EEN RONDJE VROUWENGESCHIEDENIS LEEUWARDEN

(onderstaande weergave betreft slechts een voorlopige versie van de wandeling; de definitieve versie zal worden geïllustreerd en waar mogelijk nog aafngevuld en uitgebreid) 

Ter inleiding

Leeuwarden kent een rijke vrouwengeschiedenis. Toen in de 16e eeuw Leeuwarden zich ontwikkelde tot het handelscentrum van Friesland, hadden vrouwen daar al een duidelijke rol in. Leeuwarder vrouwen waren vrijgevochten vrouwen, die als uitbater van logementen, als vrouw van plezier, als marktvrouw hun ‘mannetje' stonden en in rijkere kringen als mecenas iets in de melk te brokkelen hadden.

De expositie ‘Het Verhaal van Leeuwarden' in het Historisch Centrum Leeuwarden  toont een schilderij van Christoffel Fredrik Franck van rond 1796, getiteld De Waag, waaruit blijkt dat vrouwen ook in de zuivelhandel nadrukkelijk aanwezig waren. Friesland stond destijds bekend vanwege de sterke invloed die vrouwen hadden op de bedrijfsvoering van het boerenbedrijf en de handel. Met name bezoekers van buiten Nederland waren nog al eens verbaasd over de ‘vrijpostige' (lees: niet op hun mondje gevallen) vrouwen in Friesland.

In de 17e eeuw was prostitutie een wijd verbreid verschijnsel en ook de recreatieve voorzieningen in een garnizoens- en handelsstad als Leeuwarden vormden daarop geen uitzondering. ‘Bijschnabbelende' huisvrouwen werden dan ook aan de lopende band tot tepronkstelling veroordeeld wegens het ‘aanhouden' van aangeschoten boeren- en soldatenvolk, dat onder het mom van het aanschuiven voor een kopje ‘coffij' of een ‘soopje' - éénmaal binnen - werd overgehaald tot het zich laten welgevallen - uiteraard tegen betaling - van de nodige ‘verwennerijen'. Ook het in onechte baren van een kind kwam een ongehuwde - veelal jonge ‘onnozele' (lees: naieve) - moeder dikwijls op deze onterende straf te staan. De natuurlijke vader - veelal een soldaat op doorreis - was dan vaak al lang en breed weer met zijn regiment vertrokken naar een andere stad.

Ook in later tijd waren ‘huizen van plezier' in Leeuwarden geen onbekend verschijnsel. In het laatst van de 19de eeuw werd zelfs beweerd dat Leeuwarden - na Rotterdam - zo'n beetje de meest decadente stad van Nederland was. Zo kende Leeuwarden destijds het eerste ‘gelegaliseerde' bordeel in Nederland en genoot de Friese hoofdstad tevens de twijfelachtige eer - nog vóór Amsterdam - de raamprostitutie te hebben geïntroduceerd ...

In 1878 timmerde Leeuwarden aan de weg met de tentoonstelling van Nijverheid en Kunst door vrouwen vervaardigd. De tentoonstelling werd gehouden in de Manege aan de Arendstuin.

In politiek opzicht stond Leeuwarden reeds vroeg als ‘rood' bekend vanwege de  socialistische koers van het het stadsbestuur. Deze tijd heeft ook een aantal zeer geëngageerde dames voortgebracht, die een voortrekkersrol speelden in de vrouwenbeweging. Kortom, Leeuwarden heeft een geschiedenis waarin ‘lieve' maar ook sterke vrouwen een belangrijke rol hebben gespeeld en die we op onze wandeling dan ook zeker zullen tegenkomen. Zo had Leeuwarden de eerste vrouwelijke archivaris en eerste vrouwelijke wethouder in het land.

Eelkje van Bouricius (geboren ca. 1620 en overleden 1682 te Leeuwarden) is te beschouwen als de eerste vrouwelijke dichter in Leeuwarden. Titia Brongersma komt een bijzondere plaats in de Nederlandse (en Friese) literatuurgeschiedenis toe, want zij was een van de eerste vrouwen die een eigen dichtbundel publiceerde. In de zeventiende eeuw waren zelfstandige publikaties van vrouwen zeer uitzonderlijk. Behalve als dichteres verwierf Brongersma ook bekendheid als ‘archeologe'. Ze is rond 1650 te Dokkum geboren als dochter van chirurgijn. Verder is bekend dat Titia zich later te Groningen vestigde, waar zij waarschijnlijk ergens rond 1700 is gestorven. Getrouwd is ze nooit geweest. Zij heeft in ieder geval Leeuwarden bezocht en het lijkt zelfs plausibel dat ze hier ook gewoond heeft.

Bekende schilderessen kende Leeuwarden ook met Margaretha de Heer (ca. 1600-1660) en Wilhelmina van Idsinga (1788-1819).

De meest beroemde vrouw ter wereld is natuurlijk Mata Hari, in 1876 in Leeuwarden geboren als Margaretha Geertruida Zelle.

En nog steeds kunnen we bijzondere vrouwen verbinden aan Leeuwarden. In de eerste plaats vanzelfsprekend Cisca Dresselhuys, geboren te Leeuwarden op 21 april 1943; min of meer toevallig, want haar ouders woonden op dat moment in Oldeboorn. Cisca was van 1 november 1981 tot 1 april 2008 (tot aan haar pensioen) hoofdredactrice van het feministisch maandblad ‘Opzij', dat overigens samen met Hedy d'Ancona is opgericht door de in Huizum geboren Wim Hora Adama (1914-1998). Cisca's journalistieke carrière begon bij het dagblad Trouw. Van Wim Kok tot Peter R. de Vries, iedereen werd in de afgelopen tien jaar langs Cisca's Feministische Meetlat in ‘Opzij' gehouden. Invloedrijke Nederlandse mannen uit politiek, wetenschap, cultuur, religie en bedrijfsleven werden aan de tand gevoeld over hun houding ten opzichte van vrouwen.

Verder zijn ook violiste Emmy Verhey, Tjitske Reidinga, bekend als Claire uit Gooische Vrouwen, Rudy Wester, directeur van het Institut Néerlandais, kinderboekenschrijfster Diet Huber en Annejet van der Zijl, schrijfster van de roman Sonny Boy, geboren in Leeuwarden.

Oud staatssecretaris (gezondheidszorg) Els Veder-Smit woont sinds de vroege jaren '60 in Leeuwarden.

Eigenlijk mag ook ‘top model' Doutzen Kroes niet onvermeld blijven. Weliswaar is ze geboren en getogen in Eastermar en naar de middelbare school gegaan in Drachten, maar haar vader is een Leeuwarder en ook Doutzen bracht en brengt nog regelmatig bezoeken aan Leeuwarden. Aan de propaganda actie van de AFUK voor het Fries getiteld ‘tútsje fan Doutzen' werkte ze graag mee.

De wandeling (duur ca. 2½ à 3 u.; start bij HCL)

( door op onderstaand routekaartje te klikken kan een grotere PDF-versie worden gedownload die eventueel kan worden uitgeprint)

Routekaarte stadswandeling vrouwengeschiedenis.

1. Groeneweg 1 - Historisch Centrum Leeuwarden/BCL:

Loekie van Maaren, Margreet de Boer
Op de plek waar zich nu het HCL bevindt, stond voorheen het Bestuurscentrum Leeuwarden (BCL). Tijdens de restauratie van het Stadhuis rond de laatste eeuwwisseling zetelde het gemeentebestuur op deze locatie. Op deze plek  hebben twee vrouwelijke burgemeesters gewerkt:

In februari 1999 werd Louise Bernardina Maria (Loeki) van Maaren-Balen geïnstalleerd als burgemeester van Leeuwarden. Zij kreeg geen steun van haar wethouders, raadsleden en van Commissaris van de Koningin Ed Nijpels. Na een rel rond de gemeentelijke OZB trad Loeki van Maaren-van Balen op 19 oktober 2001 af als burgemeester.

Margreeth de Boer volgde haar op. Drie jaar na haar beëdiging als kamerlid werd ze in november 2001 gevraagd om als waarnemend burgemeester van Leeuwarden op te treden, waarna ze op 2 oktober 2002 formeel door H.M. tot Leeuwarden's eerste burger werd benoemd; ze vervulde het burgemeesterschap van de Friese hoofdstad tot haar 65ste verjaardag en maakte toen plaats voor Geert Dales.

Prinsentuin
Willem Frederik, graaf van Nassau-Dietz en de vierde staatse stadhouder sedert de opstand verzocht het Leeuwarder stadsbestuur om een deel van de Doeledwinger, de middelste van de noordelijke verdedigingsbastions, in te mogen richten tot Lusthof. In 1652 toen Willem Frederik in het huwelijk trad met Albertina Agnes, de dochter van wijlen Frederik Hendrik en Amalia van Solms, die van kindsbeen af de geneugten van het Haagse hof was gewend, liet hij niet alleen het Stadhouderlijk Hof verbouwen, maar ook de lusttuin verfraaien en uitbreiden. Stadhouder Johan Willem Friso die op 23-jarige leeftijd verdronk bij de Moerdijk heeft er in zijn korte leven weinig aan bijgedragen, maar zijn weduwe Maria Louise van Hessen-Kassel (Marijke Meu) heeft in de persoon van Johann Herman Knoop een bekwaam hovenier uit haar geboortestreek naar Leeuwarden gehaald om 's Princen Lusthof verder en naar de eisen des tijds te verfraaien. Ook nadien is de tuin in opdracht van diverse leden van de stadhouderlijke familie door diverse tuinarchitecten aangepakt. In 1819 werd de Prinsentuin door Koning Willem I aan de inwoners van Leeuwarden cadeau gedaan als stadswandelpark.

In de Prinsentuin staan een tweetal beelden die van belang zijn voor de vrouwengeschiedenis van Leeuwarden:

De Koerierster van Tineke Bot is een herdenkingsmonument voor de vrouwen die in de oorlog hand en spandiensten deden voor ‘Het Verzet'. Koeriersters in de Tweede Wereldoorlog fungeerden vaak als communicant en/of bevoorraders voor onderduikadressen en vluchtroutes.

Zigzag staat in de vijver van de Prinsentuin. Het beeld is gemaakt door Eja Siepman van den Berg in 1996 . Het is neergezet als monument voor de vrouw. De in brons gegoten torso van een vrouw beeldt de dynamische autonomie uit van de zich bevrijdende vrouw. Gemaakt in het kader van Internationale [Vrouwendag op 8 maart van elk jaar].

Aan de andere zijde van de vijver staat de orkestschelp, die er in 1881 volgens ontwerp van de directeur der gemeentewerken J.E.G. Noordendorp werd gebouwd. De gemetselde onderbouw bevatte oorspronkelijk een wijnkelder voor de exploitant van de Prinsentuin. In de negentiende en twintigste eeuw genoot de Prinsentuin landelijke bekendheid als podium voor uitvoeringen en concerten in de open lucht. De podiumschelp in neo-renaissance-vormen met een drietal door de Italiaanse beeldenmaker Jacopo Fazzi vervaardigde en in nissen geplaatste koppen van Beethoven, Mozart en koningin Wilhelmina vormde daarbij het middelpunt.

2. Boterhoek 3 - AFUK/Hofje Goozen

Tegenover de noordoostelijke ingang van de parkeerkelder onder het Oldehoofsterkerkhof bevond zich tot 1935 het toegangspoortje naar het hofje Goozen, een gasthuisje waar arme jodinnen een rustige levensavond mochten genieten. De geschiedenis van deze instelling gaat terug tot 1859 toen de Israëlitische gemeente 16 woninkjes, gegroepeerd rondom een bleekveld, aankocht. Daarvoor werd het complex Oranjeklooster genoemd.

Kleine Kerkstraat 43/Kijk kijk Damesmode: vroeger woonhuis van Gryt van Duinen, voorvrouw van Omrop Fryslân


3. Grote Kerkstraat 9:

Anna Maria Catherina Buma
Anna Buma was een begenadigd dichteres en intellectueel. Zij was voor de tweede maal gehuwd met gemeentearchivaris A.van der Minne. Anna Buma was als één van de weinige vrouwen in haar tijd actief binnen de Fryske Beweging. In haar woning vonden regelmatig bijeenkomsten plaats van Friese schrijvers en intellectuelen. Later kwam zij in aanraking met het Nationaal Socialisme en werden er van tijd tot tijd hooggeplaatse duiters gesignaleerd - onder wie de archeologen Hermann Wirth en Arend Lang - die de Friese intelligentsia voor hun nationaal-socialistische karretje probeerden te spannen.


4. Grote Kerkstraat 11 - Princessehof:

Maria Louise van Hessen Kassel
Het stadspaleis Princessehof werd van 1731-1765 bewoond door prinses Maria Louise van Hessen Kassel, de weduwe van de op 23 jarige leeftijk bij de Moerdijk verdronken stadhouder Johan Willem Friso. Van het friese volk kreeg zij - vanwege haar sociale opstelling t.a.v. minderbedeelden - de koosnaam Maaike Muoi of Tante Marijke. Ze was in haar dagen erg populair. Prins Johan Willem Friso die als veldheer tijdens de Spaanse Successie Oorlog meer in het zadel doorbracht dan dat hij thuis was, verongelukte in 1711 bij de Moerdijk toen hij naar Den Haag was geroepen i.v.m. beraad inzake de Hollandse erfopvolging. Zijn zoontje Willem Karel Hendrik Friso, de latere stadhouder Willem IV werd pas na de dood van zijn vader geboren. Tijdens zijn minderjarigheid (tot 1731) nam Maria Louise het stadhouderschap van Friesland, Groningen en Drenthe waar.

In 1734 trouwde haar zoon met de Engelse koningsdochter Anna van Hannover, met wie zij niet goed overweg kon. In 1747 werd Willem IV van Oranje-Nassau ook uitgeroepen tot stadhouder van de andere gewesten van de Republiek. Toen ook hij in 1751 overleed, was zijn zoon Willem V nog maar drie jaar oud. Marijke Meu nam - na de dood van haar schoondochter in 1759 - andermaal het regentschap voor haar rekening

Maria Louise had een belangrijke porseleincollectie. Uit de paleistijd kunt u nog een barokke eetkamer met goudleerbehang en een plafond van sierpleister bezichtigen in het museum. Tegenwoordig is in het Princessehof het Nationaal Keramiekmuseum gevestigd.


5. Grote Kerkstraat 12  - Middelbare Meisjes School/Binnenwerk

Honderden Liwwadders hebben een groot deel van hun pubertijd aan de Grote Kerkstraat 12  doorgebracht. Tot in 1996 werd hier namelijk door verschillende instellingen  onderwijs gegeven. Vóór 1968 kregen uitsluitend meisjes les in het gebouw. De conciërge was de enige man die toegang had tot de school. In de herinnering van een oud-leerlinge moest hij "met bellen talmen, als hij ons aan 't begin van de Kerkstraat zag komen aanhollen."

Begin 19de eeuw was er al een particuliere ‘Franse Dag- en Kostschool voor Jonge Juffrouwen' gevestigd. In 1875 werd de Franse kostschool omgedoopt in Middelbare Meisjesschool (MMS). De directrice van de kostschool, Mej. Rebecca Plaat, mocht haar functie behouden. Zij was streng maar rechtvaardig en was daardoor zeer geliefd bij haar leerlingen. Op de MMS werd de meisjes naast wetenschap en deugd, "fatsoen" bijgebracht.  Zij werden niet alleen opgeleid om echtgenotes en moeders te worden, ook konden zij in de toekomst een beroep als onderwijzeres uitoefenen. Er werd veel aandacht besteed aan vreemde talen. In de hoogste drie klassen werd verondersteld dat de meisjes niet meer in de moedertaal spraken, er stond echter geen straf op wanneer dit wel eens voorkwam. De jonge dames moesten, naast het verwerven van kennis, goede omgangsmanieren leren en zich correct kleden. Bekende meisjes zoals de zusjes van Vincent van Gogh en Margaretha Geertruida Zelle (Mata Hari) hebben hier les gehad. Een oudleerling was eveneens Anneke Tulner-Hepkema (1913-2009), vermaard logopediste en op haar 95e nog auteur van een handboek over dyslexie.

De meest bekende docente was Geesje Poutsma (1849-1919). Ze was een begenadigd musicus en doorliep de conservatoria in Den Haag en Brussel. Zij trad ook veel op in Leeuwarden als mezzo-sopraan met o.a. de familie Hageman. Ze woonde op verschillende plekken in de stad. Na haar overlijden werd het Geesje Poutsmaleen gevestigd in Leeuwarden. Dit studieleen stelde geld beschikbaar aan meisjes die opgeleid wilden worden in toonkunst, wetenschap of techniek. De broer van Geesje was de oprichter van het bekende Instituut Poutsma (in De Weerd 18).

Mejuffrouw Grietje Marwitz gaf er Engels. Na ruim anderhalf jaar Leeuwarden te hebben verruild voor Zierikzee kreeg ze in 1905 een aanstelling aan het Stedelijk Gymnasium. Daarmee was ze de eerste vrouwelijke docent aan die school.

Op de plaats van de voormalige school stond in de vijftiende eeuw een adellijk huis, de Dekama-stins. De prinsessen Albertina Agnes (1634-1696), weduwe van stadhouder Willem Frederik en Amalia van Anhalt-Dessau (1666-1726), weduwe van Hendrik Casimir II zouden dit ‘bescheiden optrekje' in de zeventiende eeuw hebben bewoond hebben, maar dit is tot op heden niet met zekerheid vastgesteld.

6a. Grote Kerkstraat 16

Al rond 1900 was er een organisatie die jonge meisjes ondersteunde. In 'Ons Huis', onder het kantoor van wijnhandel Menalda, was deze voorloper van het blijf van mijn lijf huis gevestigd. De vereniging 'Onze avondjes' organiseerde o.a. een serie zondagavonden voor dienstboden van elders. Het bestuur bestond vooral liberale dames, maar ook Hillgonda  Buisman - Blok Wybrandi actief in deze vereniging.

6b. Grote Kerkstraat 20

Omstreeks 1815 heeft de uit Zwitserland afkomstige Henriette Henriod in nr. 20 kort een Franse kostschool voor meisjes. Eind jaren 70/begin jaren 80 woont hier dr. Barbara Harrison, directeur van het Princessehof.

7. Grote Kerkstraat 23:

Trui Jentink
Geertruida  Stellingwerf-Jentink, Trui Jentink (1852-1918),  was één van de eerste vrouwelijke propagandisten voor socialisme, geheelonthouding en vrouwenemancipatie in Friesland. Zij was de dochter van Theodoor Jentink, Nederlands-Hervormd predikant, en Geertruida Christina van Hengelaar.

Trui ging niet naar school - al wilde zij dat graag - doch kreeg privé-onderwijs. Al vroeg bleek een eigenzinnige en ondernemende persoonlijkheid. Doordat ze vaak familiebezoeken aflegde met haar vader werd ze geconfronteert met de vaak schrijnende armoede in veel gezinnen in Friesland. Op 7 december 1882 trad zij in het huwelijk met Oebele Stellingwerf, aanvankelijk hulponderwijzer doch later journalist. Ook zelf krijgt ze een baan als journaliste bij Het Fries Volksblad. Vanaf dat momen stond haar leven in het teken van de verheffing van het gewone volk en het schrijven. Daarnaast zette ze zich met hart en ziel in voor een betere positie van de vrouw in de samenleving. Ook na het overlijden van haar man bleef Trui nog een aantal jaren in Grote Kerkstraat 23 wonen.

8. Bollemanssteeg 64 - Grietmanshuis:

Adriana Wilhelmina van Andringa de Kempenaer
Adriana (Jeanne) van Andringa de Kempenaer (1858-1926)  heeft een dagboek nagelaten, waarin verhalen over ontvangsten, uitjes, voorvallen, incidenten, conflicten, rituelen in adellijke en andere voorname kringen in Leeuwarden zijn beschreven. Aan het eind van haar leven was het adellijke milieu in Leeuwarden niet meer wat het geweest was. Nadat haar ouderlijk huis aan de Grote Kerkstraat openbaar verkocht werd, is de familie dan ook niet meer teruggekeerd naar Leeuwarden.

Jonkvrouwe Adriana Wilhelmina van Andringa de Kempenaer schreef in haar dagboeken: "Het huis waarin ik woonde en geboren was behoorde tot eene der grootste en ouderwetste van Leeuwarden en er grensde een ruim koetshuis met stalling aan, die door een gang met het voorhuis verbonden waren".
Haar nalatenschap is ondergebracht in een Fonds voor sociale activiteiten, met name gericht op gezinssituaties.


9. Grote kerkstraat - St Anthonygasthuis:

Hille van Zwolle
Al in de Middeleeuwen schonken rijke Leeuwarders uit religieuze overwegingen boerderijen en land aan gast- en weeshuizen, kloosters en vrome broederschappen. Op die wijze werd rond 1425 aan de Grote Kerkstraat door patricische families het Sint Anthony Gasthuis gesticht, in 1478 gevolgd door het Sint Jacobs Gasthuis. Het laatste werd bestuurd door het Heilig Sacraments Gilde, een broederschap die zich bekommerde om de armenzorg in Leeuwarden.

Het Sint Jacobs Gasthuis is gesticht door Hille van Zwolle (van Swol), nadat haar man Aernd was overleden, stichtte zij met een deel van diens nalatenschap een gasthuis voor oude, gebrekkige lieden op de hoek van de Grote Hoogstraat en de Klokstraat, tot dan Gosse bloedlaters' - denkelijk een practiserend chirurgijn - huis genoemd. 

Het eerste schriftelijk bewijs van het bestaan van het Sint Anthony Gasthuis vormt een oorkonde uit 1425 waarbij een dame uit het adelijke geslacht Burmania een erf zonder huis of huisstede schonk aan het gasthuis ten nutte van "arme en ellendige lieden". Er waren gescheiden afdelingen voor vrouwen en mannen. Tot in onze tijd mochten alleen getrouwde stellen samenwonen.

In 1533 is het Sint Jacobsgasthuis geïncorporeerd in het Sint Anthonygasthuis. Een deel van het Sint Anthonygasthuis doet nog steeds dienst als servicelocatie voor senioren. Het gasthuis is eveneens nog steeds de rijkste particuliere instelling van de stad.

Hoek Grote Kerkstraat/Pijlsteeg (sauna Westenberg)
Omstreeks 1865 werd op de hoek van de Grote Kerkstraat en de Pijlsteeg een naai- en verstelschool gevestigd. De school werd door Christelijk Hulpbetoon opgericht en het dagelijks bestuur bestond uit dames uit de Leeuwarder elite. Het doel was meisjes uit de arbeidersklasse praktische zaken bij te brengen. Ook konden deze minvermogenden met de zelfverstelde kleding, die in de regel rond de kerst werd ingezameld, de winter beter door. Vijf avonden per week kreeg men naailes, één avond werd met bijbelse geschiedenis gevuld. In 1888 zaten er maar liefst 140 leerlingen op deze school. Tientallen kandidaten moesten worden geweigerd. Er was 1 onderwijzeres en enkele helpsters verbonden aan de school. In de jaren 1930 werd een zondagsschool in het gebouw gevestigd.

Sauna - vrouwenavond
Sauna Westerberg heeft op dinsdag damesdag. u kunt er terecht van 12.00 - 23.00.

10. Grote Kerkstraat 61/hoek Pijlsteeg - Vrouwenboekhandel Sappho

Op 1 november 1979 richtte een groep vrouwen vrouwenboekhandel Sappho op. Zij vonden dat er in gewone boekhandels nog onvoldoende vrouwenliteratuur te vinden was. Verder kon je in de boekhandel ook LP's kopen en kon je er terecht voor pamfletten en informatie over vrouwen. Later ook voor sieraden, ansichtkaarten en posters. Oorspronkelijk was de boekhandel in Bollemanssteeg 8 gevestigd. Wegens gebrek aan klandizie moest in 1987 ook de zaak op de hoek van Grote Kerkstraat en Pijlsteeg sluiten. Volgens de uitbaters waren inmiddels ook in gewone boekhandels zgn. vrouwenboeken te koop. De samenwerking met het lesbisch archief Leeuwarden verliep overigens stroef.


11. Grote Kerkstraat 212 - voormalig woonhuis Mata Hari:

Margaretha Geertruida Zelle
Vanaf de 18de eeuw woonde er in Leeuwarden een oorspronkelijk uit Duitsland afkomstige familie Zelle hier. De wapenfeiten van een vrouwelijke telg uit dit geslacht zouden in de 20ste eeuw tot bijna mythische proporties uitgroeien. De in 1876 in Leeuwarden geboren Greetje Zelle  bezocht zoals zoveel meisjes uit de gegoede burrgerstand de Middelbare Meisjesschool aan de Grote Kerkstraat. Ze kreeg Franse, Duitse en Engelse privélessen en kwam belandde na de scheiding van haar ouders in Leiden. Daarna woonde ze in bij een oom Den Haag. In 1895 trouwde ze met de KNIL-kapitein Rudolph MacLeod. Beiden vestigden zich aanvankelijk in Amsterdam en kregen samen een zoon en dochter. Een paar jaar later vertrok het jonge echtpaar naar Nederlands-Indië, waar het zoontje overleed.

Kort daarop brak de levensfase aan die haar wereldfaam zou bezorgen. Ze scheidde in 1906 van MacLeod en vestigde zich als exotisch danseres Mata Hari (Maleis voor: ‘Oog van de dag', dan wel ‘Zon') in Parijs. Haar roem reikte al snel tot ver over grens van haar nieuwe thuisland en onder andere in het beroemde Scala in Milaan vierde ze haar grootste triomfen.

Als voormalige dansdiva die tijdens de Eerste Wereldoorlog via haar slaapkamer invloedrijke mannen weet te paaien, wordt uiteindelijk in Frankrijk gearresteerd op verdenking van dubbelspionnage en uiteindelijk schuldig bevonden. In 1917  wordt ze in het ‘Bois de Vincennes' door een vuurpeloton terechtgesteld.  Haar laatste woorden zouden zijn geweest: 'Dood is niets, leven trouwens ook niet. Alles is een illusie'.

In  2017 eindigt in Frankrijki de openbaarheidsbeperking die op het dossier ‘Mata Hari' rust en zullen historici eindelijk in staat worden gesteld om een objectief oordeel vellen of de danslegende ‘beyond any reasonable doubt' schuldig is bevonden of dat ze door de Fransen ‘om redenen van hogere orde' is geslachtofferd. In het laatste geval zou een excuus aan Nederland meer dan op zijn plaats lijken.


12. Grote Kerkstraat 222 en 228 - Het voormalige Witte Nonnenklooster/de Waalse Kerk

Tussen 1530 en 1580 was hier het kloostertje van de Dominicanessen (ook wel bekend als Witte Nonnen) gevestigd. De oorsprong lag in een schenking van de jonge weduwe Welmoed Hermans (dochter van de stadssecretaris Hemma Odda). Het klooster bestond o.a. uit een zusterhuis, een kapel, een ziekenzaal, een bakkerij, een brouwerij en een spinnerij. De 23 zusters die in 1580 nog in het klooster aanwezig waren ontvingen een pensioen van de stad.

In 1740 bekostigde prinses Anna van Hannover, dochter van de Engelse koning en echtgenote van stadhouder Willem Karel Hendrik Friso (de latere Willem IV) uit eigen middelen een nieuw orgel voor de Waalse Kerk van Leeuwarden. Het orgel werd gebouwd door Johann Michaël Schwartzburg.

Het buurpand bevat nog elementen van het oude vrouwenklooster en is (heel toepasselijk) getooid met de naam ‘de witte non'.


13. Grote Kerkstraat 238 - Het pastoorshuis van Onze Lieve Vrouwenkerk van Nijehove

Eén van de oudste woonhuizen van de stad is de pastorie van de parochiekerk van Nijehove. Vanaf de vroege 15de eeuw werd dit huis - lange tijd abusievelijk aangeduid als ‘Keimpemastins' als pastoorswoning verbonden geweest aan de ertegenover gelegen en in 1765 afgebroken Maria- of Onze Lieve Vrouwenkerk van Nijehove.

Rond 1900 verrezen op die plek het voormalige Elisabethgesticht en nog later een Rooms Katholieke School voor Uitgebreid Lager Onderwijs. Ook was in het Elisabethgesticht een school ondergebracht, te weten de Roomsch Katholieke Meisjesschool die haar naam St. Luciaschool ontleende aan zusters uit het St. Lucia-gesticht te Rotterdam die zich hier in 1852 vestigden en aanvankelijk in een woning in de Zuupsteeg en daarna in een huis aan de Grote Kerkstraat onderwijs aan meisjes gaven.

Later breidde deze school zich uit en werden aangrenzende panden aangekocht, zodat het gesticht een keurige gevel langs zowel de Grote Kerkstraat als het Jacobijnerkerkhof vormde. Tegenwoording zijn beide schoolgebouwen verbouwd tot een appartementengebouw, alwaar nog niet lang geleden een verwoestende brand heeft huisgehouden.

14. Schoenmakersperk 2 - Nieuwestadsweeshuis/Natuurmuseum

De wezen in dit weeshuis hadden in de regel te maken met een streng regime. Daar viel wel wat voor te zeggen, want het bleek haast onmogelijk om weesmeisjes en oudere mannen bij elkaar vandaan te houden.

In 1688 bijvoorbeeld kreeg de 19-jarige Sophia Jans op de zolder van het weeshuis een miskraam. Dat kwam na het innemen van pillen die haar waren verstrekt door haar veel oudere minnaar Galenus van Echten, de stadschirurgijn. Er waren destijds al verschillende middelen bekend om zwangerschap te onderbreken. Gelukkig voor Sophia werd de foetus niet levensvatbaar geacht, anders was ze voor kindermoord veroordeeld. In dit geval kreeg de verwekker de zwaarste straf. Hij werd ontslagen en raakte na een gevangenisstraf aan lager wal.


15. Jacobijnerkerkhof 7 - Boshuisengasthuis:

Anna van Eijsinga
Het Boshuisengasthuis is ooit gesticht als hofje voor arme vrouwen, zoals ook de spreuk op de buitenmuur laat weten. Stichteres was Anna van Eijsinga, weduwe Grietman Philip van Boshuisen. Haar initialen en het bouwjaar 1652 zijn aangebracht op het fronton van de binnenpoort. Zij stichtte het gasthuis ter nagedachtenis aan haar man. In eerste instantie waren er 20 woningen voor behoeftige weduwen. De vrouwen moesten minimaal 60 jaar oud zijn en en zich betamelijk gedragen. De vrouwen mochten er gratis wonen en kregen naast wat zakgeld 's winters een hoeveelheid turf om te stoken. In het huidige gasthuis zijn worden acht woningen verhuurd aan alleenstaande vrouwen van  45 jaar en ouder. Nog altijd zijn afstammelingen van de familie van Eijsinga in het bestuur van het gasthuis vertegenwoordigd en wonen er uitsluitend vrouwen. Het is het enige nog bestaande hofje in Leeuwarden.

Julianaboom
Ter gelegenheid van de troonsaanvaarding door onze vorige Koningin Juliana is in 1948 als herinnering aan dit heugelijke feit een boom op het Jacobijnerkerkhof geplant, net zoals dat 50 jaar eerder ter ere van de troonsbestijging van haar moeder Wilhelmina op het Raadhuisplein was gedaan. In 1980 werd ter herinnering aan de opvolging door de huidige Koningin Beatrix een Beatrixboom in de Prinsentuin (bij de westelijke entree) geplant.


16. Bredeplaats 4 - Grote Kerk:

Graven van Anna van Oranje en Maria Louise van Hessen-Kassel
De Nassau's van de tak Dietz waren al geruime tijd Stadhouder van Friesland. De eerste Stadhouder van Friesland (1584) was Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620) bijgenaamd Us Heit en het neefje van Vader des Vaderlands Prins Willem I (1533-1584) van Oranje-Nassau. Willem Lodewijk (1560-1620) trouwde in 1587 in  Franeker met Anna van Oranje-Nassau, geboren op 5 november 1563 en overleden aldaar op 13 juni 1568. Zij waren volle neef en nicht. Prinses Anna was de dochter van genoemde Willem I, ook wel bijgenaamd ‘de Zwijger'. Hier ligt dan ook het begin van de band tussen het huidige koningshuis en Leeuwarden.

In de Grote Kerk liggen drie verzegelde kisten in een grafkelder met daarin de overblijfselen van de Nassau's. Ook Marijke Meu zou hier begraven liggen, maar wie wie is valt zonder dna-onderzoek waarschijnlijk nooit meer te achter halen, aangezien alle stoffelijke resten nadien in één kist zijn beland. Tijdens de beruchte volkswoede in 1795 naar het voorbeeld van de Franse Beeldenstorm, werden de graven van de Nassau's - zonder enig respect en pardon - vernield. Er schijnt zelfs met schedels gevoetbald te zijn. Merkwaardigerwijs liet in 1878 de Douariere Baron van Heemstra de Nederlandse Regering weten dat zij de schedel van Marie Louise van Hessen-Kassel bezat. Deze bevond zich tussen de nalatenschap van haar man. Het was verpakt in een zwart kistje met het opschrift: 'Marie Louise Vorstin van Hessen-Kassel' en al haar verdere titels, met geboorte en sterfdatum. De Baron had de schedel in 1830 van een Fries gekregen. Toenmalig Minister Heemskerk liet de schedel zeer piëteitsvol en in alle stilte bijzetten in de grafkelder doch na telling van de inhoud van de knekelkist zou zich daarin één schedel teveel hebben bevonden.


17. Bij de Put 15:

Elisabeth Leverland
De meest informatieve Leeuwarder jeugdherinneringen zijn ons overgeleverd door Hendrik Burger. Het gezin Burger, vader was directeur van de RHBS, woonde op dit adres. Hendrik had kennelijk een heel prettige jeugd. Een belangrijke rol in de opvoeding en de sfeer thuis speelde de dienstbode. Een algemeen bemind lid van het gezin was juf Leverland. Algemeen bemind; ik ben er zeker van, dat in de 37 jaar, dat zij op de Put heeft gewoond, nooit een van ons tegen haar (noch zij tegen een van ons) ook maar één onvriendelijk woord heeft gezegd. Zij was moeders rechterhand; zij regelde de maaltijden, zorgde voor de was en het verstelwerk. Terwijl 's avonds de familie in de tuinkamer bijeen was, bleef zij vaak nog een tijdje in de kelderkamer aan haar naaiwerk, maar dan verhuisde zij naar haar eigen kamertje boven. Als echte Friezin ging zij kaarsrecht; zij had een smal gezicht en scherpe neus en droeg een breed gouden oorijzer. Vaak deed zij de familie om haar Leeuwardse uitdrukkingen lachten. Zij was bescheiden, maar nam wel deel aan de gesprekken; vooral naar aanleiding van het feuilleton uit het Nieuws van den Dag, dat aan de koffie werd voorgelezen. Waarschijnlijk is deze dienstbode toch atypisch te noemen.


18. Breedstraat 65:

Roosje Cohen
Op de Breedstraat 65 (en op andere adressen) woonde Roosje Cohen,  alle marktkooplieden kenden haar naam. Ze verkocht snoep, op de veemarkt in Leeuwarden. En dat ging er bij de marktkooplieden goed in, naast uiteraard het 'slokje' Reeds op haar tiende jaar begon Roosje op de Leeuwarder veemarkt haar handeltje in kraakamandelen, die zij in twee grote korven meezeulde. Op 21 september 1956 stond zij 65 jaar op de Veemarkt en werd zij gehuldigd. Er werd een foto emaakt voor het Fries Dagblad: Roosje Cohen temidden van ‘haar mannen', de marktkooplui op de veemarkt in Leeuwarden. Op de hoek Schrans en Hollanderdijk staat een beeld: monument voor Betje en Roosje Cohen.

Joods Kwartier
Leeuwarden was in de eerste helft van de 19de  eeuw het Joodse centrum van het Noorden. Leeuwarden had sinds 1755 een synagoge aan de Sacramentsstraat (nu de dansschool van Saco Velt) met een aparte kraak voor de vrouwen. Daarvoor waren joodse bewoners aangewezen op een gebouw nabij de Amelandspijp. De synagoge is in 1805 vervangen door een nieuw gebouw. Rond de synagoge ontstond een hele joodse wijk. In Leeuwarden waren destijds er twee joodse begraafplaatsen, allebei aan de rand van de Prinsentuin. Aan de Nieuweburen bevonden zich kantoren van van de Joodse Gemeente, een (ritueel) badhuis en een Joodse School. Leeuwarden was de zetel van het Opperrabbinaat. Bekende rabbijnen als Berenstein, Löwenstamm en Dusnus hebben hier het rabbinaat gevoerd. De Alliance Israélite Universelle had een afdeling in Leeuwarden en tevens waren er diverse vrouwenverenigingen actief (1 zelfs speciaal voor de verzorging van de Voorhangsels t.b.v. de Heilige Arke).

Huishoudschool
In de Speelmansstraat stond vroeger de Leeuwarder Industrie- en huishouschool. De meest bekende directrice was mej. Polderman.

Antje Giezen
Giezen werd in 1858 geboren aan de Nieuweburen in een kinderrijk gezin. Haar broers, Willem, Jan en Chris speelden een rol in de Friese socialistische beweging. Haar zuster Jitske Sibeyn-Giezen en schoonzuster Maria waren bestuurslid van vrouwenverenigingen. Hoe alle telgen uit het gezin zo rood kwamen, weten we niet, want vader Giezen speelde geen rol in de arbeidersbeweging. Het gezin was Nederlands-Hervormd en Anna ging op zondag regelmatig met vader naar de kerk. Zij genoot weinig opleiding en ging al vroeg als dienstbode aan de slag. In november 1878 trouwde zij met de boekdrukkersknecht Philip Weijer, waarna zij al spoedig moeder werd. Ze woonden o.a. in Nieuweburen 45. In augustus 1882 verhuisde het gezin naar Heerenveen en niet lang daarna naar Wolvega. Anna sprong bij in de drukkerij, maar ging ook steeds meer schrijven in het socialistische weekblad De Klok. Aangezien haar artikelen goed gelezen werden, trad ze ook op als spreekster voor de arbeidersbeweging. Bovendien was ze actief in vrouwenverenigingen.

Joods badhuis
In de gevel van het winkelhuis genummerd Slotmakersstraat18-20 bevindt zich een gedenksteen in Lodewijk XVI-trant met het Hebreeuwse opschrift "......." (Heil U Israël 1781). De steen is waarschijnlijk afkomstig uit het joods badhuis aan de Nieuweburen. In 1865 is de steen herplaatst in een nieuw badhuis aan de Slotmakersstraat, dat in 1931 is vervangen door het bestaande pand met winkels en bovenwoningen. Vrouwen en mannen waren vanzelfsprekend streng gescheiden. Volgens de regels van de Talmoed moesten vrouwen overigens padpakken dragen.


19. Slotmakersstraat 2 - Rutgershuis/NVSH

Jan Rutgers, naamgever van de Rutgersstichting, heeft niet een directe band met Leeuwarden, maar kwam wel uit de buurt. Hij werd op 24 augustus 1850 geboren te Hallum en pleegde waarschijnlijk op 3 augustus 1924 zelfmoord te Heerenveen. Rutgers' belangrijkste werk werd het beschikbaar stellen in Nederland van betrouwbare anticonceptie. In 1892 het volgde hij het voorbeeld van Aletta Jacobs en begon een spreekuur waar hij het pessarium occlusivum verstrekte.

De afdeling Leeuwarden van de NVSH was op het hoogtepunt begin jaren 60 bijna 3000 leden. De vereniging organiseerde druk bezochte lezingen en filmavonden in o.a. Harmonie, Bellevue en Cinema Palace. Het Leeuwarder Rutgershuis (van de NVSH) was lange tijd gevestigd in de Raadhuisstraat. Centraal stond het consultatiebureau 'geven van adviezen bij huwelijks- en opvoedingsmoeilijkheden en de bewuste regeling van het kindertal en bestrijding van geslachtziekten'. Met de introductie van de pil had men het erg druk. Toen dat eenmaal via de huisarts liep, zakte het ledental snel in. Men bemiddelde ook bij abortussen. De voorloper, de Nieuw Malthusiaanse Bond, had voor de oorlog een bureau in de Fonteinstraat.

De laatste spraakmakende directrice van de Rutgershuizen in Friesland was Mintsje Tanis-Nauta. In het begin van deze eeuw werd het pand in de Slotmakersstraat afgestoten. De NVSH hier ter plaatse was toen al omgezet in de Stichting Mens.

Voormalig Bonifatius hospitaal
Het vroegere Bonifatius hospitaal stond voor de Bonifatiuskerk aan de Voorstreek. Het ziekenhuis werd heel lang bestuurd door een nonnenorde uit Münster. Ook de eerste generatie verpleegsters kwam in de regel uit Duitsland.

Eysingahuis
Het Eysingahuis is een 18de-eeuws stadshuis van een Friese adellijke familie. Jonker Frans Julius van Eysinga liet dit huis in 1779 bouwen. De jonker was een Grietman: een rechtsprekende burgemeester van Friesland. Zoals meerdere grietmannen had hij dit huis in Leeuwarden voor ontvangsten en familiebezoeken aan Leeuwarden. Typerend voor deftige huizen rond 1780 waren de geschilderde behangsels, ‘kamers in 't rond beschilderd', zoals tijdgenoten ze aanduidden. Van deze kamer bestaat een duidelijk beeld, aangezien de Duitse reizende schilder F.L. Hauck in 1787 de bouwheer, zijn echtgenote Clara Tjallinga Aebinga van Humalda (1756-1830), hun beide vaders en hun vier kinderen - twee meisjes en twee jongens - juist in deze kamer portretteerde. Tot 1879 bleef het huis in de Eysinga-familie. In dat jaar werd het door jkvr. C.A. de Beaufort voor ruim f. 15.000,- verkocht aan het Friesch Genootschap, die er het Fries Museum vestigde.

Voorstreek 34 boven
Eén van de adressen waar Geesje Poutsma woonde.


20. De Kelders 33:

Mata Hari
Dit weinig bijzonder ogende winkelpand verraadt niet direct dat hier een succesvolle en wereldberoemde Liwwadder is geboren. Toch zag in dit huis Margaretha Zelle, alias Mata Hari op 7 augustus 1876 het levenslicht. De danseres en spionne werd geboren boven de hoeden- en pettenwinkel die haar vader dreef. Het enige dat herinnert aan dit opmerkelijke feit is het beeldje van Mata Hari op de Korfmakerspijp vlakbij haar geboortehuis. Het door Suus Boschma-Berkhout vervaardigde beeld werd onthuld in het jaar dat Margaretha Zelle een eeuw eerder werd geboren en op de datum dat ze werd gefusilleerd.

Publicist Keikes omschrijft de periode aan De Kelders in ´Het meisje Mata Hari´ als volgt: `De kleine Margreet Zelle groeit voorspoedig op. Ze zal gespeeld hebben op dat pleintje voor het deftige hotel De Nieuwe Doelen, net eventjes terzijde van de bedrijvige drukte van De Kelders en de lager gelegen Bierkade. Vader Zelle heeft zijn winkel, moeder Zelle de zorg over Margeets jongere broertjes. Het woonhuis boven de winkel is niet erg groot voor een gezin met vier kinderen. In september 1882 ging Margaretha naar de Gemeenteschool nr. 3, beter bekend als het Hofschooltje aan het Raadhuisplein. Het was de school van juffrouw Hielkje Buys, een juf die niet met zich liet spotten, en de reputatie van haar school, waar tenslotte de betere stand van de Leeuwarder bevolking hun kroost naar toe stuurde, met verve verdedigde. Het is juf Buys geweest die Margaretha heeft leren lezen, rekenen, schrijven en de eerste beginselen van de Franse taal heeft bijgebracht. Het altijd wilskrachtig gebleven handschrift van Margaretha is zodoende onder de invloed van juffrouw Buijs tot stand gekomen. Zij kon toen nog niet bevroeden dat haar leerling later zou uitgroeien tot de enige Nederlandse vrouw (samen met Anne Frank), die wereldvermaardheid zou verwerven'.

Over de Kelders 22 - Christine le Duc
De vader van Ria Bremer had hier begin jaren 50 een kousenzaak met naaiatelier (aan de achterzijde). Ria, geboren Sitskoorn, had een gelukkige jeugd in Leeuwarden (o.a. op de Meisjes HBS).

Over de Kelders 26 - Corset Royal/Maya's Grow
Decennia lang waren corsetten een must voor de moderne vrouw. Ook in Leeuwarden waren verschillende winkels gespecialiseerd in corsetten. Eén van die zaken was Corset Royal aan Over de Kelders 216, later 26, gedreven door een Joodse mevrouw. De zaak startte in 1915 als filiaal van het Groninger Corsetten magazijn. Men betrok de corsetten vooral uit Amerika. De firma groeide in de jaren '20 en '30. Het assortiment werd verbreed met o.a. kousen en bustehouders.

21. Brol

In de 17e eeuw werden vooral vrouwen met behulp van de pronkpaal oftewel de kaak gestraft. De expositie ‘Het verhaal van Leeuwarden' toont een zes minuten durende digitale impressie van een marktdag in 1680, die zich afspeelt op het centraal gelegen marktplein ‘de Brol', waar op dat moment ‘ter leringe ende vermaak' een wegens losbandigheid of ontucht veroordeelde Leeuwardense ‘aan de kaak is gesteld'.


22. Groentemarkt 3 (boven) - Villa Happ Kinderkleding:

Tine Marcus
Trijntje Marcus (1861-1949) was een van de middelste dochters uit een groot gezin van een koopman. Ze volgde de apothekersopleiding, maar moest die opgeven wegens doofheid. In 1893 publiceerde ze een bundel met liederen voor geheelonthouders, waarvan er tienduizenden exemplaren zijn verkocht. Verder was ze in haar Leeuwarder jaren actief in de Toynbee vereniging. Landelijke bekendheid kreeg Marcus als medeoprichtster en bestuurder van de Nederlandse vereniging voor slechthorenden. Ze werd 'der doven moeder' genoemd. In Groningen is een school voor slechthorenden naar haar genoemd.


23a. Oude Oosterstraat/Heerestraat:

Margaretha de Heer
Margareta de Heer groeide op in Leeuwarder kunstenaarskringen. Haar vader was glasmaker, een oom was muziekmeester, een neef glasschrijver en haar broer Gerrit zou later graveur en tekenaar worden. Zij was de tweede dochter uit een gezin van in ieder geval één en wellicht twee zoons en vijf dochters. Het gezin woonde aanvankelijk aan de Berlikumermarkt, doch vanaf 1611 op een hoek van Heerestraat en Oude Oosterstraat (Heerestraat 1 of Oude Oosterstraat 9). Margaretha schilderde genre- en historiestukken, maar bij voorkeur schilderde ze stillevens met bloemen, schelpen, vlinders en insecten en boerenlandschappen met dieren op de voorgrond. Haar werk heeft een sterk documentair - bijna encyclopedisch - karakter. Zij gebruikte olieverf, waterverf of gouache op perkament of paneel. Vlak na haar huwelijk met Andries Pietersz. Nijhof vertrok zij naar de stad Groningen en later naar Hoorn. Zij keerde in of kort voor 1646 met haar man terug naar Leeuwarden alwaar zij in 1650 een huis in de Bagijnestraat kochten.

Heerestraat 13
Hier was destijds de Christelijke huishoudschool gevestigd.

23b. Hoek Druifstreek-Oude Oosterstraat / Willemina Geertruida van Idsinga (geb. Leeuwarden 10-11-1788 - gest. Leeuwarden 3-5-1819)

Willemina Geertruida van Idsinga was het enige kind van jonkheer Johan van Idsinga en Tjebbina Heimans. Ze was net zes toen haar moeder overleed. Haar vader hertrouwde twee jaar later. Willemina bleef enig kind, want haar vaders tweede huwelijk bleef kinderloos. Ze zal in een welgestelde omgeving zijn opgegroeid: haar vader was griffier van de Staten van Friesland en later, vanaf 1814, als vertegenwoordiger van de ‘stedelijke stand' lid van de Provinciale Staten. Mogelijk hebben Willemina's ouders al vroeg haar artistieke talenten onderkend, want zij kreeg les van de beste Friese leermeesters, o.a. van Willem Bartel van der Kooi, die omstreeks 1815 nog een portret van haar maakte. Volgens ingewijden maakte ze ‘fraaie en krachtige tekeningen naar schilderijen, en portretten naar het leven'. Als kunstenares lijkt Willemina rond 1814 tot bloei te zijn gekomen, want zij exposeerde dat jaar in Den Haag en in Amsterdam. In Amsterdam hing toen van haar o.a. een portret van een ‘meisje, met een mandje met bloemen'. Ook later beeldde Willemina vooral vrouwen af. Bekend zijn o.a. een crayon-tekening van de profeet Elia en de weduwe van Zarfath en een schilderij van een Friese vrouw. De Algemene Konst- en Letterbode beoordeelde de tentoongestelde werken als ‘blijken van haar geoefend schildertalent'. Maar waar Van der Kooi nog kon zeggen dat zij op het punt stond ‘met olieverf te beginnen' en ‘met roem bekend zal worden' (Idem), moest al weinig later de Algemene Konst- en Letterbode vaststellen dat haar talent door haar vroege dood niet tot een ‘volkomene trap' had kunnen stijgen. Willemina van Idsinga overleed op 3 mei 1819 aan een borstkwaal, ‘in de ouderdom van dertig jaren en bijna zes maanden', zoals haar vader en haar stiefmoeder lieten weten in hun rouwadvertentie in de Leeuwarder Courant. Zij legateerden Willemina's zelfportret aan het Old Burger Weeshuis (Nieuwestad 108) waar ze beiden vele jaren voogd en voogdes waren en waar het schilderij zich nog steeds in de regentenkamer bevindt.

Op de plaats van de oude gemeenteschool (nu Trip Advocaten & Notarissen) op de hoek van de Druifstreek en Oude Oosterstraat, stond tot in het begin van de 19e eeuw het voorname Hillemahuis. Willemina zal het grootste deel van haar leven daar gewoond hebben.

24. Tweebaksmarkt 68 (Mea Naberman)
Het vroegere woonhuis van Mea Naberman is sinds decennia verdwenen, afgebroken ten behoeve van het vorige provinciehuis. Mea, dochter van een muziekonderwijzer, groeide op in Leeuwarden, maar vertrok na haar huwelijk in 1942. Op elfjarige leeftijd kreeg ze al de tenorpartij van Händel's 'Messias' . Eind jaren '40/begin jaren '50 werd ze een landelijk bekende sopraan. Er bestond geen podium van enige betekenis in Nederland of Mea Naberman heeft er op gezongen.
Omstreeks 1870 woonde aan het eind van Droevendal (ter plaatse van het tegenwoordige nr. 41) Jelle Troelstra met zijn gezin. Dochter Hendrika (Leeuwarden 1867 - Assen 1944) werd later politiek actief en maakte zich sterk voor de rechten van vrouwen. Ze werd in 1936 geroyeerd uit de SDAP, de partij die in 1894 mede door haar broer Pieter Jelles Troelstra was opgericht. De aanleiding voor het royement was een reis naar de Sovjet-Unie. Haar werd verweten dat ze zich door communisten liet gebruiken voor ondermijning van de sociaal-democratie. Er wordt geijverd voor eerherstel van deze strijdbare vrouw.

25. Tweebaksmarkt 49:

Auck van Haersma
Auck Haersma (1705-1781) was een sterke vrouw uit een sterk geslacht. Haar man Tjalling was een redelijk kundig bestuurder en had aan haar een kundige doch  bazige adviseur. Kortom, zij ‘had de broek aan', zowel privé als in zijn werk als grietman, maar daar heeft de welvaart in ‘het Idaarderadeel van destijds' zeker niet onder geleden. Toen haar man in 1742 overleed vestigde zij zich in Leeuwarden aan de Tweebaksmarkt. Zij werd door vooraanstaande autoriteiten om advies gevraagd in politieke aangelegenheden en haar adviezen werden op prijs gesteld en in veel gevallen ook opgevolgd. Zij was een zeer intelligente en scherpzinnige vrouw, die over veel informatie beschikte. Dat kwam mede door haar reizen te voet in de haar zo kenmerkende ‘sjofele' kleding. Zij hoorde en zag véél meer dan ‘heren' en ‘dames' die ‘in statie' met eigen koets reisden.


26. Ossekop 13:

Geesje Feddes
Geesje of Geeske Feddes (1831-1885) was een intellectuele, begaafde vrouw, die in dezelfde tijd als Elise van Calcar met een brochure kwam voor gelijke rechten voor vrouwen. Beide vrouwen publiceerden nog voordat de eerste algemene vrouwenvereniging ‘Arbeid Adelt' in het leven werd geroepen.  In haar boek ‘Gelijk recht voor Allen! dat zij onder het pseudoniem ‘Eene Vrouw' schreef beschreef zij welke positie vrouwen hadden in het maatschappelijk leven ten opzichte van hun mannelijke medemensen. Geesje Feddes was zelf getrouwd met Christiaan Houdijn Beekhuis, een notaris. Zij hadden twaalf ontwikkelde kinderen. Het gezin woonde eerst aan de Tweebaksmarkt en later aan de Ossekop. Geesje Feddes werd niet alleen door haar eigen gezin op handen gedragen, maar zij zette zich ook in voor het nut van het algemeen.

Voor het gezin Beekhuis woonde o.a. burgemeester W.J. van Welderen Baron Rengers in dit huis.


27. Ossekop 11:

Saskia van Uylenburg
Saakje of Saskia van Uylenburg (1612-1642) werd geboren in Leeuwarden. Haar vader was betrokken bij de oprichting van de Hogeschool Franeker en later burgemeester van Leeuwarden. Saskia was op haar 12e wees en werd samen met een broertje bij een oudere zuster in St. Annaparochie ondergebracht. Een oom van Saskia was kunsthandelaar in Amsterdam, via wie zij waarschijnlijk de schilder Rembrandt Harmensz. van Rhijn leerde kennen. Zij trouwden in Sint Annaparochie. Op dat moment was Saskia woonachtig in Franeker. Saskia en Rembrandt kregen vier kinderen, waarvan alleen Titus in leven bleef. Vermoedelijk leed Saskia aan tuberculose toen zij op 5 juni 1642 haar testament opmaakte. Zij benoemde Titus tot haar universeel erfgenaam en Rembrandt kreeg het vruchtgebruik van haar nalatenschap, mits hij niet hertrouwde. Ze stierf op14 juni 1642 op 29-jarige leeftijd. Titus is dan nog geen jaar oud.

Het pand fungeerde van 1921 tot 1971 als 'zusterhuis' van het nabijgelegen Stads Ziekenhuis. De  'verpleegsters in opleiding' verhuisden in laatstgenoemd jaar naar de Borniastraat nabij het nieuwgebouwde zieken-, bejaarden- en verpleegtehuis 'Triotel', tegenwoordig het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL).

Weaze
Hier is sinds ca. 1970 de prostitutie van Leeuwarden verzameld. Daarmee is er eigenlijk niet zoveel meer over van een rijke traditie aan publieke dames in Leeuwarden. In deze route komt de historie van de hoeren van Leeuwarden nog aan de orde.


28. Het Nauw 7 - Yves Rocher

Gerharda Henriëtta Matthijssen
Gerharda Henriëtta Matthijsen, Leeuwarden 1830, is een dochter van portretschilder Jan Hendrik Matthijsen. Aanvankelijk beoefende Gerharda Matthijssen ook de schilderkunst, maar nadat ze met de moderne ‘photographie' in aanraking was gekomen en er danig enthousiast over was geraakt, opende zij aan het Naauw haar galerie: ‘Atelier de Photographie pour Dames'. Een vaste kern van vijf vrouwelijke fotografes hadden elk hun specialisme en waren voorloper in dit beroep. Gerharda beperkte zich niet alleen tot de portretfotografie, maar maakt ook panoramafoto's en opnames van belangrijke tentoonstellingen. Zo verrichte beklom in 1877 halsbrekende toeren om vanaf de Nieuwetoren  de stad in alle windrichtingen te fotograferen. Ook organiseerde zij zelf tentoonstellingen met het werk van uitsluitend dames. Niet allemaal even kunstzinnig, overigens. Gerharda had naast de galerie aanvankelijk ook een studio aan de Sint Jacobsstraat 2 en later aan het Ruiterskwartier 95.


29. De Waag/beeld De Karnster:

Neine Cohen
Op de brede kade aan de zuidzijde van de Nieuwestadsgracht stond in de 15de eeuw al een waag. Hier werden partijen boter, kaas en vlees gewogen, voordat ze op de markt verhandeld mochten worden. Dit verschafte de stad inkomsten in de vorm van waaggelden. Het meest verhandelde product in de stadswaag in Leeuwarden was zuivel, en dan vooral boter. Deze werd op de wekelijkse marktdagen in groten hoeveelheden aangevoerd. De waag in Leeuwarden stond daarom ook wel bekend als de ‘boterwaag'. In Friesland werd de boter tot aan de jaren tachtig van de negentiende eeuw door de boerinnen zelf gemaakt. Waar elders wetenschappelijke kennis de plaats innam van overgeleverde ervaring, hielden de Friezen - gestimuleerd door hun succes - toen te lang vast aan hun tradities. Een mooi voorbeeld is dat Friese boerinnen liever met hun gevoelige vingers de temperatuur van de melk bleven meten, terwijl daar in het buitenland thermometers voor werden gebruikt.

Het bronzen beeldje van de karnster werd in 1980 door Jits Bakker uit De Bilt vervaardigd in opdracht van de Rabobank Leeuwarden die dat jaar het 75-jarig jubileum vierde.

Schoontje ‘Neine' Cohen was een populair stadstype, een straatventster die met haar waren (vooral sinaasappelen) een vaste plek had op het Waagplein. De LC wijdde in 1905 een uitgebreid in memoriam aan haar: Men zal haar missen, de bijna 74 jaren oud geworden vrouw, sedert een tiental jaren weduwe, die daar steeds rustig in afwachtende houding, op een stoeltje achter haar disch was gezeten, met het zilveren oorijzer op het verder ongedekte hoofd, allermeest kennelijk aan haar verweerd gelaat. Ondanks een zwaar leven had Neine een goed hart en stopte ze bijvoorbeeld arme kinderen wel eens wat lekkers toe.

Rond 1900 werd de Nieuwestad de winkelstraat van Leeuwarden. ‘Het zag er op marktdagen zwart van de boerinnen'.

Ruiterskwartier 151 en Wilhelminaplein
Via de schuin tegenover de Waag gelegen Oude Lombardsteeg bereikt men het even buiten de route gelegen Ruiterskwartier en Wilhelminaplein. Op de dag dat Parkeergarage "Zaailand" in november 1979 werd geopend, moest een gerenommeerd bruin caf'ébedrijf  - de "City Bar"  aan het Ruiterskwartier 151 - na bijna dertig jaar noodgedwongen haar deuren sluiten. Gedurende de bouw van de parkeergarage had exploitant Visser zijn vaste klandizie met 20 à 25 procent zien slinken. Hoop op herstel was er niet, aangezien een substantieel deel van de vaste klantenkring werd gevormd door naar schatting twintig à veertig tippelaarsters die zich gedurende de avonduren gewillig en uiteraard tegen een kleine vergoeding door het naar 'liefde' hunkerende manvolk lieten oppikken tussen het autoblik op het tot dan toe als parkeerterrein fungerende Wilhelminaplein. Vaak werd dan voor een afzakkertje of een zakelijk 'tête à tête' de 'City Bar' bezocht. Parkeren op het plein werd na de ingebruikname van de parkeergarage verboden. Het tippelen verplaatste zich nog kortstondig naar de Zuiderstraat  en Achter de Beurs, totdat er van gemeentewege paal en perk werd gesteld aan deze vorm van broodwinning. Tegenwoordig concentreert het illegale tippelen zich hoofdzakelijk in de onmiddelijke omgeving van het prostitutiegebied ten oosten van de Weaze, danwel de Nieuweweg, het Blokhuisplein en naaste omgeving.


30. Nieuwestad 114 - Wonderwoman:

Ria Bremer
Ria Bremer wordt op 4 juli 1939 in Rotterdam geboren als Maria Theresia Sitskoorn. Zij breng haar jeugd in Rotterdam door, waar haar vader aanvankelijk werkzaam is in de modebranche (Bervoets). Later werd hij filiaalchef bij Bata en begon vervolgens een eigen modezaak in kousen, sjaals en handschoenen met meerdere filialen in Leeuwarden. Ze woont op verschillende plekken in Leeuwarden, maar toch het langst op Nieuwestad 114.

Nadat Ria de Middelbare Meisjes School had afgerond, was ze werkzaam bij het Noord-Hollands Dagblad als leerling-journaliste. Vanaf september 1959 was Ria verslaggeefster bij de Friese Koerier, Ons Noorden en de Volkskrant waar zij drie jaar als omroepcorrespondente werkte. Gedurende die periode ging Ria ook als freelancer bij de AVRO aan de slag. Ze maakte daar welbekende programma's als ‘Stuif es In' en ‘Vinger aan de Pols'.

Nieuwestad 109- Schweigmann Jeugdmode
Margaretha Maria Schweigmann- van der Borg begon als 20-jarige jonggehuwde in 1885 een zaak in kinder- en babykleding in Wirdumerdijk 41. Haar man had met zijn broer een eigen zaak in manufacturen. De zaak zat later achtereenvolgens in Wirdumerdijk 24 en 29. Schweigmann heeft nu filialen in Drachten, Heerenveen en Zwolle. In de jaren ‘30 gaf mevrouw Schweigmann de leiding over aan haar dochters Lucia, Francisca en Maria. Pas in 1954 kwam er een man aan het roer van de firma. De zaak is vooral groot geworden met de verkoop van blauwe en rode matrozenpakjes van de merken Delana en Bleyle.

Nieuwestad 150 - Vroom en Dreesman/Winkel van Sinkel
Ook hier ter plaatse innoveerden Westfaalse kooplieden. De broers Herman en Joseph Sinkel, die in Leeuwarden al een filaal van hun zaak in Amsterdam hadden, lieten in 1845 tussen Nieuwestad en Ruiterskwartier een winkelpaleis bouwen 'met groote magazijnen en ongever dertig vertrekken'. Er werkten alleen al tientallen winkelmeisjes. En er was 'van alles te koop; potten en pannen en groene erwten met stroop'. Decennia lang draaide de zaak erg goed, maar toenemende concurrentie en de economische crisis betekenden in 1892 sluiting. Het complex werd weer opgedeeld in kleinere panden.

De opvolgers waren in de regel streekgenoten. Peek & Kloppenburg richtte in het hoofdpand een kledingmagazijn in. Later zat er 'De Zon'. In de jaren 1930 kwam er een filiaal van Vroom en Dreesman, die in Leeuwarden in Nieuwestad 110 waren begonnen. Zij maakten er weer een groot warenhuis van te vergelijken met dat van Sinkel.


31. Nieuwestad 113/hoek De Weerd:

Nynke van Hichtum
Nynke van Hichtum (1860-1939) is het pseudoniem van Sjoukje Maria Diderika Bokma de Boer. Zij wordt in 1860 in Nes, Friesland, geboren. Haar vader, die predikant is, en haar moeder zijn redelijk welgesteld. Nynke is de jongste van hun vijf dochters en wordt, omdat ze nogal klein en zwak is, met extra zorg omringd, ja, zelfs een beetje verwend! Nynke neemt een bijzondere plaats in in het dorpje Nes. Ze bezoekt samen met haar moeder en zusjes de arme vissersgezinnen en ze verzamelt al op heel jonge leeftijd de kinderen om haar heen om hen verhalen te vertellen. Nynke van Hichtum is in een stimulerende omgeving opgegroeid. Een andere positieve factor is haar echtgenoot, Pieter Jelles Troelstra, met wie ze zich in Leeuwarden vestigt. Het gezin Troelstra woonde tot 1889 in Huizum, daarna aan de Nieuwestad 113, van 1892-1893 in de Reijndersbuurt 5 en vertrok daarna naar Nieuwer Amstel. Haar eerste Nederlandse boeken schrijft Nynke in de laatste jaren van de 19de eeuw. Het zijn eskimo- en kafferverhalen. In 1903 verschijnt ‘Afke's Tiental', haar bekendste werk. Datzelfde jaar scheiden Pieter en Sjoukje. In de dertiger jaren publiceert ze nog enkele boeken die zich in Friesland afspelen. Ze lijkt dan meer innerlijke rust gevonden te hebben. Ze is van plan een boek over haar jeugdherinneringen te schrijven, maar daar is het echter nooit van gekomen. Ze overlijdt op 9 januari 1939.


32. Maria Annastraatje

Het Maria Annastraatje is onder veel namen bekend geweest: Maarjanstraatje, Marij Jansstraatje en Moriaanstraatje. Marij Jansstraatje naar de weduwe van de stalman Jan Matthijsen die er rond 1700 woonde. De naam Moriaanstraatje zal zijn ontleend aan de Moriaan ‘Ionge Sint Iacob'.  Deze gevelsteen is verplaatst naar de Eewal 58.

In de tweede helft van de 19e eeuw was er een bordeel gevestigd in het perceel Maria Annastraatje 4. De bewoonsters waren een 40-jarige ‘koffiehuishoudster' en een zestal publieke vrouwen van rond de 30 jaar. In 1892 verhuisde dit bordeel naar de hoek Westerplantage-Schavernek.


33. Stadhuis:

Hillegonda Cornelia Buisman-Blok Wybrandi / Rinske Visscher
De eerste steen voor de bouw van het stadhuis werd gelegd op 1 april 1715 door de driejarige Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751), prins van Oranje en Nassau. Boven de (oude) entree bevindt zich in gouden letters het opschrift "Pace et justitia", dat "Door Vrede en Gerechtigheid" betekent. Twee vrouwenfiguren van de hand van beeldhouwer Gerbrand van de Haven flankeren het omlijste venster op de eerste verdieping. De linker symboliseert gezag en vrijheid, de rechter vrede en overvloed. De beeldengroep binnen het fronton toont een vrouwelijk hoofdpersoon in het midden als personificatie van de wijsheid. Ook in het stadhuis zijn afbeeldingen van tal van vrouwenfiguren te vinden, o.a. als symbool van gezag en de stilzwijgendheid.

Op 12 augustus 1760 werd de eerste steen voor de bouw van een nieuwe raadzaal aan de achterzijde namens Willem V gelegd door diens grootmoeder Marijke Meu. Het stadhuis onderging een aantal ingrijpende wijzigingen waaronder het bordes. Op 27 mei 2005 heropende Margriet Prinses der Nederlanden het stadhuis na een grondige restauratie die ruim twee haar in beslag had genomen. In 2009 werden ter verbetering van de akoestiek panelen met afbeeldingen van beroemde Leeuwarders - waaronder een vijftal vrouwen - aan het het plafond van de (nieuwe) entree van het stadhuis bevestigd.

Hillegonda Cornelia Buisman-Blok Wybrandi heeft hier vanaf 1938 als eerste vrouwelijke wethouder (onderwijs) van Leeuwarden gewerkt. Daarvoor zat zij van 1919 tot 1938 in de gemeenteraad van Leeuwarden voor de Vrijzinnig Democratische Bond.

Ook werkte hier Rinske Visscher, de eerste vrouwelijke gemeentearchivaris van Nederland. Zij heeft het archief niet alleen onderhouden, maar er ook een duidelijk stempel op gedrukt. Naast haar baan als archivaris was zij onder meer secretaris van het bestuur van het Fries Genootschap van Geschied- en Oudheidkunde. Bij haar pensioen sprak raadslid Wybrandi behalve haar bewondering voor Visscher ook de wens uit om meer vrouwen op dergelijke posities te laten benoemen.

 

Hounegat
Onder het stadhuis bevonden zich soort van cellen waar arrestanten in afwachting van berechting werden opgesloten. Ook vrouwen en kinderen kon dat lot treffen. De kerst van 1713 moet voor Grietje Jelles uitermate onplezierig zijn geweest. De jonge moeder was op water en brood gezet in het kille hondengat. En dat alleen omdat ze twee kinderen had gebaard zonder dat ze getrouwd was. Zoiets gold in die tijd als een onbehoorlijk vergrijp dat streng bestraft diende te worden. Ze werd veroordeeld tot een langdurig verblijf in het tucht- en werkhuis aan het Blokhuisplein. Wat wellicht meespeelde in de veroordeling was het feit dat Grietje tot tweemaal toe overspelig was geweest. De vader van haar laatste kind kende ze niet bij naam. Hij was 'een soldaet onder de witrokken' en waarschijnlijk gesneuveld in de zuidelijke Nederlanden. Ze hadden elkaar ontmoet op het Ruiterskwartier en het kind was tijdens een avondwandeling verwekt in een hooischuur vlak ten noorden van de stad.

 

Wilhelminaboom
Op het Raadhuisplein is ter gelegenheid van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina in 1898 een linde, de Wilhelminaboom, geplaatst. Het perk is omgeven door een buitengewoon sierhek dat van deuren is voorzien in de richting van de verschillende straten die op het Raadhuisplein uitkomen. Deze deuren worden geflankeerd door symbolen van het koningsschap: het rijkszwaard, scepter en de rijksappel. Het  geheel is versierd met oranjetwijgen met bloesem en appels. Gekroonde letters W en hellebaarden maken het decoratieve programma compleet.

Eewal
Op de Eewal en de straten er omheen wonen sinds oudsher Leeuwarder pommeranten. Iedereen met een betrekking die iets voorstelde zocht in deze buurt een woning. En dat is eigenlijk nog zo: een bekende bewoonster van de Eewal is bijvoorbeeld oud-wethouder M.C.M. Waanders. Nu zij benoemd is tot burgemeester van de gemeente Dongeradeel zal zij wel moeten verhuizen. Jannie Vlietstra, ex-wethouder (en burgemeester van Winschoten), is geboren in de Zuupsteeg, zijstraat van de Eewal. In een andere zijstraat (de Minnemastraat) woont de tegenwoordige wethouder van Cultuur.


34. Stadhouderlijk Hof:

Anna van Hannover
Anna van Hannover (1709-1759) was het eerste kind van de latere Britse koning George II, de reden dat zij zowel in Engeland als in Nederland 'Princess Royal' werd genoemd. Het ‘House of Hannover' heet tegenwoordig het ‘House of Windsor'. In 1734 huwde zij in Londen, met de latere Friese stadhouder Prins Willem IV. Samen staken zij de Noordzee over, reisden vervolgens via Amsterdam per jacht over de Zuiderzee om via Harlingen in Leeuwarden te belanden. Hier betrokken beide jonggehuwden het Stadhouderlijke Hof. Vanaf haar vestiging in Nederland -aanvankelijk in Leeuwarden, later in Den Haag - ontplooide de prinses veel muzikale activiteiten. Zij liet bij tijd en wijle 's avonds concerten geven door hofmusici en bespeelde daarbij zelf het klavecimbel. Toen haar echtgenoot eerst tot Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe en in 1747 tot Erfstadhouder en Kapitein-Generaal en Admiraal van de Unie - de gehele Republiek der Verenigde Provinciën - werd benoemd, verhuisde de vorstelijke familie met vrijwel de gehele Friese hofhouding (ca. 120 personen) naar naar paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Na de dood van haar man nam Anna van 1751 tot 1759 het regentschap waar voor haar enige zoon de latere erfstadhouder prins Willem V.


35. Raadhuisplein 25 - Old Burger Weeshuis:

Auck Peters
Het Old Burger Weeshuis was sinds 1534 aan het Raadhuisplein gevestigd toen het gesticht werd door Auck Petersdochter, vrouw van de schepen Lieuwe Lieuweszoon. Zij was humaniste, een levensopvatting die in het 16de eeuwse Leeuwarden tamelijk nieuwerwets mocht heten. De humanistische opvattingen bepaalden de sfeer in het Weeshuis. De kinderen moesten weldoorvoed, welgemanierd en welgekleed zijn. Alle kinderen moesten een vak kunnen leren en de slimsten mochten leren lezen en schrijven. Het Weeshuis werd gesticht in een huis naast dat van Auck Peters. Na haar dood in 1538 werd dit met haar eigen woning tot één geheel verenigd. In 1876 verhuisde het Weeshuis naar een nieuw gebouw aan het Zaailand.

De gemeente verwierf na een veiling van het oude weeshuis de oude opstallen en ging over tot afbraak ten behoeve van de oprichting van de Gemeentescholen 2 en 3. Gemeenteschool 3 stond ook bekend als de ‘Hofschool'. Greetje ‘Mata Hari' Zelle bezocht deze school voor zij naar de MMS ging.

Hoek Bagijnestraat-Weerd (Gerbenzon)
De brouwersfamilie Arentsma haalde rond het midden van de 18e eeuw het landelijk nieuws omdat de meeste gezinsleden in een reeks gruwelijke ongelukken de dood vond. De lijdensweg van het jongste kind, Titia, sloeg alles. Het dochtertje was nog maar 12, toen een eenvoudige 'pruimesteen' haar dood aankondigde. De pruimepit was tot een fluitje omgebouwd. Op het moment dat Titia er op blies, kreeg ze van een vriendin 'een slag aen 't hoofd'. De fluit schoot haar in de keel en bleef daar steken. Ademhalen lukte nog wel, maar eten haast niet meer. Nog dertig weken weerklonk een naargeestig gefluit door de Weerd voordat het meisje de geest gaf.


36. Bagijnestraat 57-59 -
Het Patershuis/Grauwe Bagijnenklooster (Theater Romein)

Grauwe Bagijnen waren al een paar eeuwen actief in Leeuwarden toen rond 1500 met de bouw van het aan Sint-Anna gewijde vrouwenklooster in de Bagijnestraat werd begonnen. De bagijnen waren lekezusters die geen strenge kloostergeloften hadden afgelegd. Zij hielden zich materieel staande door te spinnen en te weven. Met hun, steeds door klokgelui aangekondigde gebeden, dienden ze het geestelijk heil van de stad te vermeerderen. Het Sint-Annaklooster was een middelgroot klooster met betrekkelijk geringe fondsen. De belangrijkste gebouwen, zoals de kapel (nu de huidige Westerkerk op nummer 59) en andere gemeenschappelijke ruimten als keuken, ziekhuis, refter en groot- en klein spreekhuis, stonden waarschijnlijk met elkaar in verbinding. In het hervormingsjaar 1580 deelde het Sint-Annaklooster het lot van nagenoeg alle katholieke instellingen in Friesland. Het werd opgeheven en de bezittingen vervielen aan de Staten van Friesland. Op dat moment woonden er nog 18 zusters in het Sint-Annaklooster. Katholieken mochten kiezen: ofwel zij traden toe tot de hervomde religie of zij werden verbannen.

Volgens een apocrief verhaal redden de zusters omstreeks 1533 een flink deel van de stad. Toen zij massaal in gebed gingen stopte een grote stadsbrand plotsklaps.

Hoek Bagijnesteeg-Bagijnestraat
Hier was rond de jaren 1930 de bekend particuliere kleuterschool van Mej. Bender gevestigd.

Bagijnestraat  Diaconesseninrichting
Johanna Frederika Rutgers (1846-1930) woonde in Leeuwarden van 1879-1880. Ze was gedurende het eerste half jaar directrice van het de diaconesseninrichting, de voorloper van het latere Diaconessenhuis. Op 6 januari 1880 werd de woning Bagijnestraat 45 overgedragen aan de vereniging "Het Diaconessenhuis". Het pand aan de Bagijnestraat bleek al snel te klein. In 1882 werd er een groot huis aangekocht aan de Voorstreek, doch na 10 jaar was men alweer gedwongen naar een groter pand uit te kijken. Er werd toen besloten tot nieuwbouw. Er werd grond aangekocht aan de Noordersingel. Op 9 oktober 1894 werd het nieuwe diaconessenhuis in gebruik genomen. Dat in de daarop volgende eeuw nog diverse malen werd uitgebreid. In 1982 is het Diaconnessenhuis gefuseerd met het Triotel en het Bonifatiushospitaal. Vanaf dat moment ging men verder als het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Er is niets meer over van het oude pand in de Bagijnestraat.


37. Nieuwesteeg - Grutterswinkel:

Fardina en IJsbranda Feenstra
Museum de Grutterswinkel is eigenljk van lieverlee een museum geworden. Het was een gewone grutterswinkel, zoals die er in het begin van de 20e eeuw meer waren. In 1901 vestigde zich de familie Feenstra in het historische pand (1569) als grossier in koloniale en grutterswaren. Tot 1973 is de zaak een gewone winkel geweest. Zij het dat de winkel toen kruidenierswinkel heette. De twee zusters Feenstra - Fardina en IJsbranda- runden de zaak, in 1973 liet Ysbranda Feenstra voor het laatst ‘de kassa rinkelen'. In 1991 werd er na een sponsor actie voldoende geld bijeengebracht om het winkeltje als museum te behouden. Vanaf 1992 draaide het winkeltje op vrijwilligers. In 2005 werd het beheer van het gebouw aan de Nieuw Wonen Friesland overgedragen. Boven in het pand is nog een authentieke dienstbodenkamer te bekijken.

Nieuwestad 120 - Cool Cat/Burmann
Eind 19e eeuw was er al een firma Burmann in een pand aan Over de Kelders gevestigd. Het bedrijf verkocht 'witte goederen', waarmee vooral ondergoed werd bedoeld. In 1922 verhuisde de winkel naar de Nieuwestad. Klanten waren nagenoeg uitsluitend vrouwen, hoewel er (in de jaren '20) ook herenondergoed te koop was. Corsetten, bh's, directoires e.a. lingerie, maar ook pyjama's, luiers en verpleegsterskleding zaten in het assortiment. Burmann maakte veel reclame in kranten e.d. en had in de regel een fraai ingerichte etalage. In 1987 stopte de firma Burmann, toen de Ladiesshop geheten.


38. Nieuwestad 108 - Het Auck Petershuis

Aan het begin van de negentiende eeuw woonde hier Anna Cats, weduwe van A. de Vriese en zuster van de puissant rijke koopman Pieter Cats die aan de overkant op nummer 49 het grootste burgerhuis van Leeuwarden bewoonde. Zelf was Anna ook niet onbemiddeld en tussen 1824 en 1832 liet zij haar onderkomen ingrijpend verbouwen tot een voornaam herenhuis. Uit de inventaris van haar nalatenschap blijkt onder meer dat de hoofdvertrekken luxueus waren ingericht met veel mahoniehouten meubels, schilderijen en spiegels. Het pand komt na Anna's overlijden in 1843 in bezit van haar achternicht Rinske Heringa Cats (1822-1851), die een jaar later ook de woning met werkplaats aan de oostzijde kon kopen. Dit pand was eigendom van de zadelmaker Jan Vellage. Rinske liet het winkelpand en het herenhuis in 1849 tot één geheel verbouwen op de bestaande kelders.

Het Old Burgerweeshuis kocht het pand in 1946 van jonkvrouw Annette A. van Eysinga om er een weeshuis voor moeilijk opvoedbare kinderen te starten. Het huis kreeg de naam van de stichtster van het Old Burger Weeshuis: Auck Peters. Ook nu nog vergadert de Stichting Old Burger Weeshuis in dit pand. Het pand heeft een grote stadstuin aan de achterkant. Hier bevond zich ook de speelplaats.


39. Nieuwestad 75

Op nummer 75 woonde Margaretha's vriendin Henriëtte Kwast, dochter van een musicus, Margaretha voelde zich erg thuis in dit artiestenmilieu. Helaas is het pand niet meer authentiek. Tegenwoordig is er het Stadscafé gevestigd. Hier heeft Margaretha heel wat uurtjes heeft doorgebracht.

Nieuwestad 69
Hier woonde rond 1930 een van de eerste vrouwelijke apothekers (mevr. Cath-Bouma).


40. Nieuwestad 63 - Noa:

Titia Bergsma
Titia Bergsma (1786-1821), was de middelste van de drie dochters van Ennius Bergsma en Bartha Schultz. Zij werd geboren op de Nieuwestad en gedoopt in de Waalse kerk in Leeuwarden, waar haar vader advocaat en later president van het Provinciaal Gerechtshof was. Vanwege de carrière van haar vader verhuisde het gezin in 1811 naar Den Haag. Titia trouwde daar met handelaar Jan Cock Blomhoff. Op 6 maart 1816 werd hun enige kin, Johannes, geboren. Datzelfde jaar vertrok het gezin naar de Oost, samen met de min Petronella Munts. Enige maanden na aankomst in Batavia werd Blomhoff benoemd tot opperhoofd van Deshima. Hoewel westerse vrouwen door Japan niet werden toegelaten, nam Blomhoff toch zijn vrouw, kind en min mee. Op 16 augustus 1817 zetten Titia Bergsma en Petronella Munts voet op Deshima. Ruim vijf weken later kwam het bevel van de shogun (de hoogste Japanse gezagdrager) dat de vrouwen en het kind Deshima ogenblikkelijk dienden te verlaten. Beroep hiertegen was niet mogelijk. In december vertrokken zij en keerden via Batavia terug naar Nederland, waar Titia Bergsma na enkele jaren van ziekte overleed zonder ooit haar man nog teruggezien te hebben. Zij werd begraven in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Nieuwestad 47
Hier woonde rond 1930 een van de eerste vrouwelijk tandartsen (mevr. Leopold-Postma).


41. Westerplantage 15

In 1892 werd een luxe bordeel gevestigd op de hoek van de Westerplantage en het Klein Schavernek. Zij kreeg daar een officiële gemeentelijke vergunning, mits de ingang niet aan het Schavernek werd gesitueerd en zorg zou worden gedragen voor een deugdelijke blindering. Dit bordeel stond korte tijd bekend als ‘de Boterhoek voor welgestelden' en boze tongen beweerden zelfs dat de ‘uitspanning' stond aangeschreven als ‘hofleverancier'.

De uitbaatster was Emma Louisa Ruft, van Pruisische origine. Vanaf 1906 werd het een normale horecagelegenheid.

Mata Hariplein
Het pleintje tegenover het theater heet het Mata Hari plein. In 1996 besloot de gemeente Leeuwarden om een straat naar Mata Hari te vernoemen. Er werd voor het pleintje gekozen omdat dit ligt in de driehoek theater, uitgaansleven en (voormalig) bordeel. Margaretha kwam er vaak langs. Toen kon ze nog niet vermoeden dat het pleintje eens haar naam zou dragen. Ook hier gelegen restaurant heet inmiddels Zelle.

Schavernek
In vroeger eeuwen was op het Schavernek een concentatie van herbergen, veerhuizen e.d. Dat ging al in de 17e gepaard met prostitutie. In de 18e eeuw waren hier ook ronselaarsters (een typisch vrouwenberoep!) voor de VOC actief.


42. Stadskantoor/Burmaniahuis

Op donderdag 05 april 2007 zei burgemeester Dales over het Stadskantoor:

Het Leeuwarder stadskantoor naast de Oldehove is zo verschrikkelijk lelijk dat het eigenlijk meteen gesloopt moet worden. ,,Jammer genoeg ontbreekt het ons aan geld, maar anders zouden we het echt moeten amoveren, platgooien. Het is architectonisch een miskleun van de eerste orde. Hoe hebben ze dat daar ooit kunnen bouwen?'' Ook noemde hij het complex typische vrouwenarchitectuur!

Sinds 1994 heeft Leeuwarden een nieuw stadskantoor. De omgeving kenmerkt zich door kleinschalige en historische bebouwing. Om hierin een grootschalig programma in te kunnen passen, werd gekozen voor een compositie van autonome bouwdelen in plaats van één volume. De compositie fragmenteert gebouw en plek en geeft daarmee ruimte terug aan de stad. De toegang loopt door het historische Burmaniahuis en gaat vervolgens via een publieke stadshal naar het  Oldehoofsterkerkhof met zijn karakteristieke toren. Aan de westzijde van de hal bevindt zich het bestuurgebouw met op de begane grond de belangrijkste  baliefuncties. Dit boogvormig bouwvolume herstelt de zichtas op de oude kerk en is door middel van bruggen verbonden met het vierkante kantorenblok aan de andere zijde. Dit blok omsluit een patio. Opvallend zijn de detaillering en het kleurgebruik. De maatvoering is afgestemd op de opliggende bebouwing en is tot in de details doorgevoerd. De kleuren zijn geïnspireerd op veel voorkomende kleuren elders in de binnenstad.

Vrouwenpoortsbrug
De naam Vrouwepoort is afgeleid van Maria, Onze Lieve Vrouwe. Zij was de patrones van de kerk van Nijehove. De oudste, in 1457 vermelde, Vrouwepoort was vermoedelijk uit hout opgetrokken. Hij stond aan de westzijde van Nijehove op de plek waar de Grote Kerkstraat de Oude Gracht (thans Sint Anthonystraat) kruiste. De nieuwe Vrouwenpoort werd omstreeks 1482 ter gelegenheid van de aanleg van de nieuwe stadsgracht in steen uitgevoerd. Hij bevond zich aan het westelijke uiteinde van de Nieuwestad, niet ver van de kerk van Oldehove en was de voornaamste toegang voor het verkeer uit de richting Franeker en Harlingen. De eenvoudige poort werd in 1579 door een nieuwe vervangen. Die werd in 1612 met een poortwachtershuis uitgebreid en aan weerszijden van twee nieuwe ranke en spitse torens voorzien. Ter gelegenheid van de vergroting van het ravelijn (bastioneiland) voor deze poort werd in 1620 op dit weerwerk een buitenpoort gebouwd. Nu is daar nog slecht de Vrouwenpoortsbrug van over.

De singel - Titia Brongersma
In een van haar gedichten beschrijft Titia dat ze vele plezierige wandelingen langs de Leeuwarder singel heeft gemaakt en uit dit gedicht zou men kunnen opmaken dat zij gedurende enige tijd in deze stad gewoond heeft. Wandelen langs de stadssingel was geen hobby voor eenvoudige meisjes, maar een gedistingeerd tijdverdrijf voor het ‘Leeuwarder jufferdom'. Dat de dochter van een Dokkumer chirurgijn zich met enig gemak onder de Leeuwarder juffers kon begeven, was waarschijnlijk niet mogelijk geweest als zij geen voorname verwanten in de stad had gehad. Ze maakte deel uit van een specifiek vrouwelijke lees- en schrijfcultuur. De meeste personen waar zij haar gedichten aan opdraagt, zijn van haar eigen sekse. In de gedichten aan haar vriendinnen prijst ze vaak hun huiselijke hobby's, zoals borduren, bloemschikken of boetseren. Ook andere typisch vrouwelijke bezigheden als weven en naaien zijn onderwerp van haar poëzie. Maar het is niet alleen het huiselijke dat in de gedichten doorklonk. Af en toe moedigt Brongersma een vriendin aan een bepaald studeer- of schrijftalent verder te ontwikkelen.

Op de ongemeene plaisierige Wandelplaats, de Cingel: buyten om de stadt Leeuwarden

O Weeld'rig Yperwout begrandigt in V paden,
Met wat een herten lust heb ik V vaak betreen,
En in V Gallery veel uyren doen besteen
Om daar in't Boom-prieel mijn suffe geest t'ontladen.
V kruynen die soo steyl tot aan de wolken schieten

Bekransen vaak mijn hooft, soo dat dees puyk-warand,
De Pallem-gaarden trots van Keyser Ferdinand
Waar't Friesche Iufferdom haar vreugt komt door genietê.
Maar schoon dees vvandel-baan, en effene Boscagie
Dat Leeuwaards festen Croont, en Gragte boorden ciert,
Niet naa vvaardy van my mag vverden belauwriert
Vergun dan dat ik V van eygen Telg pluymagien.
Berey een Lof-festoen, die ik ten toon mach rijgen
Aan't Oude hoofsche spits: om uwe Cingel-Tuyn
Te stellen op haar Troon: en dat ik uyt basuyn
V Roem: die grooter is, als 't opperhof der frijgen
Wast dan als Ceders, en groey op tot Populieren,
Sort Amberdroopjes uyt, bedruyp V stigters hant
Die in soo juisten rey V tronken heeft geplant,
En doet V Schoonheyt, met een Fenix vlerk beswieren.

Hoek Westersingel-Fonteinstraat
Hier aan de overkant van de stadsgracht woonde in de jaren vijftig Annemarie Nauta waarover straatgenoot Geert Mak in 'De eeuw van mijn vader' schrijft: En op de hoek woonde ''rijke Jan'', een zakenman met een stel weelderige dochters, van wie er één later nog een centrale rol zou vervullen in Jan Wolkers' verfilmde zedenroman Turks 
Fruit. Annemarie onderhield eind vijftiger jaren een heftige liefdesrelatie met Wolkers, en zou model hebben gestaan voor het personage Olga in genoemde roman. De kanker waaraan Olga in de roman bezwijkt staat symbool voor het rouwproces dat Wolkers doormaakte na het verbreken van die relatie. In de film werd de rol van Olga vertolkt door actrice Monique van de Ven. Jan Nauta was eigenaar van garagebedrijf RAMI aan het Ruiterskwartier (tegenwoordig discotheek 058).

Torenstraat Bordelen
Hoewel veel horecaondernemers uit het verleden benadrukten dat zij een nette zaak hadden, al in de 17e eeuw hadden veel van deze gelegenheden in Leeuwarden een losbandig karakter. Veel kleine kroegjes in Leeuwarden waren in feite bordelen, vaak waren waardin en/of meiden er wel voor in om, een paar stuivers extra bij te verdienen. Af en toe werden de teugels wat aangehaald, maar over het algemeen keek het gezag veel door de vingers. In 1635 werd Griet Roelofs met schandstenen om haar nek de stad uitgeleid en verbannen vanwege haar ‘daaglijckse hoererie'. Dergelijke stenen zijn te zien in de expositie ‘Het Verhaal van Leeuwarden' in het HCL. Halverwege de 16e eeuw was het gebied rond de Groeneweg aangewezen als gedoogzone voor bordelen. In de Torenstraat en aan de Groeneweg waren veel kleine bordelen en ‘suspecte' herbergen. Duitse soldaten mochten tijdens WO 2 zich niet in de Torenstraat begeven. Pas in de jaren 1960 was het afgelopen met de prostitutie in dit deel van de stad.

St Vituskerk- Katholieke geschiedenis
Men begon in 1510 met een jaarlijkse processie door de straten van Leeuwarden. Er was het jaar daarvoor een grote watersnood geweest in Friesland en op 12 mei 1510 een geweldige brand in de Grote en de Kleine Kerkstraat. Met de ommegang wilde men de bijzondere voorspraak van Maria afsmeken. ,,Deze ommegang heeft tot 1580 - het jaar waarin de Reformatie in Leeuwarden plaatshad - een belangrijke rol gespeeld in het kerkelijk leven van het zestiende-eeuwse Leeuwarden. Aan het ieder jaar meegedragen Mariabeeld werd toegedicht dat het miraculeus was.Velen die erbij hadden gebeden meldden wonderbaarlijke genezingen en geslaagde bevallingen.'' Met de Reformatie werden de geestelijken en de religieuzen Leeuwarden uitgejaagd en werden de altaren, beelden, biechtstoelen en schilderijen uit de Sint Vituskerk weggenomen en op een grote brandstapel op het Oldenhoofsterkerkhof gebracht. Het Mariabeeld overleefde de beeldenstorm. ,,Men denkt dat het door de laatste pastoordeken van de St Vitus, heer Ivo Johannis, verborgen is en later geschonken is aan enkele religieuze zusters (Witte Nonnen) die tot in het eerste kwart van de zeventiende eeuw in het geheim op de hoek van de Speelmanstraat en de Bontepapesteeg woonden.''


43. Oldehoofsterkerkhof Tegel vrouwenkiesrecht

Fragment advertentie van een vergadering van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Vanaf het eind van de negentiende eeuw waren in Leeuwarden verschillende bewegingen actief die streden voor algemeen kiesrecht en betere rechten voor de arbeiders. De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht was in 1894 opgericht door vrouwen uit de gegoede burgerij en had ook een afdeling in Leeuwarden. De vergaderingen waren openbaar, niet-leden betaalden 10 cent entree. Het zou tot 1919 duren eer de vereniging haar ideaal verwezenlijkt zag.

Terug