkt zelf ook niet meer. De daar aanwezige Duitsers zijn verdwenen, de N.S.B.-ers hebben de wapenrok aan moeten trekken en de rest van het personeel gelooft het wel en doet niets. Nog steeds trekken N.S.B.-ers per trein ’s avonds om half negen weg in de richting Groningen.
Berichten uit Den Haag wijzen erop dat de V-1 uit die omgeving weggeschoten wordt. Alle bewoners in de wijde omtrek moeten direct evacueren en krijgen nauwelijks tijd wat mee te nemen. Op handkarren en fietsen en kinderwagens wordt het weinige dat gered kan worden meegesleept. De voedselvoorziening wordt in de grote steden hopeloos, ƒ 65,- voor een korf aardappelen en de rest navenant, en dat alles omdat het vervoer geheel vastgelopen is door de vordering van de Duitschers van alle transportmiddelen.
De ouders in hun sas met Sas, Oma vindt die naam komt niet van pas. Dirkje had ons derde kindje moeten heten en Oma Daas voelt zich schromelijk tekort gedaan, tranen en verwijten uit een heftig gemoed moesten zich eerst lucht verschaffen, de buren spraken er schande van en dan ook nog zo’n katholieke naam: Agatha. Ik heb haar de naam genoemd, maar op een of andere manier vergat ze die direct en kwam huilend bij de buren haar beklag doen en verzon toen maar die van Agatha. Ik zei vanmorgen tegen haar: Is het niet veel belangrijker dat Ger en de baby gezond en wel zijn? “Nu ja, jij weet er niets van”, en met een heftige armzwaai wordt je van het toneel geveegd. “Hoe zou jij kunnen begrijpen, wat het voor mij betekent”, was de slotzin van twee opeengeklemde lippen.
Vreemd, hoe oudere mensen kunnen reageren, ik weet nog best hoe Grootvader de Jong reageerde toen Tante Jinke een kind kreeg en ze dat Jaap noemden en de naam Auke vermeden, want er was immers ook al een Bauke. Saskia heeft Ger bedacht toen we aan het namen zoeken waren en dat leek mij ook direct een niet algemene naam, die goed in het gehoor ligt. De tweede naam was moeilijker want je kon het kind toch niet met één naam de wereld insturen, de beide andere kinderen hadden er immers ook twee. In Tivoli, in juni, draaide een film in kleuren en de hoofdrolspeelster heette Elisabeth, zong “Leise fliehen meine Lieder”, vier weken achtereen schalde haar stem over het dak, omdat de man in de cabine z’n deur van de projectiekamer open had staan. Ik heb de film gezien en vond deze Elisabeth erg aardig.... En stelde toen de naam van Elisabeth voor! Sieds Dirk was het geworden als de derde baby een jongen was geweest.
De zaak moet nu naderhand maar een schoonzoon hebben, Marijke als kletsmajoor en zakenvrouw lijken me niet ongeschikt voor dat beroep. De tijd zal het leren hoe het ons en onze kinderen zal gaan. Momenteel kunnen we geen dag vooruit zien, laat staan een twintig jaar, maar ja, het is altijd beter plannen te maken, dan niets te doen.
18 september 1944
Gistermiddag is er een enorme geallieerde luchtinvasie beneden de grote rivieren begonnen met duizenden parachutisten, zweefvliegtuigen enz., terwijl tegelijkertijd vanuit België het offensief van daar opgestelde legers een aanvang nam. Veel Duitse soldaten zijn hier niet meer en we krijgen nu de indruk dat ze nog wegtrekken ook, het is tenminste op de Groningerstraatweg een enorm gerij geweest. De landingen werden uitgevoerd op nog groter schaal dan bij de invasie in Normandië in juni. Wat een ontzaglijk gedaver zal dat geweest zijn van al die vliegtuigen. Nu maar afwachten hoe de zaak verder loopt.
20 september 1944
Marijke stormde vanmiddag onverwacht bij Ger de slaapkamer binnen, voordat de zuster haar kon opvangen en zag dat Mama het nieuwe zusje de borst gaf. De tepel had de kleine meid in het mondje, waardoor Marijke alleen maar zag dat Saskia heel dicht tegen Ger haar vel aanlag met haar mondje. “Waarom doe je dat Mama”, werd natuurlijk direct gevraagd, waarop Ger vertelde dat het zusje melk dronk. Marijke zag zeer verwonderd. “Komt de melk dan niet uit een flesje, komt de melk dan zo maar uit jouw vel?” Aan Loeki, die wat langzamer naar boven was gekomen en voor de deur van de slaapkamer was blijven staan, werd later in geuren en kleuren verteld, dat zusje zomaar uit Mama’s vel dronk. Een wonder dat Marijke niet vroeg: Ik ook Mama? Thoma beschouwt Saskia als een pop, trekt eraan en duwt eraan.
22 september 1944
Gisteren waren de berichten maar slecht, de troepen bij Nijmegen konden de Waalbrug niet bezetten en nog geen contact maken met het luchtlandingsleger bij Arnhem. Vanavond kwam echter plotseling het bericht dat de Waalbrug onbeschadigd in geallieerde handen gevallen is.
Door het bevel tot staken van het spoorwegpersoneel is de gehele treinenloop geliquideerd. Het station is gesloten en er rijdt af en toe ’s nachts een Duitse trein, terwijl een Duitse soldaat dan de bomen van de overweg bedient. Het spoorwegpersoneel is nu het zoekpunt van de groene en zwarte politie. Allemaal onder water en direct je huis leeghalen en de inboedel elders onderbrengen. De buurt verhuist mee. In een van de huizen van een spoorman werd de deur ingetrapt, de gordijnen verscheurd, een boekenkast vernield, aardappelen op zolder vertrapt en wat er verder te vernielen viel. Allemaal tekenen van machteloze woede op een toestand die niet te veranderen is. Ondertussen trekken steeds meer Duitsers weg uit de huizen die ze in gebruik hadden, vrachtauto’s rijden volgetast met huisraad richting Oost.
Met Ger en Saskia gaat het goed, beiden krabbelen al wat bij de wal op en Mama begint er naar te verlangen haar bed weer uit te mogen en de touwtjes in handen te nemen. Gas en elektra zijn er nog wel maar het duurt niet lang meer. Op het ogenblik nog enkele uren per dag. Volgende week zitten we misschien al in het duister. Mogelijk zijn de Tommy’s hier dan ook.
24 september 1944
Gisteravond waren de berichten rondom Arnhem iets gunstiger, maar vlug gaat de opmarsch niet. Jammer genoeg is het zulk slecht weer voor een helpend luchtoffensief. De Duitschers beseffen terdege dat, wanneer ze het nu niet houden en de geallieerden een bruggenhoofd bij Arnhem kunnen vestigen, heel Noord Duitschland open ligt. De tegenaanvallen zijn dan ook bijzonder zwaar.
Hoe het met Tante Jinke, met Titia en Wim, met Gerda en Karel, met Tante Marie, Riek en Tini is, we weten er niets van. Zo lang je geen zekerheid over dood of leven hebt, moet je optimistisch blijven. Gisteren werd Moeder 67 jaar, kreeg geen brieven behalve een uit Oranjewoud die door iemand daar weg per fiets meegenomen was. Er waren geen gebakjes, visite kwam er bijna niet, alleen enkel kennissen uit de stad die even aanliepen.
De kappers zijn ook van het licht afgesneden en permanenten en onduleren is er niet meer bij. Mijn kapper knipt en scheert z’n klanten nu maar voor het raam, omdat daar het meeste licht is. Het is een vreemd gezicht je kennissen met een ingezeept gezicht in de etalage te zien zitten en ze daar te groeten.
De ruzie met Oma over Saskia Elisabeth haar naam is feller dan ooit. Woensdagavond kwam Moe toch even aan om Ger te feliciteren en bracht een Oranjekoek mee, clandestien natuurlijk, maar het commentaar was: Mijn koek is jullie natuurlijk wel goed genoeg, maar mijn naam voor het kind was je te min. Dat kregen we te horen bij het overhandigen van het geschenk. “En wat is Agatha nu voor een naam, iedereen zegt: Wat raar, moesten ze nu zo’n katholieke naam uitzoeken? De mensen spreken er schande van.” Toen we begonnen te lachen en nogmaals vertelden dat het kind niet Agatha maar Saskia heette, zei Moe: Dat is voor mij hetzelfde, ik noem ze in het vervolg “Zusje”. Dikkie was toch ook een mooie naam geweest! Ger wond zich ook op, er vielen harde woorden en Oma verdween. Bij de huisdeur, toen ik haar uitliet, kreeg ik de rest van haar gramschap over me heen: En ik hoop dat je nooit een zoon krijgt, jij bent een vent van niks, ik heb je nooit mogen lijden! Nu, dat was dan dat. Dat was het slot van een kort, heftig bezoek zoals we in de vijf jaar huwelijk al meer beleefd hebben. Zelf zal ze er het meeste last wel van hebben. Ze voelt zich vlug tekort gedaan en er schijnen altijd wel mensen te zijn, die haar gelijk geven, met haar mee klagen en wellicht achteraf beklagen.
Zaterdagmorgen kon ik bij de Nederlandse Bank geen briefje van ƒ 100,- gewisseld krijgen in klein papier, in zilverbonnen. Er is anders niets geen zilverigs aan, want ze zijn uitermate vies. Het lijkt erop dat er ook geen papier meer is, om ze te drukken en de oude te vervangen. Ook de Rotterdamse Bank kon niet helpen, wel kreeg ik daar nog wat dubbeltjes en kwartjes. Het lijkt me wat gezocht, dat de mensen ook al dat kleine geld en zilverbonnen beginnen te hamsteren. Maar ja, iemand die uit een brandend huis vlucht, neemt wellicht een brandende sigaret mee naar buiten, maar laat de dingen van waarde liggen.
Zonderling is alles wel wat, niets zien of horen we van de oorlog, geen vliegtuigen, bijna geen Duitsers op straat, nergens mensen te zien die overstuur zijn, alles loopt heel normaal de Nieuwestad af. Alleen af en toe een aanplakbiljet, dan staat iedereen te lezen, opmerkingen worden niet gemaakt. Toch is de nieuwshonger vreeselijk groot en wordt de krant van A tot Z gelezen en probeert men ook nog wat tussen de regels uit te halen.
28 september 1944
Geen nieuws, behalve dan dat het bruggenhoofd bij Arnhem ontruimd is en men weer over de Rijn een heenkomen heeft moeten zoeken. De geallieerden hebben het niet kunnen houden, mede door het slechte weer waardoor de luchtmacht onvoldoende kon helpen. Zo juist hoorde ik dat Arnhem platgegooid is, burgers wonen er niet meer, de mensen hadden onder achterlating van alles de benen moeten nemen. Wie weet of de Tommy’s zich niet de opmars tot de Rijn als taak gesteld hebben, maar dan kan de winter nog gezellig worden.
Het kacheltje staat al in het kantoor met een pijp door het raam, zodat we daar binnenkort heen kunnen trekken als het elders te koud wordt en dan maar zuinig stoken. Nu is het nog niet zo koud, al voelt Ger zich rillerig nu ze weer op de been is. Ook het wassen van Saskia kan niet in de kou gebeuren, de herfst staat voor de deur en we moeten maar warmte zien te krijgen waar dat is.
In de zaak is het een vreeselijk dooie boel, geen mens komt er in de winkel, post verschijnt niet meer, af en toe komt er iemand een vergunning inleveren en vraagt dan wanneer er goederen op geleverd worden. Niets van te zeggen, we weten niet wanneer de oorlog over is, we weten niet of de fabrieken verwoest zijn, we weten niet wanneer er weer grondstoffen aangevoerd kunnen worden voor civiele doeleinden. Wie weet worden al die vergunningen ongeldig verklaard door de nieuwe bazen, die we in de verte al zien komen.
Men zegt dat het een fantastisch gezicht is, brandende dorpen en steden met daartussen door lichtspoormunitie enz. Ja, op de film zou het wel aardig zijn. Nu zitten er veel mensen tussenin en is het werkelijkheid. Dat er zo dichtbij zo heftig gestreden wordt en dat we er hier niets van merken is wat vreemd. Lekker in het zonnetje zit ik hier te schrijven of er geen oorlog is.
Een Rode Kruis trein is bij IJlst ontspoord, wat doet dat ding daar, vervoer van V-1’s naar Gaasterland? Men zegt dat vandaar gestart wordt met die toestellen. De spoorbrug was een heel klein eindje opengedraaid. Door dat ontsporen moet nu de spoorbaan bewaakt worden, van Dijk moet drie dagen wachtlopen van 4 tot 8 uur ’s middags.
29 september 1944
Hè, wat is het stil in de zaak, ik heb niets meer te doen en uit verveling schrijf ik maar wat om toch wat te doen te hebben. Zonet een voetzak verkocht voor ƒ 52,50. Vroeger kosten die dingen ƒ 9,50. Die klant wil deze winter in elk geval warme voeten hebben. Voor de oorlog was het een wedstrijd om te verkopen en nu zitten we maar te zitten. Het is stomvervelend en ik word er ongedurig van, wil graag weer wat te doen hebben.
Met Ger gaat het goed, ze is weer op de been en met het weer op voeten staan is de borstvoeding verdwenen. Dus Saskia lurkt aan de fles en krijgt nu beter haar “gerak”. Wel was Ger na Thoma’s geboorte beter, maar door flink te eten en te slapen zal ze er wel spoedig bovenop komen.
Het is weer vrijdag en dus straks naar Jellum om melk te halen, langs de Boxumerdam met z’n asphaltweg, waar hele gaten in vallen, herstel is er echter niet meer bij. In het donker moet je een beetje oppassen.
In Boxum is gister een boerderij afgebrand. Duitse politie kwam huiszoeking doen op onderduikers, maar die hadden de lucht gekregen van de overval en waren tijdig verdwenen. Men werd zo wild toen er niets gevangen kon worden, dat uit wraak de boerderij in brand gestoken werd. Duikt iemand onder en de Duitsers krijgen hem toch in handen, dan staat er in de krant, dat degene bij ontvluchtingpoging doodgeschoten is en de inboedel wordt verbeurd verklaard of gaat in de fik.
Vanmorgen wordt er verteld dat 6000 mannen uit Leeuwarden verdedigingswerken in Drente en Groningen aan moeten leggen.
30 september 1944
Gisteravond om melk naar Jellum geweest, waartoe ik om vijf uur op de fiets stapte. In het begin van de Schrans was het al roerig, overal groepjes mensen bij elkaar te praten, terwijl af en toe een Duitse auto langs de weg joeg. Even verderop vertrouwde ik de zaak niet meer en ging maar wat aan de kant van de weg staan, waar me langzaam aan mensen voorbij fietsten, maar ook al spoedig afstapten. Even later drie mannen met de fietsen aan de hand en een Duitser er achter met de revolver in de hand. Bij de muur werden ze aangehouden, op leeftijd gecontroleerd en de stad weer ingebracht. Arbeiten Mensch!
De kranten verschenen gisteravond ook maar half, alles kwam door nevenstaand stukje en was de oorzaak van alle beroering. Leeuwarden is dus een vesting, alle mannen moeten werken voor de Wehrmacht. Vroeger had je Stadspoorten met een wacht en moest je denkelijk ook een pasje tonen, nu hebben we de Mauer-Muur. Een oud recept dat altijd nieuw blijft. Op aanplakbiljetten staat nu echter dat de zaak een paar dagen opgeschort is, omdat de organisatie van zo’n massale verplaatsing even tijd vergt.
Vanmorgen stond ik om acht uur al op de stoep van Dr. Maas, die me onderzocht en een verklaring afgaf, dat ik niet in staat was lichamelijke arbeid van enige betekenis zou kunnen verrichten. Op het stadhuis liep het storm met dergelijke briefjes. Alleen het uitzoeken zou dagwerk geven. De een wist dit en de ander dat, maar de vrees zit er wat in met veel verhalen over doodschieten en in brand steken bij onderduiken. Heb je niets te verliezen, dan is een grote mond wel gemakkelijk. Een kennis vertelde dat de Groningers al een week in Vries-Zuidlaren werken aan grote verdedigingswerken. De Leeuwarders moeten voor aflossing zorgen. Blijft het dan bij werken in eigen land, dan is het nog tot daar aan toe, al heb je het gevoel dat je de graven graaft voor vele Tommy’s. Ga je niet dan graaf je mogelijk het graf voor jezelf. Nu maar afwachten wat volgende week voor nieuws geeft.
Johan , onze loopjongen die nog zo wat beneden de leeftijdsgrens is, mocht vandaag niet bij ons komen werken van z’n moeder. Moeders proberen in tijden als deze hun kinderen aan armen en benen vast te houden. Moeders zijn bezorgder voor hun kinderen dan voor hun mannen.
Ger was gister bij slager Beetsma, die natuurlijk ook direct begon op te spelen, dat hij weg moest wat Ger zonder veel meegevoel half lachend aanhoorde. “Ja, mijn vrouw is precies zo, die zegt ook maar: Als je gaan moet nu, ga je. Net of het voor ons zo lollig is.” “Nou”, zei Ger, “dan duik je onder”. Toen kwamen er natuurlijk weer een heel relaas bezwaren: Maar mijn vrouw en kinderen en mijn zaak? Het komt er in negen van de tien gevallen op neer, dat mensen die wat te verliezen hebben, wel in de trein stappen omdat we teveel aan ons geld en goede leven hechten en dat niet prijs willen geven voor de onzekere toekomst van onderduiker en bang zijn, dat er jacht op ons gemaakt zal worden. Voor mezelf komt er de verveling ook wel bij, die naar iets anders doet “verlangen”.
Uit Den Haag kwam van een kennis een brief, via allerlei kanalen dan altijd, met bericht dat daar geen gas meer was, nog wel licht en stroom op bepaalde tijden en dat ze kookte op haar strijkijzer. In Leiden eet men van de gaarkeuken. Gas en licht hebben we hier nog meer als je dat zo leest, zelfs in de spertijd kunnen we nog melk warm krijgen in het flesje voor Saskia.
2 oktober 1944
Maandagavond, de laatste avond thuis, want morgenmiddag om kwart over een vertrekt de trein met onbekende bestemming en dan maar afwachten, wat de toekomst geven zal. Nu het er aan toe is om weg te gaan, bekruipt de situatie Ger ook wel wat. Het is voor haar geen prettig idee mij te zien gaan, wie weet waarheen, wie weet hoe lang, en zelfs met drie kleine kinderen achter te blijven in een groot huis, waar misschien binnenkort geen gas en geen elektriciteit meer is en alles op een potkacheltje beredderd moet worden. Gelukkig dat Corrie wil blijven, zolang ik weg ben en vooral ’s nachts is dat voor Ger een rustig idee, terwijl de zuster deze week nog blijft.
Denkelijk zullen de razzia’s al heel spoedig beginnen. Vanavond kreeg ik van een kennis het aanbod om daar te komen, wat ik echter van de hand wees. Of ik nu in een andermans huis hier in de stad verblijf of in m’n eigen, dat maakt helemaal geen verschil, terwijl je die man z’n leven dan ook nog in gevaar brengt, want bij een huiszoeking zit ik nog liever in het eigen schuilkeldertje, dan in die van een ander. Dit is evenwel allemaal praten om niets, want de kwestie is dat ik het niet aandurf. Ik hoop nu maar dat Ger zich goed door de komende weken heen slaat en er niets gebeurd. Vader en Moeder zullen ook wel helpen. Morgenvroeg zullen ze wel thuis komen uit Heemstra State, waar ze logeren; kolen en gas besparen ze op deze manier een beetje.
Ziezo, de eerste serie Tommy’s is ook weer overgetrokken, wie weet mogen we morgen de brokken opruimen. Gisteravond vertelde de Engelse zender, dat in Limburg en Gelderland duizenden mannen aan de verdedigingswerken bezig zijn en hun zweet ervoor gaven. Ik zal wel zien wat er van komt en rekenen erop dat ik over veertien dagen weer thuis ben.
3 oktober 1944
De oproep in de kranten om 14 dagen te werken in een van de drie Noordelijke provincies. Gaan of niet gaan? Om elf uur ’s morgens wist ik het nog niet, want m’n gevoel zei me niet te gaan, maar m’n verstand ried aan wel de reis te aanvaarden, vooral ook onder invloed van kennissen die verschrikkelijke verhalen vertelden van plaatsen, die weigerden op te komen bijv. Putten op de Veluwe, welk plaatsje met de grond gelijk gemaakt is en waar de burgers weggevoerd zijn.
Verder Winterswijk waar veel gijzelaars opgepakt werden met het dreigement dat deze doodgeschoten zouden worden, als niet een voldoend aantal mannen zich melden. In Apeldoorn zijn niet genoeg mannen opgekomen met als gevolg dat op de hoeken van straten de gijzelaars doodgeschoten werden en daar enige dagen zijn blijven liggen. Himmler heeft nu eenmaal verordonneerd dat elke man in het door Duitschland bezette gebied zal moeten helpen aan de redding von das Vaterland.
Hoe het zij, om kwart over een was ik bij het station en met mij honderden anderen, zonder evenwel Vader en Moeder gezien te hebben, die nog steeds in Oenkerk waren. Door mijn overhaaste aftocht natuurlijk van alles vergeten, boterhammen bijv. Ger bracht me tot de ingang en daar namen we afscheid, voor 14 dagen zo het heette. Op het station trof ik direct Annyas, Schweigmann, Hofstede, Schaaf, Buis, gebroeders Lammers, gebroeders Copini, gebroeders Jansma, Weda enz. enz., de halve stad was er. De stemming zat er direct goed in, jongens onder elkaar, de mannelijke avonturenzin kwam boven. De bedrukte gezichten bleven buiten het station wachten op het vertrek. Een trein was er evenwel niet, die kwam pas om een uur of vier, waarna in elke wagon een honderd man geladen werden. Het waren van die grote Duitsche wagens met alleen voor en achter een ingang.
Ondertussen waren Vader en Moeder in Leeuwarden aangekomen en hoorden tot hun schrik, dat ik al vertrokken was. Kranten en berichten kwamen er in Oenkerk niet meer. Bij de trein konden we elkaar nog even spreken. Ger was zo snugger om nog brood, melk en boter te brengen en een hoofdkussen, wat juist van pas kwam, omdat ik niets in die richting mee had genomen. Het was zo’n groen zijden sierkussen met allemaal strookjes. Opvallend was het wel in het stroo. Onder geleide van een agent kon ze nog even op het perron en bij onze coupé komen en me het hele zaakje overreiken.
Pas om half acht, toen de duisternis in begon te vallen, reed de trein eindelijk weg in de richting van Groningen. Bij de overweg in de Schrans en Achter de Hoven en Spoorstraat was het zwart van mensen, die we luidruchtig ten afscheid toe schreeuwden, 1600 man sterk, een heel koor. Langzaam ging de toch verder, bijna twaalf uur was het, dat we in Groningen aankwamen, daar even op het perron rondstapten en toen verder doorreden naar Vries-Zuidlaren, waar een gedeelte van de trein verliet en wij met de rest verder trokken naar Tinaarlo. “Aussteigen, aussteigen!”
Allemaal onder de bomen in het laantje en toen begon de zotte tellerij van drie bij drie. Steeds maar weer tellen, dat schijnt een hobby van de Duitschers te zijn, want bij alle mogelijke gelegenheden willen ze je in het gelid hebben, drie aan drie. Een stap naar voren en de zaak klopt weer niet en dan begon het gejacht van voren naar achteren weer door de “muzikanten van Sarassani”. Eindelijk was de tellerij in het donker dan afgelopen en konden we op weg gaan, bepakt en bezakt. In Tinaarlo, midden op de weg, uitdeling van de eerste “Warme Verpfleging” een bord pap, wat heerlijk smaakte. Het maantje scheen op ons landverhuizers die in de beste stemming waren.
Alles was zo vreemd en nieuw. Met 25 man kregen we een schuur toegewezen van boer Pieters tegenover het café waar de uitdeling van brood zou plaatsvinden. We waren bij mensen ingekwartierd die geen N.S.B.-ers waren, zoals zo velen in die omgeving. Onze groep was een der eersten die persoonlijk onder dak gebracht werd door de “Boerenleider”. Allemaal kennissen van de Nieuwestad met elkaar in Drente. De verdeling van het stroo was gauw gemaakt, ieder plofte maar neer, de dekens uitgepakt en om drie uur lag ik voor de eerste keer in m’n slaapzak op de grond op het stroo. De schuur was echter danig tochtig, er scheen nog een luik open te staan, verder grote naden en kieren in de deuren enz., allemaal dingen die de volgende dag verholpen konden worden.
Diezelfde dag als toerist Tinaarlo bekeken, gewandeld naar het hunebed, dat ik als vakman toch even moest proberen. De volgende morgen om half acht aangetreden voor het café. Weer geteld, nog eens geteld, netjes op rijen van drie en toen op weg. Het werk bleek te zijn het graven van een tankgracht van drie meter diep met scheef oplopende wanden. Een Todt man had de leiding, naar het scheen een aannemer die 450 gravers leiding kon geven, zelfs 450 die dit werk niet gewoon waren en nog onwillig bovendien.
Toch kwam er bij deze Duitscher wel wat klaar, zonder dat hij veel stond te razen en te tieren. Lodewijk was direct z’n doopnaam, terwijl z’n secondanten Jopie, Schorre Willem en Petstra genoemd werden. “Petstra nennen die Leute mich, wegen meine Pette”, vertelde het manneke aan ieder die het horen wilde. Een kleine man met een grote pet. Was Lodewijk in de buurt, dan werd er iets gedaan, verder zagen we hem na en leunden op de schep. Het was ook zulk zwaar werk! Hier en daar vroeg hij de mensen wat voor beroep ze hadden. “Koekenbakker”, zei Vriezenberg. Zeker van zandtaartjes? Ook ik kreeg een beurt: Möbelgeschaft. “Hier gibt nichts zum Schwarzhandlen!”, en brommend trok de man verder.
Later op de dag verscheen een hoge Ome, die tegen Lodewijk opmerkte, dat het werk ook niet veel opschoot. Het gevolg was dat hij zich kwaad maakte en vertelde, dat de ploeg bestond uit 449 koekenbakkers en 1 grondwerker. Door die ruzie hebben we Lodewijk maar enkele dagen als baas gehad en kwam Lodewijk II op de proppen. Een Musik Director von Sarassani in vol ornaat met een groot hakenkruis op de mouw. Een man die zich tegenover ons niet geheel op z’n gemak voelde, keek erg zuur en voelde zich steeds genomen.
Jopie werd onze opzichter over 100 man. In mijn groep zaten ook de gebroeders Kalsbeek, de groenteboer uit Lekkum. Jopie was fanatiek, wilde blijkbaar promoveren, lachte nooit, zag alles en stelde alles in het werk om op model te laten graven. Jopie werd in gedachten vaak vermoord en het vonnis was, dat hij later de hele tankgracht weer met een lepel dicht zou moeten gooien met van Bruggen als oppasser. Ru van Bruggen moest voor straf onderin de tankgracht staan en het zand drie meter hoog naar boven gooien, wat voor iemand die dit werken niet gewoon is, tamelijk uitputtend wordt.Zelf heb ik geen last met Jopie gehad, net zoveel gegraven dat ik wat warm bleef, de schep vaak schoon gemaakt, omslachtig uit de broek, alles op z’n elfendertigst, want een dag is lang, erg lang, van ’s morgens half acht tot ’s middags vijf uur.
Om twaalf uur drie kwartier rust en ’s morgens en ’s middags nog een kwartier. Het eten was de eerste dagen goed, een stevig voedzame pap en later stamppot in roze of witte kleur naar gelang de koolsoort. Ook wel eens hutspot en een keer erwtensoep. Al met al kwam het eten op tijd en was er voor alle dagen zonder uitzondering. Enkele groepen schenen een dag voorbij te zijn gegaan en toen bracht men ons op een avond nog even voor 500 man snert. Allemaal een bord gehaald, vol geschept, lekker warm, maar niet eetbaar, zuur. Varkensvoer, de beesten konden zich te barsten vreten. Alle dagen kregen we een heel dubbel brood met ruim boter en worst en een keertje een zakje suiker en voor de hele groep koffiesurrogaat.
’s Morgens voor het werk en ’s avonds in de schuur kregen we van de boerin een bakje troost en al was de schuur niet zo gezellig, er was best te verkeren en er was elektrisch licht, terwijl we uit de school tegenover de boerderij tafels en stoelen haalden. Af en toe gingen we naar het café en bestelden pannenkoekjes en zelfs konden we een keer een half pond gebraden vleesch krijgen met boterhammen. Alles zwart natuurlijk, maar de caféhouder kon er blijkbaar aankomen en wij betaalden wel. Ook een keer hebben we bij de timmerman aan tafel mee kunnen eten, lekkere aardappelen, bloemkool, vleesch en jus en een puddinkje na met vla. Het smaakte kostelijk. Fruit was er in Tinaarlo niet veel te krijgen, maar af en toe konden we toch nog wel een appel of peer bemachtigen, want Jopie Trimbach als kamerwacht, oppasser over onze spullen in de boerderij zogezegd, en enkele “zieken” waren overdag nog wel eens in de gelegenheid, wat op te pikken.
Annyas z’n vrouw en Nel Hilaris zijn op een avond over komen fietsen uit Leeuwarden en toen was er natuurlijk een klein feestje, zelfs met wat drank. Jenever was er in Tinaarlo wel te krijgen, n.l. voor ƒ 70,- de fles van 1 liter. De liter kostte ƒ 3,-. Ik drink het lekkers er niet van af, maar ja, anderen waren verschrikkelijk tuk op een glaasje en vonden de prijs geen bezwaar. Bijna elke avond waren er een stuk of wat aan de borrel. Klaas Wassenaar kwam op een avond dronken thuis en werd in een kruiwagen de schuur doorgereden, hikkend en dom lachend.
Op soldatenmanier leefden we met moppen en praatjes, waar nooit een nette bij was. Ieder die een wind bij zich had liet die op de meest luidruchtige wijze los, ging er echt voor staan. Veel gekaart werd er ook en veel gegokt. Sommen van ƒ 50,- en meer werden er gewonnen en verloren, soms door jongens die het niet konden missen, maar ja, ieder moet z’n eigen paadje vegen. Veel zongen we met elkaar alle mogelijke en onmogelijke versjes van “ketelbink die naar de haaien ging en z’n moeder niet durfde te zoenen”, van “Leni die in de gang te vrijen stond” en “Ja Pa riep tegen de stem van boven”, van “de moordenaars van Raamsdonk” en alles met een extra schuine saus overgoten. Vooral in het begin zijn die dingen wel aardig en prikkelend, maar spoedig verveelt al dat geleuter over vrouwen.
Door het brood werd kamfer gedaan werd beweerd, om de sexuele lusten van ons manvolk tegen te gaan. Een van de jongens V. kwam tenminste plotseling aanzetten met de opmerking: Ik ben gvd toch zo dood van onderen. Rot vreten. Ik weet niet of er wat van aan is, maar wel dat het eten altijd erg flauw en zouteloos, kruiden en specerijen waren er niet bij.
In Tinaarlo waren we kwart over vijf thuis en was er nog tijd voor wassen, scheren en je voeten eens in een pan met water. De gehele verzorging van jezelf kon nog heel behoorlijk geschieden, ook al door het elektrische licht dat we in de schuur hadden. ’s Avonds kwam de boer met z’n vrouw, de zoon en de dochter Hillechien in de schuur bij ons zitten te praten over alles en nog wat. Jopie Trimbach moest dan z’n repertoire afdraaien van Roosje op platvoeten en joodse tongval, waar we allemaal uitbundig van genoten. Zo deed de een dit en de ander dat. Ben Lammers kon Franse liedjes zingen en een ander kon wat goochelen.
Toch was om tien uur de zaak ter ruste, alleen dat kruipen onder de dekens was een studie op zichzelf. Jules Copini deed z’n schoenen uit, zette z’n bril af en trok de dekens over zich heen. Ik geloof dat hij alle weken dat we met elkaar optrokken z’n leren jas niet uitgetrokken heeft, behalve misschien bij de gang naar het “húske”. Cor Annyas was elke avond keurig in pyjama en verzorgde zich uitstekend. De anderen hielden de middenweg. Jas en vest en soms de broek kwam uit, maar ja, dat stroo dat prikt, de schuur tocht en dan beginnen kleeren , als je ze lang draagt, zeer “noflijk” te zitten, ook onder de dekens.
Die eerste veertien dagen was ieder nog goed schoon, allemaal waren we opgepoetst van huis gegaan en dus min of meer meneer. De kleren hadden nog niet zoveel te lijden gehad, sokken en schoenen in behoorlijke conditie, mede door het prachtige zachte najaarsweer. Alles werkte mee om die veertien dagen behoorlijk door te komen. Wel begon mijn broek op de knieën door te slijten, mede door een duik in een greppel voor een groep Tommy’s die heel laag over kwamen vliegen na een aanval te hebben gedaan op een trein. We hadden ze niet horen aankomen en toen ik in de greppel lag, waren de vliegers al lang voorbij. Op ons werd niet geschoten, al is het een raar gevoel, die toestellen te zien duiken, want in het aanvliegen hoor je ze nauwelijks, daarna te meer. Nooit gebeurde er iets, we konden rustig blijven graven aan onze “Drei Minuten Sperre”.
Ook de uitbetaling van ons loon ging in het begin erg vlot, om de paar dagen kwam accountant Gerritsma met een mannetje met een halve bril ons splinternieuwe briefjes van tien bezorgen. Mijn loonkaart getuigt daarvan, alleen de laatste vier dagen ontbreken, de heren Todt zullen dat bedrag zelf wel in de zak gestoken hebben. Doordat we met z’n allen bijna zonder keuring op reis gegaan zijn, want de vele in Leeuwarden ingeleverde doktersbriefjes werden zover ik weet zonder meer opzij gelegd, behalve misschien in werkelijk ernstige gevallen, zaten er onder onze groep enigen die bijv. vroeger geopereerd waren aan de maag enz. en dus op dieet leefden.
Die mensen liepen in Tinaarlo direct naar de O.T. dokter en kregen dan ook prompt een vrijstelling om naar huis te gaan. Maar toen bekend werd dat de dokter heel gemakkelijk afkeurde, bleek het ineens dat zo velen last van de maag, van het hart en van de nieren hadden. Allemaal holden ze naar de dokter, moesten op een rij buiten op straat gaan staan, waarna de dokter al die ernstige gevallen aan de lopende band begon te keuren en om de andere patiënt er een naar huis stuurde. De een kan ook beter simuleren dan een ander, de handigsten kregen het papiertje. Zelfs gebeurde het dat een vent die voor in de rij stond en daar goedgekeurd werd, haastig achteraan ging staan en een andere kwaal tevoorschijn toverde, waarop hij wel ongeschikt verklaard werd om lichamelijke arbeid te verrichten. Toen de leiding van de O.T. deze zaak ter ore kwam, kreeg de dokter een uitbrander en werd er niemand meer afgekeurd, ook niet de twee tuberculosepatiënten en een met diphterie.
Ook iemand met een houten been liep in Tinaarlo rond, kon natuurlijk niets doen, want de houten poot zakte in de grond weg. De heren van Sarassani zagen hem wel wat raar aan, maar zeiden niets, de man in kwestie ging niet naar de dokter en kreeg wel z’n loon. Later ben ik hem uit het oog verloren, mogelijk hebben ze hem toch naar huis gestuurd. Meer zonderlinge snuiters waren er onder al die naar Drente getransporteerde mensen. Een zekere Bloksma, een fietsmaker en vroeger aangesloten bij het Leger des Heils, dwaalde in Tinaarlo rond met buien van godsdienstwaanzin. Jaap Vriezenberg trof de man op een avond op de weg in het donker aan en kreeg een heel verward verhaal te horen over bekering, over een aardappel die je in de grond stopt en dan groeit, maar als ze jou, mannetje, in de grond stoppen, dan groei je niet meer, dan ben je dood, dan ben je dood. In Zuid Laren was een gesticht en daar hebben ze Bloksma heen gebracht.
’s Avonds was er steeds de uitdeling van brood, boter en worst in het café tegenover onze boerderij, waar we in het stroo bivakkeerden. De man die uitdeelde noemden we Sinterklaas. Het was een zeer grote, magere, gebogen man met een gezicht of hij tuberculose had, men vertelde dat het een professor was, maar nu bij de O.T. ingeschakeld, waar hij brood uitdeelde. Het brood in Drente was lekker en we kregen er ruim boter bij, dus best op uit te houden. Het middageten was in het begin wel goed, maar de kwaliteit zakte geleidelijk af, vermoedelijk omdat steeds meer mannen uit dorpen en steden naar Drente gedirigeerd werden om te graven, maar ja, ik voelde me kiplekker en at met smaak ook de middagpot, waar wel eens vreemde dingen in voorkwamen, maar die gooiden we met de lepel over onze schouder het vrije veld weer in.
Half acht op het werk verschijnen en dan maar scheppen, scheppen, scheppen, scheppen. Kalm aan. Het was verschrikkelijk dood werk, waar helemaal geen overleg bij te pas kwam, een klont modder gooide je een paar meter weg, een volgende schep idem en dat de hele dag, totdat om half tien: Frühstück. Weer scheppen, eindeloos scheppen. Gelukkig half een: Warme Verpflegung. Weer scheppen, weer klonten modder en dan om half vier een kwartier rust voor een boterham, totdat eindelijk om vijf uur het eindsignaal klonk en we naar huis konden gaan.
De eindeloosheid van die dagen was stomvervelend, vooral omdat het werk zo doelloos was en we het met tegenzin deden, meestentijds wat op de schep leunen en zoveel deden om warm te blijven. Toch schoot het werk wel op, dankzij de massa’s mensen die aan het werk waren verwonderde je je erover, dat die tankgracht elke avond weer een stuk verder klaar kwam. Twee modellen groeven we, de een met scheve kanten en de andere met een scheve en een rechte kant. Het eerste model zakte steeds weer in door het grondwater en dan moesten er bomen gekapt worden, om de zaak te stutten. Het graven in die Drentse zandgrond was niet moeilijk, behalve dat hier en daar zware paars blauwe klei tevoorschijn kwam, een soort leem. Af en toe kwamen er behalve de gewone oppassers ook hoge Omes op bezoek, zelfs een keer een generaal met een borst vol blikjes en een sleep adjudanten achter hem aan. Jopie klapte z’n hakken haast uit elkaar.
De 14 dagen waren om en het werk was bijna klaar en we vroegen ons af, wanneer we naar huis naar Leeuwarden konden gaan, het was nu mooi genoeg geweest. Antwoord was er niet te krijgen. De pessimisten riepen natuurlijk: We gaan nooit meer weg. En de optimisten zeiden: Nog even geduld, de treinenloop is in de war, elke dag kan er immers ’s avonds een trein komen om ons op te halen. Geen mens verwachtte echter, dat we niet naar huis maar naar Zevenaar vervoerd zouden worden, maar dat is een ander verhaal. Immers de groepen gravers uit Groningen, Meppel en Assen waren keurig op tijd naar huis teruggebracht en waarom wij uit Leeuwarden dan niet? We wachtten dus op het bericht dat ons werk gedaan was, de veertien dagen verstreken waren en we het voorbeeld van de afgekeurden konden volgen.
Een kwaal waar velen in Drente aan begonnen te lijden was diarhee of schijterij, zoals we het duidelijker uitdrukten. Dan de een en dan de ander had er last van en voelde zich een paar dagen niet lekker, mogelijk kwam het van het roken van ongefermenteerde tabak, die tot sigaretten gerold werd. Hierdoor begonnen ook velen ’s nachts erg te hoesten, terwijl het stroo dat bergen stof in zich herbergde ook meehielp om de keel te ontsteken. Alleen al een beetje gespring op dat stroo maakte de hele schuur grijs en nevelig. Toch sliepen we als rozen op dat bed van stroo en werd er niet veel ruzie gemaakt of gekankerd. Integendeel, we hadden veel pret met elkaar, al hadden we allemaal schoon genoeg van dat scheppen. Af en toe probeerde eens iemand weg te komen, kwam vaak niet zo ver, omdat de wegen bewaakt werden en je dus lopend thuis moest zien te komen en dan is Tinaarlo nog een heel eind van Leeuwarden af. Lodewijk II kwam op een middag een verhaal ophangen, dat er twee man doodgeschoten waren in Vries, die geprobeerd hadden er tussenuit te knijpen, het zal wel bangmakerij geweest zijn.
Een groep mannen bij ons in de buurt, die op een middag met elkaar probeerden eerder met het werk op te houden, werden door een O.T. man met de revolver in de hand weer aan het spitten gezet, maar door de agitatie struikelde hij zowat en schoot zichzelf bijna in de voet. Zo was er een voortdurende onuitgesproken strijd gaande tussen de Lodewijken en ons grondwerkers, die zich uitte in de vreemde manier van enkelen in het vasthouden van een schep. De baas deed het dan voor en beval naderhand: Weit schmeissen! De voelbare tegenwerking ontging de Sarassani muzikanten natuurlijk niet. De antipathie was denkelijk wederkerig. “Jah nur wenn Fressen da ist dann laufe Sie, sonst sind Sie zu faul etwas zu tun!” Schorre Willem werd alleen actief wanneer er een meerdere in de buurt was, de kleine man begon dan pas luid met schreeuwen. Meestal waarschuwde hij wanneer Lodewijk in zicht kwam. Petstra zei nooit een stom woord, leek wandelende te slapen.
Het leven in Tinaarlo was primitief, uit de broek gingen we op alle mogelijke en onmogelijke ogenblikken. Twee van onze jongens gingen op een avond met de ruggen tegen elkaar en de armen in elkaar gestrengeld op de hurken zitten en deponeerden hun behoeften midden op straat. Hun witte billen kwamen mooi tegen het asphalt uit. De lepel en mes likten we schoon af en staken ze dan weer in de binnenzak, als we gegeten hadden. Het bord werd wel eens een keer schoongespoeld, maar meestal gebeurde het met zand en gras en een vinger. Zand schuurt de maag. De boerin maakte af en toe mijn kroes wel eens schoon, want daar dronk ik de koffie uit, poetste m’n tanden en was ook het scheerbakje. Maar ook de overtollige pap moest erin, omdat ik een kinderbord mee op reis genomen had, waar niet zo veel middageten opgeborgen kon worden.
Van het middageten, vooral de stamppotten, hadden we bijna allemaal wat last. Je kreeg er zo erg het zuur van, zodat je de hele middag plezier had van het eten, dat je om een uur naar binnen werkte. Waar het aan lag weet ik niet, misschien aan de melkpoeder, die naar men zei in het eten verwerkt werd, want houdbaar was de inhoud van de gamellen ook niet. Na enige uren werd de hele santenkraam zuur en kon als varkensvoer gebruikt worden en dat kwam verschillende keren voor.
In de laatste dagen van Tinaarlo werd de rats er niet smakelijker op. Ik weet nog best dat we toen een keer rode bieten met aardappelen door elkaar kregen. Een hard roze substantie met zwarte klonten, pitten en harde stukken, waar ik met de ogen dicht nog behoorlijk van gegeten heb, ondanks de opmerkingen van de buurmannen, totdat ook mij plotseling alles teveel werd en het hele middagmaal op het punt stond weer naar buiten te komen. De rest van het eten deponeerde ik toen maar in het gras en deed de ogen open. Het bleek dat het hele weiland onder de hard roze hoopjes lag, het was wel een aardig gezicht. Een biefstukje met gebakken aardappelen, sperzieboontjes en een puddinkje toe hadden allicht beter gesmaakt, maar ja, dat moet maar tot later wachten.
’s Avonds kregen we de uitdeling brood, 5 stuks in 7 dagen. Woensdag en zondags niet. 4000 Gram per week en een half pond boter. Elke dag een stuk worst, maar ook daar was een keer bedorven spul onder. Ik sneed de boterhammen ’s avonds en er gingen 8 in het trommeltje, twee bij opstaan, twee bij Frühstück, twee bij de thee en de rest ’s avonds plus wat er nog over was en dat opgeborgen was in de koffer tussen de sokken en pyjama. Buis, onze kok en menagemeester, hield wat het oog op het eten zover dat dan mogelijk was en wist hier en daar een adresje, waar we konden eten tegen betaling, zodat er dan brood overbleef, maar daar was een ander dan wel weer mee geholpen. Kaas kregen we ook af en toe en een keer zelfs wat suiker en dat smaakte in de koffie! Lekker!
De 10 sigaretten die ik kreeg, verdeelde ik maar onder de zieken, want wie niet werkte kreeg ook geen sigaretten. Jopie hield er boek van. De mensen die het meeste deden kregen zelfs twee extra, wat ook weer niet in orde bevonden werd, want een grondwerker kon op z’n sloffen meer verzetten, dan een pennenlikker met sloven. Onder het uitdelen lette ik op Jopie en zag dat meneer voor zichzelf maar liefst drie doosjes van twintig stuks in de zak stak.
’s Avonds was het natuurlijk voor de bevolking acht uur binnen zijn, maar wij van de O.T. trokken ons daar niet zo veel van aan, werden af en toe aangehouden door de landwachters. De landwachters waren N.S.B.-boeren uit de omtrek, die ’s avonds hun zwarte uniformen aantrokken, geweer op het schouder, revolver in de heuptas en een groot mes op zij. Of we nu na acht uur op straat mochten? Ik weet het niet, bij de O.T. zei men van wel, de landwachters zeiden van niet. Vaak stond men tegenover het café op wacht, waar wij grondwerkers tussen vijf en acht verpoosden onder het genot van limonade, koffie en bier, zogoed en zoveel dat er dan nog was, een clandestien slokje en pannenkoeken waren er ook te krijgen. Het was een klein zaaltje waar het zo rokerig was, dat je haast niet van de ene kant naar de andere kon zien.
Stampvol was het er altijd met surrogaat rokende mannen en een biljart in het midden, waar Buis af en toe z’n falen op demonstreerde, omdat de ballen niet rond waren en het oppervlak effect in zich borg. Buis die een topklasse speler in Leeuwarden is. De verstrekking van klompen waar in het begin veel ophef van gemaakt werd, bleek een sof te zijn, niet meer dan 10 paar werden er uitgereikt. Je moest zowat op blote voeten verschijnen om in aanmerking te komen. Het sokkenprobleem was ook nog niet zo nijpend, want we waren nog maar 10 dagen onderweg en ieder van ons had wel enkele paren bij zich.
In Tinaarlo hebben we nooit regen gehad, mooi weer, soms zelfs warm, doorweekte kleding was er dus niet bij. Alles verliep dus in het begin tamelijk ordelijk. Een morgen was er wat herrie bij de uitdeling van eten uit de gamellen. In elke bus zat voor 50 man en we stonden dus drie bij drie in de rij onze beurt af te wachten. Uit een andere groep probeerden enkele zich bij ons in te dringen, ze hadden hun portie al gehad, wat natuurlijk niet genomen werd met als resultaat maaiende vuisten en een paar blauwe ogen. Lodewijk I trok z’n revolver en wist het vuur te blussen. De één kreeg een uitbrander en de ander een grote pleister.
Dan de een en dan de ander wilde wel eens een dag in de schuur blijven om zich te wassen, wat uit te rusten, een boek of krant te lezen. De moeilijkheid zat dan in de afgifte van de O.T. kaarten. Eerst die van jezelf en dan die van de “zieke”. In het begin ging alles vlot maar later begon Jopie de gezichten te kennen en was niet meer te bedotten. Schorre Willem en Petstra hadden nergens bezwaren tegen. De ingeleverde kaarten kregen we ’s avonds terug, nadat er aantekening op gemaakt was voor de uitbetaling van het loon. Zondags werkten we tot drie uur en dan werd Feierabend gefloten.
Sommige arbeidersgezinnen kwamen in moeilijkheden omdat de mannen het geld kregen, maar niets naar huis konden sturen en de vrouwen dan maar steun moesten zien te krijgen van Maatschappelijk Hulpbetoon enz. De post werkt praktisch niet meer en geld oversturen is er niet bij.
De Drentse bodem bergt ook veel schatten in zich, hunebedden stenen hebben we wel niet gevonden, maar er waren er toch wel bij die we niet konden vertillen. Ook veel klein grut natuurlijk. Al die stenen en scherven gooiden we op een hoop voor Nico Huppes, kunstschilder en geoloog van professie, die al de vondsten nauwkeurig bekeek en er meestal z’n negatief oordeel over uitsprak. “Niets van waarde.” Dat verdroot ons natuurlijk en er werd een oud stenen potje opgedoken, vuil gemaakt en begraven. Toen Huppes in de buurt kwam, werd het opgedolven en hem ter hand gesteld, maar Huppes vertrouwde alles niet en het potje ging aan gruis op alle grote en kleine stenen, die we voor en na op een hoop gegooid hadden. Een hunebed in het klein was er van gebouwd ter herinnering aan een ongeboren zuigeling.
Toen we uit Leeuwarden vertrokken, hadden we twee doktoren en twee apothekers in ons midden. De beide dokters waren echter zomaar uit de gratie bij de O.T. en werden de laan uitgebonjourd. Weduwe Todt wilde geen Hollandse dokters aan haar lijf hebben. Todt zelf was de organisator van de graafwerkzaamheden in half Europa, maar bleek ergens te zijn omgekomen, en de weduwe zette de zaken op dezelfde voet voort. Van de twee apothekers werkte er een op de administratie, maar Van Wessum stond naast mij te scheppen, af en toe een kluit en dan weer een praatje. De laatste dagen heb ik de vier medici uit het oog verloren, er zijn denkelijk vrijstellingen voor hen gekomen.
De postdienst functioneerde langzaam, een brief had 8 tot 10 dagen werk om van Tinaarlo Leeuwarden te bereiken, maar er waren regelmatig echtgenotes op de fiets, die eens een kijkje kwamen nemen en dan de post meenamen. De Sarassani muzikanten zagen dat bezoek met lede ogen aan en verboden dat lopen langs de tankgracht op zoek naar echtgenoot of verloofde. Enig commentaar was er dan natuurlijk wel bij! Soms stond er ook een familielid op de weg en dan werd de naam kilometersver doorgegeven en kwamen meer van dezelfde naam opdraven! Vaak was de aangeroepen persoon er ook niet bij, want bij Vries werkten er eveneens massa’s mensen. Bijv. Weda, mijn buurman, heb ik alleen op het station gezien en later niet meer, terwijl hij toch in de omgeving zat.
“Invaliden” die zich bijv. aan de hand bezeerd hadden en niet konden scheppen, werden waterdragers en ze liepen een paar maal per dag met een emmer drinkwater en een kopje langs de tankgracht om alle dorstige kelen te laven. De smaak van het water in Drente was lekker en ik dronk er vrij veel van, m’n dorst die laatste dagen in Tinaarlo was vrij groot, wie weet of ik toen de geelzucht al onder de leden had. Als opzichters, werkverdelers, putbazen of hoe je ze noemen wilt, hadden we medegravers die als zodanig aangesteld waren door de Sarassani lieden, geen barst uitvoerden, alleen af en toe voordeden hoe je een gat moest graven en een schep vast moest houden. Er waren natuurlijk altijd problemen, want velen stonden er op precies daar te graven, waar er al vijftig man stonden te spitten en geen meter opzij gingen. Alleen door de duizenden mannen gebeurde er nog heel wat.
Op de dinsdag zijn wij naar Tinaarlo vertrokken, maar de vrijdag daarop kwam de groep van 17 tot 45 jaar aanzetten en natuurlijk een heleboel bekenden o.a. een dikke vent die maar precies op z’n benen kon staan, Lenos de verhuizer, en noem maar op, allemaal Leeuwarders. De opmerkingen vlogen over en weer. Ook Johan Arendshorst was er bij, van Dijk z’n hulp in de winkel, maar later heb ik hem alleen een keer teruggezien in Zevenaar, waar hij op een auto zat om scheppen uit te delen. Van Dijk was niet bij deze groep wegens ziekte van z’n vrouw, maar later bij de razzia’s was hij er toch ook bij en moest spitten. Zo werd Leeuwarden een mannenloze gemeenschap zonder gemeenschap.
Als we ’s avonds in de schuur aankwamen was meestal de eerste vraag: Is er ook post? Want de brieven van thuis hielden de moed er in. Naar huis, ja naar huis, als kleine kinderen zeurden we daarover zonder dat we van een of andere bevoegde instantie een antwoord kregen, behalve dan plotseling op woensdagavond 18 oktober om half elf.
Woensdag 18 oktober 1944
Ik lag al in het stroo met een stuk of wat anderen, toen een Duitser luid schreeuwend de schuur in kwam hollen. Stil schreeuwen laten, dacht ik en wilde mijn ogen weer dicht doen, maar de boodschap drong tot m’n hersens door. Sinterklaas stond druk te gesticuleren en te praten over pünktlich halb zwölf am Bahnhof, aangezien dan de trein ging vertrekken. Toen we hem op de man af vroegen: “Gehen wir zu Hause”, haalde hij z’n schouders op en rende naar een volgende schuur om z’n mededeling te doen. Bij andere groepen is wel degelijk gezegd, dat we naar huis gingen. Wat te doen? De mensen uit Groningen waren ook op tijd naar huis gegaan, waarom wij dan niet?
Hoe het zij, om half twaalf waren we bij het station, bepakt en bezakt. Het was stikdonker en tot overmaat begon het ook nog te regenen. Koud, vies weer dat je verkleumde. Een eind wandelen was er ook niet bij, overal liep je tegen Duitse soldaten aan, het leek wel een tankval, wel erin maar niet eruit. En maar wachten. Af en toe reed er wel een trein langs het station, maar dat was dan een volgeladen Wehrmacht trein met tanks, auto’s, geschut enz.
Eindelijk ’s morgens om half zes was er dan een trein, die voor ons bestemd was, maar die reed verkeerd, n.l. richting Meppel en we kregen ook op het perron nog een brood, allemaal verkeerde voortekenen. Even bleef de trein in Meppel staan en toen reden we door naar Zwolle, waar de locomotief voor de trein weggehaald werd en we de dag verder met wachten moesten vullen. Ook natuurlijk weer bewaking op het station. Door de staking zien de stations er beestachtig uit. Een administratiegebouwtje was opengebroken en alle paperassen slingerden er in rond, een gretige prooi van ons allen ter aanvulling van het rantsoen pleepapier. In een wachtkamer was een kraan die de hele dag doorliep en een gootsteen die verstopt was, zodat het water door en over de vloer een uitweg zocht. Alle ruiten waren ingeslagen om de bende te vergroten.
’s Middags kregen we heerlijke boerenkoolrats met dikke stukken worst waar ieder echt van opknapte na de slapeloze nacht. Al die 1500 borden moesten ook weer schoon, dus allemaal naar de ene kraan, waarvoor het een dringen en plassen was in het wasbakje. Het kraantje plaste geduldig door en de smeerboel werd ook geduldig groter. De slierten boerenkool dreven de deur uit. Dat was de wachtkamer van Zwolle waar we vroeger netjes een kop koffie geserveerd kregen door een ober die “Alstublieft meneer” zei. We hadden het eten nauwelijks op of door de luidsprekers schalde: “Fliegeralarm!” , waardoor heel velen de trein verlieten met het oog op het beschietinggevaar en zich over het perron verspreidden. Ook de bewakers zochten de schuilkelder op en op dat ogenblik verdwenen een twintig, dertig man door de uitgang. Ondanks het alarm de Duitsers erachter aan. Twee man uit onze groep konden er tussenuit knijpen en keerden niet weerom, maar Copini met een vrind speelden de hele middag biljart in een café, zagen eens hier en daar en keerden om vijf uur op het station terug, een troep Duitse bewakers negerend, die de beide gravers verwonderd aanzagen.
Bij Meppel toen de trein langzaam reed in een bocht zijn er ook een aantal mannen uit de wagons gesprongen, maar die werden later weer door de S.S. ingerekend. De twee man uit onze groep, die in Zwolle verdwenen, zijn veilig thuis gekomen, maar omdat er al spoedig razzia’s gehouden werden na de vrijwillige opkomsten, kroop een van de twee tussen het plafond bij de slaolie, maar donderde er met het hele zaakje doorheen toen huiszoeking gedaan werd. Z’n vrouw, niet van gisteren, weet een ziekenauto te bemachtigen en rijdt met manlief naar het Diaconessenhuis. De auto was nog maar net verdwenen of de huiszoeking in hun straat begon. Ik denk dat de Duitsers wel wat vreemd naar het gat in het plafond en de olievlek op de grond gekeken zullen hebben.
Al met al zaten we in Zwolle in een trein zonder locomotief en braken ons het hoofd aan welke kant de locomotief gezet zou worden als we in de avond verder reden. De ene kant was richting Leeuwarden, maar ook Deventer of Duitschland, de andere kant was Amersfoort of Apeldoorn. Het laatste bleek het geval te zijn, want tegen de avond ging onze lange trein eindelijk op weg de IJsselspoorbrug over. Vlugger dan 30 of 40 km. reden we niet, want seinen of lichten had de Duitse machinist niet. In Apeldoorn zaten we op een verkeerd spoor, want we moesten een heel eind terug. Na Apeldoorn kwamen we in de gevaarlijke zone, want de trein stopte enkele keren met een harde ruk en we kregen het consigne, dat op brandende sigaretten geschoten zou worden, alles vanwege geallieerde vliegtuigen. Dicht bij Dieren werd plotseling door een Tommy een lichtkogel uitgegooid, die de hele omgeving in helder licht zette. Met een schok stond de trein stil, waarna we het vrije veld in draafden, in de brem en stekels trapten en later de eigen coupé niet meer konden vinden. De Duitsers raasden en tierden en schoten in de lucht om hun 1500 man weer bij elkaar te krijgen.
De reis ging verder op Dieren af. Hier waren bommen gevallen, ook op het station, de rails kapot en verwrongen enz. zodat men een groot stootblok gebouwd had om de trein te beletten te ontsporen. In elk geval liep onze trein bovenop het opstakel, dat in het donker niet te zien was, maar ontspoorde niet door de geringe snelheid. Wel vlogen alle koffers uit het net door de botsing en was het getier niet van de lucht. Ik stond nogal geschikt in een gangetje met een hand tegen een schot geleund, vandaar dat m’n arm de schok brak. Mijn buurman stoof het gangetje door, struikelde over een koffer en lag languit en dat alles in stikdonker. Dat was de aankomst in Dieren, drie aan drie, tien stappen voorwaarts, vijf minuten wachten, kapotte huizen waar geen mensen meer woonden, winkels zonder etalageruiten, vitrages en gordijnen die zacht in de wind bewogen. Een halve gashouder, bomen zonder kruin, daken zonder pannen, gaten in de weg. Het mooiste was dat er in Dieren niet op ons gerekend was, geen comité van ontvangst, niets. Mogelijk hadden we door moeten rijden naar Arnhem of Zevenaar? In elk geval stonden we in Dieren op straat, midden in de nacht, terwijl ook de Duitsers doodverlegen met ons waren. 1500 Man onderbrengen is niet eenvoudig. In een kerk, in een school, in het politiebureau en onze groep in de garage van de Gelderse tramweg waar ik een plaatsje op een bank kon bemachtigen, anderen in een kapotte bus en de rest op de grond.
De volgende morgen bleek deze garage dienst te doen als noodslachterij met alle vondsten van dien. De luchtjes van benzine, olie, bloed en de rest was wel wat penetrant, maar ja, we waren al wat gewend langzamerhand. Om acht uur braken we op en marcheerden als een zeer lange slang in de richting van Doesburg. 1500 Man met koffers en dekens natuurlijk weer in rijen van drie na eindeloze tellerij. Omdat ik vooraan liep was er voor ons in de kazerne in Doesburg plaats op vers gespreid stroo, waar we ’s middags van twaalf tot twee heerlijk geslapen en gegeten hebben. Daar in Doesburg werden we gesplitst en in groepen verdeeld, zodat ik vele kennissen uit het oog verloor. In elk geval sjouwden we met onze bagage naar Angerlo, kregen van de bevolking appels en boterhammen en werden ondergebracht met 75 man bij boer Jansen. Met Hofstede later het dorp in naar het postkantoor en kochten onderweg een emmer appels voor een kwartje. Tot ’s avonds laat kwamen steeds groepen gravers in Angerlo aan, die ondergebracht moesten worden. Wij sliepen toen al lang.
De volgende morgen acht uur op het appèl om naar ons werk te gaan. Best, weer in rijen van drie, weer geteld, nog eens geteld en eindelijk klopte het aantal van 450 man voor onze rij. Toen we aan de soldaat vroegen, die bij ons was en die mijnwerker bleek te zijn, zonder nationaliteit en dus maar Duitsch verklaard was, hoever we moesten lopen om bij ons werk te komen, vertelde hij dat het een uur zou zijn. Door een misverstand sloegen we een verkeerde weg in en deden er bijna drie uur over.
Van Angerlo naar Zevenaar was ongeveer 12 km. en daar vonden we eindelijk de tankgracht die verder gegraven moest worden. Die lange wandeling werd ook door O.T. te gek gevonden en deed men z’n best om zelfs in het overvolle Zevenaar ook voor ons nog onderdak te vinden. Van graven kwam die eerste dag ook niets, want de scheppen moesten nog uitgedeeld worden, dan nog middageten en theedrinken en de dag was om. We kregen ’s avonds het consigne mee om de volgende morgen om half acht op het werk te verschijnen met koffer en dekens. Proost. Terug naar Angerlo ging het die avond wel wat vlugger, we zongen een liedje, van “hou er de moed maar in”.
Toen ik ’s avonds in het stroo plofte, was ik moe maar had geen kapotte voeten, dankzij de skischoenen en de dubbele paren van de dikste sokken. Van de boer konden we twee boerenwagen huren, die onze 75 man sterke groep plus bagage plus gewonden met blaren naar Zevenaar wilde brengen, zodat we de volgende morgen wat gemakkelijker die 12 km. afsjokten. Cor Annyas zag de eerste dag kans om bij de administratie te komen en ging er direct die dag op uit samen met een Duitser om kwartier te zoeken. Ze konden maar voor 200 man onderdak vinden, de rest moest maar weer terug naar Angerlo. Het commentaar kan niet op papier gezet worden. Met 35 man werden we ondergebracht bij boer Brinkhof, boerderij Hermannahoeve te Zevenaar. Ons groepje van 20 man was dus iets uitgebreid, o.a. met Meina van de Friese Biljartclub en Bleeker uit de Peperstraat. Bij dezelfde boer bleken ook al 28 Hagenaars te zijn. Baardmannen waarvan er twee volkomen onder de luizen zaten en een uitriep, toen we vertelden dat we uit Leeuwarden kwamen: O, daar ben ik ook 8 jaar geweest en de vent die ik te grazen nam, was nog niet eens dood. De boer was niet al te erg met dat stel ingenomen en was tegenover ons de eerste dagen ook tamelijk wantrouwend, wat spoedig veranderde toen we elkaar wat beter leerden kennen. De boer, de boerin, twee zoons en een dochter plus aanstaande echtgenoot waren zeer geschikte mensen, ze waren hartelijk en hulpvaardig.
De graverij hadden we vlak bij huis wat prettig aandeed. Geen urenlange wandelingen meer. Half acht beginnen en om half zes ophouden, met enkele pauzes. Hoeveel dagen ik gegraven heb weet ik niet meer, maar het zijn er niet veel geweest. M’n maag begon raar te doen, verdroeg het naar binnen gepropte brood moeilijk en probeerde alles weer naar buiten te werken. Het middageten bleef vier dagen uit, zodat we alleen op brood moesten leven, plus appels die er in overvloed te krijgen waren.
In Tinaarlo kregen we 4000 gram brood per week, hier in Zevenaar moesten we het met 2800 gram doen en bijna de helft minder boter. Toen we in drie dagen niet te eten gekregen hadden, zijn we met z’n drieën op een avond na het werk nog naar Didam gelopen, want er werd beweerd dat daar eten te krijgen was. 4 Km. heen en 4 km. terug. Maar geen eten. Wel kregen we een kaars van pater Andringa, waar we toch erg blij mee waren, omdat er in onze schuur geen verlichting was. Onderweg hebben we toen hier en daar aangebeld en gevraagd of men nog wat te eten voor ons had. We kregen ergens boterhammen, een kop thee en elk een sigaret. Vreemd gevoel om voor eten te bedelen.
Tegen de vermoeienissen en minder goede kost kon mijn lichaam niet op en de volgende morgen voelde ik me zo beroerd, dat ik te laat op het werk kwam en geen pasje meer kon krijgen om naar de S.S. te gaan, waar men besliste: al of niet naar de dokter. Ik ben maar weer naar de schuur teruggelopen en onder de dekens gekropen om te proberen met slapen de ziekte weg te krijgen.
’s Middags kon ik met 4 anderen bij een boer aan tafel mee-eten, wat zeer vriendelijk aangeboden was, maar nog geen uur later was alles er al weer uit en kromp mijn hele lijf tezamen.
De volgende morgen weer naar het werk, weer om toestemming gevraagd om naar de S.S. te gaan voor het briefje en dat toen gekregen, maar bij de S.S. stonden zo veel mensen in de rij, dat ik maar doorgelopen ben naar de Turmac fabrieken, waar een dokter tientallen patiënten afwerkte: Zwei Tage Revierpflegung, Milch trinken. Ik weet nog niet precies hoe ik bij die dokter aangekomen ben, zat om de honderd meter op een kilometerpaaltje langs de weg of hield me aan een boom vast om niet in elkaar te zakken. Dezelfde weg terug, maar daar weet ik niets meer van, ben in elk geval in de boerderij aangekomen en onder de dekens rillend van koorts onder zeil geraakt. Drie maal ben ik bij de Turmac fabriek geweest, steeds een andere dokter, steeds een ander dieet en diagnose. Helpen deed er niets, vooral omdat ik bleef eten, omdat ik meende dat alleen met eten de ziekte te overwinnen was. M’n hoed had ik naast me staan, als ik zo vlug niet naar buiten kon, om er m’n maag in te legen. De hoed waar later om “gevochten” werd, omdat bij regenweer een hoofddeksel onontbeerlijk is! Juist de boerin stopte me nog wel eens wat hartigs toe en dat kwam er prompt weer uit. Droog brood en appels gingen beter.
Na zes dagen echter was de ziekte uitgewoed, ik begon me nu weer wat normaler te voelen, doch toen kwam de verkleuring. Geelzucht constateerden twee Rode Kruis zusters, die onze boerderij bezochten naar aanleiding van een brief van pater Andringa, dat hij aan z’n zuster, die zuster was, had doen toekomen. Dr. Bijlsma werd gehaald en schreef me 14 dagen Revierpflegung voor. M’n liefje, wat wil je nog meer, ik was wel erg slap en slingerig, maar begon me weer goed te voelen, had geen koorts meer. Een week rust en langzamerhand weer wat meer vetloos eten en zo vond Ger op zaterdag 4 november een bleke echtgenoot, die niet meer ziek was en nu naar huis gedirigeerd moest worden, maar dat is dan het derde hoofdstuk.
Zevenaar was een kleine plaats, maar er zaten nu 7000 man extra, ze sliepen zelfs in de etalages van de winkels, alles vol, stampvol. Soldaten zagen we er niet, die waren in Didam. Zevenaar was maar 10 km. van het front af, zodat het gedreun van het geschut de hele dag doorging, maar ik weet niet waar men op elkaar schoot, wel floten er dag en nacht granaten door de lucht, maar waar die vandaan kwamen en waar ze heen gingen, ik weet het niet. Daar tussendoor dan nog afweergeschut dat overal opgesteld was en een hels spektakel maakte, als de Tommy’s weer een aanval deden. Duitse vliegtuigen hebben we niet een van gezien, behalve een neergeschoten jager bij Angerlo. Tommy’s zoveel temeer, de hele dag de ene groep na de andere. Op een middag een paar honderd bij elkaar.
’s Nachts begon het geallieerde geschut ook onze kant uit te schieten. “Boemmm, fiiuuut, bats” en de hele boerderij schudde, weer een trechter. Het was een beroerd gehoor, maar ik trok de dekens maar wat verder over de oren, er was toch immers niets aan te doen.
Een van de eerste dagen was het de hele dag een over en weer fluiten door de lucht en de oppassers gingen maar wat in de buurt van hooibergen staan. Wie weet geeft zo’n opper wel bescherming. Bij Pannerden sloegen op een middag vier man dood door een granaat. Toch werden op ons gravers niet geschoten, wel kwamen vliegtuigen af en toe een kijkje nemen hoe ver het werk gevorderd was.
Wij Leeuwarders waren met dekens, verschoning, eetgerei enz. van huis gegaan, weliswaar voor twee weken, die nu al bijna tot vijf opgelopen zijn, maar ja, we hadden wat bij ons. Stel daar tegenover de mensen uit Utrecht, die zo van de straat geveegd werden. Een bakkersknecht met een wit jasje, een bankloper met een geldtas, een dokter op weg naar patiënten, alles zat er in Zevenaar. Dr. Bijlsma had een praktijk in Rotterdam, moest die dag in Utrecht zijn en werd opgepikt tijdens een razzia op straat. Doordat al die mensen zonder meer gedwongen werden naar Zevenaar te lopen om daar te graven, waren sokken en schoenen en kleren in de kortste tijd versleten en in disorde geraakt. Af en toe werden er klompen uitgereikt aan iemand op blote voeten of schoenen zonder zolen. Ik zag een postbode met een jas aan van de arbeidsdienst. De raarste combinaties.
Het wassen en scheren begon er op toe te raken, omdat we al om half acht er moesten beginnen en om half zes ophielden en er geen licht in de schuur was, een enkele kaars met vier man er om heen om een brief te schrijven. Buis moest bij die ene kaars koken en het was ’s morgens laat licht en het werd ’s avonds vroeg donker.
We hadden in een andere groep een man zonder sokken, zo met blote voeten in de klompen, de man was blauw van kou, maar de zoon van de weduwe vond dat hij maar wat harder moest werken en dan wel rood zou worden. Hoe dat deze winter in Zevenaar moest gaan is me een raadsel. De gehele omgeving werd bewaakt door S.S.-mensen, die in alles het laatste woord hadden en vergunningen, ziektebriefjes enz. domweg verscheurden: Arbeiten Mensch! Ziek of niet ziek.
Enkele dagen nadat bij mij de geelzucht geconstateerd was, lei ik op een middag onder de dekens met naast me Jo Trimbach, die die dag nogal wat hoestte en ook wel eens een dag wou uitblazen van de vermoeienissen van elke dag. Beide dommelden we wat tot plotseling de dokter voor onze neus stond, die naar mij kwam kijken en ook meteen een oog aan blozende Trimbach waagde: Drie Tage Revierpflegung. Van de briefjes die de dokter schreef kwam een kopie terecht bij de S.S. en de zondag dat ik er tussenuit kneep, kwam een auto Trimbach ophalen om naar het “ziekenhuis” te worden gebracht ter controle. “Er kan U niets gebeuren”, stelde de ziekenverpleger gerust?? Mede omdat we wisten dat we opgehaald zouden worden, was het voor mij de hoogste tijd om te verdwijnen, dat ziekenhuis leek me niets na de informaties die Ger erover kreeg.
De laatste week van mijn verblijf in Zevenaar, toen ik dus alweer aan de beterende hand was, raakten we ook beter met de boer en z’n gezin vertrouwd en stond zij aan ons haar keuken af. Zelf kookte ze toen in de kamer, waar ook een fornuis stond. Met het middageten van de weduwe Todt was het treurig gesteld, een paar dagen was er wel weer genoeg, maar dan kwam de keukenwagen domweg niet opdraven, voorzover je van draven kunt spreken van een auto. Ook hebben we wel eens dubbele rantsoenen gehad, maar het eten bedierf en verderop hadden ze honger. Goed, ook bij ons groeide de honger en de boer werd gevraagd of hij niet een varken te verkopen had. Na ampele overweging werd ons een best schaap aangeboden voor ƒ 250,- en het slachten gebeurde op een avond in het licht van knijpkatten door de boer met z’n zoons en met Havinga en Kuiken, die ook wel eens een mes hadden vastgehouden. In ieder geval, het schaap werd geslacht en de bouten in de schuur opgehangen. Buis, onze kok, sneed er verder in om en maakte heel wat karbonaadjes, maar dan van het schaap in plaats van het varken. 120 Pond vleesch en 20 pond vet.
Toen moesten er aardappelen komen, waarvoor wel bonnen beschikbaar waren, want die hadden de dames Bleeker, Annyas, v.d. Heide en Copini meegenomen, maar er was in Zevenaar niets te krijgen. De boer wist raad, verderop was een groot stuk land, waarvan de Ned. Heide Mij. eigenaar was en waarop aardappelen verbouwd waren voor O.T. Maar aangezien O.T. geen eten verstrekte, haalden we ze hier zelf maar weg. De dames en enkele van onze jongens togen naar deze bergplaats en sleepten er voor 5 dagen aardappelen weg voor 35 man, weer een week verder. Verder was er een wagen met kool op de weg en ook daar waren we gegadigde voor. Appels had men ook aan boord. Toen moest er nog hout komen voor het fornuis, ook dat werd van O.T. gejat om in de Zevenaarse grondwerkerterminologie te blijven. Paaltjes voor prikkeldraadversperring konden wij beter opstoken, dan ze de grond in te slaan. Nu kwam Buis in z’n element, bleef weg van het graven en met hem alle dagen een stuk of vijf “zieken”. De kokerij kon een aanvang nemen. Schaapvlees is vet en machtig, maar onze magen waren dat ontwend..... Diners in ongehoorde hoeveelheden werden opgediend en geconsumeerd. Alleen dat vet was voor veel lijven teveel van het goede en het lichaam probeerde een en ander kwijt te raken, dus de plee! 35 Man en één plee, die de toevloed niet verwerken kon, gelukkig was er het vrije veld en een appelboomgaard. Toch was het een prachtgezicht: al die hongerige mensen met zoveel ambitie hun stukken vlees, aardappelen, kool en appelmoes naar binnen te zien werken. Later verzorgde Havinga de pot en toen was het snert dat op het menu kwam. Een deel water, een deel erwten, een deel vet en vlees in gelijke hoeveelheden, dat maakte een voedzaam soepje. Ger had aan een half bord al genoeg, men had het erover dat de lepel rechtop in de brijpot staat, hier was het snert. Mensen die twee borden aten was een zeldzaamheid. Zelf heb ik van dat alles niets gehad, omdat ik van de dokter het consigne had: geen vet. Puree met appelmoes, terwijl Cobi me de hele dag door melk te drinken gaf, af en toe zelfs een eitje! Zo knapte ik zienderogen op en had geen last meer van koude voeten en dooie vingers, want zelfs onder de dekens kon ik ze niet warm houden, zoals in de eerste dagen van mijn ziekte.
De post functioneerde zeer gebrekkig, misschien had een brief drie weken werk om in Leeuwarden te komen. In het begin hadden we dat niet in de gaten, later gingen de brieven mee met koeriers. Toch heeft het lang geduurd voor Ger bericht met m’n adres kreeg en ze met elkaar wel wat in ongerustheid zaten, vooral omdat ik over m’n geelzucht sprak. Ger haar plan om me in Zevenaar op te zoeken en daar weg te halen was toen gemaakt. Uit Tinaarlo heb ik al eens geschreven, dat in Leeuwarden alleen kans was een vrijstelling te bemachtigen, vandaar dat Ger alle instanties afgelopen heeft, die hier iets mee te maken konden hebben. Bij de burgemeester thuis, bij de commissie Koldijk, bij de Ortskommandant, bij Mr. v.d. Hoek plaatsvervangend commissaris der Koningin. Bij al die mensen was ze haast kind in huis, allen beloofden hulp, allen zeiden dat ik bovenaan de lijst stond van mensen die mochten terugkeren. Tenslotte zei Ger tegen Mr. v.d. Hoek: Ik ga mijn man uit Zevenaar terughalen met of zonder Ausweis. Waarop geantwoord werd: Dat is U wel toevertrouwd!
Vrijdagmorgen 5 uur stapte Ger op de fiets met een grote zware koffer achterop, waardoor het geheel topzwaar werd en moeilijk fietsen het gevolg was en in een dag reed ze naar Angerlo, wat direct de bewondering opwekte van al het manvolk dat dit ter ore kwam. Doordat ze een mevrouw op sleeptouw had, die oververmoeid raakte, kon ze Zevenaar niet halen en stapte ze de volgende morgen om negen uur bij ons de schuur binnen en maakte kennis met de aanwezigen en met ons leven in Zevenaar. Trimbach zei later tegen mij: Nou, die vrouw van jou kan er ook wel wezen.
Zaterdagavond is Ger naar de dokter gestapt om nog eens te praten over mijn afkeuren, maar Dr. Bijlsma gaf weinig hoop daarop, want z’n eigen leven moest hij daartoe in de waagschaal stellen. De S.S. was op afkeuringen bijzonder gebeten. Zondagmorgen ging ze ook nog naar de S.S., maar kreeg alleen te horen, dat de zieken zondagmiddag opgehaald zouden worden en dat was wel het laatste wat we konden gebruiken, want ontsnappen uit het ziekenhuis zou helemaal onmogelijk worden. Vandaar dat we zondagmorgen besloten, dat ik ’s middags om drie uur na Feierabend gefloten was op haar fiets zou stappen en proberen in Deventer te komen. Ger zou te voet en liftend hetzelfde proberen te doen en ging direct op stap. Ik ried haar aan de kortste weg over Doesburg te nemen, maar daar aangekomen bleek de brug bewaakt te zijn en toen durfde ze niet verder te lopen, omdat ze vreesde dat ik daar ’s middags ook zou komen en dan ingerekend zou worden. Twee uur stond ze naar mij uit te zien, maar ik kwam niet, totdat ze tegen donker ten einde raad maar weer naar Zevenaar terug sjouwde, na haar voeten finaal kapot gelopen te hebben. Op de Hermannahoeve vernam ze, dat ik om kwart over drie per fiets in de richting Didam vertrokken was. Haar voeten werden door Hofstede zo goed mogelijk verbonden, maar ja, het bleef lapwerk. Weer een nacht in de kelder tussen de aardappels en de kool, weer een nacht op het stroo zonder de kleren uit te trekken, weer een nacht met fluitende granaten.
Ik was veilig in Deventer aangekomen zonder controle, want ik fietste met de stroom O.T.-mensen mee, die in de omliggende plaatsen woonden en thuis mochten slapen. Om drie uur was de ziekenauto voorgekomen om mij op te halen doch hoewel ik nog thuis in het brandstofhok zat, had ik de jongens gevraagd te zeggen dat ik er van tussen was, wat Dr. Bijlsma de opmerking ontlokte, dat dat het beste was wat ik kon doen. Met de papieren zou hij het in orde maken. Jopie Trimbach werd meegenomen.
De maandagmorgen daarop wilde Marie Copini naar Zutphen en vroeg Ger of ze in staat was met haar achterop daarheen te fietsen. “Altijd”, zei Ger, ondanks de voeten en ondanks het doorgezeten achterwerk even flink als altijd. Zutphen werd bereikt onder veel geschiet en gefluit, maar geen ongelukken, de dames deden of er niets aan de hand was en fietsten verder. In Zutphen bleef Marie met de fiets achter en Ger moest maar zien hoe verder te komen. Het enige wat er op zat, was naar een halteplaats van Wehrmacht auto’s te lopen en daar te vragen of ze mee mocht rijden. Geklemd tussen twee Duitsers in, met nog twee man op de treeplanken, die al maar de lucht aftuurden naar vliegtuigen, zo ging het op Deventer af. Ook die plaats werd veilig bereikt. Maandag om twaalf uur stapte ze, net als ik gedaan had, bij de familie v.d. Beld binnen, de familie die ons meer dan hartelijk ontving. Ik kende v.d. Beld als procuratiehouder van Auping en daar stond ik dus onaangediend voor de deur.
Gelukkig was het eerste deel van de tocht volbracht en moest de tweede helft georganiseerd worden. Een dokter zag er naar Ger haar voeten en naar haar achterwerk en de dokter zag er naar mij. Beiden hielpen zoveel mogelijk en wilden van geen betaling weten. Toen ik uit Zevenaar in Deventer aankwam had ik zoveel mogelijk kleren aan: 2 stel ondergoed, pyjama, overhemd, trui, broek, jas, vest en over dat alles de leren jas. Vlug gefietst, bezweet en al die kleren waren vijf weken niet uit geweest. Ik hoor Mevrouw v.d. Beld nog zeggen: Toe man, zet het raam even open. Zo stonk ik, doch rook het zelf niet. Na de verschoning en nieuw ondergoed maakten een ander mens van mij. Voor het eerst weer eens normaal kunnen eten: hachee, het was godenspijs. Ook Ger kon een beetje op verhaal komen.
Dinsdagmorgen konden we de tocht voortzetten, dankzij het bijzonder royale aanbod van de Heer v.d. Beld om zijn fiets te berijden. Het was een nieuwe, zelf had hij nog een oude, maar de kans was natuurlijk groot dat hem alle dagen z’n fiets afgenomen zou kunnen worden. Hoe het zij, we fietsten samen de volgende morgen weg via Raalte en wilden zo Wolvega zien te bereiken. Om twaalf uur hadden we de helft van de tocht afgelegd, maar waren teveel oostelijk afgedwaald en moesten terug in westelijke richting langs de Dedemsvaart, vlak in de wind, die tot storm aanwakkerde, zodat we niet konden fietsen en Ger met haar open voeten, al zweerden ze niet meer, na een sodabad bij v.d. Beld zes km. moest lopen. Het weer werd steeds minder, donderbuien, sneeuw, regen, hagel, alles door elkaar in een storm, die ons haast van de sokken blies. Op de grote weg naar Steenwijk hadden we de wind opzij, maar ondanks de vermoeidheid zetten we toch door, want we moesten Wolvega bereiken, waar we hoopten bij Rika en Remmert onderdak te vinden.
Hier en daar moesten we schuilen voor enorme buien, maar ophouden was er voor Ger niet bij. Haar wilskracht hield haar op de been. Ook reden we Meppel nog bij vergissing door. Weduwe Todt zetelt daar en overdag was het er niet veilig, ieder graaft immers, maar we troffen het wel, want het was omstreeks vijf uur. Bij Steenwijk fietsten we op de weg in plaats van op het fietspad en werden aangehouden door twee marechaussees, ieder een bon van een gulden en het consigne het niet meer te doen. Het waren twee agenten van de goede kant die niets vroegen, alhoewel ons uiterlijk voldoende verried wat gaande was. Voorbij Steenwijk, voor een bui schuilend, in een boerderij nog een glas hete melk gekregen met een boterham, waar we zoveel van opknapten, dat we verder konden fietsen, al konden we beiden geen pap meer zeggen. Maar we moesten verder, want om acht uur mocht er niemand meer op straat zijn en hadden we binnen te zijn. Goed, het lukte ook nog, ruim half acht waren we in Wolvega en belden bij Remmert aan, waar we met vreugdevolle boodschap ontvangen werden, dat de volgende morgen alle mannen op moesten komen. Goede raad was duur, verder fietsen had geen zin, want de spertijd ging direct in en toen was de enige kans om thuis te komen om vier uur op straat te staan en hopen dat er dan nog geen controle zou zijn. Dit bleek ook het geval te zijn. Ger reed vooruit en zolang ik haar achterlichtje van de fiets zag branden, was dat het teken dat alles veilig zou zijn. Bij de muur in de Schrans ook geen controle en om zeven uur ’s morgens waren we, wel vermoeid maar heel erg gelukkig, weer in eigen huis, terwijl ’s avonds een Ausweis, die Moeder van het Stadhuis kon halen dankzij het onverpoosde werken van Ger, het geluk completeerde. Direct naar bed en beiden sliepen we de hele dag. Marijke bazuinde direct in het rond dat ik thuis was. Thoma keek me alleen maar aan en zei af en toe: Papa. Saskia was veel menselijker geworden, een heel ander kind, dan toen ik wegging.
Gelukkig dat ik weer thuis ben in eigen gezin en eigen omgeving, dankzij Ger haar initiatief, weinig vrouwen zullen hun mannen zo keurig uit de soep gehaald hebben als zij voor mij gedaan heeft.
11 november 1944
Wapenstilstandsdag, ja zo was het voor zesentwintig jaar en was ons land buiten de oorlog gebleven. Maar nu? Enorme verwoestingen in een oorlog die op en boven ons land wordt uitgevochten, met alle ellende die zoiets voor de burgerbevolking meebrengt. De tegenstand der Duitsers is nog zo groot, dat de Tommy’s maar langzaam kunnen vorderen, terwijl de grote rivieren even zo vele hinderpalen zijn. De hoop is spoedig een grote doorbraak richting Berlijn, misschien dat er dan wat van ons land overblijft. Afwachten maar.
Dit ter inleiding van de situatie op het ogenblik, die niet zoveel veranderd is in de vijf weken dat ik aan het graven geweest ben in Tinaarlo en Zevenaar en waar ik de mensen met kruiwagens en kinderwagens zag evacueren. Ik ben weer thuis, Ger haalde me uit de puree. Vondel dichtte wel van “Waar werd oprechter trouw; Dan tussen man en vrouw; Ter waereld ooit gevonden” maar het geeft de waarheid wat eenzijdig weer. Zou de liefde van de vrouw voor haar echtgenoot in ons geval niet groter zijn geweest dan omgekeerd? Zou ik op één dag naar Zevenaar hebben kunnen fietsen? Zou ik zoveel moeite gedaan hebben bij de N.S.B.-burgemeester, commissies, arbeidsbureaus, Ortskommandantur enz. voor een vrijstelling. Zou ik op beroerde schoenen 25 km. op één dag kunnen lopen met open hakken? Zou ik met een kapot achterwerk toch weer op de fiets geklommen zijn met dikke Marie Copini achterop? Zou ik als “moffenmeid” tussen Duitsers ingeklemd in een vrachtauto geklommen zijn, waar elk ogenblik een Tommy een duik op had kunnen nemen? Al die dingen vraag je je af en twijfelt aan jezelf.
En dat alles presteerde Ger en zette door, alle tegenslagen ten spijt, opgeven of ophouden was er niet bij. Heel haar koppige, hardnekkige vasthoudendheid om het gestelde doel, mijn vrijmaking en overbrenging naar huis, te bereiken werd met succes gemobiliseerd en hoe! Ik zou wel eens een andere vrouw willen zien, die dit presteerde en na een paar dagen rust de oude weer was, zelfs na een bevalling die pas zeven weken geleden plaats vond. Dat Ger tot veel in staat is wist ik al te goed, vooral in de conflicten die we in ons huwelijk samen hadden tussen haar doorzettende natuur en mijn meer gemakkelijke aard, leer je het karakter van elkaar heel diep peilen, maar dit tochtje naar Zevenaar en alles wat ermee samenhangt, de oorlog, de veel te zware bepakking van de fiets en noem maar op, dat spant toch wel de kroon. Wat mij betreft, ik zet hem haar graag op. Ik ben bij het eind van de reis begonnen, laat ik dan nu maar bij het begin beginnen, zover me alles nog voor ogen staat. Nu zittend op een stoel en aan een tafel! Vijf weken lang was de grond met wat stroo mijn bed, mijn tafel en mijn stoel.
17 november 1944
Weer thuis, bij vrouw en kinderen en alles weer op regel. Om op de lappen te komen voorlopig maar bij Oma Daas in huis, waar ik in haar warme kamer zit met nog elektrisch licht, terwijl het buiten aardedonker is. De belevenissen van alle dag en de herinneringen aan de graverij mogen toch eigenlijk niet vergeten worden.
Laat ik beginnen bij de eerste keer uitbetaling van loon in Tinaarlo, dat geschiedde door een kleine meneer met een bril met één glas en boven het andere oog liep alleen een beugeltje naar het oor. Het was een raar gezicht, vooral omdat het geheel meestal op het voorhoofd rustte. Hij betaalde ons altijd uit in nieuwe bankbiljetjes van tien of twintig gulden, een keer waren het allemaal nieuwe guldensbriefjes. Op een vraag of hij in de buurt ook een net bordeeltje wist om dat papier weer kwijt te raken, kwam alleen maar wat gebrom.
De uitdeling van brood in Zevenaar gebeurde door twee aan twee in de rij te staan, netjes achter elkaar en kregen we op de uitdeelplaats dan voor twee man 1 brood en 2 klontjes boter wat de een aannam, terwijl de ander twee stukken worst kreeg. Een tafel vol broden, een wasteil vol klontjes boter en een wasteil vol stukken worst. Drie man deelden uit waaronder een keer iemand met een drup aan z’n neus. Nou, de wasteil was groot genoeg om al die druppen op te vangen! Met een mes het brood in tweeën, elk een klont boter, elk een stuk worst en de maaltijd kon een aanvang nemen. Ik was zo gelukkig, dat ik een trommeltje bezat om de boterhammen in op te bergen, die voor later bestemd waren. De meeste knoeiden maar wat.
Hofstede was met een blikje sigaren op reis gegaan, was al zo gelukkig, want de boter kon erin. Havenga was uit Leeuwarden vertrokken met een koffer vol glazen potjes jam, dus die had het goed bekeken, alleen was de koffer niet te tillen.
Twee maal hadden we eigenlijk feest moeten vieren n.l. voor Bakker, die er een dochter bij gekregen had, maar dat bericht pas na 10 dagen ontving en Hofstede, die in Zevenaar jarig werd. Ik heb hem drie sigaretten gegeven, die ik nog over had van de uitgereikte vijf. Iets extra’s was er in Zevenaar niet bij, het was een stad waarop een troep sprinkhanende gravers op neergestreken was, alles was schoon en kaalgevreten. Eén kaars per avond mochten we gebruiken, via de Kerk en via pater Andringa konden we daar nog aankomen, moesten er zeer zuinig op zijn. Voor 35 man 1 kaars in het donker van de grote schuur, hou daar de vrede eens bij!
Kwart voor acht ’s avonds kwam er nog een kop koffie en om acht uur ging de kaars uit en was de goegemeente onder zeil, dromend over een spoedig naar huis gaan, want dat was haast het enige onderwerp dat overdag aangeroerd werd. Een ander punt was, wanneer de Tommy’s nu eindelijk ons grondwerkers en de rest van Nederland zouden komen vrijmaken van de Duitse overheersing, net alsof de Duitsers al die mannen zomaar aan de geallieerden zouden uitleveren. Mannen stuk voor stuk gebeten op de schreeuwers van: Dummes Zeug.
Van bombardementen had ook Zevenaar wel te lijden gehad, het station met omgeving was plat, er was een vliegtuig tegen de kerktoren gevlogen, van veel huizen waren de ruiten stuk en zaten er planken voor, er waren overal kogelgaten in de muren. Op het station konden we een adresboek bemachtigen als pleepapier en in het vrachtgoedkantoor waren rekken met plaatsnamen. De papiertjes met “LEEUWARDEN” pikten wij er tussen uit en staken ze op de hoed of pet. De bewoners van Zevenaar zeiden toen ze dat zagen: Och, och hebben zé jullie zo ver weg, ook al hierheen gesleept!
Vleesch was in Zevenaar niet duur, want alle boeren slachtten hun vee op, anders werd het toch maar weggevoerd of pikten de Duitsers de beesten in. Ook een koe werd vlak bij onze tankgracht geslacht, het vleesch kostte ƒ 1,25 per pond, sommigen kochten natuurlijk veel te veel. Boter was duur, ƒ 25,- per pond, aardappels en groente niet te krijgen, appels zo veel te meer.
Toen ik ziek werd kreeg ik van Annyas z’n vrouw een pot jam, dubbel welkom, suiker en zoetigheid compenseerden het gemis aan vet. In Zevenaar zongen we niet veel meer, zoals we in Tinaarlo met elkaar zoveel deden, we raakten aan het eind van het Latijn. Allemaal geraakten we wat down en door dit in de put zitten werden de ontvluchtingmogelijkheden steeds weer in den brede uitgesponnen. Ook daarvan vond ik wel wat, dat het bij praten bleef, de rechte doorzetting ontbrak.
Ikzelf heb makkelijk praten, omdat Ger feitelijk de moeilijkheden daaraan verbonden voor mij oploste door te gaan wandelen en mij te laten fietsen. Ik kan het nog altijd van mezelf niet geheel in de haak vinden. Mijn verlangen om uit Zevenaar weg te komen, sprak ook mee en deed me gemakkelijk dat besluit nemen om op Ger haar fiets te rijden, ook al omdat ik door de aanval van geelzucht nu juist niet zoveel fut meer had. Hoe het ook zij, gebeurd is gebeurd en we zijn veilig aangekomen.
De achterblijvenden thuis, Ger, Vader en Moeder, hebben zich door de in omloop gebrachte verhalen over ons leven in Zevenaar en de ontvoering daarheen, groter zorgen gemaakt dan ik in werkelijkheid te doorstaan kreeg. Vooral Vader schijnt de kluts wat kwijt geraakt te zijn door de gemeenheid en domme vernietigingsdrang die er in de Duitsers gevaren is. De mogelijkheid van evacueren, verwoesting en zelfs bezwijken door de oorlog, wil of kan hij niet aanvaarden.
Het is ook zo rustig om ons heen, zelfs geen vliegtuigen meer. Wel zijn er razzia’s geweest, maar de laatste weken is het rustig, wel kun je niet meer veilig fietsen. Je moet een vrijstelling hebben, anders wordt je fiets ingepikt en het is een heel werk om uit de handen van de vorderaars te blijven. Ger moet tenminste steeds erg uitkijken, wel helpt het publiek ook mee en roept al van ver: Fietsenvordering daar en daar. En juist de fiets kunnen we zo node missen, want alles moet er buiten uit gehaald worden. Mijn fiets is uit elkaar en veilig opgeborgen.
Maar wat is het leven hier in Friesland dan nog goed in vergelijking met de rest van het land, waar de bombardementen elkaar opvolgen, waar geen gas en geen elektriciteit meer is en waar men naar de gaarkeuken moet om een pakje eten op te halen. In de grote steden ontbreekt bij veel gezinnen ook de brandstof, al is dat hier in veel gezinnen ook al het geval en dus is men druk aan het slepen met clandestien gekapte bomen. Moe had in haar tuin hoog opgaande populieren staan, die toch al wat het licht en het zicht belemmerden en vandaag heb ik er een omgezaagd, morgen weer een zodat daar heel wat houtjes van komen. Ben ik weer thuis, dan maar eens zien hoe het daar met de brandstofvoorziening staat. Komt het krap dan zagen we daar de appelboom desnoods om.
Tante Jinke is na heel veel omzwervingen bij Vader en Moeder aangekomen, mager maar toch nog welgemoed. Ze was in Arnhem, waar Titie en Wim alles verloren hebben, zoals de meeste anderen daar.
Met de oorlog staat het de laatste weken stil. Brabant en Limburg zijn praktisch bevrijd, maar er is blijkbaar veel verwoest. In Zeeland zitten de Duitsers nog op enige eilanden, maar Walcheren is van de kaart verdwenen. Een groot offensief schijnt echter voor de deur te staan, zelfs in Duitschland houdt men er terdege rekening mee en dan moet het een doorbraak op grote schaal worden, want ook de Russen zitten niet stil. Misschien komt de rest van ons land er genadig af.
Het is geen prettig gezicht mensen te zien evacueren met een kruiwagen, met een kinderwagen of een kar, waar een beetje overgebleven spullen op liggen. Met fietsen kom je niet ver want die worden afgenomen. Mensen met gezichten waar de wanhoop op geschreven is om van de kinderen maar te zwijgen, die niet eens meer huilen. Zo liepen ze over de wegen bij Zevenaar, vrouwen, kinderen en oude mannen.
Vroeger, toen we het over de invasie hadden, waren er fanatiekelingen die zeiden, dat ze het er graag voor over hadden, zouden ze het nu nog zeggen? Gelukkig heb ik niet te kiezen: invasie, verwoesting, bevrijding of de Duitse bezetting. Wij allen zijn maar pionnen op het militaire schaakbord, die naar believen heen en weer geschoven kunnen worden.
Met de zaak is het hopeloos gesteld, heb ik wel begrepen: inkoop is er praktisch niet meer, omdat de fabrieken en het vervoer stil ligt. In iedere plaats razzia’s op mannen, zodat niemand meer aardigheid in het zakendoen heeft; de zorg om het dagelijkse bestaan is veel te groot geworden. Onze verkoop staat ook stil, nu van Dijk en Johan weg zijn en de houten schutten ook overdag voor de ramen blijven, een enkele klant stapt nog eens binnen en wordt dan door Jeltje of Nelly te woord gestaan.
Nu de verwarming niet meer brandt, is het in de winkel behoorlijk koud en zitten beide dames ook in het enige vertrekje in huis, dat verwarmd wordt met een potkacheltje waarvoor nootjesbrandstof eigenlijk niet geschikt is en waarom een normaal mens eigenlijk twee stel hersens moet hebben, één om aan het kacheltje te denken en te zorgen dat het niet uitgaat of te heet wordt en een ander stel om de kinderen en het huishouden op orde te houden. Ger presteert het om met 1 stel de zaak voor elkaar te houden, al was ze deze week op een avond zo giftig op het kreng, dat ze hem een schop gegeven heeft en ziet, zelfs het kachteltje begon weer aan te trekken.
Zondag ga ik denkelijk weer naar huis, al hoe goed ik het ook bij Oma heb, maar de eigen omgeving gaat toch boven al, daar is je werk, want dat nietsdoen bevalt me slecht, nu ik weer een stuk opgeknapt ben. Thuis ben ik nodig, al beweert Ger van niet, maar tussen de regels door voel ik dat het anders is.
De zaak een beetje op gang houden, nu Sint Nicolaas voor de deur staat, is ook niet ongeschikt. Om Sinterklaas te vieren, daarvoor is de tijd niet je dat, al willen de mensen elkaar toch wel iets geven. Vasthouden van goederen komt me ook minder goed voor, gezien de ervaringen in Zevenaar, al wil dat ook weer niet zeggen dat we hier in Leeuwarden hetzelfde zullen beleven.
Oorlog wordt meestal op de traditionele slagvelden uitgevochten. In 1940 was dat Brabant en Gelderland, ook nu, hoewel op veel grotere schaal, wordt daar op leven en dood gestreden.
Twee vrouwen komen net voorbij met een kinderwagen vol hout om in deze koude en mistige dagen toch wat te stoken te hebben bij het kleine beetje brandstof, dat nog beschikbaar besteld kon worden. Twee zakjes voor deze winter! Alle kolen in de provincie aanwezig zijn naar Leeuwarden gehaald voor de gasfabrieken en elektrische centrale. In Huizum is geen gas meer. Dat de grote plaatsen nog gas en elektra hebben, zal wel komen omdat daar Duitsche troepen gelegerd zijn.
Vanavond vertelde Ger me wat over de voorbereidingen en over de stemming, waarin ze verkeerde toen ze mij in Zevenaar op zou gaan zoeken. Niemand van haar kennissen was er nog geweest, wel waren verschillende dames onderweg, maar nog geen was met concrete feiten teruggekeerd. Wel had Ger een enkele van mijn brieven ontvangen, maar zoals het meer gaat, dacht ze dat ik de toestand te rooskleurig beschreef. Naar Dr. Huizenga ging ze en vroeg hem of hij mij per ziekenauto op zou willen halen, doch het antwoord was zeer negatief: Voor geen geld waag ik me in die hel!
En ook Ger werd de reis afgeraden: één van het gezin in doodsgevaar was al mooi genoeg, ze mocht haar leven ter wille van de kinderen niet wagen. “Ja, bij Meppel begint het al, hele series stukgeschoten auto’s langs de weg, de kogels vliegen je om de oren, alle wegen worden gebombardeerd, niemand mag er meer fietsen” enz., dat alles moest ze aanhoren, waar nog bij kwam dat enkele kennissen, waarvan manlief, een vrijstelling gekregen had, haar toevoegend: Hoe kon je Gof laten vertrekken. In jouw plaats had ik wel gezorgd dat hij niet ging. Al die gezegden brachten Ger niet in tranen of in wanhoop, maar deden hoe langer, hoe meer haar woede ontvlammen.
Daar kwam toen mijn briefkaart met adres in Zevenaar nog bij, waarin ik mededeelde dat de geelzucht me wat te pakken had genomen en toen Ger dat las, was haar besluit genomen om me te halen met of zonder Ausweis. Een woede op die werkelijkheid die mij in Zevenaar hield, waar haar actieve geest zich niet zo maar bij neer wilde leggen. Ger haar aard is zo, dat ze zich niet bij de gang van zaken neerlegt, neen, ze neemt de zaak zelf in handen. Dat ze haar drie kinderen moest achterlaten en een bijzonder ongewisse tocht tegemoet ging om mij, dat is iets wat me lang zal heugen. Dat de tocht minder ongewis bleek te zijn, dan wat ze meende, doet aan de zaak niets af.
Juist vanavond vertelde Ger me toen ze me een eind naar Oma opbracht, over de morgen dat ze om vijf uur ’s morgens op de Lange Pijp op de fiets zat, over de ellendige stemming waarin ze verkeerde bij het achterlaten van Marijke, Thoma en Saskia. Het was donker en doodstil op straat en daar sta je dan, eenzaam en alleen, terwijl aan de ene kant je hart je trekt naar je kinderen en je aan de andere kant je man in het grootste gevaar denkt, omdat je de werkelijke omstandigheden niet weet. Het was als de gang naar de tandarts, zou ik maar niet weer naar huis gaan, de pijn valt wel wat mee, en thuis is het toch zo gezellig. Maar in zulke gevallen wint Ger haar doorzettingsvermogen het altijd: geen uitstel.
Er kwam nog bij dat het aflopen van alle instanties om die “Ausweis” voor mij te krijgen, haar woede ook aanwakkerde. “Die lammelingen willen of kunnen niet zorgen dat Gof terug komt, nu dan zal ik hem wel gaan halen”. Dat was het voorspel van Ger haar tocht. Toch ging ook haar de zorg en de angst niet in de koude kleren zitten, want toen ze in Deventer aankwam, na een halve dag wachten in Doesburg bij een brug waar ze controle uitoefenden, had ze om haar lippen een flinke koortsuitslag. Tamelijk luchthartig ben ik weg gegaan, terwijl het Ger een hoop moeite, narigheid en angst bezorgd heeft om me terug te krijgen.
Zevenaar en omgeving is mooi, maar ik ben blij weer thuis te zijn. Het is hier beter, ten miste tot nu toe. Onze wat bedrukte stemming in Zevenaar was het gevolg van de belofte in de kranten, dat we voor 14 dagen verplicht waren te gaan werken in een van de drie Noordelijke provincies, terwijl bleek dat ook dit louter leugens waren. Een geluk was, dat wij onze persoonsbewijzen konden houden, de mensen die nu tewerkgesteld worden, raken ze kwijt, teneinde het ontvluchten veel moeilijker te maken. Juist de laatste dagen horen we van meerdere medegravers dat ze de benen genomen hebben en thuis zijn. Mijn vrijstelling doet me op het ogenblik tamelijk veilig zijn, maar andere maatregelen zullen al wel in de pen zijn.
Nu ben ik al weer veertien dagen thuis, maar leef nog geheel in de Zevenaarse sfeer en weet soms ’s nachts niet als ik wakker word, waar ik ben. Morgen woensdag 22 november ga ik weer naar de Nieuwestad toe, na bij Moe danig wat te hebben opgegeten. Het heeft me goed gedaan, zodat ik weer kan werken voor eigen huis en haard.
Oktober en november zijn een paar slechte maanden geweest, meerdere zullen volgen nu de inkoop bijna geheel stilstaat, want voor november hebben we nog niet één factuur in het inkoopboek geschreven. De verkoop is ongeveer ƒ 1.000,- geweest, maar er zijn beroerdere dingen op het ogenblik in deze wereld. Ik zal hier en daar nog maar eens heen schrijven om wat goederen, maar veel zal er niet komen, alles staat immers stil, de mannen en de voorraden zijn nergens veilig. Ik heb Jeltje een lijstje gegeven van de meubels, die we nog verkopen kunnen. De prijs maar een flink stuk hoger gezet, want we moeten ook leven en alles is duur genoeg. Wordt de boel later toch nog gevorderd, dan ben je alles kwijt.
Ik vind Arnhem een afschrikwekkend voorbeeld, al komt het me voor dat de geallieerden de rest van ons land boven de rivieren kalm laten liggen. Het is geen kleinigheid om bijv. alles wat ten westen van de rivieren woont te voeden, 5 tot 6 miljoen mensen, in leven te houden laat men graag aan de Duitsers over. De beslissing zal wel elders vallen. In de Hollanden groeit veel te weinig, alles moet aangevoerd worden. Max Blokzijl voorspelt voor deze winter hongersnood en geeft de stakers van de spoorwegen de schuld, terwijl men aan de andere kant van de Noordzee bidt om het onheil af te wenden.
Misschien dat het Rode Kruis nog wat kan bemiddelen, zodat en in Duitsland en in Engeland voedsel beschikbaar gesteld wordt, al is dat wel wat een optimistische redenering, die gespeend is van de wraakzuchtige stemming, die de beide oorlogvoerende partijen jegens elkaar koesteren. Het offensief is nu weer geheel tegen Duitschland gericht, vooral bij Venlo en Roermond tracht men door de Duitse stellingen heen te breken naar het Roer- en Saargebied. Duitschland zet alles op alles om z’n vijanden buiten de grenzen te houden, wel wetend dat ieder huis en iedere struik verwoest wordt. Men past de tactiek der verschroeide aarde ook op eigen gebied toe en waarom dan niet op die van een ander? De Russen zitten tegenover Boedapest, maar voor de rest geen nieuws.
Gistermiddag liet een aangeschoten Tommy z’n benzineblikken vallen, waaronder enkele volle, vier huizen in lichterlaaie, twee mensen dood enkele gewonden in Werkmanslust. Een mooi woord voor een rot buurt.
De kolennood heeft tot gevolg dat het gemaal in Lemmer niet werkt en het water heel hoog staat, het Vliet staat er bijna onder, bij Moe achter huis een grote waterzee, bij de Grote en Kleine Wielen idem. Overal worden de bomen gekapt, omdat er geen zwarte brand meer is. De Pasteurweg is kaal, hier en daar een stomp, die nu door gemeentewerken ook maar weggehaald wordt en de straat gedicht. De dikste populier bij Moe staat nog, als het krap komt kan die ook nog om en vervolgens het tuinhek en de schutting.
De jongens in Zevenaar zullen het ook wel koud beginnen te krijgen in de onverwarmde tochtige schuur, misschien zijn ze er ook niet meer. In Tinaarlo was het door het goede weer best uit te houden, maar Zevenaar was al weer een graadje minder, we komen verder in de tijd. Een van de jongens zei eens in Tinaarlo, omdat hem het leven er zo goed beviel: Als ik thuis kom, gooi ik m’n meubels op straat, leg stroo in de kamers, slaap met de kleren aan, pis tegen het behang, kak op straat en ga met m’n etenspannetje op het hekje voor huis zitten. Maar in Zevenaar waren z’n opmerkingen van andere aard en werd het eigen huis te meer gewaardeerd en nu is het nog geen winter!
Gelukkig dat de kinderen het zo goed maken, Marijke is zo levenslustig, dat ze de hele dag niet stil zit en ook haar mond de godganse dag aan een stuk door ratelt. Thoma is de getrouwe echo, die Marijke alles nadoet, eet niet zo daverend, maar het komt erin, al geeft het wel eens huilbuien. “Thoma is lief, ikke ben niet stout”, wordt er met een pruillip beweerd, als de boterham weer eens een keer moeilijk naar binnen wil en we ons geduld verliezen en met de vuist op tafel slaan. Het eten is voor Thoma een straf, met Marijke hebben we ook zo’n periode gehad, maar dat is nu overwonnen en eet ze lekker, al knoeit deze jongedame hevig. In alles even slingerend, geen aandacht en door het minste afgeleid en dan vallen de stukjes brood zonder erg op de grond of houdt ze haar kroesje zo scheef, dat de melk eruit loopt.
Over Saskia hoef ik niets te zeggen, die raast als de fles niet vlug genoeg komt, maar is verder stil, ze heeft een kleur op de wangen en ziet er zeer goed uit, het wordt net als de anderen een lang kind. Ger draaft en vliegt ondertussen in haar huis, of liever haar ene warme kamer rond om alles op orde te houden. Als ik weer thuis ben, kan ik wat voor haar doen en wat werk uit handen nemen.
Het kacheltje bijv. dat nu pas sinds een paar dagen goed trekt, omdat Winters er het achterstuk afgenomen heeft, dat kacheltje is de wanhoop geweest, werk, werk, en nog eens werk om hem aan de gang te houden en het resultaat stof, rook en nog eens rook. Eerst de pijp door het raam, wolken rook in de kamer, toen de pijp door het dak, wat al verbetering gaf, maar nog geen ideaal, want een paar keer per dag bezweek het kreng door gebrek aan trek. Het achterstuk met klep voor het rookgat was de boosdoener. Weet zoiets nu maar een direct als je nooit een kachel gestookt hebt door de centrale verwarming. Winters gaf de brandstof steeds de schuld.
Zojuist zijn er weer een serie bommen gevallen, denkelijk op het vliegveld, nogal ver weg, het huis trilde niet erg. In Zevenaar stonden we buiten, zagen ongeveer de vliegrichting en wisten de richting waarin de bommen vielen, maar zit je in huis en je ziet niets, dan heb je steeds het gevoel dat juist die bom op je dak zal vallen.
Van de distributiedienst heb ik een toewijzing voor 6 maanden gekregen voor suiker en pap, moest broodbonnen inleveren, maar dat is niet zo erg, want Saskia eet nog geen brood en tarwe kunnen we hier of daar nog wel op de kop tikken. Die suiker is voor Ger een prachtig middel om door de tijd te komen, want met wat suiker in het eten of de pap is het voor ons allen veel smakelijker.
Vier maal luchtalarm deze dag. Het begon om 11 uur, toen om 1, vervolgens om 7 en 9 uur, dus dat gaat nogal, tenminste als de negen uur voor vandaag het slot is.
In Zevenaar, mannen onder elkaar, hadden we in de herrie van het leven toch wel vrede met elkander en waren er niet zo veel wrijfpunten, hier in Leeuwarden in ons gezin is het wat andersom. Ik denk dat bij Ger de reactie een beetje komt, na de spanning en drukte van de twee laatste maanden en dat ontlaadt zich wat op haar familieleden. Van de week al een klein geschil gehad, omdat ze van mijn opgespaarde zilveren munten van voor 1940 een paar lepeltjes had laten maken. Soit, per slot van rekening doet het er ook niet zo veel toe. Na de woorden die we er over hadden, kwam Corrie aanzetten met een paar, die ze nog bij haar thuis hadden en wel wilde afstaan. Dubbeltjes, kwartjes, halve guldens enz.
Vanmiddag begon Ger echter uit te pakken over de melkhalerij. Corrie haar vader, Reitsma, deed het tot nu toe voor ons, omdat hij een vrijstelling voor z’n fiets heeft, maar om die fiets zaten slechte banden. Toen onze banden gepast. Mis. Teneinde raad de bakfietsbanden. Mis. Zodat er niet anders over bleef, dan Ger haar fiets, waarvan zich de ene band begaf, terwijl hij bij Sneek in de buurt reed om voor zichzelf ook het een en ander te halen. “Moeten wij onze banden maar door een ander laten verslijten? De enige oplossing is dat ik ’s avonds zelf maar weer naar Jellum rijd, maar daar heeft Reitsma dan geen melk mee! Zeg nu maar wat we moeten doen, want ik heb geen vijstelling voor de fiets en kan hem gemakkelijk kwijt raken”. Door al dat gepraat waren de gemoederen tamelijk verhit in Moe haar achterkamer, waar Marijke en Thoma maar ook Vader, die daar toevallig een boodschap had, al zaten. Ger en Vader kunnen elkaar over het algemeen best verdragen, maar Ger wenst direct de oplossing en Vader is tamelijk staf en langdradig. Hij is per slot van rekening ook al bijna 70 jaar. Vader stond maar verongelijkt op en verdween toen de toon te persoonlijk en te heftig werd, maar Ger moest haar gal kwijt en dan is er altijd wel één die de bui over zich heen moet laten gaan. Ze heeft een ander dan vaak op kookpunt gebracht, communicerende vaten, en is zelf bekoeld.
Ook vind ik dat ze Corrie te lief behandeld, haar altijd de hand boven het hoofd houdt, natuurlijk zou het een ramp zijn als onze hulp verdween. Zo’n huishouding op het ogenblik in het spoor te houden, daar behoort wat toe. Juist vanavond bracht er iemand 10 pond vlees, prachtig, maar waar braad je zoiets in? In vet of boter! Maar dat moet ook eerst bij de helsdeuren weggesleept worden. Ondanks het feit dat je dankbaar voor dat vlees bent, kwam het natuurlijk op dat ogenblik erg ongelegen. Goed, Mama’s aard is zo, en het mijne is weer anders. Normaal lopen we in dubbel spoor en gaan we gelijk op, maar de rails kruisen zich nog al eens en dan moet je wat bedacht zijn op deraillement. Haar aard verandert niet, maar ik het mijne net zo min. Geef eens raad?
Steeds meer mensen komen er uit Zevenaar, of liever momenteel Hummelo, terug in Leeuwarden, het wordt te bar. Trimbach die in het ziekenhuisje lag, er op de bewuste zondagmiddag heengebracht werd, lag daar met 89 anderen, kris kras door elkaar. Diphterie, tuberculose, schurft, luizen enz. Een net gezelschap dus. Die 89 waren door de dokter uitgezocht en waren ook werkelijk ziek en moesten behandeld worden. Trimbach bleek flink bronchitis te hebben en was dus niet de gezonde zieke waarvoor hij zichzelf uitgaf. Die 89 man werden de volgende dag gekeurd door de S.S. 13 Mochten er naar huis, een klein deel mocht blijven om wat op te knappen en de rest kreeg een schop onder zeker deel: Arbeiten Mensch!
Hofstede is een paar dagen hulp van de dokter geweest, omdat hij een zaak in ziekenhuisartikelen had, maar was toen zo vies van het hele zaakje, dat hij verdween, achteraf bleek ook dat hij ziek was. Het eten in het ziekenhuisje was nog slechter dan bij de Weduwe Todt en de mannen die daar in het stroo lagen, hadden het niet te best. Trimbach met z’n bronchitis stond in no time weer op straat. George Lammers raakte zo van streek door z’n gedeprimeerde humeur, dat ze hem in Doesburg in het ziekenhuis op moesten nemen. Ook Steensma kwam daar terecht en kon zelfs met Ausweis niet vervoerd worden. Zo raakten velen van de kaart. Wij kantoormensen kunnen niet voor grondwerkers spelen, wel een week, wel twee, maar daar is het mee bekeken.
De 35 man bij Brinkhof zijn nu tot 19 teruggebracht, waar dan nog de helft ziek van is. 16 Hebben dus al kans gezien om thuis te komen of zijn door de vrouwen bevrijd. Enkele zagen kans een fiets te stelen van een Todt man en zo te verdwijnen, enkelen reden op een voedselauto op het spatbord mee. Ieder die verdween maakte avonturen mee, de een meer dan de ander minder. Controle op de wegen, fietsenvordering en noem maar op.
Door het uitzichtloze leven in Zevenaar kreeg Havinga, de kamerwacht, het op een middag op z’n zenuwen, gooide met borden en timmerde klompen in elkaar en smeet ze in het fornuis. Klompen die met geen goud te betalen waren. Het eten was slecht en bleef slecht. Een lam, een varken en een gevonden achterbout van een koe brachten even uitkomst. Voor de Wehrmacht stond een vrachtauto koeienbouten langs de weg ergens te wachten, wat een van onze mannen merkte, naar de schuur verdween, een touw opscharrelde, een lus maakte en langzaam naar de auto met bewakers slenterde. Toen de mannen instapten om verder te rijden, werd als de bliksem een lus om een poot gelegd en het end van het touw om een boom. De hele bout werd netjes uit de vrachtauto getrokken. Met het afkeuren door de dokter in Tinaarlo beleefde Cor Annyas een strop. Als zo velen stond hij in de rij met een doktersverklaring, dat hij veel en spoedig last van ischias had bij een huisvesting, die niet te goed was.
Onze schuur bijv. was niet je dat en tochtte nogal wat en dan op de grond slapen. De dokter keurde hem dan ook af, zodat Cor, gelukkig met z’n ontslagbriefje, z’n koffers en dekens begon te pakken en de richting Groningen insloeg om vandaar uit per kar, boot of anders maar lopend Leeuwarden te bereiken. Dit was om vijf uur in de middag dat hij op weg ging en met hem liep iemand, die beweerde het aan de maag te hebben, maar desondanks fleurig surrogaat sigaretten rookte.
De dokter keurde vaak en veel af en had van de S.S. een uitbrander gekregen en onder druk gezet, doodschieten, concentratiekamp enz. en had maar te zorgen, dat z’n afgekeurden terug kwamen. De dokter toog op de fiets en reed de wegen af om degene die daar liep en kennelijk een graver was, hem z’n eigen vrijstelling weer afhandig te maken: Untauglich. Hij trof Annyas en de andere man ergens aan en vroeg naar de papieren. Ischias. Wanneer iemand werkelijk ischias had, zou hij niet in staat zijn om vijf kilometer met een koffer en een pak dekens te sjouwen! “Zurück, arbeiten”. De maagpatiënt kreeg te horen dat roken zeer nadelig en maagbezwarend was. Een maagpatiënt zou het wel laten om te roken. “Zurück, arbeiten”. Beide vrijstellingen werden verscheurd. Annyas kwam ’s avonds doodmoe in de schuur terug na 2 maal 5 km. voor niets gesjouwd te hebben.
Tante Jinke heeft nu pas bericht gekregen via een ander, dat Jaap ongeveer een maand (!) geleden, eind oktober, bij een razzia in Hilversum opgepakt is en weggevoerd naar Zevenaar. Van Jaap zelf is nog nooit een berichtje binnengekomen. Ook Tittie en Wim hadden Otterloo te verlaten, waar ze tijdelijk gehuisvest waren na de evacuatie uit Arnhem. Ze hadden zich ergens naar de Achterhoek te begeven, een reis van drie dagen op een platte wagen met meer mensen en veel kleine kinderen in guur novemberweer. Titie schreef, dat ze deze tocht geweigerd had, maar waar ze nu wel zitten is niet bekend. Wim als dokter bij het Rode Kruis had nog wel de beschikking over een auto, maar er wordt gezegd, dat al die auto’s nog in beslag genomen zijn, wegens vervoer van Engelse parachutisten enz. Nu ja, waar een hond geslagen moet worden, is allicht een stok te vinden, natuurlijk is de kans groot dat er van dit verhaal wat waar is.
3 december 1944
Marijke is deze week al vijf jaar geworden, een heel kind met een eigen vriendenschaar, een eeuwig ratelende mond en met haar bebrilde ogen ziet ze je venijnig aan. Een actief, onrustig meiske, hongerig en er prima uitziend, zo stapt ze momenteel in huis en op straat rond met Loeki, Koosje en Grietje. Elkaar vliegen afvangend en zorgend niet te kort te komen. Marijke kan moeilijk wat van haar eigendommen afstaan, is er als de kippen bij een ander wat af te dieven, maar is dat dan eenmaal thuis, dan weet Thoma er in een onbewaakt ogenblik wel raad mee. Je moet dat nieuwe toch grondig onderzoeken! Dat er dan wel eens wat spaanders afvliegen is niet zo erg. “Thoma kippen”, maar bij knippen blijft het meestal niet, scheuren is zo veel aardiger.
Zo gemakkelijk als Marijke op het ogenblik eet, zo veel ellende geeft het om Thoma het eten naar binnen te werken. Iedere hap wordt in de wangholten opgeborgen en ze krijgt een hele bolle toet waar we steeds meer bij proppen, er af en toe in knijpen, teneinde raad moet ze dan wel slikken. “Thoma wil niet kouwe, Thoma’s wang doet pijn”, wordt ons verteld. Met het brood, met het middageten, steeds tranen, steeds herrie. Toch ziet ze er goed uit, is niet gauw moe en speelt de hele dag. We zullen maar rekenen, dat er niets aan mankeert.
Zusje Saskia, zoals Thoma zegt, groeit als kool, raast om de flesjes, altijd honger en ziet er als een wolk uit. Toch bezorgen die drie hummels een hoop werk, veel vuile luiers, waar geen zeep meer voor is. Zeep, soda enz. is er niet meer in onze huishouding. Van alles proberen we te ruilen voor zeep.
Tiet schreef uit Amsterdam, dat het broodrantsoen verlaagd is, verder geen melk, gen boter en geen vet. Ze kregen als compensatie een flesje slaolie. Aardappels zijn er bijna niet te krijgen en de rest navenant. Gas en licht uitgevallen en vermoedelijk binnenkort de waterleiding. De Amsterdammers beginnen wel heel erg in de knel te raken. Ook voor de hoofdstad van ons land waren plannen in de maak voor razzia’s. De Grüne Polizei was daartoe gehuisvest in twee scholen, welke evenwel door vier Tommy’s uitermate nauwkeurig weggebombardeerd zijn. De razzia’s zijn tot nu toe uitgebleven.
Ons kacheltje doet het nu prima, we hebben er geen zorgen meer over en omdat we ook nog brandstof van vorig jaar hebben overgehouden, kunnen we ons kamertje nog goed verwarmen. De brandstof is in veel gezinnen het grote probleem en als er dan ook nog op gekookt moet worden, zoals in Huizum, waar geen gas meer is, dan zullen er bomen omgehakt moeten worden. De gaarkeuken is er wel, maar een hekel aan dat middageten is algemeen. Mogelijk is het beter dan in Tinaarlo en Zevenaar, maar de room is van de pap.
Dinsdagmorgen toen ik in de etalage toevallig wat aan het opruimen en rechtzetten was, stapten er onverwachts twee agenten bij me binnen, waardoor me de schrik, ondanks de “Ausweis”, om het hart sloeg. Toen er naar een fiets gevraagd werd, was dat eigenlijk een opluchting voor mij, maar mijn zinnen had ik niet geheel in bedwang en kon zo vlug niet een geschikt antwoord bedenken om de gevreesde vordering te voorkomen en Ger haar fiets een te gemakkelijke prooi werd. Als ik er nu later over denk hoe stom ik geweest ben om me direct in een hoek te laten drukken, verwens ik mezelf telkens weer.
Steeds overvalt me die bangheid bij verschillende gelegenheden, zoals nu weer bij de fietsenvordering. Eerst een radio ingeleverd, naar Tinaarlo en Zevenaar gegaan en nu de fiets, wat moet nog volgen. Ik probeer me er wel tegen te verzetten, maar als een lawine overvalt me de angst dan weer en maakt je praktisch weerloos. Gelukkig dat Ger zo’n heel andere natuur heeft, maar ik kan me voorstellen dat het haar prikkelt. Toen ze van het weghalen hoorde, was ze dadelijk overstuur en tamelijk radeloos. Zonder fiets is niet in Jellum te komen voor de melk van Saskia en zo zijn er zoveel gelegenheden, dat er buiten uit eten gehaald moet worden.
Nu hadden we nog met ruilen een kistje oude kwaliteit sigaren gekregen, 100 stuks en zeker ƒ 400,- waard. Doordat Ger wanhopig was, vloog ze naar buurman Hoogeveen en bezwoer de man een fiets te geven, waarbij het kistje sigaren aangeboden werd, maar de gift van 100 sigaren voor een fiets zonder banden is een te royaal aanbod. Ook in deze ruilpartij ben ik niet verstandig genoeg geweest om tegen Ger haar optreden in te gaan. Wel zal Hoogeveen nog kaarsen en carbid geven, maar waar twee ruilen moet er één huilen. Genoeg daarvan, de fiets is gekomen, het is geen beste, maar wel een goedlopend exemplaar en we zullen het er mee moeten doen, de eigen reservebanden, die we in het begin van de oorlog gekocht hadden, kunnen nu hun diensten doen.
Dat vorderen en meenemen van de fiets door de beide agenten beviel ons toch niet erg, vandaar dat Ger aan de politieluitenant Van Leur nog een brief schreef met het verzoek tot betaling of een bewijs van vordering. Drie dagen hoorden we niets, totdat er vanmorgen een briefje bezorgd werd en Mevrouw Miedema- den Daas verzocht werd op het bureau te komen en daar vernam, schrik niet, dat haar fiets in het geheel niet gevorderd was, maar dat ze hem alleen maar verhuren moest voor 10 weken voor ƒ 3,50 per week en hem na afloop in behoorlijke staat terug zou ontvangen. Dat Ger een brief schreef kwam, doordat ze direct na het ophalen van haar karretje naar het bureau stapte en daar met andere dames en heren weer uitgezet werd, omdat de heer luitenant het gedonder over de fietsen niet meer aan z’n oren kon verdragen. Proost. Daarom dachten we dat Ger haar fiets voorgoed kwijt was, zonder betaling en zonder vorderingbewijs. Al met al één der strubbelingen in den huize Miedema. Zand erover, volgend verhaal.
De voedselpositie is weer wat verbeterd door een rit per begrafeniskoets met twee zwarte paarden bespannen door Vader, Moeder en Tante Jinke langs verschillende boeren in het Bildt. Zwarte gordijntjes voor de ramen en een koetsier met hoge hoed voor het ceremonieel. Alleen in Beetgumermolen wilden de paarden niet verder, want ze stonden voor het kerkhof en normaliter is dan de rit ten einde. Weet een paard veel dat het oorlog is. Groene erwten, tarwe en suikerbieten was de oogst. Zeer welkom voor de komende tijd. Nu nog eens zien om een stuk spek en wat vlees en dan kan er erwtensoep gekookt worden. Wat hout voor het kacheltje moet ik ook nog zien te bemachtigen, de nood is nog niet zo hoog gestegen, dat je je eigen ledikanten op moet stoken.
Het licht zal een dezer dagen wel uitvallen en dan zitten we in het donker, zoals het grootste deel van het land. Een beetje petroleum en wat kaarsen en een carbid lantaarn is in de maak. Sint Nicolaas gaat tamelijk ongemerkt voorbij, in de zaak nog wel wat verkoop van kleine meubelen, die ik maar niet boek, ook privé noteer ik niet en betaal geen belasting. Ze moeten maar aanmaningen sturen.
Door het vorderen van arbeidskrachten ook op overheidskantoren raakt alles in de war, komen salarissen en pensioenen in de knoop en wordt er niet of met achterstand uitbetaald. Steeds grotere chaos, allerwegen.
De regenval in Europa is zeer groot, de rivieren staan over de uiterwaarden heen tot de dijken toe. Ook in Friesland is het water zeer hoog, de Boxumerdam blijft nog precies berijdbaar, greppels worden sloten, sloten worden vaarten, maar Ger kan nog in Jellum komen voor haar melk. Er scheen een offensief in de maak geweest te zijn, maar is denkelijk afgelast, het is geen vechtweer.
Nieuwe divisies schijnen nu via Antwerpen aan te komen en gaat dat door, dan is er een kansje dat de overmacht zo groot wordt, dat er een doorbraak over de Rijn geforceerd kan worden. In Athene wordt gevochten tussen regering plus Engelsen tegen communisten. Wat zegt Moskou daarvan? Hoe verder Duitschland in elkaar zakt, hoe groter de tegenstelling wordt tussen de Engelsen en Amerikanen enerzijds en de Russen aan de andere kant. Rusland probeert dan ook nog onder eigen broeders in de leer, met communistische propaganda en relletjes onrust te verwekken.
Ds. Bruins was vanavond even bij ons en het gesprek kwam zoals gebruikelijk tegenwoordig ook op het licht, waarvan dominee vertelde dat het over enkele dagen gedaan zou zijn. Hij deelde zijn oplossing van het lichtprobleem aan ons mee: een fiets in de kamer op een stander en dan om de beurt een half uur trappen. Aan de dynamo drie lichtpunten op tafel, zodat drie mensen wat kunnen lezen of verstellen of wat dan ook. Ik weet niet of de familie Bruins deze lichtvoorziening lang zal kunnen volhouden. Ds. Bruins vertelde deze methode ook aan een kennis, die hem echter van het volgende repliek diende: Ja dominee, bij U in dat grote huis en in die grote kamer gaat dat wel, maar onze kamer is daar veel te klein voor. Inderdaad valt het fietsen in behoorlijk tempo om de tafel ook niet mee.
Met gas zal in nevenstaande advertentie wel bedoeld worden het methaangas dat gebruikt wordt voor de aandrijving van de motor i.p.v. benzine. Alles wat nog rijdt immers is op gas, methaan en lichtgas in cilinders geperst tot 150 atmosfeer of met generator op houtblokjes. Ook de Wehrmacht rijdt met zulke auto’s.
Schuine advertenties komen ook al voor. Hoe durft het mens zich in de krant te huur aan te bieden. Van der Schaaf ziet het zwerk drijven en wil zeker per advertentie den volke kond doen, dat z’n relatie met de N.S.B. verbroken is. Of hij z’n lidmaatschap op kan zeggen, weet ik niet. Eenmaal lid blijft lid, meen ik.
10 december 1944
Zondag. Tijd om verder te pennen. Gistermorgen werden we gewekt door het alarmsein om zeven uur. “Luchtalarm, alles veilig, luchtalarm, alles veilig”. Razzia’s. Vlug schoot ik m’n kleren aan en door de gordijnen op straat getuurd, maar daar was niets te zien. Doodrustig: hier en daar een paar vrouwen. Corrie, Jeltje en Nelly kwamen om half negen niet opdagen en ook op straat was het zeer stil, een enkele oude man of vrouw sjokte de Nieuwestad langs. De rest van de mensen bleef thuis met de deur van de schuilplaats open.
Om half tien liep er een troep gesnapten langs de Nieuwestad op weg naar het, door prikkeldraad omgeven, Zaailand, waar de mensen voorlopig konden wachten op de dingen die komen gingen. De bruggen om de binnenstad werden bewaakt en bij de muren op de wegen rond de stad kon je wel naar binnen, maar er niet weer uit. De mensenjacht had weer eens een aanvang genomen. Van buiten af werkte de Grüne Polizei naar binnen toe.
Om half elf kwam Moe aanzetten en een half uur later Corrie met veel verhalen over opgeborgen en verstopte mannen. De aanleiding tot deze razzia’s was de ontsnapping van ruim 40 politieke gevangenen met behulp van zogenaamde S.S.-mannen uit de gevangenis jongstleden vrijdagavond. De wachten werden overmeesterd en enkele bewaarders, die in het complot zaten, meegenomen. Juist toen men bezig was met het uit de cellen halen van de mensen, die niet naar de Duitse pijpen wilden dansen, belden er twee echte S.S.-mannen bij de gevangenis aan, ze werden binnengelaten en onschadelijk gemaakt, voordat ze “pap” konden zeggen, uitgekleed en in een cel opgesloten, zo wordt er verteld.
Gistermiddag om een uur werd de Nieuwestad afgezet en begon men hier met het nazoeken der huizen. Bij de bioscoop stapten een hele serie soldaten binnen, die daar door Span rondgeleid werden. Op zolder lagen appels, waar de zoekers allemaal één van kregen en toen was de kous af. Span vroeg nog: Moeten jullie nog bij de huizen hiernaast zijn? “Nein, wir sind satt!” Dat was overduidelijk. De hele razzia heeft niets om het lijf gehad, want alle gezochte mannen bleken goed verstopt te zijn. Elk huis heeft immers z’n schuilplaats.
Zelf heb ik een dik uur in het keldertje onder de trap, onder de vloer gezeten; maar wel een potje aangereikt gekregen, want ik moest hoognodig een plas doen. De Duitsers die bij Mevrouw Morrema kwamen, zeiden direct tegen haar: Kein Mann ins Haus? Ze hoefde maar nee te knikken. Marijke hadden we maar bij Koosje en Grietje gebracht. Onze oudste dochter mocht eens wat te veel zeggen. Gistermiddag was alles afgelopen. Ook de opgehaalde mannen op het Zaailand werden toen weer vrijgelaten na op het persoonsbewijs een stempel van de S.S. te hebben gekregen.
Eerder is huiszoeking bij ons gedaan, toen ik in Zevenaar was. Corrie liet een Duitser het huis zien: “Ganz groszes Geschäft” en toen struikelde hij in het donker en viel languit over de weegschaal in de werkplaats. Vloeken geen gebrek. Een andere Duitser zag in de wieg bij Saskia: Ach, wie schön!
15 december 1944
Represailles voor het bevrijden van de 45 mensen van de ondergrondse uit de gevangenis, waaronder Overdijk van de woninginrichting op de Voorstreek, inspecteur Drewes, Johnny Barens de drogist, enz. zijn tot nu toe uitgebleven. Wel zijn alle, door deze mensen bewoonde huizen volkomen leeggehaald en wat niet meegenomen kon worden, vertrapt en kapot gemaakt.
Zondagavond kwam m’n buurman v.d. Veen me nog speciaal waarschuwen, dat er die nacht een groot aantal gijzelaars opgehaald zouden worden: bericht van de ondergrondse. Het bleek een loos alarm te zijn geweest, maar toch dek ik ’s avonds voor drie de tafel, berg m’n overjas en hoed op, leg kleren en schoenen zo klaar, dat ik er gemakkelijk mee in het gat verdwijnen kan, mocht de nood aan de man komen. Toch ligt er wel een druk op je leven, vooral ’s avonds. Het wordt dan zo stil op straat, alles stikdonker. Overdag lijkt het leven lichter. Bij het ophalen van gijzelaars gaat men willekeurig te werk. Is de gezochte “niet thuis”, nu dan is de buurman ook goed.
Guur, koud en mistig weer met Oostenwind hebben we de laatste dagen, slecht weer voor de brandstof, want 1 kit per dag te verstoken is eigenlijk te veel, de winter moet nog komen. Al het hout in de winkel bezie ik met argusogen, zou het ook verstookt kunnen worden? Het ene verwarmde vertrekje in ons grote pand is de trekpleister voor allen. Jeltje en Nelly naaien er, Ger helpt er Saskia, zelf zit ik er af en toe te boekhouden, Marijke en Thoma spelen er met de vriendinnen. De luiers hangen er te drogen boven ons potkacheltje. Het loophek heb ik gesloopt en een zijkant aan touwtjes aan de zolder gehangen. Luiers wel schoon, maar niet wit en af en toe “ploft” het kacheltje en wolkt het roet naar het plafond, maar ook dat mag de pret niet drukken. Een ketel water staat steeds op het kacheltje en vaak een pannetje met eten ernaast. Zo trekt ieder en alles profijt van de warmte.
Gisteravond stond er in de krant dat het licht uitvalt, behalve voor de ziekenhuizen, Wehrmacht natuurlijk, waterleiding en voedselvoorzieningbedrijven. De rest van de stad in het donker. 15 Kaarsen en wat petroleum hebben we nog. Volgende week is de kortste dag en dan gaan we goddank weer naar het lengen van de dagen toe. Het vervelende is natuurlijk ook dat de stroom voor de radio uitvalt en we geen berichten meer kunnen krijgen.
In bevrijd Nederland, in Nijmegen, gaan de kinderen weer naar school, wel krijgt men kleine rantsoenen levensmiddelen, maar het leven begint daar weer wat op gang te komen, terwijl in onze contreien de afbraak in volle gang is. Daar is men weer onder ons, zonder N.S.B., zonder S.S., zonder gevaar om opgepakt te worden en ieder doet z’n best om alles weer in het spoor te krijgen. Hoe lang zullen wij nog geduld moeten hebben?
Een zijdelings bericht via, via, meldde dat Jaap Jonkmans de benen genomen had en z’n spitbaas de Weduwe Todt voorwel. Vreemd dat de weduwe haar kroost zo slecht bij zich kan houden.
Gistermiddag voor het laatst naar Lekkum geweest om groente, wat andijvie en spruitjes. Door de vorst is het nu gedaan en kan ik niet meer terugkomen. Van Kalsbeek hoorde ik, dat ze bij de jongste razzia behalve Piet Tromp z’n schoonzoon, alle mannelijke huisgenoten te pakken gekregen hadden en naar het Zaailand gebracht waren, maar tot hun grote opluchting toch ook weer los gelaten waren: voedselvoorziening. O.T. vraagt al maar werkkrachten, maar zelfs de Duitse Ortskommandant ziet in welk een janboel ontstaat als alle mannen weggevoerd worden en gaat er tegen in.
Van Dijk zit nog steeds in Tinaarlo, maar Johan is uit Zevenaar verdwenen. Werk zou ik voor beiden nog wel hebben, reparaties aan bedden bijv. Nu scharrel ik alleen wat door de zaak heen, verkoop af en toe een kleinigheid, hak houtjes, ruim wat op en dat is alles. De rechte fleur is van alles af, net zo goed als dat de een of andere roman, tijdschrift of iets dergelijks mij en ook Ger niet boeien kan. Onze gedachten en ons doen en laten concentreert zich hoe langer, hoe meer om het naakte bestaan, al het andere is iets onwerkelijks en nu is het hier in Friesland nog zo goed. Komen er berichten uit Holland, dan is de toon nog veel meer in mineur. Geen radio, geen bioscoop, geen muziek, geen toneel, wel kwam George Stam, de musicus met schurft, uit Zevenaar. Ook vooraanstaande en begaafde mensen kunnen schurft krijgen, blijken daar niet immuun voor te zijn en hebben geen streepje voor.
Het leven van alle dag is aan de ene kant vervelend, want er is geen werk genoeg voor ons mannen en aan de andere kant is het te druk voor de vrouwen; met voor beide, uitschieters als razzia’s, fietsenvorderingen enz. Nel Melis vertelde Ger laatst dat ze soms aanvechting had om haar hele servies aan diggelen te gooien en mijn eega weet daarvan mee te praten. Gebrek aan zeep is ook een treiterende handicap. Gisteren hebben we nog weer 6 kg. gekocht voor ƒ 48,- in een samenstelling welke erg duister is, maar ja, er is in te wassen.
Oma op de knieën, ik op de knieën, niet om te bidden, Ger op een stoel erbij, alle drie om het “kreng” ofwel het kacheltje, want onze warmtebron verdomt het weer eens, alle drie geven we raad, alle drie porren we in het vuur, maar het is en blijft knudde. Ja zeker, ik kan hem wel weer goed aan het branden krijgen, doodeenvoudig leeghalen, opnieuw aanzetten, nieuwe brandstof. Moe haalt alle kennissen aan die zulke beste kachels hebben, goed, best maar wij hebben het te doen met ons exemplaar. De wanhoop is natuurlijk dat ieder zo zuinig mogelijk probeert te stoken met alles wat wel en wat niet wil branden. Papier, hout, kolengruis, turf en as wordt zorgvuldig gezeefd om zo weinig mogelijk verloren te laten gaan. Alles stoppen we erin en voor vandaag is het rantsoen eigenlijk al verbruikt, voor het voorjaar moeten we wat brandstof overhouden voor het koken, vanmorgen viel het licht uit en meenden al dat het definitief was.
Ik naar buurman v.d. Veen en drukte daar op de bel, maar die bel wilde natuurlijk ook niet. Rammelen aan de brievenbus hielp. Een paar uur later was de storing weer verholpen en hadden we weer licht. Toch ben ik maar begonnen met het maken van een bel. Een lange gasbuis waar een blokje hout tegen aan slaat als er buiten aan een touwtje getrokken wordt. Erg doordringend is het geluid niet.
De zaak hebben we nu ’s middags van twee tot vier geopend, verder heeft het geen zin. De winkeldames helpen Ger wat met naaien en verstellen van kleren. Jeltje maakt nog wat kinderledikant en wiegmatrasjes, waarvoor de mensen zelf stoffen inleveren. Met alle mogelijke lappen komen ze aan: gordijnstof, jurken. Als vulling hebben we nog wat celstofwatten van papier. Toch zijn op die manier nog redelijke matrasjes te maken. Ook gestikte dekens voor de kinderbedjes maken we zo.
Thoma kwam vanmorgen zeer verontwaardigd bij Ger aan en zei: Mama, Mama, Mijke zei “gottedojie”, vies woord, hè Mama? Bij elk woord een heftige knik. Alles wat Marijke doet en laat, wordt ernstig overwogen en zo mogelijk nagevolgd. Gistermorgen zei ze het hele versje voor me op van: “Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeve; Jan met de bult die kwam ik tegen; Op het glazen bruggetje....” De “l” en de “r” leveren moeilijkheden op en worden ofwel weggelaten of er wordt een “j” voor in de plaats gezegd en “bruggetje” wordt “juggetje”. Marijke sprak, toen ze de leeftijd van Thoma had, beter, Marijke is voorlijker. Thoma heeft wat meer tijd nodig. Marijke is actiever, knoeit meer, laat de boel vallen, is onrustiger.
Geen voorraad, geen personeel, geen stroom. “Ach, mein lieber Augustin, alles ist weck.” En het lijkt erop dat die lediggang nog wel een poosje aan kan houden, het hele zakendoen zit vast, maar ook de scholen, de bureaus en kantoren zijn hun personeel voor een goed deel kwijt. En hadden we nu maar uitzicht dat het mettertijd beter zal worden. Niets daarvan.
Plotseling zijn de Duitsers een groot offensief in België en Luxemburg begonnen vanuit hun Westwall, dat de Amerikanen volkomen verrast heeft, een flinke doorbraak was het gevolg. Aan de ene kant is het misschien maar goed, want het Anglo-Amerikaanse optimisme en de lichtvaardigheid over de afloop en verloop van de oorlog toonden weer eens het gevoel van bigger and better van de USA. En juist doordat die lichtvaardigheid nu weer een opstopper krijgt, bezint men zich dat de beer nog lang niet geschoten is.
Ondertussen verhongeren de mensen in Holland en beginnen de mannen zich aan te melden om te graven in de Achterhoek om tenminste wat te eten te krijgen en de vouwen thuis iets meer bonnen overhouden. Het vervoer van levensmiddelen naar Holland is verboden? wordt het vervoer ervan bemoeilijkt? Duitschland legt alles lam? De bezettende macht heeft de plicht voor de burgerbevolking te zorgen, maar Duitsland verwerpt deze regel, omdat de spoorwegen staken en nu doet men er wraakgierig nog een schepje bovenop.
Het Nationaal Socialisme en in het bijzonder de S.S. ziet graag mensen sterven, het zijn de kannibalen van deze tijd, in Duitschland geboren en over West Europa uitgezwermd. Pijn en leed zijn blijkbaar hun dagelijks brood, waarzonder het hun moeilijk valt te leven.
De jammerlijke mislukking bij Arnhem van de luchtinvasie is oorzaak, dat de Hollanden met de gebakken peren zitten en daar de hongersnood z’n intrede heeft gedaan. Voor Tiet en Willem staan enkel pakketten gereed, maar ze kunnen niet weg, geen vervoer. Zelf hebben we vanmorgen 10 korf aardappelen gekregen. In Engeland bidt men maar, ja dat kunnen ze in Amsterdam ook doen, maar daarmee vul je je maag niet. In het begin van de oorlog heeft er eens een Duitser tegen mij gezegd, dat de tijd nog wel eens zou kunnen komen, dat we boombladeren zouden moeten eten, omdat de strijd opgeven niet in de Duitse kraam te pas komt. Wie weet nu echter hoe sterk Duitsland nog is? Is het nu door hen begonnen offensief een noodsprong of een bewijs van kracht. Ieder gist en ieder mist. De tijd alleen zal het ons leren.
20 december 1944
De kortste dag, een dag vol grijze mist, een dag zonder zon. ’s Morgens negen uur begint het wat licht te worden en om vier uur sluiten we de zaak alweer en doen de luiken voor de ramen. Gelukkig brandt het licht nog en elke dag na vandaag brengt langere dagen en al gaat het langzaam, toch gaan we de lente tegemoet en als er dan maar mensen zijn om het land te bewerken, dan zal de honger hier in Friesland onze deur voorbij gaan. Laat O.T. z’n eigen tanksloten maar graven, onze mannen kunnen beter ploegen. Ik heb echter de indruk dat de Duitsers aan de Tommy’s 9 miljoen hongerende mensen en een chaos cadeau willen doen.
Vanmorgen van Westerbaan, de aannemer, 10 paaltjes gerkregen en van Oom Arjen uit Oranjewoud drie boompjes. Het is niet veel, maar elk stukje hout geeft warmte. Elke dag kan Ger nog een heerlijk voedzaam maal op tafel zetten, dankzij het gas dat nog werkt en dankzij de beurs die niet plat te noemen is.
Een kennis die van Ameland kon overkomen, waar hij woonde, zei me: Leeuwarden benauwt me, want we hebben nog volop boter, kaas en zelfs brandstof, vleesch genoeg, volop hout, geen razzia’s en geen tewerkgestelde mannen. Zo is ook de tevredenheid met je lot iets betrekkelijks, zie naar Amsterdam, zie naar Ameland en wij er tussenin.
Vanmorgen het bericht gekregen dat neef Dirk Miedema uit Engwierum bij een razzia gepakt is, geen vrijstelling kon tonen en nu hier in de gevangenis zit. Vader en Moeder hebben er vanmiddag een pakje heengebracht met een brood, een stuk worst, een stukje boter, een handdoek en een sjaal, een stukje zeep en een paar sokken. Etenswaren zijn wel streng verboden, maar het wordt oogluikend toegestaan en de bewaarder nam het pakje aan.
De hele week al hoorden we van razzia’s op de dorpen en het schijnt dat Leeuwarden een der Kerstdagen aan de beurt is om uitgekamd te worden. Buiten uit krijgen de boeren zelf veelal een Ausweis, maar hun personeel moet weg, nu dan zal er van de landarbeid niet veel terecht komen. Of moet de vrouwen dat maar doen.
Zondag 23 december 1944
Zondagavond, de vooravond voor Kerstmis, nog een paar regels over de tewerkstelling. Gistermorgen werd aangeplakt, dat alle mannen tussen 16 en 50 jaar gevorderd worden voor de graverij, leuk om zoiets te publiceren de dag voor Kerstmis. Vrede op aarde. Vanmiddag werd er gebeld en stond van Dijk voor mijn neus. Met een 1000 anderen hadden ze de Kerstdagen verlof gekregen om naar huis te gaan en een trein had hen vanuit Tinaarlo en Vries via Groningen naar huis gebracht.
Woensdag zou de trein hen weer komen halen en dus zullen de razzia’s aan het eind der week wel worden gehouden. De stad heeft er een ouderwets aanzien door gekregen, omdat nu bij elke kinderwagen weer een vader loopt. Mooi winterweer met een zonnetje, druk op straat, fleurige gezichten, je zou niet zeggen dat we midden in de narigheid zitten of liever de narigheid is om ons heen. Zelf hebben we het dit jaar goed gehad en wat het komend jaar brengen zal, moeten we maar afwachten.
In Holland worden er al doden langs de weg gevonden, zegt men, door honger in elkaar gezakt, maar ook die berichten moeten via allerlei wegen ons bereiken en je weet er weinig van wat daar aan de hand is.
Dirk Miedema is weer vrij gekomen uit de gevangenis, kreeg een Ausweis voor de voedselvoorziening. De rantsoenen deze week voor Amsterdam waren 600 gram brood en 1 kg. aardappelen plus wat jusblokjes. Komt er niet vlug hulp, dan moeten daar zeer velen verhongeren. Zelfs in de krant staat, dat de toestanden in Holland catastrofale afmetingen beginnen aan te nemen. Alles wordt er verruild voor eten. ƒ 250,- Voor een korf aardappelen, maar bij ons zijn ze niet eens op de bon en kregen de vorige week 10 korf voor ƒ 40,- franco thuisbezorgd.
Oudejaarsdag 1944
Weer een jaar vervlogen, weer een jaar dichter bij de vrede, al zal de weg naar die vrede wel zwaar worden, wellicht in Holland voor velen te zwaar. Moe en Ger zijn vanmorgen naar de kerk gegaan, hadden allang weer thuis kunnen zijn, maar een al een paar uur durend luchtalarm met af en toe het gezoem van een Tommy houdt hen in de Harmonie opgesloten. Een Harmonie die niet verwarmd is, zodat de dames straks natuurlijk steenkoud thuiskomen.
Gelukkig brandt het kacheltje hier in de kamer fijn, met vier pannetjes erop. Eén met peertjes uit Moe haar tuin, één met koffiewater, één met melk en één met suikerbietenraspsel, waar straks stroop uit moet komen. Een eigen gebakken cake waar nog suiker inzit, zal aanstonds de koffie best doen smaken. De banketbakkers zijn dicht, geen stroom. Wij op de Nieuwestad hebben nog steeds gas en licht.
Een kennis uit Den Haag schreef: De oorlog zal wel langer duren, dan onze krachten het vol zullen kunnen houden, want uit de hemel regent het nu eenmaal niet melk en brood om van de honing maar te zwijgen. Treinen zijn er niet meer, schepen enkele, want bijna alles is gevorderd en moet voor de Wehrmacht werken, aan de andere kant wordt alles wat beweegt onder schot genomen door de Tommy’s. Het is uit de lucht niet te zien wat er in zo’n schuit zit.
Ondertussen gaan de razzia’s maar door en de Grüne Polizei en de Landwacht doen niet anders dan op mannen jagen, waardoor alles in het honderd loopt en dat voor de “Drei Minuten Sperr”! Niemand is op straat meer veilig en zo luiden we 1944 maar uit en geven het heilige kruis na.
1 januari 1945
Een stralende nieuwjaarsdag met vriezend weer, een beetje sneeuw, helder blauwe lucht en dus vanmorgen, toen we even naar Omoe en Opa in de Fonteinstraat zouden gaan te nieuwjaarwensen, weer luchtalarm zonder dat er Tommy’s te zien of te horen waren. Maar ja, men is op het vliegveld zeer bezorgd voor ons welzijn!
Van de 1000 man met Kerstverlof uit Drente zijn er 850 per trein en fiets teruggekeerd, 150 doken onder, maar van die 150 zijn de adressen bekend en die 150 man missen de persoonsbewijzen. De politie kon een razzia voorkomen, door al die onderduikers een waarschuwing te doen toekomen, dat ze zich hadden te melden, anders werd de inboedel verbeurd verklaard. De meeste onderduikers zullen wel gegaan zijn, want waar moet je zo gauw heen met je hele gezin, het onderduiken wordt een puzzel. Zo heel veel mensen zitten al in kasten en tussen de plafonds.
Hitler heeft gisteravond om twaalf uur ook nog weer eens gesproken, overdag had hij geen tijd, dus moest er maar een gedeelte van de nacht voor opgeofferd worden. Twee maal werd de voorzienigheid en éénmaal God erbij geroepen om voor Duitsland de overwinning te bezweren, die nu verderaf lijkt dan ooit tevoren, gezien de grote verliezen die Duitsland dit jaar geleden heeft.
Göbbels sprak even eerder en die vertelde het oude verhaal, dat Duitsland de overwinning het meeste verdiende, omdat het ook de zwaarste klappen kreeg. Toch ergens een kronkel in de geest van Herr Göbbels; man, alleen het recht van de sterkste geldt toch immers! In het begin van de oorlog debiteerde hij bij alle mogelijke gelegenheden dit standpunt en nu staat hij te zuchten over de onbillijkheid.
2 januari 1945
Vanmorgen om acht uur luchtalarm en het veilig sein er direct achteraan. Razzia. Mistig druilerig dooiweer met natte straten en hier en daar een vuile sneeuwhoop. Geen groene razziasoldaat te zien, ook Ger die naar Jellum fietste bespeurde geen onraad. Om tien uur hetzelfde recept en vanavond om acht uur hetzelfde beeld of liever hoorspel. Krijgen we nu wel een razzia, of krijgen we er niet één. Het gevolg is natuurlijk dat en de bakker en de melkboer weer uren te laat verschijnen.
Er is een nieuwe firma opgericht: Jan Boezeroen en Jan Publiek als eigenaars en de firma heet: Sla toe. De nieuwe neringdoenden handelen in hout en bomen. Als je naar deze zaak toe stapt, leveren ze prompt op tijd de boom die uitgezocht is. De firma werkt in donker, maar toch rekent men geen zwarte prijzen. Vanzelfsprekend is een Nieuwestad boom duurder dan één van de Kalverdijk, het risico is verdisconteerd in de prijs.
Nieuwjaarsmorgen om vier uur was de Duitse bewaking bij de gasfabriek van de cokeshopen tamelijk lazarus van het feestvieren en kinderen en ouderen waren er als de kippen bij om op sleetjes, kinderwagens het nodige te organiseren. Even verderop worden de kantoren van de nieuwe gasfabriek gebouwd, maar dat werk ligt al een paar jaar stil. Wel ligt er nog een partij materiaal met prikkeldraad omgeven, maar ook daar was de bewaking onvoldoende en de kachels hadden weer wat voer. Planken en balken vonden een gretig onthaal, al werd het eigendom een twistpunt tussen vrouwen en kinderen, want zulk slopen gaat razend snel. Het begrip van mijn en dijn vervaagt wel wat. Wat van jou is, is ook van mij. Maar wat van mij is, daar blijf je af.
9 januari 1945
Een gezellige warme winteravond met een snorrend kacheltje, hoe bestaat het! Zo zit ik thuis terwijl Ger nog wat wasgoed strijkt. Huiselijk. Dat is de ene kant van de medaille, de andere kant is van Seyss Inquart, die voor de radio een rede gehouden heeft met de mededeling, dat het de bedoeling is de gehele mannelijke bevolking te deporteren naar de Duitse oorlogsindustrie. Alle mannen tussen 16 en 50 moeten weg. Men zit blijkbaar wel erg in de penarie, dat er dergelijke dingen nodig zijn om de zaak draaiende te houden.
Hoe men het in wil kleden weet ik niet, op de aanplakbiljetten staat dat er persoonlijke oproepen uit zullen gaan. Maar afwachten. Een feit is dat het gehele bevolkingsregisterpersoneel van het stadhuis opgepakt is en in het Huis van Bewaring werd ingesloten. In de aanplakbiljetten staat dat het niet voldoen aan de oproep verbeurdverklaring van de inboedel ten gevolge zal hebben.
Verder werd er door onze hoogste beschermheer gezegd, dat wanneer er in Duitschland gebrek was aan naaimachines om een voorbeeld te noemen, men zich volkomen gerechtigd gevoelde om deze uit ons land weg te slepen. Laat ik dit voorbeeld maar aanvullen met schrijfmachines, met fietsen of met inboedels. De industrie zou een aparte beurt krijgen.
Ondertussen schiet de oorlog geen klap op, want de Duitschers zijn in de aanval en de geallieerden moeten in België en Frankrijk terrein prijsgeven, want de rollen zijn omgekeerd, zodat het gevolg is dat ieder met een somber gezicht rondloopt en we niet veel hoop hebben, dat de vrede spoedig komt.
De Hollanden schreeuwen om eten, maar het komt er niet, de IJssel mag niet gepasseerd worden of met veel trammelant en pasjes enz. en vervoer is er niet. Wel moeten we er ons best voor doen om het eten bij elkaar te krijgen, maar het komt er dan toch en in de grote steden is je best doen haast verspilling van krachten.
Het sturen van pakjes geeft nu weer veel moeilijkheden door de vorst en de sneeuw, terwijl de Stanfries boten nog steeds niet aannemen, niets mogen aannemen. Vader is de hele dag in touw, loopt alles of, vraagt alle brugwachters, is bij elk schip, maar ziet geen kans het kistje aardappelen voor Tiet en Willem weg te krijgen.
Vader wordt er niet jonger op, z’n stap is niet meer zo kwiek, ook al omdat hij zich zorgen maakt over de nieuwe arbeidsinzet en het risico, dat hij loopt doordat de zaak plus inhoud zou kunnen worden gevorderd als ik me niet meld. Zijn en Moeders werk zouden dan op hun oude dag vergeefs geweest zijn. Aan de andere kant het risico dat ik loop, wanneer ik me wel aanmeld waardoor m’n gezondheid er misschien bij in zou kunnen schieten. Vanmiddag had hij er al even woorden over met Ger, die mij natuurlijk thuis wil houden. Vader zijn kant van de zaak bekijkend bracht direct bij Ger te berde: Maar wij dan?
Ook bij een bombardement kan zo gemakkelijk de zaak verwoest worden, zeer zeker moeten we daar rekening mee houden, want het uitstrooien van de bommen gaat vaak zeer kwistig en zeer lukraak, gezien Deventer, waar de brug geraakt moest worden maar waar de hele stad het ontgelden moest. Toch is het zo, dat wanneer ik maar even hoest, Vader mij direct bezorgd aankijkt en vraagt: Hoest je al lang? En de volgende dag: Is je hoest al over? Moeder wil niets zeggen over deze hele zaak en meent net als Ger, dat alles zich wel zal redden, tenminste wat mijn thuis blijven betreft. Over de eterij maakt Moeder zich ook niet zoveel zorgen. Ger wel, die begint het zwerk te zien drijven, zodat we nu proberen een voorraadje in te slaan: vet, tarwe, olie en aardappelen.
Uit Amsterdam kreeg een kennis bericht van de geboorte van een meisje bij een zuster van hem. De vrouw had evenwel zelf geen voeding en melk is er niet te krijgen. De dokter wist geen andere raad te geven, dan het kind maar stil in het wiegje te laten liggen, totdat het gestorven was. Vergelijk Saskia daar eens mee. Vanmorgen zei Dr. Maas: Een pronkjuweel. Ook Ger had geen eigen voeding en over een paar maanden kan onze jongste spruit al eens wat anders dan melkkost hebben.
De 8 liter melk die ik uit Jellum haal is nog niet verminderd, we krijgen ons rantsoen bij de Jong nog. Veel boeren hebben hun melkklanten anders opgezegd, hoog bevel, anders zou het vee in beslag genomen worden. De fabrieken moeten melk hebben, melk waar boter van gemaakt wordt, boter voor de Wehrmacht. Simple comme bonjour. Groente is er bijna niet meer, wat rapen, bieten en uien. Geen kool. Naar men zegt wordt die kool geheel gereserveerd voor de centrale keuken.
Op de Westersingel worden op dit ogenblik turf en kolen op wagens geladen uit de schepen, die er gemeerd liggen. Brandstof bestemd voor de Duitsers in de verschillende huizen in de stad. Achter elke kar lopen kinderen mee, mogelijk valt er een stuk cokes of een eierkool van de wagen. Deze week zagen Vader en Moeder een kar met kolen en daar bovenop stond een kleine jongen, die met kwistige hand eierkolen rondstrooide, een grabbelende menigte er achteraan, elkaar de brandstof betwistend. De Sint Nicolaas versjes worden wel zeer wrang in praktijk gebracht. Toen de wagen de Fonteinstraat uit was, deed de voerman z’n ogen weer open en was het uit met de pret.
Gistermiddag is het Vader eindelijk gelukt een schipper te vinden, die naar Amsterdam voer en voor Tiet en Willem de kist aardappelen en een kistje tarwe enz. mee kon nemen voor een korf aardappels. Geld had ook voor de schipper weinig zin. Schoenzolen heeft Vader versleten, elke dag maar weer langs alle schepen. De berichten blijven goed uit Amsterdam, dankzij Vader en Moeder hun gesleep.
13 januari 1945
Er komen hier in de stad 10.000 evacués uit de Betuwe, Vader en Moeder krijgen er maandag één van. Geen kleinigheid om al die mensen onder te brengen. In veel gezinnen zal wel eens heibel ontstaan, omdat je niet weet wat voor mensen je in huis krijgt. Het verwonderde ons wat, dat we hier in Leeuwarden evacués krijgen, met het oog op het vliegveld en andere strategische redenen was het praatje, zouden we vrij blijven. Geen 10 maar 8 duizend verdrevenen van huis en hof komen er hier. Elke nacht een trein vol. Mensen met onverschillige gezichten, mensen bleek en koud, mensen met een zware koffer en een paar dekens bepakt, die zichzelf en een paar kinderen aan de hand door de stad slepen, voorafgegaan door een jongen met een witte band om de arm: evacuatiedienst.
Pakken stroo worden naar de verschillende scholen gesleept, een wagen met gaarkeuken, eten volgt waar zonder animo van gegeten wordt. Men is zo moe. Mensen wiens bestaan vernietigd is, mensen die huize en goed verloren hebben, zo zijn ze uit hun woonplaatsen geschopt, nadat de mannen van 17 tot 50 jaar er tussenuit gehaald waren en nu als slaven in de Duitse plantagefabrieken mogen werken.
Een brief die we ontvingen en een brief die we verstuurden, beide in de winter van 1945. Van de één een kreet om eten en van de ander een verzoek. Bij de een hongersnood, bij de ander nog voldoende om de maag te vullen.
De weerslag van het onderbrengen van deze geëvacueerden op de burgers komt erop neer, dat niemand een mens in huis wil hebben. Hoevelen ons niet vragen om beddengoed op te bergen steekt niet nauw. Men is zeer begaan met de medeburgers, maar aan mijn tafel liefst geen vreemden, ook al vanwege de voedselvoorziening, die voor het eigen gezin nog wel functioneert, maar niet berekend is op meer persoenen.
De Stanfries neemt weer pakjes aan voor Holland, maximum 2 kg. Lange rijen mensen brengen de hele morgen allerlei doosjes, pakjes met eten voor bekenden in Amsterdam en andere plaatsen om het leven daar te kunnen rekken. In Amsterdam moeten de mannen zich melden en doen dat in grote getale, mede om de honger te ontvluchten.
Best mogelijk, dat van alle maatregelen die de Duitsers nog van plan zijn uit te voeren niet eens zo veel meer komt, omdat de Russen een enorm offensief ingezet hebben en op verschillende plaatsen door de Duitse linies heen breken. De radio zegt dat tegen een dergelijke overmacht alleen een elastische oorlogsvoering past en het erop lijkt, dat de Russen met een klap de oorlog denken te kunnen beëindigen.
Ieder snakt naar vrede zonder de zorgen en de moeiten van het ogenblik. Met elkaar in ons gezin hebben we nu lang genoeg op onze vaste overdekte tribuneplaatsen van het enorme stadion, dat Europa is, gezeten en gezien naar de moordpartij in de arena waar steeds andere en grotere groepen in afdaalden om zich te laten doden of anderen dood te maken. En alles mocht. En wij hebben maar stil op onze plaatsen gezeten en alles aangezien. Wel ben ik een klein eindje weg geweest en toen al haast de kous op de kop gekregen had Ger me niet tijdig teruggehaald, maar is die zinloze vechtpartij nu eindelijk ten einde, zodat we de rotzooi op kunnen ruimen en dan maar zand erover. Morgen is een nieuwe dag. Nog vecht alles en iedereen, nog kan er veel gebeuren, maar toch zit er verandering in de lucht en hebben we met elkaar het gevoel: het einde is in zicht.
19 januari 1945
Een stukje uit de krant van hedenavond over het Sovjet offensief, waaruit wel blijkt dat men er grote gevolgen van verwacht. Twee weken geleden leken de fronten in evenwicht te zijn, maar nu slaat de balans plotseling weer een heel stuk door, want als de opmarsch der Russen voortgaat, kan het best zijn dat ook de Anglo-Amerikanen hun terugslag te boven zijn gekomen en een graantje mee beginnen te pikken.
Gisteren een voordelige ruil gedaan met onze melkboer. Hij een oude kwaliteit sprei, een oud Hollandse doek, een tafelkleed, een divan kussen en wij een doos met 30 pakjes kunsthoning, twee reuzen van kazen van 12 pond elk en 3 weckpotten vol stroop en nog ƒ 26,- toe. Hij tevreden en wij tevreden. Ook licht en gas hebben we nog, de brandstof net genoeg om het voorjaar te halen en ons potteke te vuur staan.
De pakjeszenderij naar Holland is weer over. Verboden! Het lijkt er wat op dat men de mensen daar uit wil hongeren. Waarom? Erwten en bonen stonden er klaar voor Den Haag, maar mogelijk moeten we ze zelf opeten. Er is nu een comité gevormd, dat het transport zal verzorgen, maar op die manier komt hetgeen je bij elkaar gekregen hebt in een grote pot en profiteert je familie of kennissen er niet meer van. Geen mens heeft dan veel belang, want Holland is een bodemloze put. Wat je extra ziet te krijgen, moet zwart betaald worden, dat heb je voor familie over, maar niet voor vreemden. Het is weer eens een irreële maatregel.
Dat er bij de inzameling ook weer vreemde dingen gebeuren, hoorde ik vandaag. Een kennis, grossier in kaas, kreeg bezoek van een verpleegster, die hem vroeg een stuk kaas af te staan voor familie in Holland, die aan het verhongeren toe was. Ondanks het pas afgekondigde strikte verbod om kaas af te staan aan particulieren door de grossiers, haalde de verpleegster onze kennis toch over en kreeg haar stuk. Direct na dit handeltje stapt een voedselcommissaris binnen en zegt tegen Andringa: Ga eens mee achter die vrouw aan. Enkele straten verder stond ze een en ander te verkopen aan twee bekende zwarthandelaren. Het drietal werd ingerekend, waarna bleek dat de verpleegster helemaal geen verpleegster was en nog minder uit Holland kwam.
Vader en Moeder zijn vandaag van het licht afgesneden, terwijl hun evacué vandaag wel zal komen. Je weet niet wat je niet liever hebt. Veel evacués zwerven al door de stad, zien eens hier, zien eens daar. Gek, je kent ze er altijd uit, ze lopen als toeristen.
Ger haar bronchitis knapt weer wat op, Thoma geen held de laatste tijd, Saskia wil de fles niet hebben, een drukke huishouding, oorlog en distributieperikelen, conflictstof te over tussen man en vrouw. Thoma komt om half zeven op het potje voor een plas, om acht uur, om tien uur, dan gaat de wekker om één uur ’s nachts en dan moeten we er als de kippen om zeven uur in de morgen bij zijn, want anders is ze toch weer nat. Vaak mislukt het schema, dus een natte broek, een nat bed, geen zeep, een spin en het droogrek vol luiers om het “kreng”. Echt een zorgeloze tijd voor liefde; dat is nu net het laatste waar ik behoefte aan heb, zou Ger zeggen.
Iedere avond staan dergelijke advertenties in de krant, van mensen die elkaar zoeken. Zou het nog tot het oprichten van dit N.S.B.-tehuis komen? Je moet wel erg veel van elkaar houden om nog zo’n verloving in de krant te zetten. Bij de Weduwe Todt is werk voor iedereen.
Onze buren van der Veen hebben deze week 26 kistjes en 4 zakken levensmiddelen naar een zuster in Hilversum kunnen sturen, die daar directrice van een internaat is. Knap werk om dat alles bij elkaar te scharrelen. Het verzenden op zichzelf was al een groot probleem, maar ook dat werd opgelost dankzij vele relaties en kruiwagens. De 50 opgroeiende kinderen, waarvan de ouders in Indië verblijven, plus het personeel kunnen wat op en die dertig pakketten waren broodnodig en zullen met gejuich begroet zijn, toen alles veilig arriveerde, want hoe vaak gebeurt het niet dat een en ander zoek raakt, gestolen wordt of in beslag genomen is.
23 januari 1945
Vanmorgen in het stikdonker om half zeven eerst naar Jellum gefietst over een dik besneeuwde weg vol verraderlijke, gladde plekken. Een weg, die haast niet te zien was in het licht van de afgeschermde fietslantaarn; door de overvloedige sneeuwval waren de sloten vol gestoven en was het een hele toer om het pad te houden. Na dit tochtje naar Ferwerd om vet, maar dat was er nog niet. Misschien morgen? Wel wat tarwe en een pond boter gekregen.
Hiernaast weer een paar stukjes oorlogs- en stadsnieuws. In het begin van de oorlog werd S., de glas- en porseleinwinkelier, al gedoodverfd als sympathiserend lid der N.S.B. Ja, wie met pek omgaat wordt ermee besmet, je naam komt dan al gauw in de krant.
Marijke en Thoma waren vanmiddag even alleen in de kamer, waar op het ogenblik nu het zo koud is, ook de wieg van Saskia staat en speelden zoet met hun theeserviesje, waarbij een klein theepotje. Alle dagen zien ze ons Saskia de fles geven, zodat beide kinderen vonden dat het zusje van hen ook eens wat moest hebben. Het rode theepotje werd haar in de mond geduwd en Saskia begon natuurlijk direct verlekkerd de “thee” te drinken. Marijke bedenkt al die dingen en Thoma voert ze uit. Marijke die al ongeveer voelt wat wel en wat niet goed is en zich drukt als wij er bij komen. Vanmorgen speelden beide in de voorkamer met de poppen. Het was er verdacht rustig, het kwam uit, Thoma was als een echte wasvrouw het zeil aan het boenen met een kleerborstel en een kroesje water. Marijke staat er als oppas bij, maar draait zich om als onraad dreigt.
Komt onze oudste ’s morgens uit school thuis, dan zit op het ogenblik de winkeldeur op slot, omdat we alleen ’s middags nog geopend zijn van twee tot vier. De bel zit te hoog en de jongedame schreeuwt dan door de brievenbus: Mam, doe eens open! Trekken we de deur dan open aan het touw en Marijke staat in de gang, dan wordt de deur met een klap dichtgesmeten, zodat het in de verste uithoeken te horen is en de jongedame brult luidkeels: Blijf maar!
Vanmiddag wandelden Marijke en ik een eind om over het ijs achter de Prinsentuin, waar druk geschaatst werd, al zag het ijs er door de vele sneeuw niet zo erg mooi uit. Baanvegers zijn er niet meer. Weduwe Todt had beter werk. Allemaal kinderen met sleetjes van het bolwerk af naar beneden zeulden. Schitterende ogen, veel kniekousen en blote knieën, kapotte schoenen en klompen, veelal geen jasje aan, zo zijn daar Achter de Tuin honderden kinderen aan het pret maken in een temperatuur van 5 graden onder nul. Hun magen krijgen ze nog gevuld, dat scheelt veel. Marijke vond het prachtig, was er haast niet weg te slaan en geniet veel van de sneeuw, die wel in zeer ruime mate valt. Ik wou dat het warm water regende. Gistermorgen vroor het 4 graden op de bovenzaal van de winkel.
28 januari 1945
Zondag. De opmarsch der Russen gaat in onverminderd tempo door, zodat nu bijna overal de Duitse grens bereikt is en Berlijn wel heel dicht genaderd. Wie weet hoe vlug de oorlog nog ten einde is.
Hiernaast nog weer een serie kleine advertenties, die voor zichzelf spreken. En alle dagen komen er meer evacués Leeuwarden binnen, van huis en haard verdreven, een koffer en een pak dekens, dat is alles. Friesland en Groningen worden volgestopt met evacués. Hoe gaat dat met het eten voor ons allen?
Hiernaast een stukje uit de krant met een prachtig voorbeeld van de Duitse liefdadigheidszin. Hoe nobel! “Kom nu maar vlug in onze armen, spoormensen, dan kunnen jullie je landgenoten helpen en ons meteen natuurlijk, want aan het Oostfront is dringend gebrek aan jullie”. Ook moet dit stukje de indruk geven, dat het in Duitschland heus nog niet zo kritiek is als “men” denkt en hoopt.
30 januari 1945
Een flikkerende stormlantaarnlichtje midden op tafel. Aan de ene kant Ger, turend om een draad in de naald te krijgen, aan de andere kant ikzelf, dit dagboek aan het schrijven. Dit is nu ons voorland voor de komende tijd, want we zijn ons elektrisch licht kwijt. Te royaal geweest en vanmiddag kwam er een man de stoppen losdraaien, zodat we nu met de gebakken peren zitten. Het normale rantsoen is 8 Kilowattuur per woning, maar voor Saskia kregen we er 60 bij dus totaal 68 Kilowattuur per maand. Van 15 december tot 22 januari hebben we evenwel 100 Kilowattuur verbruikt en dat had 85 mogen zijn, dus 15 teveel. Negen uur naar bed zal er wel van komen.
“Jasses, wat een lange nacht, wat een getuk”, verzuchtte Ger. Zelf vind ik het niet zo erg, om één uur de wekker voor Thoma om die op het potje te zetten en om zes uur er weer uit om melk te halen.
En als het dan ook nog een fiets- looptochtje is in een sneeuwstorm met flinke vorst op een weg, die in het donker bijna niet te zien is, dan is die melkhalerij nu juist geen onverdeeld genoegen. De hele dag sneeuwt het nu al weer, waardoor vaarten en sloten vol stuiven en bijna niet van het omringende land te onderscheiden zijn. Het is een mooi gezicht vanuit een warme kamer met in de ene hand een kop koffie en in de andere hand een stuk oranjekoek.
We zijn nu wel van het licht afgesneden, maar hebben er een extra rantsoen gas bij gekregen. Raar, maar waar. Het vrouwvolk kan gemakkelijk genoeg in het donker de wc bezoeken, dat is nooit mis, maar ik arme stumper heb maar te mikken om het straaltje er niet naast te plassen. Ik heb het ook al op de knieën geprobeerd.
1 februari 1945
Vanavond vijf jaar terug is Opa den Daas overleden, alweer vijf jaar. Pa, die met zoveel smaak z’n middagpot kon verorberen, waarvoor speciaal het jasje uit moest en vlekkeloos witte overhemdsmouwen tevoorschijn kwamen, terwijl z’n ogen glunderend Moe haar kooksels aanschouwden. “Hé, wat zit dat deksel scheef”, was zijn gezegde, als er weer een schaaltje binnengebracht werd en hij het niet laten kon even te kijken wat de pot schafte. Dat was Pa, toen ik pas bij Ger aan huis kwam.
Hoe zou hij zich verbeten hebben bij het aanschouwen van al het onrecht, dat er in deze vijf jaar door de Duitsers ons land en onze bevolking is aangedaan. De hoge sprongen van Heer Graaf zijn nu echter naar het lijkt wel spoedig gedaan, want de Russen zitten nog maar 100 km van Berlijn af. Wie weet welke kansen dit offensief van de Russen, de Engelsen en Amerikanen biedt om hunnerzijds ook verder Duitsland in te dringen. Hitler en z’n partijgenoten zullen zich misschien op een klein gebied terug trekken en zich daar doodvechten en tot het laatste toe de bevolking vertellen, dat ze de oorlog uiteindelijk toch zullen winnen, al is het in het hiernamaals.
Gistermiddag bezoek gekregen van de heer Hoestra, een landmeter uit Tiel en nu hier geëvacueerd, die vroeger Ger haar baas op het kadaster was. Met vrouw en vier kinderen had hij alles achter moeten laten. Wel was er al lang sprake van evacuatie, maar toch had het bevel hen overvallen, want binnen drie dagen moesten alle bewoners wegwezen. De Heer Hoestra is Oxfordiaan en sprak met ons over z’n levensopvatting n.l. dat alles ten goede voor hem weggelegd is. Van alle belevenissen bij z’n evacuatie had hij het bijzonder getroffen. Liep het ene mis, dan kwam uiteindelijk alles toch nog beter op een andere manier in orde. Op mij maakte het een wat geforceerde indruk, een zichzelf dwingen altijd de lichtzijde op te zoeken, zonder eens uit te barsten in gvd. Het is natuurlijk voor zo’n man ook niet zo zwaar, hij neemt z’n kennis met zich mee, vergelijk dat eens met een zakenman uit Tiel. Vadertje Staat zal later maar moeten helpen om de man weer te paard te zetten, alleen er zijn zo veel zo! Het is zoals onze tandarts laatst zei: Degene die na de oorlog z’n huis, z’n bedrijf met inventaris en wat voorraden nog bezit, is miljonair, want in het land der blinden is één oog koning.
4 februari 1945
Gisteren met Vader op de fiets naar Franeker geweest naar boer S. om te vragen naar tarwe en suikerbieten. De mensen zijn al jarenlang klant, zodat we het daar eens wilden proberen wat los te krijgen. S. is N.S.B.-er en z’n vrouw is een dochter van boerenleider B. uit Vrouwbuurt, die z’n plaats vorig jaar in brand zag gaan. Als je niet over politiek praat, dan is met deze mensen zeer goed om te gaan, ook vroeger waren het zeer geschikte klanten en ook deze keer was het gesprek geanimeerd, zij het op een zeer klein gebied, want je zit natuurlijk zo maar op de politiek en op de oorlog. Vader vertelde, dat de Russen nog maar 65 km. van Berlijn af zaten en dat de oorlog voor Duitsland als verloren moest worden beschouwd, maar daar was Mevrouw B. het helemaal niet mee eens. Ja, dan houdt verder praten op.
Goed, we kregen suikerbieten. Wel is het een heel werk om die bieten tot stroop te koken, maar het loont de moeite. De door Ger geweckte bessensap is erg lekker met wat van deze stroop. Nu het kacheltje de hele dag brandt, kunnen we het doen, want het proces is zeer langdurig. Eerst de bieten schillen, schoonmaken, in kleine stukjes snijden. Een grote teil op het gas zetten, wat water eronder en dan maar koken, zolang er gas is, een paar uur per dag. En maar indikken en maar uitkoken.
Ook de familie Sijtsma leefde in een keukentje, maar wat een verschil met Ger haar hokje. Het was er een troep, maar de radio stond bij hen op het dressoir. Je ziet er wat vreemd tegen aan, omdat het bezit voor ons dodelijk is en het eigen toestel ondergronds verkeert en waar we naar luisteren met de deuren op slot. Vreemd dat die mensen zo op Hitler vertrouwen, dat de zaligheid van hem zal komen en dat ze nooit naar anders mening luisteren. In elk geval hebben we met hen middageten gehad, grauwe erwten met spek en havermout toe.
Toen we erheen fietsten wisten we niet precies, waar ze woonden en vroegen het onderweg aan iemand uit de buurt, kregen een half antwoord. Niemand wil iets met de mensen van doen hebben, alleen al het N.S.B.-stempel is voldoende voor een ingekankerde weerzin, er is deze vijf jaar nu eenmaal teveel gebeurd en dat krijgen de goeden onder de N.S.B.-ers ook op de boterham.
Vader en Moeder telefoneerden vorige week in het postkantoor naar Tiet en Willem en hoorden dat ze daar nog voor een week of zes eten hadden. Willem heeft nog telefoon wegens de centrale, waar hij direct bereikbaar moet zijn in geval van storingen.
Door de vorst kan er niets verstuurd worden, alleen brieven tot 200 gram worden aangenomen, hoe die dan weg komen is een tweede, maar goed, Vader en Moeder sturen nu telkens luciferdoosjes weg gevuld met tarwe. Twee per dag in de hoop dat ze over komen. Gelukkig dat de dooi het ijs vlug heeft doen smelten, zodat er nu misschien weer scheepvaart mogelijk wordt.
8 februari 1945
1. vandaag zes jaar getrouwd.
2. Saskia, 4 ½ maand, 15 pond en 1 tand.
3. Gevorderde vrachtauto brengt ƒ 1.100,- op.
4. Van gevorderde zomerwoning “Liber tempo” nog niets gehoord over betaling.
5. Moe heeft drie evacués.
6. Volkstuintje gehuurd.
7. Extra brandstof wegens Ger haar bronchitis.
8. Nieuwe razzia’s op komst.
9. De Russen trekken de Oder over in de richting Berlijn.
10. De moeilijkheden om eten te krijgen worden steeds groter.
11. Sneeuw en ijs zijn weg, maar bijzonder hoog water.
12. Ellendige verhalen over de evacuatie uit Roermond van de bewoners.
13. Voor ƒ 200,- zeep gekocht, tenminste het lijkt op zeep.
Dit zijn in het kort de feiten van de laatste dagen, enkele woorden meer over de aanplakbiljetten, die in zoetsappige taal de goegemeente verzocht voor aflossing te zorgen voor de gravers in Drente. Een drieploegenstelsel wil men daar invoeren. Geen opkomst, dan maar razzia, want bij de evacués zitten ook heel wat bruikbare werkkrachten.
De evacués die Moe gekregen heeft is een schoenmaker met z’n vrouw en een zoon van 25 jaar, die een ellendige tocht in barre koude en sneeuwstormen per trein door Duitschland moesten maken om hier te komen vanuit hun woonplaats Roermond. Een afgeladen trein, waarin dagen verkeerd moest worden zonder eten, zonder drinken, zonder verwarming. Enkele kinderen en een zuigeling zijn bezweken, hoe kan het ook anders wanneer een flesje wat verwarmd moest worden op een kaars. De verhalen van de mensen uit Roermond zijn alle even triest, een half uur tijd was er om te vertrekken, om een koffer te pakken, maar noodzakelijke dingen werden natuurlijk vergeten.
De aankomst hier in Leeuwarden was ook niet zo hartelijk, want de mensen worden als opeters beschouwd. Katholieke gezinnen in een overwegend niet-katholieke bevolking. Bijv. een moeder met zuigeling wordt ergens ondergebracht, maar het blijkt achteraf, dat ze nog tien kinderen heeft, die de hele dag ook om de tafel van haar kwartiergever rondspringen. In de Bildtsestraat een man alleen, krijgt 5 evacués. Zelf pakt hij een koffer en vertrekt naar z’n dochter. In de Westerparkstraat een keurig gezin, man, vrouw zonder kinderen, waar je van de grond kon eten, krijgen een serie klompendragers in huis. De lopers en karpetten maar opgepakt, de plankenvloeren kunnen er beter tegen. Verhalen van evacués die niet geschikt optreden, verhalen van kwartiergevers die vergeten wat het leven voor dergelijke vluchtelingen betekent.
Vanmiddag kwamen er twee dames van het een of ander comité of we 60 bedstellen konden leveren. Liefst direct. Een vreemde vraag, omdat de fabrieken sedert september niet meer werken en onze eigen voorraad nog twee eenpersoons verende- en twee tweepersoons kapokmatrassen is, die we voor ruilen moeten houden. Geen molton en bijna geen wollen dekens meer. Alleen nog wat slaapkamers en klein meubelen, in totaal ongeveer ƒ 25.000,- verkoopwaarde, wat misschien in verhouding tot andere bedrijven nog zo gek niet is. Zodra er weer nieuwe voorraden aankomen, kunnen we de prijs bepalen, tot zolang: vasthouden en zuinig bewaren.
Ger zit vanavond wat te bladeren in oude filmliga’s van voor de oorlog. Het verschil is wel enorm, een petroleum lichtje op tafel in een kamer met een potkacheltje, waarboven een rek vol luiers. Een vloerkleed dat bijna tot de draad versleten is, geen vitrages voor de ramen, worden toch maar roetzwart. Het voornaamste is toch maar het eigen dak boven het hoofd en een maag, die op tijd gevuld wordt. Wel is de kwaliteit van het eten zodanig, dat je er enorm van gast! Ger zingt nog al eens: Waar ik ook ga, of lig, of sta; steeds ruik ik Pa Miedema! Laat ik nu maar zwijgen over haar eigen knallen.
Het water in de grachten is enorm hoog door de sneeuw die weggesmolten is, hoger dan ooit geweest. Het enige voordeel is dat onderduikers nu wat meer ruimte zullen hebben, want met een hete zomer zouden ze allemaal op het droge komen te liggen en een prooi voor de moffen. Tussen al die evacués zit ook nog al eens zo’n duikspecialist, dus die zegent het hoge water ook. Nu de gemalen bijna niet meer werken, moeten de spuisluizen het werk doen en dat gaat niet zo vlug, veel boerderijen staan helemaal in het water, wegen lopen onder, lage dijkjes bezwijken, polders lopen onder.
Van de evacués bij Oma hoorde ik, dat in de trein, die vanmorgen uit Roermond via Duitsland hier aangekomen is, verschillende mensen gedood en gewond geraakt zijn door luchtaanvallen. Je kunt het op straat al echt merken, langzamerhand zie je allemaal vreemde gezichten. Niet dat je alle Leeuwarders kent, maar toch zijn die evacués anders en vallen ze op.
Van de beide gasuren die we nog hadden is er weer een half uur afgeknabbeld en Ger vindt het elke dag een verrassing wat het gas presteert. De ene keer doen alle vier pitten niet anders dan “ploef, ploef, ploef” en stinken hevig, een andere keer willen er maar twee van de vier branden en soms is het oude kwaliteit “vol gas”. Bij Oma is het helemaal een wanhoop, want haar gasmeter deugt niet, die moet af en toe een schop hebben om hem weer tot leven en werken te bewegen. Haar evacués redden zich met de gaarkeuken.
14 februari 1945
Gistermorgen is Baron van Harinxma, commissaris, uit z’n huis gehaald en voor de gevangenis door een aantal schoten van het leven beroofd. Van Harinxma zat in de evacuatiecommissie en er wordt verteld, dat met de treinen evacués uit Roermond en Venlo, welke treinen door Duitschland rijden, verschillende jongens en mannen mee gevlucht zijn, die hadden moeten graven of in Duitsland moeten werken. Al die mensen zijn hun persoonsbewijs kwijt en geven op: bij bombardement verloren gegaan. Mogelijk dat van Harinxma nieuwe persoonsbewijzen kon verstrekken en op die manier deze mensen hier in de stad bij de burgers onder kon brengen.
Aangeplakt werd, dat alle paarden gevorderd worden en vandaag op de veemarkt aangeboden moesten worden. Prompt plakte de ondergrondse er een strook overheen met de mededeling, dat de paardenvordering vier weken uitgesteld werd wegens transportmoeilijkheden.
De afsnijding van het licht is stomvervelend, ik heb het loodje eens bekeken en het is simple comme bonjour om weer licht te krijgen, dus niet langer gewacht, alleen de meter draait nu ook weer. Vooral in de nacht, als we Thoma en Marijke op het potje zetten, was het lastig, je “knijp-katte” je vingers lam. Kom ik ’s avonds om half tien bij Thoma en zeg ik: “Thoma, je moet een plasje doen”, dan gaan langzaam haar ogen open, langzaam kruipt ze uit haar bed en gaat zonder morren op het potje zitten en doet een plas. Praten doen we niet. Alles zonder woorden in het stikdonker met af en toe een lichtje van de handdynamo. Thoma, gewillig, doet wat haar gezegd wordt, legt zich erbij neer.
Marijke nu. Kom ik bij haar bedje en schud haar heen en weer, dan volgt gebrom, protest, “Marijke je moet een plasje doen”. “Nee, ik wil niet”, is het antwoord. De dekens gaan af en ik schuif haar beentjes buiten bed. Langzaam komt ze tot bezinning en zegt: Wat moet ik doen? “Je moet een plasje doen, Marijke!” Marijke staat wankelend op haar benen op het matje en zegt: Nee! Wie moet een plasje doen? “Jij moet een plasje doen, Marijke.” “Waarin? ” Ze staat dan met de neus boven het potje. Eindelijk zit ze dan en er volgt prompt een grote plas; dan nog even hevig krabben aan haar rug en billen, totdat ik haar broekje ophijsch, want tot zo lang wordt er door gekrabt. Het gezicht dat ze erbij trekt is meer dan vies. Volg ik niet deze geleidelijke manier, dan is een luid gebrul het gevolg. Tranen geen gebrek en verwoed slaat ze dan van zich af.
Plassen de beide dames niet netjes om tien uur, dan volgt prompt midden in de nacht de klaagzang: Mama, ik moet een plasje doen, Mama, ik moet een plasje doen. Thoma zegt niets, maar laat alles zonder bezwaar door haar broek in de molton deken en lakens lopen en slaapt welgemoed verder.
Gistermiddag stapte een man van de evacuatiedienst bij ons binnen en wilde alle kamers zien. Goed, we leidden hem rond, maar de zolder werd “gemakshalve” overgeslagen. Van het tweepersoons bed op de logeerkamer vertelden we, dat daar het dienstmeisje sliep. “Oh, dan kan daar nog iemand bij”, werd gezegd. Akkoord, zodat we misschien één evacué toegewezen krijgen, tenminste op papier, want het kan ook best zijn, dat er ineens twee voor je deur staan, of 2 ½, een aanstaande moeder.
Ger, Mevrouw Morrema en Mevrouw Jonker zijn vanmiddag naar de Harmonie om eens te horen of ze ook een evacué uit konden zoeken op de slavenmarkt of veetentoonstelling. Ik denk dat de evacués het ook zo voelen, want ze worden allemaal op luizen onderzocht. In de Praktische Hulp werden de kleren van 60 mensen ontsmet, maar de oven was te heet en de zaak verbrandde en je kunt nu eenmaal niet even naar een winkel stappen om vervanging. De Nieuwestad was echter nog niet aan de beurt om evacués op te nemen en uitzoeken was natuurlijk niet mogelijk. Mevrouw Jonker vroeg, wanneer de Emmakade aan beurt was waar haar beide zieke ouders in een kast van een huis vol pullen en prullen verbleven en die ze zo goed mogelijk probeerde te verzorgen in deze gekke tijd. “Oh, mevrouw, de inkwartiering gaat zeer geleidelijk, maar de huizen aan de Emmakade zijn bestemd voor invaliden!”
Zondag word Grootmoeder in Heemstra State in Oenkerk 95 jaar. Vader, Moeder en Tante Jinke zullen erheen, maar hoe? Misschien per paard en wagen van vrachtrijder Brolsma, misschien lopend.
16 februari 1945
Een dag van zakendoen in etenswaar.
8 Uur, een zakje gort, 25 pond voor 15 cent per pond wordt gezonden door molenaar Hoeksema uit Holwerd op een vraag van ons om te helpen. In deze oorlogsjaren leverden wij een slaapkamer.
10 Uur, vier zakjes brandstof en 25 turven worden gebracht, gekregen op Dr. Maas haar attest wegens de bronchitis van Ger.
11 Uur. Neef Adema uit Veenwouden komt binnenstappen met een stuk droog spek, waarvoor wij dan een gestikte deken zullen leveren, gemaakt van drie etalagegordijnen. Jeltje zal hem maken.
12 Uur. Neef Dirk Miedema stapt binnen, zegt dat we te laat geweest zijn om hem om eten te vragen, maar dat hij nog wel wat korven beste aardappelen kan sturen plus een zakje tarwe.
1 Uur. Een klant uit Holwerd, U.F. Hiddema, komt naar z’n deken zien, die we voor hem gemaakt hebben van gordijnen en belooft aardappels en meel te zullen sturen.
3 Uur. Tjepkema uit Oude Bildtzijl vraagt om een molton deken, krijgt van Ger haar laatste en doet de toezegging om rapen, wortels, uien en tarwe te zenden. Uit de zaak hebben we nog twee vloerkleedjes voor hem.
4 Uur. Een onbekende klant belooft een stukje scheerzeep te sturen in ruil voor een lapje weefstof.
Als dat geen goede ruildag geweest is, dan weet ik het niet: Dasz kommt nur einmal, dasz kommt nicht wieder.
Het leven is wel zeer aards, van de geest is er niet veel bij.
De kist aardappelen is nu pas in Amsterdam aangekomen, ruim vier weken onderweg, bleek gisteren toen Vader en Moeder even met Tiet en Willem telefoneerden. Ze waren er zeer gelukkig mee, want het rantsoen levensmiddelen was teruggebracht tot 500 gram brood per week plus een stukje kaas. Iemand die niet anders krijgt is in twee weken dood.
Vader heeft het druk met vragen naar vervoer, met inpakken en het voornaamste het in huis zien te krijgen van het een of ander. Met elkaar lukt het echter wel en de zaak is er ook nog om eens wat te ruilen. Verder biljarten, af en toe schaken, z’n dagen vliegen om. Een eigen teelt sigaar, gekregen van een schaakvriend, maakte hem dezer dagen zo misselijk, dat hij moest overgeven en zich een halve dag meer dan ellendig voelde. Moeder en Tante Jinke hadden hun gezicht moeilijk in de plooi kunnen houden. Vader met z’n los en vast verlangen naar iets rookbaars. Niet alleen Vader heeft het druk , ieder heeft het druk. Waarmee? Met niets, met dingen die vroeger geen tijd vroegen, waar je zelfs niet aan dacht.
Zelf zit ik halve dagen te houtje hakken, bezie telkens weer andere objecten die gesloopt en verzaagd kunnen worden om “het kreng” van het nodige te voorzien. Zwarte handen krijg je er van, nagels met rouwranden, vingers met groeven waar het vuil niet uit wil, wassen is er niet bij. Een keer per dag even een beetje zeep en dat is alles. En als het dan nog zeep was, maar het is luchtzeep, meer lucht dan zeep en verder met scotty, een soort kleizeep, die van zichzelf al vuil is.
Gister was er iemand in de zaak van het Rijks Textiel Bureau om de voorraden op te nemen, die we niet meer hebben. Hij vertelde, dat de fabrieken in Eindhoven en omstreken al weer werken. Hoe vrij zullen die mensen zich voelen, zonder die verwenste druk die hier op ons rust. Vandaag was het weer eens fietsenvordering, veel haalden ze van de Feldgendarmerie niet op. Ieder waarschuwde ieder.
Voor de verjaardag van Grootmoeder in Heemstra State in Oenkerk heeft Tante Jinke via, via, via nog 4 eitjes losgekregen van 60 cent per stuk. Iets anders is er niet bij, geen bloemetje, geen lekkere koek, niets van dat alles. Het leven zakt wel heel erg af, naar het kale en naakte bestaan en de meedogenloze struggle for life. Geen voetbalwedstrijden, geen bioscoop, geen toneel, geen muziek, geen kranten, geen tijdschriften. Je vraagt je zelf wel af wat er dan wel nog is. Het voornaamste is er echter wel en dat is de zon, die ons vandaag een verrukkelijke voorjaarsdag zonder wind bezorgde, waarin Corrie voor het eerst met Saskia in de kinderwagen en Thoma ernaast aan het handje een wandelingetje kon maken.
Van de Jong uit Jellum krijgen we nog maar 6 liter melk per week i.p.v. de 16 liter tot nu toe. Eind maart wordt het misschien weer wat beter, voor de koeien is er ook niet veel voer. Het karnen is er nu niet meer bij, dat gehussel viel niet mee, weet hoe lang was je ermee bezig, al verzoette de kluit boter die plotseling in de fles tevoorschijn kwam wel veel.
Corrie haar vader schilt, raspt en kookt per dag een emmer suikerbieten, net of er in de wereld geen nuttiger werk te verrichten is. Maar ja, honger doet de beer dansen en je doet wat voor je dagelijkse boterham. Wat een hatelijk woord eigenlijk “boter- ham”. Hoe ziet ham er uit: ham, spekham, hamspek, lekker. Het water loopt je om de mond, net als bij Wierda, onze groenteboer, waar nog allerlei reclameplaten in de etalage staan: bananen 35 ct. per kg., zoete druiven 50 ct. per kg. , dadels, vijgen, sinaasappelen. We moeten het doen met rapen, bieten, rapen, bieten. We hebben honger en alles smaakt uitstekend.
17 februari 1945
Vanmorgen stond er aangeplakt, dat het gas begin maart uitvalt en een ieder dan van de gaarkeuken zal kunnen betrekken. Wel een verschil met het “diner” dat we vanmiddag kregen: rollade, heerlijke jus, bloemige aardappels met zuurkool en een griesmeelpudding toe. Een koningsmaal! Elke dag eten we nog lekker, maar dit was wel heel bijzonder. De rollade hadden we gekregen met een kaas van 9 pond, 10 pond vet, 10 pond boter, 50 pond rogge, 50 pond tarwe en een pond tabak in ruil voor een slaapkamer voor ƒ 500,- , waarvan de normale prijs ƒ 720,- was. Of deze transactie voordelig was, weet ik niet precies, want het ameublement is ongeveer ƒ 1.250,- waard denk ik, maar over juiste prijzen heb je geen benul meer. De zwarte etenswaren kosten ook al ƒ 1.000,-. Vreemde handel.
Elektrisch licht hebben we ook weer, loodje verbroken en een schroevendraaier in het kastje waardoor de meter niet meer loopt. De loodjes voorzichtig losmaken en opnieuw bevestigen met een touwtje was niet zo’n groot karwei.
Uit Jellum geen melk meer, ook op de bonnen gaat niet vlot. Onze melkboer vertelde, dat er maandag 6.000 liter bedorven was, omdat de zuivelfabriek in Birdaard zonder stroom kwam te zitten en de melk toen naar Leeuwarden gebracht zou worden in een tankauto, maar omdat die dingen op een houtgasgenerator lopen, is er alle ogenblikken wat mee en bleef deze auto onderweg staan, wilde niet verder, en kraanwagens of andere trekkers zijn er niet meer om hulp te bieden. Wie rijdt op surrogaat, komt nooit te vroeg maar steeds te laat.
Een eindeloos geknoei, zowel in de huishouding van Ger als in die van de provincie, om van de Staat maar te zwijgen. De kolen zijn op en dat is de energiebron voor gas, voor licht en voor warmte.
Het offensief van de Russen staat weer stil en de praters van “met enige weken is het vrede” zijn verstomd. De Duitsers zijn nog niet aan het eind van hun Latijn. Hoe lang nog.
Zondag werd ons gevraagd een evacué op te nemen; een jongen van 21 jaar, dus een onderduiker, uit Roermond, waarvoor de Vader zelf onderdak moest zien te vinden. “Arbeiten Mensch!” We hebben het afgewimpeld. Gisteravond werd ons gevraagd een hongerevacué uit Amsterdam te huisvesten. Een jongen van 13 jaar. Ook dat geweigerd. Recht in de haak vinden we het niet, want die jongen moest geholpen worden, kon niet naar Amsterdam terug, want dan bezweek hij. De kwestie is, dat het nemen van die jongen ons niet vrijwaart voor verdere evacués en kregen we er dan nog bijv. twee bij, dan zou het Ger geheel over de hoge schoenen lopen. Ook Corrie zou het moeilijk kunnen verdragen, terwijl als klap op de vuurpijl binnenkort het gas ook nog uitvalt, waardoor koken niet mee zal vallen en niet alleen het koken, maar ook het vele wasgoed van de kinderen dat er is. Corrie kondigde aan, dat wanneer men ons een gezin toewees, zij voor de eer bedankte en verdween. Om een gezin, man, vrouw en drie kinderen te laten marcheren als voor de oorlog, daar moet je dag en nacht mee bezig zijn.
Nel Melis zit in het schuitje, dat de hulp verdween, toen de evacués binnenstapten. Zelf heeft ze drie natte kinderen en kreeg er nu bij een ondervoede evacué en een vrouw, die in verwachting is plus nog een luierkind. Dat het dienstmeisje verdween, kwam doordat thuis diphterie heerste. Nel doodop, bijna in tranen, toen ze enkele dagen terug bij Ger haar hart uitstortte over de hopeloze troep, die deze mensen maken.
Moe en andere kennissen met mensen in huis hebben dezelfde verhalen. Het standpunt van de geëvacueerden is, waarom zullen we ons ergens druk over maken, we zijn alles kwijt en morgen sturen ze ons weer ergens anders heen. Ook het aard van de Limburgers, hartelijke mensen overigens, is niet zo proper als we hier in Friesland gewend zijn.
Door het houtjes hakken begint mijn pak er wel wat schunnig uit te zien, alleen het gaat hoe langer, hoe “noflijker” zitten. Ik kan me moeilijk in trouwpak en hoge hoed vertonen, al zie je nogal gauw eens een man z’n streepjesbroek of zwarte jas afdragen. Is m’n daagse broek van voren versleten, dan moet ik hem maar omdraaien, zoals Ir. Mulder dat in Zevenaar deed, die de gulp op z’n achterste had. Het was wat lastig om de zakdoek te krijgen of een plas te doen. Eerst zagen we er vreemd tegenaan, maar later wende het ook al weer, bij het bukken had z’n derrière zo’n aardige knopenverzameling, waar we met belangstelling naar zagen, ook al omdat de middelste knoop reeds gesprongen was en telkens een wit stukje onderbroek naar buiten gluurde.
24 februari 1945
Turkije verklaart Duitsland en Japan de oorlog, wat we voor kennisgeving met een buiging aannemen. Het offensief tegen Aken is begonnen en de Russen zijn klaar om van hun kant te beginnen aan een vernieuwde poging om aan de oorlog een eind te maken. Maar weer afwachten, steeds afwachten en ondertussen pankoeken we maar door als ezels in een tredmolen, die af en toe van hun baas een stevige stokslag krijgen als ze een misstap begaan. Aan alles komt een einde, ook aan deze oorlog en dan krijgen we de heilstaat en worden we allemaal heilsoldaten en is “Heil Hitler” veilig opgeborgen of in de hel of in de hemel. Goed, we krijgen een heilstaat van ploeteren voor een dunne boterham, maar die zal op den duur ook wel weer wat dikker worden, in elk geval raken we de druk van de overheersing kwijt als de oorlog over is.
Nu gaat het steeds bergafwaarts en wordt onze hele samenleving afgebroken, zodat we naakt in het land van mist en mest en vieze koude regen komen te staan, zonder dat we er op het ogenblik iets aan kunnen doen. Dat is het algemene beeld, privé hebben we nog niets te klagen.
Hoe stralend ziet onze jongste spruit Saskia Elizabeth er niet uit! Een toonbeeld van Hollands welvaren, dankzij Ger haar onverpoosde zorgen. Thoma en Marijke hebben hun voorjaarskwaaltjes, gebrek aan zon zullen we maar rekenen.
Het zakendoen is ook vreemd nu er geen inkoop meer is; Jeltje en Nelly naaien ’s morgens en verkopen tussen twee en vier uur wat we nog aan te bieden hebben in kleingoed, maar dat is niet veel meer. Het naaien van dekens en matrassen geeft ook al moeilijkheden, omdat de machinenaalden bijna op zijn. De etalageramen maar groen of geel schilderen. D. op de Voorstreek liet z’n etalageramen door een kunstschilder voorzien van een “rijk” interieur. Het was een interieur in twee dimensies, de derde komt er na de oorlog wel weer bij. Zelf doe ik niet veel aan de zaak, heb er geen tijd voor! Ik moet houtjes hakken en af en toe een kindermatrasje maken van een matrasdek en varensvulling. Een keer per week kas opmaken, allemaal tekenen van stilstand, terwijl de winkelvakken en etalages almaar leger worden.
Hoor je de verhalen van de evacués, dan zou je meteen verkopen wat er nog onder de toonbank is, want geld is nog mee te nemen, maar een bed niet. Ergens staat geschreven “neem je bed op en wandel”, maar laten wij het maar met een koffer en de kinderwagen doen als het nodig is. De familie Smits uit Roermond, Moe haar evacués, hadden ook heel wat onder de vloer zitten, maar alles werd opengebroken, zodra de bewoners de deur achter zich dichtgetrokken hadden. Toch geloof ik dat voor ons vasthouden, de meest zekere weg is om later een begin te hebben. Zo goed als de paardenvorderingen van vorige week, zo goed kan er ook van alles anders opgehaald worden, al is het transportprobleem onze grootste hulp. Paarden lopen echter.
De babypakketten, die nog verstrekt worden aan aanstaande moeders, bevatten 24 luiers gemaakt van kaasdoek en 25 x 25 cm. groot. Dus 4 aan elkaar stikken om een normaal formaat te krijgen, maar dan moeten er ook nog 6 op elkaar gestikt worden om één in normale kwaliteit te krijgen. Van het hele pakje is dus 1 goede luier te maken. Eigenlijk is er geen textiel meer, maar het lastige is dat er wel steeds kinderen worden geboren. Moeder natuur vindt dat er zoveel mensen omkomen, dat er een schepje opgedaan moet worden bij de productie. Blijkbaar wordt de vrijerij ook woester. In eigen gezin wil ik wel, want je kunt niet dag en nacht houtje hakken, maar er is een partner voor nodig en die heeft tabak van haar luierkinderen en grote wassen. Toch is het meer het verhaal van de kool dan van de moor.
2 maart 1945
Het ongelooflijke is gebeurd. Ger heeft haar fiets teruggekregen, welke op 6 december van het vorig jaar in huur door de Wehrmacht genomen werd en die in behoorlijke staat teruggegeven zou worden. Vanmorgen kreeg ze een briefje in de bus, dat ze op het politiebureau moest verschijnen om haar eigendom in ontvangst te nemen. Dus er vanmiddag verheugd op los, maar de binnenplaats bleek een groot fietsenkerkhof te zijn. Niet meer en niet minder.
De gevorderde fietsen waren eerst finaal afgereden en toen alles, wat bruikbaar werd bevonden, eraf gehaald, de rest werd op een hoop gegooid op die binnenplaats van het politiebureau, terwijl de politie verzocht werd voor vervanging te zorgen, dus die maar weer aan het fietsen vorderen op straat. Ja, de Wehrmacht beveelt maar. Ger haar fiets bezat een gezondheidszadel, nu zit er op een frame met veren, waar toch nog wel iets van te maken is. De terugtraprem was verdwenen. De voorbanden waren verdwenen. De kettingkast was verdwenen. Lamp en dynamo waren verdwenen. Jasbeschermers waren verdwenen. Bel was verdwenen.
Toch is het nog een fiets, terwijl medeslachtoffers niet meer een fiets, maar een hoopje oud roest mee naar huis mochten nemen en van een hele stapel wielen en frames geen eigenaren meer waren aan te wijzen. De agenten met de uitdeling belast waren prikkelbaar en stonden in zichzelf te schelden op de daders en hardop te schelden op de eigenaren, die op hoge benen tekst en uitleg vroegen over de “behoorlijke staat” en over de betaling van ƒ 3,50 per week huurvergoeding. “Ga maar naar de burgemeester hier in Leeuwarden of anders naar Berlijn, daar kunnen jullie de centen halen. En nu opgedonderd met je oudroest.” We moeten nu door ruilen, maar eens proberen er weer een rijdbare fiets van te maken, een hele toer en een lieve cent.
Centen zijn er niet zo veel meer, papier nog wel en als het dan niet gedrukt bankpapier is, dan maar een geschreven vorderingsbevel. Het devies van de Duitschers is: Wij vorderen alles tegen de hoogste prijzen, betaling na de oorlog. Maar door wie? Vraag het de evacués uit Roermond, die kregen een klein papiertje voor hun have en goed en hier in Leeuwarden krijgen ze zakgeld. Mensen die binnen het uur moesten vertrekken, zodat de Duitsers tijd hadden, alles na te zien en weg te halen. Al die mensen hadden met zweet hun spulletjes bij elkaar gekregen en de Duitsers jagen alles er in no time door.
Zie Ger haar fiets, zonder nu door ons zo zachtzinnig te zijn behandeld, konden we hem jaren goed houden. Nu in Duitse handen is het in enkele maanden een wrak. Wat een enorme slijtageslag moet deze oorlog zijn. Een verspilling op enorme schaal. Een stuk van Göbbels over de oorlog.
De stand is op het ogenblik zo dat de Amerikanen en Engelsen dicht bij Keulen en Düsseldorf zitten, door de drievoudige overmacht die ze op de grond hebben en de onbeperkte heerschappij in de lucht. Alleen de Rijn kan nog een obstakel zijn, maar in de komende weken zal er wel veel gebeuren, want de Russen maken zich klaar om de definitieve aanval op Berlijn uit te voeren.
Moe haar evacués in de wolken dat Roermond en Venlo niet al te erg beschadigd in handen van de geallieerden zijn gevallen, maar nu wel in de put dat alle mannen in Drente moeten gaan graven.
De kinderen zitten wat in de lappenmand, bronchitis, verkoudheid, hoesten, proesten en dat alles in één kamer. Allemaal vrouwen, want Jeltje en Nelly naaien er ook nog halve dagen, Corrie helpt de kinderen en Ger deelt de lakens uit. Een haan op, ho even, èn zeven kippen, haast een kippenrenstal.
5 maart 1945
Gistermiddag stonden massa’s evacués te zien of ook collega’s zich aan zouden melden voor de graverij in Drente. De S.S. kreeg hier de lucht van, zette de straten af en pikte het hele zaakje in. Stampvol onderduikers en mannen beneden de veertig jaar zit Leeuwarden, een razzia zou zeker heel wat materiaal opleveren. Aan de andere kant wordt gezegd, dat er mensen uit Duitsland terugkomen, die daar verlof gekregen of genomen hebben.
6 maart 1945
Ik ben alleen thuis, want Ger is op bezoek bij Mevrouw Morrema. Voor acht uur is ze erheen gegaan en om precies kwart voor tien zal ik de deur open zetten om haar binnen te laten, tenminste als ze onderweg niet gesnapt wordt, maar dat zal wel niet, want het is stikdonker buiten. Nooit op bezoek te kunnen gaan, nooit bezoek te ontvangen, het is vervelend in deze toch al duistere tijden.
Den Haag heeft het zaterdag erg moeten ontgelden door een bombardement. Honderden doden en duizenden gewonden en wie weet wat voor schade. Men zegt dat de startbanen van de V-1 het doel was, wat blijkbaar mislukt is. Alle berichten uit Den Haag waren vol klaagzangen over die V-1, die zo onberekenbaar in de lucht rondvliegen en waarvan een goed deel Engeland niet bereikt. Eind vorige week heb ik, meen ik, zo’n ding gehoord, die overvloog en uit de koers geraakt was. Het offensief der Tommy’s gaat hard, er wordt gezegd, dat ze hier en daar bruggen over de Rijn veroverd hebben en dan ligt Duitsland voor hen open.
Leeuwarden wordt hospitaalstad lijkt het wel, want veel scholen, het Stadsweeshuis, de kazerne zijn vol “Krieg schwer beschädigten” gebracht. Het is een uitermate triest gezicht om drie jonge kerels met één been op krukken langs de Nieuwestad te zien lopen. Drie mensen uit velen voor hun verdere leven verminkt, misschien nog onbewust van de morele last, die ze op de schouders gekregen hebben, omdat de lichamelijke kant van de zaak nog overheerst. En waarom dit alles? Een najagen van wat persoonlijke wensdromen?
Goed, de Führer z’n oorlogsmachine is een wrak en rammelt aan alle kanten, het vermalen van z’n kinderen wil niet zo best meer en het einde is in zicht. Als het eenmaal vrede is, krijgen we natuurlijk weer een golf van: “Nooit meer oorlog, Jongerenvredesacties, Kerk en vrede”, met dergelijke leuzen en verbroederingen, maar de mensheid in z’n geheel is blijkbaar als ieder mens persoonlijk in z’n diepste binnenste wreed en egoïst. De opvoeding, het omgaan met anderen, de beheersing der gevoelens, kortom de beschaving bedekt deze wreedheid en egoïsme met een laagje vernis, die soms ook verdwijnt in een paniek, want dan treedt het dierlijke weer aan de dag. Is het een wonder dat er oorlogen zijn? Vrede en oorlog wisselen elkaar blijkbaar af als iets onvermijdelijks. Misschien dat onze nakomelingen van beter hout gesneden zijn en het onzinnige van oorlog in zullen zien en deze kunnen voorkomen. Wie weet?
Een laaiend vuur, gesis, gesputter, dravende voeten, een kind dat huilt. Twee mensen die ruzieachtig, hoestend, de zaak proberen te redden in een door walm, stank en stoom bezwangerde ruimte. “Water, water!” Het lijkt wel of er iets ergs gebeurd is, brandbominslag of iets dergelijks, maar dat valt mee. Alleen de pan met suikerbietenstroop kookte gisteravond over op het “kreng”, dat plotseling een bui van willen kreeg. De stroop in het pannetje werd te heet, begon te koken en borrelde over de rand heen op de hete kachel. Dat indampen van suikerbietenwater is een feest. Van 10 dikke bieten komt 2 liter stroop, maar die 2 liter was oorspronkelijk 100 liter water met bietensnippers. Een grote wasketel werd ermee gevuld plus allemaal andere pannetjes. Tot 18 maart houden we nog 1 ½ uur gas per dag. Je ruikt dus overal de bieten. Kookt dat bietenwater in het begin over, dan is het suikergehalte nog niet zo groot, maar gisteravond was bijna al het water al weg gedampt en is de stroop zoeter dan zoet, de verbrande suikerstank was er dan ook naar. Alle ramen open, totdat de lucht weer dragelijk was.
11 maart 1945
Van Tiet kregen Vader en Moeder een brief uit Amsterdam, waarin stond dat het meel van het Zweedse Rode Kruis was aangekomen en dat iedereen in Holland er een vooroorlogs wittebrood van gebakken gekregen had met een half pond heerlijke margarine. Over iets anders werd niet gesproken, een wonder als je op de rand van verhongeren bent. Voor velen kwam het al te laat.
Wanneer komen de Tommy’s eens aanzetten met een dergelijk geschenk voor die hongerende bevolking, aan welke hongersnood zij toch wel degelijk mede schuld hebben door de mislukte landingspoging bij Arnhem en de toen gelijktijdig afgekondigde spoorwegstaking. Dat de landing mislukte kunnen ze niet helpen, maar waarom moet de spoorwegstaking voortduren? Factoren die ik niet ken, wettigen misschien deze houding.
Ik voor mij heb het gevoel, dat ook voor de geallieerden alleen eigen heil geldt, honger of geen honger in Holland. Duitsland heeft natuurlijk een prachtige kapstok gekregen om allerlei wandaden aan op te hangen en die de tegenpartij in de schoenen geschoven kunnen worden. Van de Duitsers verwachten we geen hulp, deze vijf jaar hebben ons wel anders geleerd, maar de Tommy’s verslijten we voor betere mensen, die dat wellicht niet waar kunnen maken, want mensen zijn mensen of het nu de Duitsers, Nederlanders of Engelsen zijn.
Het aantal slachtoffers dat er in Holland valt, is zeer hoog. In Tiet haar brieven worden regelmatig gevallen genoemd van mensen, die bezweken zijn. Voor Friesland gaat het goed, als de oorlog niet te lang meer duurt, want dan is er nog gelegenheid om het pootgoed de grond in te krijgen, de mensen die dit moeten doen, komen bij de vrede boven water en de opbouw kan beginnen.
Hiernaast een stukje over de ruilerij. Ook hier in de stad schieten de ruilwinkels als paddenstoelen uit de grond en de belangstelling voor de aankondigingen voor de ramen is zeer groot. Alleen “nette” goederen worden ter ruiling aangeboden staat op een groot bord in de etalage. Kousen tegen brandstof, twee pak lucifers tegen 3 rol closetpapier. Nu er niets meer te koop is, probeert de goegemeente op deze manier nog in het bezit te komen van de allernoodzakelijkste dingen. Goederen tegen levensmiddelen ben ik in de etalages nog niet tegengekomen, die transacties kunnen niet open en bloot gebeuren, dat doet men onder de toonbank.
Uit Amsterdam komt bericht, dat het ophalen van het huisvuil gestaakt is, zodat nu ieder z’n vuilnisvaten maar op straat omkeert en niet alleen de vuilnisvaten, maar ook nog wel iets anders, omdat veel closets en rioleringen verstopt zijn en niet hersteld kunnen worden. Tiet schreef tenminste, dat het in de stad een reusachtige smeerboel is geworden en het Vondelpark gesloten is, omdat alle bomen omgekapt waren en ieder in de buurt van dit park een vuilnisbelt bezig is te maken.
11 maart 1945
Gistermiddag hebben we onze evacué gekregen, een meisje van 17 tot 18 jaar, die eerst bij Andringa op de Druifstreek gehuisvest was, maar daar ongenoegen kreeg. Als reden werd opgegeven, dat het er haar te druk was bij de acht kinderen en nu maar afwachten hoe Ans V. het bij ons vindt en of wij het met haar kunnen vinden. Wat er precies aan de hand is, weten we nu nog niet, maar zullen het gauw genoeg merken, van beide kanten wordt een verhaaltje opgehangen. Het is een kind met alles erop en eraan, lange zwarte haren en dito ogen en in het bezit van sex. Onze vrijheid zijn we wel wat kwijt, weten niet recht aan welke kant ze staat, willen regelmatig even onder de grond naar de radio horen en kunnen daar geen pottenkijkers bij gebruiken.
Gistermiddag kreeg ik drie man sterk in de winkel n.l. twee Nederlanders en een Duitser, die de stoppen uit het schakelbord begonnen te draaien. Het vreemde was, dat ze ze wel van het bord draaiden, maar niet uit het hoofdkastje. Toen de heren klaar waren, werden mij achter de rug van de Duitser om weer een paar stophulzen in de handen geduwd. Vanavond is er dus weer licht in de kamer en stroom voor de radio.
Is nevenstaand stukje in de krant niet mooi? Ik heb er echt van genoten en lees eruit dat weliswaar Duitsland de oorlog gaat verliezen, maar dat de Nazigeest tot zegen van de mensheid blijft. Hitler, Göring en Göbbels praten ook weer wat meer voor de radio en staan er uittreksels van in de kranten, maar ook zij hebben het maar over de ellende die te wachten staat als de oorlog verloren wordt. Dat verwoesten van Duitsland is niet zo erg en dat veel mensen het leven erbij inschieten ook niet, maar gaat men de strijd verliezen, dan is alles uit, want dan gaat de zon niet meer op, dan willen de bomen niet meer groeien en dan worden de mensen steriel.
Dat Duitsland het zolang volhoudt is eigenlijk een wonder, maar terreur vermag veel en een man met een revolver houdt er honderd, zonder revolver, in bedwang.
16 maart 1945
Thoma’s verjaardag en Saskia wordt een half jaar, dus anderhalve feestdag, maar Marijke vindt dat zij ook wel een beetje jarig is, dus we maken er maar een dubbele feestdag van op deze stralende voorjaarsdag, zodat de Tommy’s maar naar hartelust kunnen vliegen en we elke dag een keer of wat luchtalarm hebben. Van naar beneden geschoten toestellen hoor je ook niet meer, dus dat onderdeel van de Duitse afweer is ook geëlimineerd. “Niet het materiele zal overwinnen, maar het ideële”, staat er in de krant. Dat komt uit want hoe groter geest, hoe groter beest, gezien de wreedheden die begaan worden in het Burmaniahuis, waar de S.S. huist.
Ziezo, weer een luchtalarm, hollende mensen op straat om nog thuis te kunnen komen, want het is etensuur. Lukt dat thuiskomen niet in één stuk, dan maar van portiek tot portiek, alle kanten uitzien om niet in handen van een agent te vallen, want omdat er nooit iets gebeurt begint men maling aan de janktoon te krijgen. De mensen van de luchtbescherming zullen wel “gvd” zeggen, want alle keren dat de sirene gaat, moeten ze opkomen en dat is op het ogenblik een paar keer per dag en als dat dan net in etensuur valt.... Het verhaaltje van “pas op de wolf”: de wolf lijkt veel op ons moderne sprookje van luchtalarm.
17 maart 1945
Vanmorgen kregen we een brief van de gemeente met bericht, dat we voor de fiets ƒ 4,- per week vergoeding zullen krijgen. Men laat het graag aan de burger over om die fiets weer berijdbaar te maken, want de gemeente is ervan overtuigd, dat een burger beter de zwarte wegen kan bewandelen om de zaak weer op te lappen. Is hij dan weer klaar, dan staat de gemeente klaar met een vorderingsbevel.
18 maart 1945
Het grote uit de lucht gegrepen nieuws van vandaag is, dat de Duitse regering een paar vertrouwensmannen naar de Britse ambassade in Stockholm gezonden heeft om vrede met Engeland en Amerika te krijgen. Hilter en Himmler moeten evenwel gehandhaafd blijven, omdat die beiden alleen in staat waren het Duitse volk van verder vechten te weerhouden! Wanneer het waar is, dan blijkt eruit dat de oorlog op z’n laatste benen loopt.
In een bericht van Tiet staat, dat de Duitsers in Holland hun zaken afwikkelen en vertrekken, wat erop wijst dat ze de Hollanden vrijwillig op gaan geven. Men wil dit alles zo graag, ziet zo reikhalzend naar de vrede uit, dat elk bericht dat in die richting wijst geloofwaardig en hoopvol bevonden wordt, ook al raakt het kant noch wal.
Ondertussen is er vanmorgen in Huizum een razzia gehouden en natuurlijk zijn er weer verschillende slachtoffers gevallen. Ausweis of geen Ausweis, mee moesten alle mannen beneden 50 jaar. Ze zullen wel op het vliegveld moeten werken, want daar kan men momenteel hopen mensen gebruiken.
Vandaag de laatste dag gas, dus morgen moet het kacheltje de taak overnemen om niet van de gaarkeuken te hoeven eten. Als we nog maar wat hout konden bemachtigen, dan lag die rats tenminste nog niet dadelijk op ons bord.
Vanmorgen verzuchtte Ger dat de zeep, op enkele stukjes na voor Saskia, nu op is behalve dan de dure blikken clandestiene, die we voor de was gekocht hebben. Gisteravond heb ik me al met warm water verschoond, maar zonder zeep. Nog drie rol closetpapier en een paar doosjes lucifers, dan is die voorraad ook gedaan. Het spreekwoord zeg: als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Laten we het hopen, de verwoestingen en de verliezen aan mensenlevens zijn zo langzamerhand wel groot genoeg, zou ik denken.
30 % Prijsstijging der goederen verwacht men na de oorlog. Dit is niet veel, komt me voor. Iemand bij de prijsbeheersing die speciaal studie van dit onderwerp maakte, kwam tot deze conclusie die je natuurlijk laten moet voor wat hij is. In de Zakenwereld stond een stukje uit de New York Times over de financiële toestand van ons land en daarin schreef men dat deze niet verontrustend was. Drie maatregelen te weten een grote binnenlandse lening, verzwaarde belastingen en een grote Amerikaanse hulp na een drastische geldzuivering zouden ons land wel spoedig weer op de proppen helpen. Maar met een algemene verarming in goederen zullen we toch wel degelijk rekening moeten houden.
Omdat we geen licht meer hebben overdag, liet ik vanmiddag de deur van de wc een eindje open staan. Marijke en Thoma merkten dit en hoorden mij een plas doen. “Zie Thoma”, zie Marijke, “Papa heeft hier een staartje” en ze wees op haar buik, “waar z’n plasje uitkomt. Alle vaders hebben dat.”
20 maart 1945
Door het gebrek aan zeep en scheermesjes begin je op straat meer baardmannen te zien. Zo’n baard heeft ook het voordeel, dat je er tien jaar ouder uitziet. Ook voor mij zou het niet ongeschikt zijn, dan was ik 43 jaar en vrij, want alle mannen met of zonder Ausweis beneden de veertig jaar moeten werken voor O.T. De komende dagen kunnen dus gezellig worden.
Gistermorgen kwamen twee beambten van de PTT om de telefoon op te halen, waartoe ik ze in het kantoor liet en deed of we maar 1 toestel hadden. Ze wisten evenwel dat er nog één moest zijn, maar na wat heen en weer gepraat kreeg ik het zo ver, dat ze me een toestel lieten houden, dat we ingepakt in papier in de kast mogen bewaren tot betere tijden.
Thoma werd door de dokter een hoogtezonkuur voorgeschreven, maar toen Ger bij het Diaconessenhuis kwam, kreeg ze bericht dat, in verband met de stroombesparingen, Thoma niet geholpen kon worden.
Gelukkig gaan we de goede tijd tegemoet wat de zon betreft. Laten we over de voedselpositie maar zwijgen; die lijkt zo zwart als de nacht. Het rantsoen brood werd verlaagd van 1800 tot 1400 gram en nu het gas niet meer werkt, moet de goegemeente z’n warm eten uit de gaarkeuken halen. Die uitdeling moet eerst wat wennen, want gisteren was het een janboel en mensen die al drie uur in de rij stonden konden weer naar huis, want de zaak was op. Heb je wel je portie beet, dan kun je nog het beste maar direct met eten beginnen door op O.T.-manier op de stoep te gaan zitten.
Voor morgen loopt de soep nog in de soep, ook vanwege de verwachte razzia. De bakker duikt onder in z’n deeg, de melkboer in z’n melk en de groenteboer kruipt onder de rapen. Alles voor zo ver het er nog is. Het is een zot gezicht mannen, vrouwen en kinderen met emmertjes door de stad te zien sjouwen.
De smeden hebben het smoordruk met ruilen van eten tegen Russen. Dat zijn hele kleine kacheltjes, die je bovenop je gewone kachel kunt zetten en waarop met een handvol brandstof een ketel water aan de kook te brengen is. Voor ons gezin is het niets gedaan, vier grote mensen met Corrie en Ans erbij plus drie kinderen, dat vraagt meer vuur. Vier maal op een dag moet er een ketel warm water komen voor het warmen van het flesje voor Saskia, dus onze jongste dochter telt, wat de brandstof betreft, heus wel mee.
Thoma en Marijke hangen samen over de rand van het ledikantje en vertellen honderduit aan het zusje, dat er niets van snapt, maar wel veel lacht. Vanmorgen liet Marijke aan Saskia een ringetje zien, dat ze van Ans gekregen had. “Zie eens Sas, is dat niet een mooi ringetje met een theeblad.” Er was tegen Marijke gezegd, dat het een klaverblad van vier voorstelde, maar dat had ze maar half verstaan, want begrijpen welke betekenis gehecht wordt aan een klavertje van vier, dat doet ze niet.
21 maart 1945
Het is vandaag de lente die begint en de Jong verzucht in dit stukje krant, dat het zo slecht gaat en ziet het zwerk voor hem en z’n partijgenoten drijven. Reden tot somberheid heeft hij wel, want ieder die niet N.S.B.-er is, ziet er fleurig uit. “Wat gaat het goed, hè”, en de koppen worden bij elkaar gestoken om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Helemaal betrouwbaar zijn die verhalen niet, er wordt ook wel het één en ander gefantaseerd, want ieder wil zo vreselijk graag dat de Duitsers verslagen worden.
De wraakzucht is enorm. Wanneer weer de een of andere Duitse stad in puin gelegd wordt door de RAF en met de huizen en fabrieken ook duizenden mannen, vrouwen en kinderen omkomen, dan wordt gezegd: Goed zo. Toch geloof ik, dat wanneer de mensen hier zelf eens zo’n bombardement meemaakten, ze het de Duitsers niet meer zo grif zouden toewensen. De papieren van hen, die menen dat de oorlog met een paar weken afgelopen is, stijgen weer nu de geallieerden zo heftig in de aanval zijn gegaan, dankzij de paraplu van vliegtuigen.
Wanneer ik bijv. over een paar jaar, wanneer de oorlog lang voorbij is, aan deze tijd terug zal denken, dan zal me het zo graag in de toekomst willen zien wat simpel voorkomen. We zijn als kinderen, die een zeer spannend boek aan het lezen zijn en zo graag het happy end willen weten. Alleen daar steekt Vader Tijd een stokje voor, want die slaat zeer langzaam, tenminste dat vinden we de ene keer en in razend tempo een volgende maal, de bladzijden van het leven om. En wij maar ongeduldig zijn.
Nu werkt de fantasie, nu wordt in gedachten de bevrijding doorleefd, nu ziet men fleurige gezichten, nu is men optimist, maar ja, zijn we eenmaal bevrijd met bloed en tranen, dan is er wel weer wat anders waar we verlangend naar uitzien. Zo rennen we door het leven. Oom Gradus zegt wel eens: Het geluk houdt met het bezit op. Zou het ook voor de bevrijding gelden? In elk geval zal het ademhalen gemakkelijker gaan, dan in deze verpeste atmospheer waarin we nu leven, al schijnt het lentezonnetje dan ook nog zo stralend.
Uit Kassel kwam hier een bericht van iemand, die daar werkte maar de man schreef, dat ze zich na elk bombardement verwonderden dat ze nog leefden. Werken deden ze niet meer, alleen puinruimen en steeds waren er Tommy’s, dag en nacht, waarvoor dekking gezocht moest worden. Het weten dat de dood alle dagen en alle nachten je metgezel is bij elke stap die je doet was vreselijk enerverend. Ook voor ons kan de dood dichtbij zijn, maar we weten het niet en dat maakt een groot verschil.
Dat het offensief bij Nijmegen begonnen is, kunnen we zelfs hier merken. Heel zwak maar steeds aanhoudend dreunt het in de verte, vooral ’s avonds is het goed te horen.
Ger is naar een ruilwinkel gegaan en heeft er een rok en een bloes gebracht en wil daar een paar stukken toiletzeep voor terug hebben. Zeep, zout, lucifers, brandstof en dan dameskousen, dat zijn de artikelen waar schreeuwend gebrek aan is. De man die die dingen heeft is miljonair, want je betaalt al gauw ƒ 12,- voor een pond zout. Schoenen worden veel geruild, maar altijd tegen schoenen. De ruil van Ger is nuchter bezien onvoordelig, want de prijs van rok en blouse is wellicht oorspronkelijk ƒ 10,- geweest en de prijs van drie stukken toiletzeep ƒ 0,75. Maar zeep wordt momenteel veel hoger gewaardeerd dan textiel, de waarde is in geld niet meer uit te drukken, omdat niemand voor geld verkopen wil. In Holland wordt eten verruild tegen gouden voorwerpen, maar levensmiddelen zijn hier nog niet zo krap, daar hoeft geen goud aan te pas te komen.
24 maart 1945
Hier en daar worden razzia’s gehouden en ik kan dus niet op straat komen. Een blok huizen, een paar straten worden afgezet en nagekeken door zwarten en groenen, die hier en daar eens iemand pikken. Vanmiddag was er controle op de Nieuwestad, alle mannen die niet stokoud zijn, worden aangehouden en de papieren nagekeken. Toen er dan ook gebeld werd, dacht ik dat het ons huis was dat een beurt kreeg om nagezien te worden, maar het was een klant. Ger moest me uit het schuilkeldertje halen.
Alle mannen moeten spitten, maar 90 % van het manvolk laat zich liever het spit door de zon uit de rug halen en ligt zonnebadend op het dak. Het vrouwvolk loop zich het vuur uit de sloffen. Op straat zie je geen mannen.
Bijna windstil, geen wolk te zien, een schitterende zon en over een paar dagen ’s nachts volle man. Daar wordt enorm gebruik van gemaakt door de geallieerden. Zwermen vliegtuigen, de hele dag door geronk, hoeveel bommen er op Duitsland neerkomen weet ik niet, maar het moet reusachtig zijn.
Het vliegveld zal één dezer dagen ook wel weer een beurt krijgen, mochten de Anglo-Amerikanen bij Arnhem de Rijn oversteken, zoals in nevenstaand stukje uit de krant staat. Over kranten gesproken, die verschijnen op het ogenblik ook niet.
Onderduiken of tewerkstellen maar niet de gewone arbeid, is het parool voor alle mannen, waardoor winkels en kantoren maar weer eens een keer gesloten zijn of op halve kracht werken. “Neen Mevrouw, het spijt me wel, maar we hebben geen personeel meer, we hebben geen materiaal meer, we hebben geen gas en geen stroom meer. U moet maar wachten tot na de oorlog, laten we hopen, dat dit spoedig het geval zal zijn. Dag Mevrouw.” Dat verhaal draaien Jeltje en Nelly nogal eens af tegen klanten, die tegen beter weten in toch komen informeren. Onze winkel lijkt zo langzamerhand wel een balzaal, alleen is de vloer niet zo glad, vanwege zeep- en wasgebrek. Het is een lege, kale, donkere zaak, waarin de stemmen hol beginnen te klinken, omdat er zo weinig in staat.
Deze tekening heeft Marijke voor me gemaakt en die ik zeer geslaagd gevonden heb, vooral de kip die een ei legt bovenop het dak en de vogels in de rook. Verder een kabouter in een boom, een zon en veel wolken completeren het geheel. Of de beide kinderen aan het touwtje springen of aan het wol opwinden zijn, weet ik niet.
28 maart 1945
De capitulatie van Duitsland is een kwestie van enkele dagen, zo niet van uren, werd vanmorgen voor de Engelse zender bekend gemaakt. Nog is de oorlog niet afgelopen, maar ver zijn we er niet meer vanaf. Hoe mooi zullen de Paasdagen kunnen zijn, als men eindelijk in Duitsland het onvermijdelijke inziet en de wapens neerlegt.
Gisteravond werd gezegd, dat de Russen ook doorgebroken waren en Dresden reeds gepasseerd, terwijl de Amerikanen in Zuid Duitsland geen tegenstand ontmoeten. In september van het vorig jaar hebben we ons met elkaar ook blij gemaakt en toch nog een beroerde winter door moeten maken. Te vroeg maakten we ons blij. Maar weer afwachten.
Aangeplakt werd vandaag, dat wanneer het luchtalarm vijf minuten achtereen gaat of de klokken van de Oldehove beginnen te luiden, een half uur daarna niemand meer op straat mag verschijnen of hij wordt doodgeschoten. Toch is het onwerkelijk dat het vrede zou kunnen worden, want de Duitsers lopen gewoon op straat, al zijn er veel gewonden tussen. Bepaald overstuur lijken ze niet.
In m’n schuilplaats zit ik ’s middags alvast plannen te maken voor de uitbreiding der zaak, want met het oog op mogelijke huiszoeking ben ik ’s middags maar in de bergplaats in de “staart”. Tussen 2 en 5 uur is de winkeldeur open en ieder kan zo naar binnen lopen, dus dan druk ik me maar. ’s Morgens valt het wel wat mee, een spiegel buiten aan het kozijn zegt wie er voor de deur aan de “orgelpijp” trekt.
Vanmorgen kwam Marijke thuis met een mooi nestje met eitjes voor Pasen. Op school hadden ze dat gemaakt. Echte eieren zijn er haast niet meer. Kortgeleden kocht Ger nog 6 voor 75 cent per stuk, wat een koopje was.
“En m’n Sarie Marijs
Die fietste op het ijs,
En toen kwam er een krokodil
Die beet haar in haar bil.”
Dat schone lied galmden twee jongetjes op een fiets zonder banden, zonder spatborden, zonder rem en zonder bel. De laatste is evenwel ook niet nodig, want zo’n rammelkast hoor je al van verre. Plezier hadden de jongens wel, vuil omdat ze nooit meer gewassen worden, zonder kousen, bijna zonder schoenen, meer gat dan schoen, gelapte en kapotte broeken en buisjes, maar toch plezier, veel plezier.
Zo rammelden ze langs de straat, een paar melkflessen in een fietstasch aan de bagagedrager, want waar dient een fiets anders voor, dan om melk en groenten te halen? En zo hotst jong en oud, rijk en arm over ’s heren wegen om z’n kostje op te scharrelen. Nu ik geen melk meer halen kan, doet Ger het ’s morgens in de vroegte gekleed in mijn lange leren jas en geef ik Saskia de fles en doe de huishouding tot Ger weer terug is.
De goede fietsen zijn uit elkaar genomen en verstopt, hetzelfde gaan we doen voor de naaimachines, de stofzuiger en nog wat elektrische dingen. Je weet nooit wat voor gekkigheden we nog beleven bij de bevrijding. De bakfiets is een moeilijker probleem, we hebben hem op het ogenblik in de etalage staan en is bedekt met planken en doet dienst als podium voor klein meubelen. Alles moet verstopt worden van goederen tot mannen. Alleen geld is veilig, daar is niet veel mee te beginnen. My home is my castle (and my prison).
29 maart 1945
Vanmorgen een razzia bij Corrie in de buurt, een der mannen, die probeerde te ontsnappen, werd doodgeschoten. De berichten over de oorlog zijn denkelijk weer te mooi gebleken, wel geven hele legergroepen zich over, maar over capitulatie wordt nog niet gesproken.
Steeds meer gewonde soldaten komen Leeuwarden binnen, nu het leven in Duitsland zelf geheel ontwricht is, want alles is er verwoest en de mensen leven er als ratten. Gisteravond werd gezegd, dat de wereld op zou kijken als het hoorde hoever de geallieerden al in Duitsland doorgedrongen zijn, maar om veiligheidsredenen moest men nog even zwijgen.
31 maart 1945
De richting van het gehele offensief der geallieerden is Noord Oost, terwijl men ons land letterlijk en figuurlijk links laat liggen, mogelijk om verdere verwoestingen te voorkomen, omdat men weet dat de Duitsers tegenstand blijven bieden en men hoop heeft dat overgave spoedig volgt? Göbbels schreef in een Duitse krant een stuk waarin o.a. deze zin voorkwam: Laten we vooral met beide benen op de grond blijven. Inderdaad, want als z’n benen van de vloer zullen zijn, dan hangt hij aan een boom. Ondertussen stijgt de spanning met het uur. Wat gaat er gebeuren?
Ook de Jong wordt hoe langer, hoe pessimistischer in de krant. Voor de man z’n huisdeur staat een hoge boom met dikke takken, die nog niet omgehakt is om tot brandhout te dienen. Ik denk dat de Jong die boom vaak bekeken zal hebben, met de gedachte “aan welke tak kom ik te hangen?” Zo’n vooruitzicht is nu niet je dat, maar hebben de N.S.B.-ers ooit hun stem laten horen tegen de gruwelen van Ommen, Vught, Amersfoort en nu in het Burmaniahuis? Nee, niets daarvan, omdat de N.S.B.-ers voor het grootste deel voortgekomen zijn uit Jan Rap en z’n maat. Mensen die in de normale maatschappij niet passen, maar nu hun kans schoon zagen om een vinger in de pap te krijgen. “Een opgaande tijd”, zei Mevrouw Looienga in het begin van de oorlog tegen Ger. Inderdaad, de boel is opgegaan, schoon op. Geplunderd is ons land met hulp der N.S.B., hoe correct Looienga en ook boer Sijtsma zelf ook waren.
Vluchtelingen uit Duitsland vertellen van de verschrikkingen der bombardementen, van het weinige eten, van de stromen mensen, die een goed heenkomen zoeken en van een organisatie die hopeloos in de war geraakt is.
Vanmorgen om acht uur alweer luchtalarm, allemaal stippen in de lucht, stippen die strepen trekken, mooie witte rechte strepen, stippen die duizenden kilo’s bommen aan boord hebben, waardoor meer mensen en meer huizen van het toneel verdwijnen. Maar ja, Hitler vindt dat het beter is te sterven dan te capituleren. De geest zal overwinnen. Ik voor mij ben liever nog geen geest. Een zorgzame driftige echtgenoot, drie drukke kinderen met harde koppen van de oorvijgen, die niet meer helpen behalve dat ze je eigen gemoed wat opluchten in deze jachtige wereld. Om daar als geest bij te zitten lijkt me niets.
Het leven voor een huisvrouw is moeilijk, enerverend, waar twee stel hersens bij nodig zijn. Eén om steeds de eterij bij elkaar te krijgen en één om het ’s middags op tafel te hebben. Gaar en op tijd is het probleem. Laten we maar zwijgen over het zeepprobleem, dat een zeepdrama dreigt te worden.
Op een rus is goed te koken, maar je moet er de hele dag bij zitten, elke vijf minuten een houtje. En als het dan niet meer kan, dan maar naar de gaarkeuken als laatste toevlucht. Ja dat kan, alleen gisteren lagen op verschillende plaatsen op straat hopen eten, waar de honden vies aan roken. Het was weer eens een keer bedorven. Zuur!
Morgen Pasen, alleen geen vrede zoals we in het begin van de week hoopten. Geen dagen, maar weken zullen we daar nog op moeten wachten. Vijf jaar zien we naar die vrede uit, een paar weken meer of minder komen er nu ook niet meer op aan. Wachten, steeds maar wachten, misschien op een vrede die een fictie zal zijn. Al zijn wij Nederlanders en wij Friezen zeker, tamelijk nuchter en gaan elkaar de koppen niet meer inslaan.
1 april 1945
“Oh, Moesje kom er eens kijken
Er is toch zo’n wonder gebeurd
Een kip heeft er op het paadje
Een paasei gelegd met een plaatje
Het is helemaal roze gekleurd.”
Dat versje leert Marijke op school en horen we nu de hele dag door het huis weergalmen. Jammer dat we de kinderen geen eitjes kunnen geven, geen chocolade en van suiker, maar ook geen echte. Volgend jaar zullen ze er wel weer zijn, de oorlog duurt niet eeuwig.
Toch bakt Ger voor vanmiddag bij: “the five o’clock tea”, een lekkere koek van eigen gemalen tarwe met een paar lepels stroop erin, terwijl we als paasmaal voorgeschoteld krijgen een stukje vlees, spinazie en prima aardappels. M’n liefje, wat wil je nog meer.
Groenlo, Ruurlo en Winterswijk zijn bevrijd, wordt gezegd, maar ik denk dat de Duitsers nog wel pogingen in het werk zullen stellen de opmars naar Delfzijl, Bremen en Hamburg te beletten. Gisteravond trokken een 1000 man Duitse troepen bepakt en bezakt de Groningerstraatweg uit, maar nu de andere kant op. In 1940 kwamen ze er in maar nu er uit. Wapens hadden ze niet bij zich.
Het stormachtige weer van vandaag past goed bij de stormachtige gemoederen, waarin velen verkeren zodat zelfs van de “Overkant” een waarschuwing tot ons volk gericht werd door Prins Bernhard als hoofd van de ondergrondse om geen onberaden dingen te doen en te wachten met het weerstaan der Duitsers tot het sein gegeven wordt om het juk af te schudden, vandaar natuurlijk nevenstaande officiële mededeling.
Vliegweer was het vandaag niet. Sinds lange tijd voor het eerst eens een dag zonder luchtalarm. ‘s Morgens bij het opstaan zeggen we al tegen elkaar als we naar buiten zien: Is het vliegweer? Nu we nog tamelijk ver van het front af zitten, kunnen we ons nog zonder angst afvragen of het vliegweer is. De mensen in Deventer en Zutphen zagen ’s morgens met meer gemengde gevoelens naar de lucht, want die plaatsen zijn behoorlijk toegetakeld. Het huis waar de familie v.d. Beld in woont heeft ook geen ruiten meer en hetzelfde is het geval met de woning van Ger en Adri Kop. De IJsselbruggen waren steeds het mik- en mispunt. In de stad vielen dan de slachtoffers.
2 april 1945
Paasmaandag. Vanmorgen een etensdrama gehad. Door de harde wind kreeg “het kreng” de geest en trok reusachtig. Alle pannetjes erop kwamen in de helft van de tijd aan de kook en dat “verrifelde” Ger wat, die boven in de keuken druk bezig was bieten schoon te maken. Een pannetje spek met een stuk boter erbij, een kostje om van te watertanden, stond erop en verbrandde volkomen. Was er nu genoeg spek en boter, nu vooruit, dan was het niet zo erg, maar spek is een kostbaar iets en bijna niet te krijgen en als dan zo’n pannetje een rokende zwarte inhoud krijgt, waardoor de hele kamer blauw ziet, dan is dat om uit je vel te springen.
Ger stond te stampvoeten van woede en teleurstelling, de tranen stroomden haar over de wangen, want de huishouding tegenwoordig vergt wel eens wat veel van haar zenuwgestel. De hele dag staan er pannetjes op het kacheltje, want Saskia eet nog niet met ons mee, al kreeg ze vanmiddag voor het eerst een bietenprakje, waar ze verschrikkelijk vieze gezichten van trok. Het gas geeft een altijd gelijkblijvende hitte, maar het kacheltje is soms veel heter, maar in de regel van minder goede wille. Hout, meer hout moet er op het vuur om de brand erin te houden en het is een hele toer om de grote pannen aardappelen aan de kook te krijgen.
Toen het spek vanmorgen verbrandde, zat Marijke in de kamer te tekenen, zo ingespannen te tekenen, dat de blauwe stank nog wel de helft dichter had kunnen worden voordat ze misschien naar boven geroepen had: “Mama het stinkt zo, Thoma moet je eens kijken”. Thoma zou dan zeggen: “Ik lus dat vek niet. Jij ook niet, hè Mijke?”, en trouwhartig ziet ze dan haar zuster aan.
Gistermiddag was Moe op visite en klaagde ons haar nood over de evacués, over de familie Smits. Zoals we al vreesden, is ze gast geworden in het eigen huis; haar drie geëvacueerden zijn beste mensen, maar van een ander slag dan Moe, minder schoon, maar veel gastvrijer, wat als nadeel heeft dat alle collega’s verdrevenen op bezoek komen en Moe haar stoelen bezitten. Alle familieleden van de Smitsen zijn in de buurt gehuisvest dus gauw even naar Pa en Moe. Daar komt ook bij, dat Moe haar etensvoorraadje, wat ze voor zichzelf bij elkaar gescharreld had, nu ook aangesproken wordt door de familie Smits. En met het eten ook de brandstof.
Het komt er nu op neer dat schraalhans gaarkeuken meester wordt. Daar kwam nog bij dat Moe een gesprek ter ore kwam, dat Mijnheer Smits gesproken had met een evacué, die in Berlikum gehuisvest was, en waarbij de laatste opschepte over het goede leven dat ze konden leven en Mijnheer Smits z’n nood klaagde over het weinige, dat bij Moe op tafel kwam. Het beste was als Moe de familie op een nette manier kwijt raakte, want ze kan er niet goed tegenop. Haar gezondheid en haar geest raken in opstand en dan alles koken op de rus, dat wordt te veel.
En van de Duitsers en van de Russen moeten we langzamerhand niets meer hebben. Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer oorlogservaringen we krijgen, hoe meer we mee kunnen leven met de personen in ons beste boek dat we hebben: “Gejaagd door de wind”. De schrijftrant van Margareth Mitchell is zeer boeiend, maar de inhoud van haar roman wordt nu werkelijkheid voor ons.
3 april 1945
Na een paar Paasdagen zonder veel berichten, beginnen die vandaag weer te komen. Ze zijn bij Enschede, wordt gezegd?! In elk geval staat het offensief niet stil, nog een week zeggen de mensen op straat, maar de Roermondenaars zijn veel meer bevreesd voor de naaste toekomst dan wij Leeuwarders, die nog zo weinig meegemaakt hebben. Maar aangezien de klokken van de Oldehove nog niet geluid hebben, weten we niet hoe laat het is.
Zo rustig is het vandaag geweest, dat je niet zou zeggen dat de oorlog maar 100 km. van ons verwijderd is; slenterende soldaten op straat, geen gevlieg en geen luchtalarm.
Ergens anders dan over de oorlog wordt niet gesproken en als het dan niet over de oorlog is, dan is het wel over het eten en de distributie. Waar moeten we in hemelsnaam over praten als het weer vrede is, stof is er dan niet meer, komt me voor. In elk geval is het beter geen stof, dan het stof dat we op het ogenblik op het blik krijgen.
4 april 1945
Twaalf km. van Zwolle, is het nieuws van vanmorgen, zijn geallieerde tanks gesignaleerd, maar dat bericht stamt van gisteravond en nu zijn we al weer bijna 24 uur later.
De zoon van Notaris Harterink is doodgeschoten door z’n eigen partijleden, omdat hij niet naar het front wenste te gaan. Nu iedereen het einde van de oorlog ziet naderen, voelt niemand ervoor om nu nog wat te beginnen en kraakt het in de N.S.B. Deze jongen speelde voor onderduiker, een onderduiker waar dubbel jacht op gemaakt werd.
Voor de BNO werd een verzoek tot de strijdende partijen gericht om de Afsluitdijk niet te vernielen, het zou de ondergang van enkele miljoenen Nederlanders kunnen betekenen.
5 april 1945
De berichten over 12 km. van Zwolle zijn weer voorbarig geweest, in werkelijkheid zitten ze in de buurt van Zutphen. Wel zijn Enschede en Hengelo bevrijd.
6 april 1945
Er gebeurt niets, ondanks het mooie weer, geen vliegtuig te horen. We voelen ons allemaal als een patiënt die een ernstige operatie moet ondergaan, maar waarvan de dokter zegt: Laten we het nog maar wat aanzien.
De ruilerij van Ger van de koffergrammofoon, het kinderbad, het fototoestel en een paar wieglakens en sloopjes geeft, zoals was te voorzien, moeilijkheden. Zeep en brandstof moet ervoor komen en ieder taxeert z’n eigen spullen hoger dan die van de tegenpartij. Voor de grammofoon kregen we een zak brandstof, antraciet, eierkolen en cokes door elkaar plus 60 briketten wat Ger te weinig en de gever rijkelijk betaald vond. De taxatie is natuurlijk moeilijk en de een kan beter ruilen dan de ander. De ene ruilt zich rijk en de ander huilt zich arm.
Onze Wehrmacht fiets is ook weer berijdbaar, door de fietsmaker een pond boter te geven en zelf te zorgen voor “kusjesbanden”. Ik weet niet hoe je massieve banden schrijft, vermoedelijk “cushion”, maar je spreekt het als “kusje” uit en dat is genoeg. De beide banden kregen we door ruilen van een veermatras stel en ƒ 20,- , zodat die beide banden ons ƒ 80,- kosten, wat niet veel is, wordt gezegd. Ik weet het zo net niet. In elk geval hebben we nu twee rijdbare fietsen, waarvan er een haastig in de geheime bergplaats verstopt is.
Zo net reden hier op de Nieuwestad nog weer een stel valschermjagers voorbij, allemaal op nieuwe fietsen die gewoon bij de mensen uit de huizen gehaald worden, de revolver in de hand. Gewaarschuwd werd om alle waardevolle goederen zo goed mogelijk op te bergen. Het kan nu nog.
’s Morgens sta je er mee op en ’s avonds ga je er mee naar bed, wanneer zouden wij nu eindelijk bevrijd worden. Het wordt langzamerhand een obsessie, zo’n feest wordt de bevrijding misschien niet, maar dat vervelende wachten is niet uit te houden. Elke dag kan er gediefd, gevorderd of huiszoeking gedaan worden en ieder snakt er naar om weer vrijuit te kunnen praten, zich op straat te vertonen en te weten dat deze tijd van afbraak eindelijk voorbij zal zijn.
De Tommy’s sluiten ons land wat in en omsingelen het, zodat de Duitsers afgesneden worden van de Heimat.
Wij zijn allemaal zo druk met onszelf bezig, dat we niet eens meer weten wat er verder in de wereld gebeurd is, want Japan is ook bezig z’n matten op te rollen, matten die wij hier maar moesten hebben, want er is geen vloerbedekking meer. De Amerikanen sluiten het land hoe langer, hoe verder in en de vernietiging van de vloot in de Pearl Harbour haven wordt behoorlijk vergolden, langzamerhand kunnen we de wereldkaart met vlaggetjes ook wel opruimen, want dan staan alle vlaggen op Berlijn en Tokio, tenminste op de kaart, in werkelijkheid staan de echte vlaggen op de puinhopen van deze steden.
I Welke landen zijn dat eigenlijk, aangezien de gehele wereld Duitsland met z’n doen en laten niet kan accepteren.
II Natuurlijk, strijden voor onze belangen en niet voor Duitsland.
III De Duitsers zijn anders direct begonnen, samen met de N.S.B.-ers, ons land te plunderen en tot slavernij te brengen.
IV Het aantal van hen, die van Duitsland met z’n regime iets goeds verwachten, is nooit groot geweest. Misschien telde de N.S.B. in z’n beste tijd 5 tot 10 % van de Nederlandse bevolking. De rest wist beter wat de plannen waren van de heren bezetters. Rotterdam werd niet vergeten.
8 april 1945
Zondagmorgen. “Nu dit blokje nog, Papa, en dan de klok erin. Oh, wat een mooie toren krijgen we”, zo springt Marijke om me heen als ik een prachtig bouwwerk in elkaar fabriek van de blokkendoos, hier nog een klosje, daar nog een steuntje voor versiering en de toren is gereed. “Mogen we hem nu omgooien?”, en twee paar ogen zien je hoopvol aan, want dat is toch eigenlijk het mooiste van de hele bouwerij. “Vooruit dan maar”, en van twee meter afstand proberen de kinderen met de ballen uit het kegelspel de fundamenten te raken, maar natuurlijk 9 van de 10 keer is het mis, maar toch de tiende keer is het raak en de hele toren zakt als een kaartenhuis in elkaar onder luid gejuich van de beide meiskes.
Zoals wij hier met blokken spelen, zo wordt er door de grote mensen ook gespeeld met de steden in ons land. Ook nu zakken huizen, winkels en fabrieken als kaartenhuizen in elkaar, waar de Duitsers uit de diverse plaatsen verdreven worden. Om Zutphen wordt om elk huis gevochten, terwijl de bewoners in de kelders zitten en nu kunnen de geallieerden wel gaan bombarderen, maar dan is het aantal inwoners dat omkomt extra groot.
De opmarsch geschiedt vooral in Duitsland en er wordt gemompeld dat tankspitsen al tot de Dollard door konden dringen. Terugtrekken van flinke contingenten Duitsers uit ons land heeft niet plaats gehad, zodat nog vrij wat strijd te wachten is en waarom zou Leeuwarden gespaard blijven. We zullen ons deel ook nog wel krijgen.
In elk geval hebben we rekening te houden met verwoesting van de zaak en hoe komen we er zelf af. Erg goed kunnen we het ons niet voorstellen, want het is alles zo rustig. Gisteravond was er zelfs weer een Wehrmacht voorstelling in Tivoli. Wel is het vliegveld ondermijnd en ontruimd, de arbeiders naar huis gestuurd en een kleine Duitse bewaking mag op de graszoden en de landmijnen passen. Meer scholen en meer huizen moeten ontruimd worden om gewonden en nieuwe troepen onder te brengen. Enig idee of dat nu veel of weinig zijn hebben we echter niet. Maar ook een kleine groep kan veel onheil stichten.
Het brood wordt er de laatste tijd niet beter op, klef en half gaar vanwege de grote haast, waarmee gebakken moet worden, want de kolen zijn op. Excelsior, onze bakkerij, al kregen we het brood door middel van de Zelfstandigheid, is nu geheel Wehrmachtbakker geworden en waar ons brood nu weg komt, weten we niet recht, maar het wordt er niet beter op. Aan alles komt een einde, volgende zondag is de toestand misschien al veel anders, wie weet of Excelsior dan al voor de Tommy’s bakt.
Alles takelt af, omdat er niets nieuws bij komt en niet te vergeten ieder die een beetje doen kan, doet zich armer voor dan hij is. Ik draag m’n oude pak, Ger heeft haar goede spullen laten verdwijnen en zo gaat het iedereen. Toen ik vorige week nog even met een meubelfabrikant sprak, waar ik iets wilde bestellen, wat niet doorging omdat alles ruilen is wat de klok slaat, klaagde die me ook z’n nood en verzuchtte: Was die oorlog nu eindelijk eens uit, dan kon je tenminste ook weer een behoorlijk pak aantrekken en niet bang zijn, dat ook je broek van je kont gehaald wordt.
Is dit niet een fleurig juffertje, zo fleurig als het zijn kan, zelfs na het vieze karweitje dat ze geregeld op moet knappen. Ja, want als Thoma, na met een heel benauwd gezichtje op het potje gezeten, een flinke druk geproduceerd heeft, komt dit juffie er aan te pas en gewonden om mijn vinger komt ze zo juichend, maar ietwat besmeurd tevoorschijn. Waarom zouden we in de toekomst geen closetrollen laten maken met opdruk, dat verhoogt de druk misschien. Nu we het tegenwoordig met deze plaatjes moeten stellen, gaat het prima. Een wc zonder licht, een wc zonder closetpapier, maar nog wel water om te spoelen, want anders zouden we met de kinderen moeten zeggen: Ik moet naar de c.
9 april 1945
Gisteren zijn er luchtlandingstroepen bij Borger en bij Meppel uitgezet. Zutphen is veroverd, opmarsch in de richting Deventer, gevechten in en om Bremen, maar hier in Leeuwarden is het ogenschijnlijk rustig.
Een ontstellend beroerd feit is evenwel, dat leden van de ondergrondse verzetsbeweging gegrepen zijn op het ogenblik dat ze bijna in actie hadden zullen komen en al veel wapens in huis hadden. Een der mannen werd gegrepen en in kortste tijd de hele groep opgerold. Corrie haar zwager met z’n vader bleken er ook toe te behoren, terwijl de vader van Cor, die er toevallig op bezoek was, meteen werd meegenomen, toen het huis omsingeld werd door S.S.-mensen.
In Enschede werden in de gauwigheid, voordat de Duitsers de stad hadden te verlaten, nog dertig politieke gevangenen doodgeschoten, wordt verteld. Ook Cor haar vader zit wel heel diep in de puree.
Jo de Vries haar vrijer, de Oostenrijker, kreeg zaterdagnacht het bevel zich naar het front te begeven, maar dook onder, dus bij de de Vriezen het hele huisgezin in rep en roer, vooral omdat ze ook nog een andere onderduiker herbergden. Toen de Duitse politie al heel gauw kwam, had men toch alles al georganiseerd en werd niets gevonden.
Een Duitse soldaat vroeg aan onze buurman v.d. Veen vorige zaterdag om daar z’n fiets te mogen stallen, want hij wilde naar de bioscoop, maar toen hij later z’n karretje terug kwam halen, vroeg hij of hij er verder mocht blijven slapen, een burgerpakje aantrekken en onderduiken. Zich overgeven, met de handen achter z’n hoofd lopen, daar voelde deze jongen niet veel voor, want dan moest hij zand graven, spitten noemen we zoiets. Er zal echter in Duitsland wel genoeg te spitten zijn.
Landingstroepen bij Groningen is nu weer het laatste gefluisterde bericht. Er hoeft maar een half woord gezegd te worden of de goegemeente vliegt er op aan en in een ommezien weet iedereen het. Of het bericht nu juist is of niet, dat doet er niet toe.
Een reusachtige halve cirkel met het Ruhrgebied als draaipunt en Deventer, Enschede, Hameln, Gotha, Karlsruhe erop, dat hebben de Tommy’s veroverd en nog steeds wordt deze cirkel groter. Alle dagen nieuwe penetraties, alle dagen verder opdringen. Zonderlinge mentaliteit houden de Duitse aanvoerders erop na om door te blijven vechten.
Noord- en Zuid Holland, Utrecht en Gelderland leggen nu het loodje, wat de voedselpositie betreft, want hier en uit de Achterhoek wordt niets meer aangevoerd. Verteld wordt, dat op Texel 1500 Russen, die daar werkten, de Duitsers overmeesterd hebben. Zou dat waar zijn?
