Vaandeldrager in Fries Museum
Leuk detail in de Mata Hari-zaal is het schilderij van vader Zelle als vaandeldrager te paard, tijdens het bezoek van koning Willem III aan Leeuwarden in 1873. Hij liet het schilderij zelf maken ter nagedachtenis aan deze eervolle gebeurtenis en schonk het in 1881 hoogstpersoonlijk aan het pas opgerichte Fries Museum. Wie weet was Margaretha wel met hem mee toen hij de schenking deed, Vader Zelle vond dat hij beslist een plaatsje verdiende in deze cultuurtempel. Het schilderij werd echter nooit getoond en stond decennialang in het depot te verstoffen. Pas toen in 1996 een zaal aan zijn inmiddels wereldberoemde dochter werd gewijd, kwam het werk weer te voorschijn en wordt nu permanent geëxposeerd.

Terug

Oude MMS
Honderden Liwwadders hebben een groot deel van hun pubertijd aan de Grote Kerkstraat 12  doorgebracht. Tot in 1996 werd hier namelijk door verschillende instellingen onderwijs gegeven. Vóór 1968 kregen uitsluitend meisjes les in het gebouw. Rond 1903 verscheen een prentbriefkaart waarop de Grote Kerkstraat met de Middelbare Meisjesschool is afgebeeld. Mogelijk liet de fotograaf een lerares en de conciërge in het portaal poseren. De conciërge was de enige man die toegang had tot de school. In de herinnering van een oud-leerlinge moest hij "met bellen talmen, als hij ons aan 't begin van de Kerkstraat zag komen aanhollen."

De Middelbare Meisjesschool was gevestigd in een van de oudste en meeste monumentale straten van Leeuwarden. In de tiende eeuw liep hier al een pad tussen de terpen Oldehove en Nijehove. In de negentiende eeuw waren naast belangrijke instellingen veel woonhuizen van notabelen in de straat gevestigd. De Grote Kerkstraat was zeer geliefd bij de meisjes van de MMS: "Kwam men niet geheel onder den indruk van die deftige, stille straat, waar honderd schreden verder de Oldehove zijn stille, eeuwenlange wacht hield?"

Op de plaats van de voormalige school stond in de vijftiende eeuw een adellijk huis, de Dekama-stins. De prinsessen Albertina Agnes en Amalia van Anhalt-Dessau zouden het huis in de zeventiende eeuw bewoond hebben, maar dit is niet met zekerheid vast te stellen. Zeker is wel dat begin negentiende eeuw een particuliere ‘Franse dag- en kostschool voor jonge jufvrouwen' in het gebouw gevestigd was. Toen de kostschoolhouder L.M.A. Waubert de Puisseau in 1828 uit Leeuwarden vertrok, nam de stad het gebouw voor f 7000,- over. Het pand werd in 1846 vernieuwd, maar haar functie bleef dezelfde. In 1875 werd de Franse kostschool omgedoopt in Middelbare Meisjesschool. De directrice van de kostschool, Mej. Rebecca Plaat, mocht haar functie behouden. Zij was streng, maar rechtvaardig en daardoor geliefd bij haar leerlingen.

Het pand werd in die tijd geheel in classicistische stijl verbouwd door de stadsarchitect Thomas Romein. Achter de school lag een grote binnentuin, waarin beuken, heesters en bloemen stonden. "Een van de heerlijkste dingen van de school was de groote tuin, waarin wij iederen middag, tusschen de lessen tien minuten mochten wandelen", herinnert één van de leerlingen zich. In de tuinzaal met openslaande deuren werd zangles gegeven. De klanken van de piano kwamen uit in de tuin, waarin "talrijke vogels dadelijk het lied overnamen." De tuin werd later steeds meer opgeofferd aan uitbreiding van het schoolgebouw.

Op de MMS werd de meisjes "naast wetenschap en deugd, fatsoen" bijgebracht. Zij werden niet alleen opgeleid om echtgenotes en moeders te worden, ook konden zij in de toekomst een beroep als onderwijzeres uitoefenen. Er werd veel aandacht besteed aan vreemde talen. In de hoogste drie klassen werd verondersteld dat de meisjes niet meer in de moedertaal spraken, er stond echter geen straf op wanneer dit wel eens voorkwam. De jonge dames moesten, naast het verwerven van kennis, goede omgangsmanieren leren en zich correct kleden. Zo was het door directrice Plaat verboden de school zonder handschoenen te verlaten. Margaretha Geertruida Zelle was één van de leerlingen van de MMS. Uit haar rapport van het cursusjaar 1890/1891 blijkt dat zij een goede, maar geen gemakkelijke leerling was. Ze kreeg veel ‘aantekeningen van orde'.

In 1938 werd de school hervormd tot Middelbare- en Hogere Burgerschool voor meisjes. Vanaf eind jaren zestig tot 1996 werd onderdak verleend aan allerlei onderwijsinstellingen. Tegenwoordig is op de begane grond een zaak in modern interieur gevestigd, de verdiepingen zijn verbouwd tot appartementen. Het exterieur is opgeknapt en ook de tuin is heringericht.

Liwwadders die hier les hebben gekregen zullen allemaal (prettige of minder prettige) herinneringen hebben aan hun schooltijd in de Grote Kerkstraat. Leerlingen hebben zich geestelijk ontwikkeld, vrienden gemaakt en straf gekregen. In 1925 schreef een voormalige leerlinge van de MMS treffend: "als de muren eens konden spreken, wat zouden ze wat te vertellen hebben."

Terug

Grote Kerkstraat 212
De markante voormalige huisvestiging van het Fries Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (FMLD) aan de Grote Kerkstraat staat sinds enkele maanden leeg. Het complex wordt links en rechts begrensd door respectievelijk de Kleine Hoogstraat en de Beijerstraat en is een samenstel van twee hoekpanden: Grote Kerkstraat 212 en 214. Van Grote Kerkstraat 214 was alleen de benedenverdieping voor museaal gebruik bestemd; daarboven werd gewoond. Oorspronkelijk vormden beide panden een geheel. Een detail van de betrouwbare stadsplattegrond uit 1603 van Sems en Bast getuigt hiervan. De plattegrond van de bovenverdieping van nummer 212 laat nog enigszins zien hoe ongeveer de opzet en voor een deel de omvang van het uit 1545 daterende huis moet zijn geweest. Het was een hoofdelingen-woonhuis, ook wel 'adelshuis' genoemd, gebouwd in de voor die tijd gangbare L-vorm met een traptoren. De voorgevel langs de Grote Kerkstraat is pas in de 18e eeuw aangebracht. Ooit was de hoofdingang gesitueerd in de traptoren. Het voorplein van toen komt grotendeels overeen met de hedendaagse tuin.

Ook de situering van het pand is bijzonder. Het staat zo ongeveer op het hoogste punt van Leeuwarden, ruim vijf meter boven NAP, en is strategisch gelegen op een kruispunt van vroeger belangrijke verbindingswegen: die tussen de oude terp Oldehove en de meest noordelijk gelegen terp Nijehove en de oude noord-zuid route via de Kleine en Grote Hoogstraat naar de Weaze richting Wirdum. Onderzoek impliceert dat delen van de fundering en ook enkele muren of muurdelen van het gebouw restanten zijn van een nog ouder gebouw, mogelijk uit de dertiende eeuw. De knik in de gevel langs de Beijerstraat wijst eveneens op een bebouwing van voor 1545. De veronderstelling is gewettigd, dat de voormuur van de kelder oorspronkelijk de fundering van een oude stins (steenhuis) is geweest. Langs de Grote Kerkstraat, oorspronkelijk opgeworpen als zeewering ter bescherming tegen de Middelzee, zouden aan weerszijden sloten zijn gegraven en de kelder zou in de sloot, aan de zuidkant van de dijk, gebouwd kunnen zijn; de aanwezigheid van humus wijst daarop, evenals de verzakking van het gebouw.

De eerste bewoners van het 'nieuwe' adelshuis uit 1545 waren mr. Julius van Gheel, procureur-generaal aan het Hof van Friesland, en zijn familie. Daarna is het huis eeuwenlang door adellijke en patriciërsfamilies bewoond geweest. Bewoners waren achtereenvolgens onder anderen Joachim Adreae (als voorzitter van de Staten-Generaal medeondertekenaar van de Vrede van Munster in 1648), Ulbo Aylva van Burmania (grietman van Leeuwarderadeel en ambassadeur in Zweden) Eyso de Wendt (directeur van de handel op China), C.P.E. Robidé van der Aa (procureur/dichter) en Isaäc Telting (gemeentearchivaris en rechtshistoricus). De meest beroemde bewoner was natuurlijk Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari. In 1883 was Adam Zelle, als gevolg van gelukkige speculaties met aandelen (waarschijnlijk in petroleum) dusdanig gefortuneerd geraakt dat hij het zich kon veroorloven om het toen nog altijd imposante hoekhuis Grote Kerkstraat 28 aan te kopen. Het gezin, dat met de dienstbodes toen uit 9 personen bestond zal wat krapjes in het bovenhuis aan De Kelders hebben vertoefd.

‘Mata Hari' haar gelukkigste tijd is waarschijnlijk de periode 1883-1889 geweest. Ze kon van een onbezorgde jeugd genieten. Zo waren de kinderen Zelle de enigen in de stad die over een eigen bokkenwagen (gestald op de hoek Pijlsteeg-Levisonstraat) konden beschikken. Vanaf 1889 vond in een kort tijdsbestek een vijftal voor Margaretha vervelende en ingrijpende gebeurtenissen plaats. In de eerste plaats ging vader Adam failliet in 1889. Deze keer waren er ongelukkige aandelenspeculaties! Daarnaast was al geruime tijd het huwelijk tussen Antje en Adam niet goed meer en ging Adam apart wonen. In september 1890 vond er dan een scheiding tussen tafel en bed plaats, en in maart 1891 vertrok 'de baron' definitief naar Amsterdam, waar hij zijn brood als handelsreiziger moest verdienen. Vanwege gedwongen verkoop verruilde het 'prinsesje' haar 'paleisje' in juli 1889 voor een bovenetage aan de Willemskade nr. 30. Het betrekkelijke aanzien van de Zelle's verdween daarmee helemaal. Op 9 mei 1891 overleed moeder Antje aan tuberculose. Vader Adam bracht zijn dochter en oudste zoon onder bij verschillende familieleden en nam de tweeling weer zelf onder zijn hoede.

Margaretha ging in september 1890, net 14 jaar oud, naar de Middelbare Meisjes School aan de Grote Kerkstraat, pal tegenover het Princessehof. Van deze periode is nog een schoolrapport bewaard gebleven. Uit dit rapport ontstaat de indruk dat Margaretha, gezien haar aantekeningen voor orde en voor gedrag, geen gemakkelijke leerlinge is geweest. Desondanks haalde ze in het begin voor wat betreft haar vorderingen redelijke resultaten. Opvallend zijn haar cijfers voor zingen en gymnastiek die zelfs goed zijn te noemen. De resultaten in het derde semester waren in de breedte evenwel slecht. Het laatste semester heeft Margartha niet op de Leeuwarder MMS afgemaakt. Bij het rapport staat dan ook de aantekening:.. 'Is denkelijk vertrokken!'

Margaretha werd officieel uit het Leeuwarder bevolkingsregister uitgeschreven op 12 november 1891 vanwege vertrek naar Leiden. Ze zou voor zover bekend is nooit meer terugkeren naar haar geboortestad. 15 jaar later werd Margaretha als Mata Hari wereldberoemd door haar exotische (en erotische) danskunsten in Parijse clubs. In die jaren werd een zogenaamde autobiografie van Mata Hari gepubliceerd, die haar vroegere woonhuis niet bepaald waarheidsgetrouw als volgt beschreef: ‘Het oude kasteel Cammingha State, op een heuvel gebouwd, welke een veilig toevluchtsoord was als de Noordzee haar golven het land opdreef en alles met verwoesting bedreigde; dit schoone kasteel, eertijds de residentie van de Friesche Stadhouders, met zijn heerlijke omgeving, bood mij alles wat ik wenschen kon'. In 1917 kwam Margaretha wegens spionage voor de Duitsers voor het vuurpeleton en steeg de mythevorming naar ongekende hoogten. Honderden publicaties en een flink aantal films werden op haar gebaseerd. H.W. Keikes, Mata Hari-kenner bij uitstek, situeerde in 1976 in het pand aan de Grote Kerkstraat zijn roman ‘Moord in het huis van Mata Hari'.

Het pand is sinds 1975 eigendom van de Provincie Fryslân. In 1977 is de oude patricierswoning onder leiding van architectenbureau Offringa grondig gerestaureerd ten behoeve van het FLMD.Vooral het negentiende-eeuwse karakter van interieur en voorgevel heeft toen meer accent gekregen. Enkele kamertjes zijn samengetrokken tot grotere vertrekken. De zestiende eeuwse balken in de eiken kap zijn waar nodig hersteld. De oude buitendeur, begin twintigste eeuw aangebracht, werd weer in een raampartij gewijzigd. De oude keuken met zeventiende eeuwse tegels kreeg een nieuwe achtergevel. De vloer werd hersteld met de bovenste plavuizen uit de kelder met troggewelfjes. Om de zware last van het archiefdepot te kunnen dragen moesten in de achterkamer stalen balken worden aangebracht, zodat de vloer 30 cm hoger kwam te liggen. De beide achterliggende vertrekjes werden tot studieruimten verbouwd. Naast de traptoren werd een lift aangebracht waardoor het gangetje boven in het bijgebouw versmalde. Het spitsje van de stinstoren werd gekroond met een koperen windvaan die de Friese vlag uitbeeld met daarnaast het jaartal 1977. Eind jaren ´80 is (een variatie op) de oude muurkleur weer aangebracht op de gevel.

Tijdens de restauratie vonden de timmerlieden iets merkwaardigs. Toen de schoorsteen in de achterkamer werd gesloopt troffen ze het dekseltje van een pillendoos aan, waarop de Leeuwarder apotheker J.T.H. Kauwling op 2-5-1883 aan moeder Zelle het gebruik van "alle 2 uren 3 pillen" aanbeval. In de hal van het FLMD stond jaren lang een kleine permanente tentoonstelling over Mata Hari. Geìnteresseerden werden eveneens gewezen op de in het houtwerk van het trappenhuis boven ingekerfd magere hein. Deze zou volgens de overlevering aangebracht door ziijn door werklieden, die sterk onder de indruk raakten van het tragische levenseinde van Margaretha. Uit de FLMD-periode dateert ook nog een gebeeldhouwd reliëf van Mata Hari vervaardigd door Jentsje Popma. Bij het ter perse gaan van dit boekje staat het gebouw te koop. Het plan om hier een Mata Hari Experience te vestigen bleek niet haalbaar.

Terug

De Kelders 33
Dit weinig bijzonder ogende winkelpand verraadt niet direct dat hier een succesvolle en wereldberoemde Liwwadder is geboren. Toch zag in dit huis Margaretha Zelle, alias Mata Hari op 7 augustus 1876 het levenslicht. De danseres en spionne werd geboren boven de hoeden- en pettenwinkel die haar vader  dreef. Het enige dat herinnert aan dit opmerkelijke feit is het beeldje van Mata Hari op de Korfmakerspijp vlakbij haar geboortehuis. Het door Suus Boschma-Berkhout vervaardigde beeld werd onthuld in het jaar dat Margaretha Zelle een eeuw eerder werd geboren en op de datum dat ze werd gefusilleerd. De huidige eigenaar van het pand wil het geboortehuis van Mata Hari interessanter maken voor passanten en andere belangstellenden. Zo komt er misschien binnenkort een plaquette op de gevel.

Uit bewaard gebleven rekeningen weten we hoe het geboortehuis van Margaretha er destijds uitzag. Foto´s van het pand, toen Magazijn de Klok genaamd, uit die tijd zijn helaas niet te vinden. Uit een foto van de omgeving uit 1884 blijkt dat De Kelders aan het eind van de 19e eeuw nog altijd een van de centrale plaatsen in Leeuwarden was, omdat er veel aan- en afvoer van goederen plaatsvond.

Adam Zelle, de vader van Margaretha, was ook al geboren aan De Kelders. Hij had de zaak in 1868 overgenomen van zijn vader Cornelis, die er in 1839 een pettenzaak was begonnen. Diens vrouw Margaretha (Hamstra) en schoonmoeder Geertruida (Berkebijl) werden de naamgevers van hun later wereldberoemde telg. Moeder Antje van der Meulen was de dochter van een Franeker apotheker.

Adam Zelle verkocht niet alleen hoofddeksels, maar was ook fabrikant ervan. Hij leverde onder meer aan de plaatselijke Schutterij en het garnizoen en bouwde een bloeiende zaak op. Uit het belastingkohier van 1877 is op te maken dat Zelle toen goed boerde. Zijn jaarlijks inkomen werd geschat op ƒ 3500,-. Daarmee kan hij ruimschoots tot de klasse van de hogere middenstand worden gerekend. De familie kon zich gemakkelijk een dienstbode veroorloven. In 1882 werd er ook nog een aparte kinderjuffrouw aangetrokken. Goede werkgevers waren de Zelles waarschijnlijk niet. Zij versleten heel wat dienstbodes.

De vermaarde journalist Alexander Cohen, eveneens van De Kelders, herinnerde zich Adam Zelle nog: ‘Ik heb hem nooit anders gezien dan met een hoogen hoed op, en met de duimen in de armsgaten van zijn gebloemd fluweelen vest. Zoo, met het eene been nonchalant over het andere geslagen, stond hij, gemeenlijk, tegen zijn deurpost geleund op straat te kijken.'

Keikes omschrijft de periode aan De Kelders in ´Het meisje Mata Hari´ als volgt: `De kleine Margreet Zelle groeit voorspoedig op. Ze zal gespeeld hebben op dat pleintje voor het deftige hotel De Nieuwe Doelen, net eventjes terzijde van de bedrijvige drukte van De Kelders en de lager gelegen Bierkade. Vader Zelle heeft zijn winkel, moeder Zelle de zorg over Margeets jongere broertjes. Het woonhuis boven de winkel is niet erg groot voor een gezin met vier kinderen. In september 1882 ging Margaretha naar de Gemeenteschool nr. 3, beter bekend als het Hofschooltje aan het Raadhuisplein. Het was de school van juffrouw Hielkje Buys, een juf die niet met zich liet spotten, en de reputatie van haar school, waar tenslotte de betere stand van de Leeuwarder bevolking hun kroost naar toe stuurde, met verve verdedigde. Het is juf Buys geweest die Margaretha heeft leren lezen, rekenen, schrijven en de eerste beginselen van de Franse taal heeft bijgebracht. Het altijd wilskrachtig gebleven handschrift van Margaretha is zodoende onder de invloed van juffrouw Buijs tot stand gekomen. Zij kon toen nog niet bevroeden dat haar leerling later zou uitgroeien tot de enige Nederlandse vrouw (samen met Anne Frank), die wereldvermaardheid zou verwerven.

Een bekende klasgenote van Margaretha was Corrie Blok Wybrandi. Haar fotoportret komen we nog tegen in het Stadhuis. Jarenlang is zij lid van de Leeuwarder Gemeenteraad voor de Vrijzinnige Democratische Bond en zelfs wethouder van Onderwijszaken geweest. Ook de latere echtgenote van de Leeuwarder burgemeester Jhr. Julius Mathijs van Beyma, Corrie Huber, heeft bij Margaretha in de klas gezeten. Dankzij hen weten wij dat Margaretha graag opviel bij haar klasgenootjes. Net als haar vader, die als "de baron" bekend stond in Leeuwarden, deed ze zich meer voor dan ze was. De meest fantastische verhalen kon ze vertellen, waardoor ze toch wel enigszins verwaand overkwam!`

Ook in de 18e eeuw en daarvoor werd er vanaf deze plek handel gedreven. Er stond destijds een voornamer pand wat blijkt uit een koopakte van 1773. Dan koopt Jan van Leek, meesterzilversmid, samen met zijn vrouw voor 3203 goudguldens ‘seekere huysinge staande en gelegen omtrent de Korfmakerspijp´ bestaande uit onder meer een ´ruim voorhuis´, ´een ruime woonkelder´, ´een gerijffelijk portaaltje´, ´een fraye kelderskamer´ en een ´agterkelderkamer´. In de eerste helft van de  19e eeuw wordt het pand kennelijk wat verwaarloosd, want de huurwaarde daalt van f 142,- in 1823 naar f 114,- in 1848. Het huis wordt in 1816 of daaromtrent eigendom van Koenraad Hamstra, ‘winkelier Manufacturen en Galanterij Waaren' en een van de grootvaders van Mata Hari.

In 1850 is er sprake van ‘herbouw' en worden het pand aan De Kelders en een achterliggend huis aan de Poststraat (kadastraal) verenigd. Het herenhuis met winkel krijgt dan in grote lijnen het huidige uiterlijk: een winkel op de begane grond met grote etalageramen en een woning op de verdiepingen en een zolder. De raamvorm, het metselwerk en de hardstenen penanten zijn typisch voor het midden van de 19e eeuw.

Toen het gezin Zelle in 1883 groter ging wonen in de Grote Kerkstraat (zie nr....) kwam het pand aan De Kelders in handen van Gerben Visser, koopman en winkelier in galanterieën. Ook later bleven hier winkels gevestigd: in de jaren dertig ´in vleeswaren en comestibles´ en in de jaren vijftig ´in optische apparatuur en horloges´. In 1938 werd de pui gemoderniseerd. Er kwam een brede etalage, een aparte opgang voor het woongedeelte en blauwe tegels rondom. In 1960 werd De Kelders 33 getrokken bij de de firma Niermeyer (sinds 1880 ´in huishoudelijke en verlichtingsartikelen´), die al in de nummers 29-31 en 34 was gevestigd. De etalage werd wederom verbreed, enkele muren doorbroken en de woning -die tot dan niet ingrijpend was gewijzigd- tot magazijn verbouwd. In de zomer van 1985 begint Wyb Feddema hier ‘haar-y haarmode'.

Terug